Tagarchief: oek de jong

Korte zinnen

image
De korte zinnen van Walter van den Berg spreken de opmerking van Oek de Jong tegen.

Het is een korte opmerking over ‘korte zinnen’ in hedendaagse romans die Oek de Jong maakt in zijn essay Wat alleen de roman kan zeggen. Hij schrijft:

Tegenwoordig lijken veel schrijvers alleen nog maar korte zinnen te kunnen of willen schrijven. Korte zinnen, korte alinea’s. Snel, sneller, snelst. Ze lijken niet te beseffen dat een opeenvolging van alleen maar korte zinnen monotoom werkt. Ze lijken evenmin te beseffen dat een schrijver veel meer greep op zijn lezers krijgt wanneer hij alleen al simpelweg korte en langere zinnen met elkaar afwisselt. Zonder de wat langere, samengestelde zin verliest het literair proza aan kracht, schoonheid, verfijning, elegantie, stuwing en emotie. (71)

Misschien werkt de lange zin wel in het werk van Oek de Jong. Maar hij gaat hier wel buitengewoon kort door de bocht met zijn lange zinnen. Geeft de lange zin misschien de nuance weer, in de lange zinnen die Oek de Jong hier stuwt, mist hij weldegelijk aan kracht.

Hij moet ook weten dat de kracht van een roman niet in lange of korte zinnen zit. De kracht van een mooie roman, ligt in het verhaal. De stijl waarin het verteld wordt, draagt zeker bij aan de leeservaring, maar de kracht van het verhaal vormt het eerste en belangrijkste aspect. Zelfs in een belabberde vertaling drijft het meesterwerk naar boven. Zeker stijl kan nog heel veel toevoegen, maar de schoonheid van een roman wordt niet bepaald door lange zinnen.

Korte zakelijke zinnen

Walter van den Berg gebruikt in zijn romans korte en zakelijke zinnen. Zinnen die zich emotieloos uitdrukken. In zijn werk is dat juist de kracht. Mag het misschien in eerste instantie een beetje hinderlijk overkomen, geleidelijk wint het verhaal en ontdek je dat juist die korte zinnen meehelpen het verhaal te vertellen.

Door de stijl heen openbaart zich het verhaal. Er komt iets moois naar boven drijven en dat wordt gedragen door de korte zinnen. Zij dragen juist bij aan het verhaal. Een boek als Van dode mannen win je niet zou met lange zinnen juist aan kracht inboeten. Ze horen bij het verhaal en de sfeer van het verhaal. Ze horen bij deze schrijver.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een vervolgbijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Cultuurpessimisme

image

Tegen het einde van zijn 95 pagina’s tellende essay Wat alleen de roman kan zeggen schrijft Oek de Jong:

Bij het kranten lezen zijn er bepaalde onderwerpen waar ik liever niet over lees (80)

Dat heb ik ook bij het essay van Oek de Jong. Hij zegt hele mooie dingen over de roman en de waarde van de roman. Zo beschrijft hij prachtig de ervaring bij het lezen van de erotische scènes van de Japanse schrijver Yasunari Kawabata. Dat hij winnaar van de Nobelprijs is, moet Oek de Jong uiteraard even noemen om de schrijver meer waarde te geven.

Pessimistische scènes

Het zijn juist die pessimistische scènes over de teloorgang van de cultuur die ik liever niet lees. Opmerkingen als:

Veel achttienjarigen die naar de universiteit gaan, zijn niet in staat een tekst van enige lengte te schrijven en hebben zelfs moeite met correct spellen. (83)

Het is een cultuurpessimisme dat je van de oudere generatie hoort, terwijl nieuwe studenten over heel andere capaciteiten beschikken waar ik jaloers op ben. Het is een andere zienswijze wat cultuur is. Dezelfde als waar Oek de Jong zelf iets laat doorschemeren uit de tijd waarin hij jong is. Het onderscheid tussen hoge en lage cultuur is dan aan het vervagen.

De literaire roman behoorde tot de hoge en de strip tot de lage cultuur, Chopin was hoge cultuur, popmuziek lage. Voor mijzelf betekende dit onderscheid in de praktijk niets, want in de Amsterdamse subcultuur waarin ik me vanaf eind jaren zeventig bewoog werd het al niet meer gemaakt. In het Shaffy Theater keek ik in de ene zaal naar een toneelstuk van Peter Handke en in een andere naar een show van clown Django Edwards. (16)

Hoge en lage cultuur

Dat versmelten van hoge en lage cultuur gebeurt in deze tijd meer dan ooit. Luister je het ene moment nog naar Bach, het andere moment klinkt er een de muziek van Arnin van Buren door de luidsprekers. Of lees je het ene moment een gedicht van Gerrit Komrij, het andere zing je een lied van André Hazes mee.

