Tagarchief: nicolaikerk

Doorschuiven

Wat ik overigens frappant vind is dat het publiek bij het concert in de Nicolaikerk eerst rond het Sweelinckorgel in het midden van de kerk zit. Als het concert van Toon Hagen zich verplaatst naar het hoofdorgel, schuift het publiek meer naar de westkant van de kerk.

Ik kies een plekje vooraan en vraag me later af of het niet te dicht bij het orgel is. Zeker in het slotstuk komt het instrument best op me af. De intonatie zonder compromissen maakt het instrument extra scherp. Dan kun je de ruimte inderdaad misschien wat beter mee laten spelen door verderop te zitten. De gedachte dat ik iets zou missen, speelt mee.

Het stuk van Toon Hagen zelf “Morning dance” is rustiek opgebouwd. Ook mooi gespeeld op de fluiten van het hoofdorgel. Het is een heel spannend instrument, demonstreert Toon Hagen. De compositie is geïnspireerd op psalm 104, waarin heel de natuur God lof zingt. Toon Hagen weet het in fraaie lijnen uiteen te zetten, mooie motieven die geleidelijk in elkaar overgaan. Zeker ook omdat de ritmes eveneens geleidelijk verschuiven.

De muziek van Bach is muziek waar je niet op uitgekeken raakt, volgens Toon Hagen. Het legatospel van Bachs orgelkoraal “Wir Christenleut”, BWV 612 uit het Orgel=Büchlein is eigenlijk best gedurfd op dit orgel. Grenst soms tegen het houdbare aan, maar Toon Hagen weet hiermee een heel andere kant van het instrument op te roepen. Gedurfd omdat het gevaar van de brei dreigt, maar hij pakt erg mooi uit.

Voor Toon Hagen blijven de 6 Triosonates van Bach muziek die je tot in het oneindige kunt uitvoeren. Hij verrast vanmiddag met de zware registraties op de eerste Triosonate in Es, BWV 525. Een muziekstuk dat meestal heel subtiel en fijngevoelig wordt uitgevoerd. Het levert best verrassende elementen op.

Daarmee komt het slotstuk, de feestelijke “Preludium en Fuga in G”, BWV 541 nog extra onder druk te staan. Glasheldere mixturen in combinatie met een heel strak, bijna zakelijk. Dan komt het best op je af als je best wel dicht op het orgel zit.

Al blijft het geweldig om het einde zo mooi groots en meeslepend te horen. De Fuga krijgt daarmee het volle werk dat het verdient!

Wind van binnen

Beetje vreemd als je 3 uur gefietst hebt, de spieren nog loeiheet zijn van de beweging. Eigenlijk had je wat meer moeten drinken onderweg. Je hoofd is nog knalrood en dan stap je een orgelconcert binnen. Luisteren, terwijl de wind van buiten nog in je oren suist, hoor de wind binnen. Dat is het concert van Toon Hagen in de Utrechtse Nicolaikerk.

Als ik mijn fiets op slot zet, begroet een vrouw mij vriendelijk. Ze vraagt of ik ook voor het concert kom. Ik knik. ‘Mooi hè?’ Ze geniet al met haar hele gezicht. Ik durf niet altijd zo vooringenomen een concert te beginnen, maar haar enthousiasme is aanstekelijk.

Eerst even acclimatiseren. Ik heb behoorlijke last van spierkramp, te fanatiek begonnen en niet genoeg gedronken. Maar ik ben wel op tijd en daar was het mij allemaal om te doen. Nu moet ik even op de blaren zitten, besef ik.

Toon Hagen begint met Johann Gottfried Walter (1684 – 1748) op het Sweelinckorgel. Wat een prachtig instrument is dit. Heel fijngevoelig en lichtvoetig. Best een grote dispositie voor zo’n instrument en wat een geluid. Je raakt er helemaal van vervuld. Het verveelt eigenlijk nooit.

