Tagarchief: nijmegen

Het gebedenboek van Maria van Gelre

Bij de tentoonstelling Ik, Maria van Gelre in Museum het Valkhof in Nijmegen staat een bijzonder gebedenboek centraal. De tentoonstelling laat het monumentale gebedenboek zien dat van deze Gelderse hertogin Marie d’Harcourt (1380 – na 1428) bewaard is gebleven. Een aantal jaar geleden is het gerestaureerd en daarmee geschikt gemaakt voor expositie. Normaal ligt het boek in Berlijn, maar is eigenlijk nauwelijks te bewonderen.

De tentoonstelling in Nijmegen laat een deel van het boek zien; 20 pagina’s die op de helft van de expositie worden vervangen door 20 andere. Maar daarnaast geeft het ook een inkijk in het leven van de hertogin die uit Frankrijk komt. Ze is afkomstig van het Franse hof. Het huwelijk met Reinoud IV, de hertog van Gelre, is geënsceneerd om de banden tussen Gelre en het Franse hof verder aan te wakkeren.

Enorme bruidsschat

De enorme bruidsschat van omgerekend 70 miljoen euro moet worden terugbetaald als het huwelijk kinderloos blijft. Dat is de uitkomst van 10 maanden onderhandelen over het huwelijk. Een indrukwekkend verhaal dat je ziet op de tentoonstelling. Net als dat je een beeld krijgt van het leven aan het hof met jurken en papegaaien, maar ook krijg je een inkijkje in het geloofsleven in de late middeleeuwen.

Hoogtepunt van de tentoonstelling is het gebedenboek dat Maria 10 jaar na haar trouwdag, rond 1415, laat maken. Het boek telt 1200 pagina’s en is daarmee een omvangrijk document uit deze periode. Het is verlucht met 106 miniaturen, 171 sierinitialen en 129 figuren. Zonder twijfel is dit boek een hoogtepunt uit deze periode. Er zijn weinig handschriften die met dit prachtige boek kunnen meten.

Adembenemende schoonheid

De bladzijden die je kunt bekijken zijn werkelijk van een adembenemende schoonheid. In het halfduister, met net genoeg licht om handschrift te sparen en goed te kunnen kijken, buig je over de losse pagina’s. Schuifelend in een rij omdat iedereen wil kijken.

Het is kunst op de vierkante millimeter. Wat een schoonheid. Vergrootglazen liggen erbij. Ik heb voornamelijk met mijn eigen ogen gekeken. Wat ben ik onder de indruk van de kleuren en fijne schilderingen van de miniaturen. Het openingsbeeld met een afbeelding van Maria die het gebedenboek vasthoudt, omringd door 2 engelen. Het grijpt je vast en laat je niet meer los.

Kostbare operatie

Het moet een waanzinnig kostbare operatie zijn geweest. De monnik Helmich die Lewe, broeder in het Arnhemse klooster Mariënborn heeft de tekst gekopieerd. De inhoud is een mengelmoes aan teksten, waarschijnlijk speciaal voor dit gebedenboek geschreven en vertaald. De afbeeldingen zijn ongekend waarmee het boek verlucht is. Niet alleen de miniaturen zijn indrukwekkend, ook de verluchte initialen en indrukwekkende figuurtjes die in de marge en randen staan.

Het zijn de details die dit boek zo bijzonder maken. De minuscule afbeeldingen van gezichten in de initialen. Je kunt ze soms met het blote oog amper zien. Het zijn gezichten die soms naar Jezus refereren of op een andere manier een relatie leggen met wat er staat. Soms is het ook gewoon een fantastisch figuurtje in de kantlijn.

Ruiters en fabeldieren

Ze passeren je: ruiters, muzikanten en fabeldieren. Neem bijvoorbeeld het draakje dat meer is dan zomaar een afbeelding. Ze gedragen zich zoals veel figuren uit de middeleeuwen, half bezwerend, half vermakelijk. Als de figuren die je als decoratie ziet op Gotische kathedralen. Ze vertellen een verhaal, compleet met grimas.