Daarmee beantwoordt Oek de Jong een heel belangrijke vraag niet: wat voor een toekomst is de roman weggelegd. Hij blijft sterk hangen in de jeugd die niks meer kan en weet, terwijl ik op internet heel andere bewegingen zie: iedereen schrijft, iedereen blogt. Een recensent in een krant moet concurreren met de duizenden meningen over een boek op internet.

Filmpjes kijken en googlen

Internet is meer dan het filmpjes kijken en googlen dat Oek de Jong in zijn essay doet. Het www is een niet meer weg te denken medium in onze cultuur geworden. Oek de Jong gaatvoorbij aan een belangrijk onderdeel in de cultuur die hij door al zijn pessimisme niet ziet.

Hij blijft teveel hangen in een schoonheidsbeleving die hij zelf ook niet meer heeft. Hij vergelijkt zijn jeugd met de jeugd van tegenwoordig. Hierbij vergeet hij dat de processen die hij en zijn generatie in gang hebben gezet, bijdragen aan de ‘verloedering’ waar hij over schrijft.

Dat is jammer. Het cultuurpessimisme haalt de kracht uit zijn essay. Ik zou hem juist willen uitdagen om mee te gaan op internet. Zijn ervaringen met de oude klassieken daar te delen. Het levert hem en ons nieuwe gezichtspunten op en zal bijdragen aan de cultuur.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Onontsloten – #50books

image

Boeken die zich onmiddellijk prijsgeven bij het lezen zijn na de eerste lezing niet meer interessant. De kracht ligt juist in het boek dat eindeloos herlezen kan worden en steeds nieuwe inzichten geeft. Soms is het de stijl die treft. Een andere keer zie je weer iets nieuws in het verhaal.

Hetzelfde onbegrip leidt ook tot de geheimzinnigheid die je bijvoorbeeld heel sterk voelt bij het lezen van gedichten. Je snapt het niet helemaal, maar er zit iets onder dat je wilt vatten. Soms houdt het je zo goed vast dat het je nooit meer loslaat en je regelmatig kan herlezen.

Ik heb dat zeker ook met boeken. Een boek als On the Road van Jack Kerouac bijvoorbeeld. Toen ik het als twintiger voor het eerst las, vond ik het verschrikkelijk. Het veelvuldige gebruik van drank, drugs en het wanstaltige gedrag van de personages. Ze ergerden mij. Twee jaar terug las ik het boek weer. Het greep mij ineens bij de kladden. Ik las meer boeken van Jack Kerouac, maar voelde niet meer wat ik die keer onderging bij het lezen van On the Road.

Het staat weer op het verlanglijstje om binnenkort weer eens op te pakken. Het is een boek als een roes en ik snap veel delen van het boek niet, maar de geheimzinnigheid trekt. Net als veel boeken van Jan Wolkers die eindeloos de moeite waard blijven. De walgvogel bijvoorbeeld blijft elke keer weer trekken. Ik lees hem bijna elk jaar. Of De kus dat een mooi verhaal is die elke keer wat nieuws laat zien.

Overigens ben ik het niet met Oek de Jong eens wanneer hij zegt dat die ervaring alleen bij het lezen is. Ik voel dikwijls dezelfde innige verbondenheid met een muziekstuk of bij een film. Die kan ik ook eindeloos opnieuw beluisteren of bekijken en daar hoor of zie ik ook steeds iets nieuws in. Hetzelfde merk ik bij bepaalde schilderijen of beelden.

Kunst grijpt je steeds weer bij de kladden en krijgt je op een nieuwe manier in zijn greep. Dat geldt zeker voor schilderijen als de broers Jan en Hubert van Eyck met hun ‘Lam Gods’ of Lucas van Leyden met ‘Het Laatste oordeel’. De verenging die Oek de Jong maakt alsof dit het onderscheidende is van literatuur ten opzichte van de andere kunst, geldt zeker niet voor mij.