De variatiereeks “Jesu, meine Freude” van Walter leent zich erg goed voor dit instrument. Toon Hagen kiest mooie, eenvoudige registraties en houdt het heel dicht bij de bron. Daardoor weet hij de spanning mooi op te bouwen en laat veel aspecten van dit bijzondere orgel horen. Al krijg ik na het horen van dit muziekstuk vooral behoefte om nog meer te willen horen.

De aanpak die Toon Hagen juist op het Sweelinckorgel kiest, subtiele registraties, verschuift hij naar bredere en vollere registraties op het hoofdorgel van Marcussen. Het instrument leent zich daar erg goed voor, ontdek ik. Het geeft de bekende muziekstukken van Bach een nieuwe glans.

Lees morgen het vervolg van mijn verslag over het concert van Toon Hagen op de orgels in de Utrechtse Nicolaikerk: Doorschuiven.

Psalmen zingen in de Nicolaikerk

image

Gerben Mourik speelt op het Marcussen-orgel in de Utrechtse Nicolaikerk. Het is de productie van de laatste cd van het psalmenproject. Eigenlijk wilde ik ook wel in mei langsgaan toen Peter Sneep op het orgel in Putten speelde, maar ik was door omstandigheden verhinderd.

Dit keer staat het groot in mijn agenda. Ik wilde dit instrument horen als Gerben Mourik het bespeelt en ik was heel nieuwsgierig hoe dit orgel zou klinken met de samenzang. Zo sla ik 2 vliegen in 1 klap.

De ervaring? Overweldigend kan ik met 1 woord zeggen. Het instrument is heel helder en beslaat een breed klankspectrum. Want het is zeker niet alleen de hoge tonen, de fluiten klinken helder zoals fluiten horen te klinken. In combinatie met die typische Marcussen-elementen van spitsfluiten en conische stemmen. Net als de schitterende quintadeen. De prestanten zijn overtuigend, niet zo mollig als romantische prestanten, meer snijdend, maar heel aanwezig en karaktervol.

image

Gerben Mourik heeft hoorbaar plezier in dit instrument. De moderne opening met psalm 2 en later ook met psalm 22, zorgen voor een licht moeizame start. We zijn het niet gewend om zo begeleid te worden. Hij speelt niet alleen op het orgel, hij weet de gemeentezang ook prachtig te bespelen.

Daarnaast haalt hij alles uit het instrument. De treffende echo’s bij psalm 44. De onbekende psalm wordt hiermee tot het hoogtepunt van de middag. Of het stoere spel met quinten waardoor psalm 117 zo strak als een huis staat. Net als de mooie benadering van psalm 84.

image

Allemaal gezongen in de nieuwe berijming. Voor een nostalgiezoeker als ik een lichte teleurstelling. De psalmen van mijn jeugd zijn in de oude berijming, maar het zingt een stuk ritmischer in de psalmberijming van 1967. Teksten die soms verbazingwekkend actueel zijn, zoals in psalm 15 vers 3:

Slechts zij die U verwerpen, Heer,
die zijn verwerplijk in zijn ogen;
maar die U vrezen geeft hij eer,
hij breekt zijn eden nimmermeer,
hij woekert niet met zijn vermogen.

De poëtische tegenstellingen zoals in de oorspronkelijke psalmen staan, komen soms heel mooi terug. En Gerben Mourik weet de tekst soms heel treffend om te zetten in zijn muziek. Zo klinken de cymbels bij het ‘vrolijk feestgedruis’ van psalm 55 en zet hij ‘het duister dicht en zwart’ heel mooi om in de diepe klanken van het Nicolaiorgel.

image

Een heerlijke middag van zingen, waarbij mijn verwachte uur uitdijt tot 2,5 uur. Het staan en de wandeling van en naar de kerk zorgen ervoor dat ik ’s avonds moe op de bank plof. De keel schor, maar dat ligt meer aan mijn verkoudheid. Ik heb genoten al merk ik dat 2,5 uur psalmen zingen wel weer heel veel van het goede is.