Vergeet daarbij niet dat de inhoud van het boek met de restauratie ook beter onderzocht is. Niet alle informatie is voor handen, zo is er nog geen wetenschappelijke editie van dit middeleeuwse boek voor handen. De gebedenboeken hebben altijd op minder aandacht van de wetenschap moeten rekenen. Niet helemaal terecht.

Gebeden in volkstaal

De inhoud van het boek verraadt dat de gebeden allemaal in volkstaal zijn opgesteld. Een taal die Maria zich in de 10 jaar dat ze getrouwd is met de hertog, helemaal heeft eigengemaakt. Zo buigend over de teksten, merk ik dat ik teksten kan lezen. Zoals het gebed voor Reinoud, dat is geschreven na het overlijden van de hertog van Gelre en Gulik in 1423.

Dit les alle daighe.
Reyner van gulich ind
van gelre sich huden op
hevet . Negen engelen ich yn hu-
den bevele . Drie in sijne[n] weghe .
ind drie in sijnre steghe . ind drie
an allen eynde[n] .
(SBB-PK mgq42 f.391r)

Het geeft een glimp van de middeleeuwen, het gordijn valt even open. Omringd door allerlei voorwerpen uit deze tijd. Het Mariabeeld uit Renkum, maar ook de imposante gietijzeren kaarsenkroon uit de Walburgiskerk in Zutphen.

Een mensenleven van meer dan 600 jaar geleden lijk je even aan te kunnen raken. Heel bijzonder. Een bezoek aan Het Valkhof is dit meer dan waard, want het is alweer 3 weken geleden dat ik was, maar ik geniet nog elke dag na.

Meer lezen

Improvisaties van Bert Matter

De cd ‘Bert Matter improviseert’ die voor Bert Matters 80e verjaardag is verschenen, bevat een flink aantal toppers. Dat geldt bijvoorbeeld voor de improvisatie in Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk in Dordrecht. De opening met de ronde prestanten van Kam. Het motief zet de hele improvisatie prachtig door. Op geen manier te vergelijken met de improvisatie uit 1996 op de eerste cd van het orgel in Zutphen na restauratie waar hij op hetzelfde lied improviseert.

Op de nieuwe improvisatiecd heeft het protestantse Marialied een heel andere lading. De 2-stemmige opening is eenvoudig en tegelijk monumentaal, zoals alleen Bert Matter kan. Als het pedaal inzet, treedt de beweging in het stuk. Het stuk mondt zo uit in een heuse lofzang, de Lofzang van Maria. Het Dordtse orgel wordt hierbij ten volle benut. Vervolgens eindigt het weer in de verstilde sfeer waarmee het begon.

Vrouwenstemmen

De vorm waarbij Bert Matter met 5 vrouwenstemmen improviseert, heeft hij vaker beproefd. Voor televisie speelde hij in de jaren ’80 een improvisatie op ‘O Geest, die onze Trooster zijt’, LvdK 310, vers 3. Hij doet dit op het orgel in Zwolle. Op de nieuwe improvisatiecd geeft hij een improvisatie op exact hetzelfde lied. Ik vreesde een kopie van de prachtige impressie die hij op televisie toont.

Die vrees is onterecht. Hij speelt op het König-orgel in Nijmegen een overtuigende variant, waarbij voor het einde heel mooi verstild is als het orgel stopt en de vrouwen doorzingen. Het geeft iets van de ruimtelijke werking mee van deze manier om te improviseren. Wat een overweldigende improvisatie is dat.

Psalm 121

Dat geldt ook zeker voor de improvisatie op psalm 121. Ik was erbij, het was een concert samen met Albert de Klerk. Volgens mij het laatste openbare concert van de Haarlemse organist. Hij stierf niet veel later. De improvisaties van Bert Matter waren die avond in september minstens zo overtuigend.

