Tagarchief: odyssee

Verlangen naar de verte

Fernweh heet de nieuwe autobiografische roman van Jan Cremer. Het is het eerste deel uit een nieuwe cyclus onder de naam Odyssee. Jan Cremer schrijft hierin over zijn geschiedenis. Op zoek naar de verhalen over zijn vader en zijn moeder. De Twentse stad Enschede vervult hierin een belangrijke rol.

Op zoek naar zijn vader, wordt Jan Cremer de zoektocht moeilijk gemaakt door zijn moeder. Ze heeft veel van wat zijn vader achterliet, vernietigd. Zoals de vele foto’s van dames die Jan Cremer sr. bij zijn reizen ontmoette en op de plaat zette.

De beelden zijn er niet meer. Net als enkele manuscripten waarvan Jan Cremer zeker is dat ze hebben bestaan. Ze zijn er niet meer. Verwoest in de haat van zijn moeder. Zijn moeder die zich bedrogen voelt door zijn overleden vader.

De oude Jan Cremer is erg handig en woont weliswaar in Enschede. Hij heeft er later zijn eigen bedrijf als elektricien. Hij beheerst de nieuwe techniek buitengewoon goed rond de eeuwwisseling. In de wijde omtrek is hij bekend vanwege zijn handigheid met elektriciteit.

Jan Cremer is een grote vrouwenverslinder. Zijn zoon komt er op zijn zoektocht naar zijn vader heel wat tegen. Of ze van adel zijn of huishoudster, voor de oude Jan Cremer maakt het niet uit. Hij verleidt elke vrouw en heeft heel veel vrouwen lief. Het brengt Jan Cremers moeder tot wanhoop:

Stelselmatig heeft ze alles wat met Cremer te maken had vernietigd. Herinneringen werden met pek overgoten. Alles wa maar enigszins aan hem herinnerde verdween. (215)

Ondanks deze vernietigingsdrift weet Jan Cremer een mooi portret van zijn vader te geven in zijn boek Odyssee, Fernweh. Postuum krijgt zijn vader de aandacht die hij verdient. Het is een imponerende persoonlijkheid uit Twente. En wat vooral opvalt: zijn zoon lijkt heel erg op hem. De naam is niet het enige dat overeenkomt.

Jan Cremer: Odyssee, Fernweh. 1e deel uit de Odyssee-cyclus. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9982 4. 288 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Paul Theroux: De zuilen van Hercules

image

Na de omzwervingen door de Pacific in zijn boek De gelukkige eilanden, kiest Paul Theroux in De Zuilen van Hercules voor een reis rond de Middellandse Zee. Zijn boek volgt een alternatieve ‘Grand Tour’ zoals de ondertitel van de Engelse uitgave ook vermeldt: The Pillars of Hercules, A grand Tour of Mediterranean.

In dit reisverslag uit 1995 (de vertaling van Tinke Davids is van 1996) volgt hij de Odyssee en bezoekt de plekken die Odysseus bij zijn omzwervingen aandoet. Alleen doet hij dit aan het eind van de 20e-eeuw, waarbij in Bosnië Kroaten en Bosniërs tegen elkaar vechten. Syrië gaat (al) gebukt onder het bewind van Assad en Algarije is voor Amerikanen verboden gebied is.

Het is een prachtige reis geworden waarbij hij ruim anderhalf jaar door het gebied rond de Middellandse Zee zwerft, met een korte onderbreking in het zomerseizoen. Dan vliegt hij even naar huis, de toeristen en het gedoe ontlopend om even ontwapend in het najaar aan een heuse cruise te beginnen.

Het verhaal begint bij de Rots van Gibraltar, een van de Zuilen van Hercules, en eindigt op de andere zuil: Ceuta. Gevolgd door een kort ‘coda’ in Tanger waar hij de schrijver Paul Bowles bezoekt. Het is een reis dat veel elementen uit de vorige reisboeken bevat: het lezen onderweg, het bezoeken van schrijvers en de hekel aan het reizen per vliegtuig.

Paul Theroux maakt een alternatieve Grand Tour langs al die plaatsen die door miljoenen toeristen en pensionada’s worden bezocht of (tijdelijk) bewoond: de Costa del Sol, Barcelona, Mallorca, Nice, Sardinië, Sicilië, Venetië, Triëst, Athene, Corfu, Istanbul, Efese en Alexandrië.

Hij wisselt hierbij het reizen per boot, trein en bus af door liefst twee cruises te maken: eentje op een Amerikaans schip en eentje op een Turks schip. Hier evenaart hij de vermakelijke beschrijvingen van de georganiseerde treinreis aan het begin van zijn China, per trein. Opnieuw moeten vooral zijn landgenoten, de Amerikanen, het ontgelden.

Het contrast is de reis op het Turkse cruiseschip. Op het schip ms. Ak Deniz is hij de enige Westerling aan boord. Hij zet hier de komische beschrijvingen van zijn eerste cruise door. Alleen gaat het een andere kant op en verandert de grap soms in verontwaardiging of verwondering.

Als een Odysseus slingert hij over de Middellandse Zee van de ene kust naar de andere. Hierdoor krijgt het verhaal een mooie structuur. Het krijgt iets van de Odyssee, zelfs compleet met de wilde stormen. Tegen het einde wordt het verhaal steeds grilliger. Het lijkt dat Paul Theroux geen afscheid kan nemen van het zwerversbestaan.

Ook omdat het verhaal, het belangrijkste ingrediënt mist: het verlangen naar huis en de wachtende geliefde. Dat verlangen is juist zo kenmerkend voor de Odyssee. Het verlangen om in de armen van Penelope te vallen. Dat aspect valt ten deel aan de omzwervingen over de Pacific in De gelukkige eilanden.

In De Zuilen van Hercules kan Paul Theroux weinig anders doen aan het einde dan de ‘rozevingerige dageraad’ te veranderen in ‘een omgekeerde zonsondergang’. Het is een einde dat misschien wel het beste past bij een boek dat een grote omzwerving is.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.