Er schuilt zeker nog die gereformeerde bonder in mij, die psalmzingend door het leven gaat. Genoten heb ik van de improvisaties. Soms zo sterk dat ik mij helemaal liet meevoeren door de improvisaties. Hierdoor vergeet ik soms het zingen. Wat had ik graag vroeger zo gezongen als ik hier nu zing. Want de psalmen zijn op hun mooist in zo’n kerk en met zo’n orgel!

image

Ik weet zeker dat ik de cd veel ga beluisteren, want het zingen werkte heel inspirerend onder de bezielde begeleiding van Gerben Mourik.

De gezongen psalmen: 2, 15, 22, 32, 44, 55, 66, 70, 84, 93, 110, 117, 135, 143 en 150. Allemaal in Nieuwe berijming gezongen.

Marcussen in de Nicolaikerk

image

Ergens in mijn schuilt dat christelijke jongetje dat psalmen zingend door het leven gaat. Ik ben gek op psalmen, betrap mij er vaak op dat ik een psalm zing of neurie. De combinatie van psalmen zingen en het orgel in de Nicolaikerk lokken mij naar Utrecht. Wat een prachtige herfstdag is het toch. De zon schijnt zo laag dat alles in goud verandert.

Ik ben nog nooit in de Nicolaikerk geweest, al had ik het ergens rond 1995 serieus in de planning om naar een Bach-concert van Leo van Doeselaar te gaan. Later zag ik een weergave van het concert op televisie bij de NCRV.

image

Het Nicolaiorgel ken ik natuurlijk van cd’s en ook van radioprogramma’s, maar het instrument echt zien en horen is een belevenis op zich. Bij binnenkomst, het zonlicht gaf natuurlijk al zijn eigen schwung. Zeker ook omdat de zon zo mooi naar binnen scheen door het venster.

Dit raam in de westwand is de eigenlijke reden van de komst van dit orgel. Bij de restauratie in 1943 werd dit venster gereconstrueerd door Monumentenzorg, maar wel met de voorwaarde dat het zichtbaar moest zijn vanuit de kerk. Het Witte-orgel moest daardoor weg. Het is naar Maasland verhuisd.

image

De organist Lambert Erné had wel plannen voor een nieuw orgel. Hij stelde voor dat de Deense firma Marcussen hier een instrument zou bouwen. Het is het orgel geworden dat hier in 1957 is gekomen.

Ik sprak eens een man die bij het inwijdingsconcert op 23 januari 1957 aanwezig was. De pianodocent op het Haagse conservatorium was diep onder de indruk geweest van dit instrument. De enorme helderheid, directheid en vele vulstemmen maakten hem helemaal vrolijk. Ik sprak de man bijna 40 jaar later, maar hij had het er nog met veel ontroering over. Hij vertelde dit orgel de liefde voor het orgel aanwakkerde. Zodoende kwam ik hem tegen op een orgeltocht door Friesland van Lindeberg.

image

Nu sta ik zelf in deze ruimte en zie het orgel. De kleuren van het eikenhout in combinatie met de koperen frontpijpen. Wat een combinaties. De vergulde pijpenmonden, de horizontaal uit de kast stekende trompet, de grote pedaaltorens en het kleine rugpositief met de flanken die doen denken aan orgelluiken. Een front dat op deze zonnige middag helemaal tot bloei komt. Wat een schoonheid.

Morgen over het speciale project: de cd-opname van psalmen zingen in de Nicolaikerk.

Stadswandeling door Utrecht

image

Een stad op een zaterdag in oktober. Ik loop het station uit. De hal van Utrecht Centraal begint zijn vorm te krijgen. Ik heb het nog niet direct in de gaten omdat ik de rode bogen van de oude, vertrouwde hal zie. Maar van daaruit loop ik de nieuwe hal binnen.