Dat gold ook voor psalm 121 die de cd heeft gehaald. Hij weet hierin een koraalbegeleiding zo in zijn improvisatie in te bedden, dat het er helemaal onderdeel van wordt. De improvisatie is een avontuur waarin je wordt meegenomen bij het luisteren. Voor mij met de Lofzang van Maria en de minimal improvisatie in Nijmegen een absoluut hoogtepunt van de cd.

Noord-Duitse koraalfantasie

De afsluitende improvisatie van de cd, een klassiekere variant in de stijl van een Noord-Duitse koraalfantasie, is een waardige afsluiting. Bert Matter is in deze improvisatie niet zo vormvast als bijvoorbeeld Jan Jongepier dat wel was, maar hij geeft de koraalfantasie weer nieuwe dimensies. Daarbij ben ik ook onder de indruk hoe hij het Arnhemse Strumphler-orgel helemaal in een Noord-Duitse sfeer weet te krijgen.

De echomotieven werkt Bert Matter heel origineel en treffend uit. Daarbij speelt hij niet alleen met motieven, maar vooral met de spanning. Hij houdt je vast als luisteraar. Een effect dat alleen grote improvisatoren bij je weten op te roepen. Dat haal ik vooral uit lange improvisaties waarbij iemand als Jan Jongepier je ook bij de kladden grijpt. Bert Matter doet dit in deze slotimprovisatie in Arnhem ook.

Prachtige aanwinst

Daarmee is de improvisatiecd een prachtige aanwinst in de cd’s die de laatste jaren verschijnen. Het luisteren naar deze cd maakt je ook weemoedig. De huidige improvisatiepraktijk haalt het niet bij deze improvisator. Het vernieuwde en buiten de voor de hand liggende keuzes spelen. Tijden zijn veranderd. Het historiseren heeft zijn hoogtepunt bereikt. Maar in de lawine aan stijlimprovisaties verlang je naar improvisatoren als Bert Matter en Jan Jongepier.

Van zijn leerlingen zie ik het verstilde en originele vooral terug in Toon Hagen. Hij weet in zijn kerkmuzikale improvisatiepraktijk in Zwolle je ook te raken. Ook hij zoekt voortdurend naar vernieuwing en verliest zichzelf in het zoeken naar perfectie. Iedere keer net ietsje mooier en beter dan de vorige keer. Maar hoe anders weer dan Bert Matter. Niet voor niets wordt zijn werk internationaal heel vaak uitgevoerd, zoals in Den Haag-Loosduinen door Olivier Latry.

Wat van Bert Matters improvisaties rest zijn de opnames waarvan deze cd een prachtig inkijkje geeft en vooral de herinnering. De eerste heerlijk om naar te luisteren en de tweede onvergetelijk…

Bestel de cd voor € 14,95

Cd met onbekende improvisaties

Na het horen van Bert Matter bij de presentatie van zijn gerestaureerde orgel in 1996, kreeg ik niet snel genoeg van hem. Het wakkerde mijn bewondering voor hem nog meer aan Verschillende improvisatieconcerten woonde ik bij zoals in Alkmaar en Zutphen. Zo woonde ik in 2000 een heel bijzonder concert in Leiden bij waarbij Vocaal Ensemble Ceramon muziek uit de Moderne devotie zong, afgewisseld door improvisaties van Bert Matter.

In een steeds donkerder wordende Leidse Pieterskerk presenteerde de mystiek zich. Prachtige verstilde improvisaties op de buitengewoon inspirerende liederen. Het gaf de avond iets heel bijzonders. Het Hagerbeerorgel transformeerde van een klassiek Hollands kerkorgel in een modern instrument. De middentoonstemming versterkte het effect alleen maar. Er waren niet zoveel toehoorders. Het gaf de avond iets heel bijzonders. Ik zal het nooit meer vergeten.