Dit is het eerste antwoord op vraag 45 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Pedant

image
De omstandigheden waarin deze blog geschreven is…

Het is de toon die de muziek maakt. Voor een roman of essay zijn het de woorden die het verhaal maken en de emotie oproepen bij de lezer. Oek de Jong gebruikt in zijn essay Wat alleen de roman kan zeggen veel overbodige woorden. Woorden die voor mij vooral negatieve associaties oproepen en dan is het lastig om te genieten van een boek.

Toekomst van de roman

Het essay bevat een aantal gedachten over de toekomst van de roman, gecombineerd met leeservaringen en voorbeelden uit zijn eigen werk. In zijn voorwoord zegt de schrijver van de succesvolle roman Pier en Oceaan dat het verzoek van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak en het Nederlands Letterfonds best wel goed uitkwam.

Het kwam op het juiste moment: ik had mijn handen vrij, nadat ik acht jaar had gewerkt aan Pier en oceaan. Het leek ook het juiste moment om mijn ideeën over de roman, die ik in de loop der jaren in essays, interviews en De wonderen van de heilbot (2006) had ontwikkeld, in een groter verband bijeen te brengen. (8)

Best een pedant toontje om een essay mee in te leiden. Het is een toontje dat mij afleidt bij het lezen van zijn opstel over de roman. Net als terloopse opmerkingen die volkomen overbodig zijn, maar wel bij mij een ergernis oproepen, zoals

Zelfs in een zeer arm en weinig ontwikkeld land als Tanzania (waar ik onlangs was) zijn duizenden ‘bioscopen’: in hutten en schuren krijgen betalende bezoekers een dvd te zien op een oude televisie. (20)

De opmerking dat hij er geweest is, geeft voor mij de opmerking weinig meerwaarde. Het roept bij mij een pocherige houding op, van ‘kijk mij eens waar ik geweest ben’.

Mooie afleiding

Het leidt mij af en dat is jammer, want hij zegt soms mooie dingen over de roman. Zoals wanneer hij vertelt over scenes die alleen in een roman zijn uit te drukken. Als hij schrijft over de leeservaring van Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez. Het is een boek dat in zijn ogen een ‘ongekende beheersing spreekt: stilistisch en compositorisch’.

Het succes van de roman is niet het gevolg van een marketingcampagne, zegt Oek de Jong, ‘maar louter en alleen omdat de roman een nieuwe vorm bracht: een roman die niet meer in scènes werd verteld.’

De zin die volgt doet afbreuk aan zijn mooie opmerkingen, totaal overbodig en alleen maar ergernis oproepend:

Toen ik het boek in de herfst van 1975 las, op weg naar de Provence, voelde ik dat. (47)

Die weg naar de Provence, wat draagt dat bij aan ervaring van het lezen van dit boek?

Friese terpen

Dat het noemen van een leeslocatie ook veel kan toevoegen, bewijst Oek de Jong Iets verderop. Hij voert de ervaring van het moment en de plaats van het lezen op een subtiele en mooie wijze op. Oek de Jong schrijft hoe hij Gerard Reves Nader tot u als vijftienjarige leest in de kattenbak van de Renault 4 van zijn ouders.

Ze maken een tochtje langs de Friese terpen en bijbehorende kerken. Hij leest de hele dag in het boek en kan het zelfs niet laten niet door te lezen als ze een kerkje binnengaan. Zo zwervend over het Friese platteland, langs de graven en onder de regenwolken.

Het is de perfecte atmosfeer om de wanhopige en melancholieke brieven van Nader tot u te lezen – ze werden immers geschreven in ‘de suizende leegte’ van het Friese platteland. (59)

Hier draagt locatie zeker bij aan de leeservaring. Het kan zeker een mooie toegevoegde waarde hebben. Oek de Jong neigt jammergenoeg teveel naar een pedant en pocherig toontje. Dat wekt veel ergernis op bij het lezen van zijn essay. Het leidt af en haalt de schoonheid weg van de mooie dingen die hij zegt.

Misschien leent zich hier inderdaad alleen de roman voor. Want Oek de Jong moet het hebben van de zintuigelijke ervaringen bij het lezen van romans van Dostojevski, Joyce, Yourcenar en Flaubert. Hij moet het niet hebben van het overbodige ‘oude mannetjes gezemel’ over de teloorgang van de cultuur. Dat is alleen maar irritant en zijn dingen die ik liever niet lees.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.