Wat een ruimte, wat een hoogte en wat een licht. Het krijgt net zoiets groots als de stationshal van Rotterdam, maar dan nog net iets extremer. De grootheidswaan van de spoorwegen verbeeldt in de stationshal. Bijna 2 eeuwen spoorwegen lijken van dit uitgangspunt niet af te wijken.

image

De stad is druk. De wegen zijn afgezet vanwege alle verbouwingen. Het lijkt wel of het station Utrecht Centraal altijd verbouwd wordt, misschien al wel sinds de sloop van het vorige station en na de verdwijning van een hele wijk in Utrecht om plaats te maken voor de winkels van Hoog Catrijne.

Ik ontwijk het winkelparadijs vernoemd naar de heilige. Ik loop langs het oude kantoor van mijn vader, waar we hem soms ophaalden. Steek de befaamde gracht over, die nu het midden houdt tussen een gracht en een weg en duik de Mariaplaats op, het plekje waar in de 19e eeuw een kerk moest wijken.

image

Nu klinken er toonladders op een piano. Het conservatorium huist in het gele gebouw en het gebouw dat ernaast staat. In grote letters staat het boven de ingang. Een man zit beneden bij de oude omgang en eet een broodje. Een kat loopt rond tussen de eeuwenoude stenen. Het heeft iets van een kloostertuin waarvan meer dan de helft is verdwenen. De Romaanse bogen en de kleine pilaren geven het wel iets moois.

Ik loop de straat in naar de Domtoren, wil nog even snel een bezoekje brengen aan de boekwinkel vlakbij de toren. Een bruidspaar loopt mij tegemoet. Hij in een helderblauw pak, zij in een witte jurk die meer van een mantelpakje wegheeft. Een fotograaf drentelt om ze heen en probeert een mooi plekje te vinden. Misschien wel het Romaanse binnenplaatsje.

image

De Oude gracht over, mensen maken foto’s, een fietser door mijn beeld en de klank van het carillon omdat het een heel uur is. Ik vlucht de boekwinkel in met de ramsj en kijk of er wat van mijn gading is. Een stapel boeken vormt zich in mijn handen. Wat een mooie boeken zijn het. Over de gotiek, Cuyers en een biografie van Willem Kloos. Ik kan het niet laten liggen.

Tot overmaat koop ik een cadeautje voor Doris. Een mooi boek dat haar nog wijzer kan maken dan ze al is. Een prachtig cadeau voor een andere keer. Het kost 9 euro en daarom geeft de boekwinkeleigenaar mij geen kinderboekenweekgeschenk. Dat geldt pas bij een bedrag van 10 euro.

image

Kinderachtig, bedenk ik mij als ik buiten sta, maar de drukte weerhield mij om er een punt van te maken. Jammer, want ik heb de man toch voor 45 euro extra omzet gegeven. Het is heel druk in de zaak. Ik vermoed dat hij op deze zaterdag de omzet van de rest van de week draait.

Ik duik nog even de Domkerk in. De domorganist oefent op Ernst Pepping (1901-1981), Johann Nepomuk David (1895-1977) en Hugo Distler (1908-1942), de perfecte muziek voor het Nicolaiorgel waar ik straks naar ga luisteren. In een hoekje prop ik de boeken die ik gekocht heb in mijn rugzak. De klank van het orgel is mooi, maar toch is het te mollig voor deze muziek, lijkt het.

image

Het mooie licht van de herfstmiddag weer in, loop ik door de straat die evenwijdig loopt met de Oude Gracht, langs de Utrechtse hortus met de oudste Ginkgo van Europa, zegt het schreeuwerige bord buiten en langs de armenhuisjes de hoek om. Daar staat hij: de Nicolaikerk of Klaaskerk.

De innemende torens, de vlak aflopende spits aan de ene toren en de lantaarn op de andere. Ik had het gebouw zo vaak gezien vanuit de trein als we Utrecht binnenreden. De zachte kleur van de steensoort, in kleur tussen geel en grijs in, en het venster in de westgevel. Een feest der herkenning en toch helemaal nieuw, omdat ik er nog binnen ben geweest.

image

Lees morgen over het Marcussen-orgel in de Nicolaikerk te Utrecht