Nieuwe cd met improvisaties

Op het verjaardagsfeestje van Bert Matter op 29 april, werd het beloofd: een nieuwe cd met zijn improvisaties van de jaren ’70 tot en met ’90. Ik verwachtte een selectie uit het archief van Jean van Cleef. Het was even wachten tot de cd uitkwam en het bleek om radio-opnames te gaan. Allemaal radio-opnames die ik niet kende van KRO en EO.

En wat voor een improvisaties! Overweldigend. De eerste 3 improvisaties op gregoriaanse liederen zijn voor de restauratie opgenomen, aan het begin van de jaren ’80. De periode dat de minimal net was geïntroduceerd in de orgelmuziek door Jan Welmers.

Oude en doffe klank

De improvisaties laten het instrument heel treffend horen, in de opening de oude en doffe klank van de prestant. Je krijgt het idee dat je een viool hoort spelen. Het klinkt heel authentiek en je beleeft het moment dat de muziek wordt gemaakt. Het gevoel dat je bij iets bijzonders aanwezig bent.

De 2e improvisatie op het Offertorium: ‘Reges Tharis’ krijgt een mooie lading door de springende fluiten en het tongwerk als zangstem. De akkoorden die uiteindelijk in de begeleiding komen te liggen zijn uitermate herkenbaar en vallen helemaal in het Matter-idioom. De laatste noot, waarbij fluit en tongwerk letterlijk tegen elkaar aanschuren is buitengewoon mooi. Een effect dat het uitschakelen van de tremulant creëert.

Dat gevoel heb ik persoonlijk wat minder met de Valerius-liederen. Improvisaties helemaal in de stijl van Bert Matter, maar de liederen spreken mij wat minder aan. Niet dat het niet mooi is om naar te luisteren. Bert Matter weet ook hier zijn Zutphense Baederorgel volledig tot zijn recht te laten komen. Het zijn hier echter de Valerius-liederen die mij een beetje afleiden.

Bestel de cd voor € 14,95

Lees morgen het vervolg van deze cd-bespreking: Improvisaties van Bert Matter

Bert Matter, de improvisator

Ik weet nog goed dat ik de eerste compositie van Bert Matter hoorde. Het was bij een radioconcert van Margreet C. de Jong. Ze speelde de Partita over Gezang 148 ‘Wie schön leuchtet der Morgenstern’. Vooral de variatie met de ritmische baslijn en ingetogen uitkomende stem is mij bijgebleven. Ik had nooit zoiets gehoord. Simpel van eenvoud, maar het raakt je.

Ik kende Bert Matter wel. Hij vertolkte de muziek van Bach buitengewoon goed. In de jaren ’80 draaide mijn vader thuis zijn uitvoering van de 18 koralen grijs. 2 casettebandjes opgenomen door Jean van Cleef. Een live opname in de Walburgis lang voor de restauratie. Ik heb ze later overgenomen en op cd gebrand. Na de restauratie voerde Bert Matter ze nog eens uit op het Baderorgel. Baeder was veranderd in Bader en meer dan dat: het instrument had een betoverende en poëtische klank gekregen.

Improvisatiekunstenaar Bert Matter

Later maakte ik kennis met de improvisatiekunst van Bert Matter. Eigenlijk heel laat pas. Ik had in die tijd les van een leerling van Bert Matter, Jan van Laar. Ik reisde heel Nederland door en ging alle kerken langs. Albert de Klerk, Louis Toebosch, Bram Beekman en Leo van Doeselaar. Ik miste de Zutphense organist omdat zijn orgel gerestaureerd werd. Pas bij de ingebruikname in 1996 mocht ik bij de officiële overdracht van het orgel op vrijdagmiddag zijn.

Daar demonstreerde Bert Matter zijn orgel aan de hand van psalm 116. Een mix van klassieke met moderne improvisatie. Zoals hij de Prestant 16 voet van het pedaal demonstreerde in een 2-stemmige improvisatie. Ik vergeet het niet snel meer. De kalmte van zijn spel en vooral de afwisseling in alle variaties. Elke variatie een nieuwe belevenis. En wat voor een orgel natuurlijk! ‘s Avonds maakte ik kennis met zijn begeleidingskunst. Ik kwam thuis met cassettebandjes met zijn improvisaties en psalmbegeleiding. Wat raakte ik geïnspireerd.

Middeleeuwse gezangen

In die periode kocht ik elke nieuwe cd die er in die tijd van zijn orgel verscheen. De 18 koralen van Bach verschenen op een prachtige dubbelcd, maar ook cd’s met zijn improvisaties op Gregoriaanse liederen en middeleeuwse gezangen uit de IJsselstreek. De laatste overigens opgenomen op zijn orgel kort voor de restauratie. Het is de laatste cd van het orgel voor de restauratie.

Dat geldt niet voor zijn improvisaties op liederen van Hildegard von Bingen. Wat een inspirerende gezangen zijn dat. De improvisaties van Bert Matter zijn dat minstens ook zo. De improvisaties op de psalmencd zijn overweldigend. Psalm 100 en psalm 2. Zo mooi heb ik ze nooit gehoord. De begeleiding van psalm 23 is eveneens de indrukwekkendste die ik ken. Hoe de prestant donker en mystiek boven de zingende gemeente zweeft.

Lees morgen mijn vervolgbijdrage over de nieuwe cd van Bert Matter die onlangs verschenen is: Cd met onbekende improvisaties

Walgelijk dik

image

In de roman De ochtendgave van A.F.Th. van der Heijden ontmoet Caspar Sonmans 6 jaar na de huwelijksnacht zijn vrouw Sara in de kamer van de Franse ambassadeur Ezechiël Caloyanni, markies van Lavandes. Caspar heeft een raadselachtig briefje ontvangen van de ambassadeur waarin hij schrijft dat de secretaris de betaalde boetes omdat zijn vrouw niet thuis was, terugkrijgt.

In de diplomatenkamer staat achter het gordijn niet de ambassadeur zoals hij verwacht, maar zijn vrouw:

Ze was het, en ze was het niet. Haar lichaam kwam me ronder en vleziger voor dan ik me herinnerde, maar dat kon aan de kledinglagen liggen. (170)

Haar donkere haar is vaalblond, volgens Sara met hulp van de kamenierster:

‘Ik laat haar emmers licht bier drinken, dat ze dan weer uitplast… om mijn haar te bleken. Blond voor blond, noemen we dat. Het riekt wel, door de mout.’ Sara grinnikte. ‘De juffer klaagt dat ze zo aankomt van al dat bier.’ (172)

Hier past Van der Heijden een mooi staaltje weetjes uit de geschiedenis in zijn roman. Hoe blondeerde men in de 17e eeuw het haar: met de plas van bier. De laatste opmerking is natuurlijk 21e eeuwse humor in een roman die speelt in de 17e eeuw.

Caspar ziet dat zijn vrouw is voller geworden. Hij vindt het weelderige vlees mooi. Ze zijn in gesprek over de situatie, de geboorte van hun kind, Etienne die op een dag voor zijn deur stond en die Sara bij hem heeft laten afleveren. Ze vindt dat hun zoon door hem moet worden opgevoed. Een bijzonder verhaal.

Tot haar nieuwe postuur onderwerp van gesprek wordt. Ze probeert de trouwjurk aan te trekken omdat ze iets minder opvallends zoekt voor de ontsnapping. A.F.Th. van der Heijden weet Sara als een typisch hedendaagse vrouw te laten spreken over haar nieuwe figuur.

De stof viel niet langer ruim en soepel over haar boezem en heupen: ze moest zich er echt in wringen.
‘Ik ben walgelijk dik geworden.’
‘Rijper.’
‘Zie je wel, je vindt me een vetzak.’ Ze stond met een boos gezicht voor de spiegel te draaien. (196)

Net als de eerdere grap over de kamenierster zou een vrouw in 1678 nooit zoiets over zichzelf zeggen. Hier sijpelt de 21e eeuw in het verhaal. Niet erg, vooral erg grappig hoe een historische roman ook veel verteld over de tijd waarin we nu leven.

Het is het spel dat A.F.Th. van der Heijden speelt met zijn personages, het verhaal en met de lezer. Een verrukkelijk spel. Het spel van een schrijver van formaat. Dat maakt ook dat De ochtendgave een roman is om van te genieten.

A.F.Th. van der Heijden: De ochtendgave. Roman. Amsterdam: De bezige bij, 2015. ISBN: 978 90 234 5776 3. 304 pagina’s. Prijs: € 23.90. Bestel

Fennek de feniks

image

A.F.Th. van der Heijden staat erom bekend hoe hij het verhaal naar zijn hand zet. Hij doet dit om een kenmerkende wijze, met humor en soms een beetje theatraal. Dat krijgt hij ook mooi voor elkaar in de historische roman De ochtendgave doet hij dat bijna op elke pagina.

Ik kan daar erg van genieten. Soms is het vergezocht hoe A.F.Th. van der Heijden het verhaal vormgeeft. Dit doet hij bij bijvoorbeeld met de ganzenveer die de ik-verteller en hoofdpersoon moet kopen op de markt voor de ambassadeur Caloyanni.

Caspar loopt samen met graaf d’Estrades lopen samen op de markt en komen een ganzenverkoper tegen. De grote veer die d’Estrades in zijn hand vasthoudt, is wel geschikt, verwacht hij. De jongen vertelt de graaf van welke gans de veer afkomstig is:

‘Bij een gevecht met de hond is hij met zijn achterste in de gloeiende as beland. Zijn verschroeide veren… het stonk ontzettend. Hij had zijn gat verbrand, en dat wilde niet meer beter worden. Het etterde. Toen heeft mijn vader hem de nek omgedraaid. Maar zijn veren waren weer helemaal gaaf geworden.’ (108)

De graaf ziet het verband wel tussen Fennek en Phénix. Met een veer van zo’n gans wil hij de vrede straks wel ondertekenen. Caspar Sonmans hoopt dat de vrede snel getekend wordt en dat hij nog voor middernacht zijn Sara terugkrijgt.

Zoals het hoort in een roman van Van der Heijden, haalt de verteller dit gegeven regelmatig aan. Zoals op het moment van de ondertekening, waarbij hij spreekt over:

een dikke pen uit het verschroeide achterste van de gans Fennek, pardon Phénix. (154)

Als de ambassadeur, Ezechiël Caloyanni, markies van Lavandes, de veer krijgt, weet hij de veer uit de kont van Fennek tot een pijpenragger te friemelen. De gans mag uit zijn as verrezen zijn, zijn veer lijkt niet lang stand te houden en is nog voor het ondertekenen van de vrede in een onbeduidend vod veranderd.

De verteller vraagt zich op dat moment af wie er eigenlijk uit zijn as herrijst. Is het de Franse haan of de Hollandse leeuw? Caspar herinnert zich een briefpassage van zijn vrouw, van de PFV, die zich had toegelegd op het vernietigen van de haan:

Mocht de Nederlandse leeuw het onderspit delven, laat hem dan als gouden honingraat een nieuw leven beginnen. (160)

Een mooi citaat uit de historische documenten waarmee A.F.Th. van der Heijden de geschiedenis weer laat terugkeren in de roman. Zo bespeelt hij op een humoristische manier de geschiedenis en bedt zijn verhaal op aantrekkelijke wijze in de historie. Ik kan van zulke elementen in een verhaal echt genieten.

A.F.Th. van der Heijden: De ochtendgave. Roman. Amsterdam: De bezige bij, 2015. ISBN: 978 90 234 5776 3. 304 pagina’s. Prijs: € 23.90. Bestel