Tagarchief: nederlandse literatuur

Verzendhuis De Wit – Tiny House

De veilingen op catawiki gaan een week later vergezeld met een de status van een heus verzendhuis. De pakketten moeten op de post. Soms naar Canada of wat minder ver: naar België of gewoon in Nederland.

Dordrecht en Hellendoorn, deze week. Zo verdwijnen de vele delen van mijn literatuurgeschiedenissen in een grote doos. Ik leef nog altijd in de veronderstelling dat dit niet het maximumgewicht van 30 kilo overschrijdt.

De lading past echter onmogelijk in een bananendoos. Alleen een grote verhuisdoos kan het qua volume aan. Maar het gewicht is niet te tillen over de versgeschilderde trap.

Dat valt tegen. Ik krijg de doos nauwelijks naar beneden. Treetje voor treetje sjouw ik hem omlaag. Beneden toch maar op de personenweegschaal tillen. Wat zegt hij tot mijn grote schrik: 34 kilo!

Dat gaat niet lukken. Nadenken hoe we dat nu gaan aanpakken. Gelukkig lukt het om de verzending in 2-en te splitsen en via DHL te versturen. Een heel werk om alles in 2 passende dozen met het goede formaat te krijgen.

Dan verdwijnt alles achter een dikke laag plakband. Zo zit alles goed verzekerd in de dozen. Ik moet er niet aan denken dat er iets met de lading gebeurt.

En zo eindig als een volleerd verzendhuis. Alles verdwijnt op de post. Op naar de volgende veiling. Volgende week gaan er weer 2 kavels van mij in de veiling.

In het spoor van Don Quichotte

Ben ik zo’n liefhebber van Paul Theroux, wereldreiziger, hebben we in Nederland onze eigen globetrotter. Het is de Floortje Dessing van de literatuur: Cees Nooteboom. Een reisschrijver van formaat, dat bewijst zijn laatste boek wel. In het spoor van Don Quichotte is een prachtige bloemlezing met mooie reisverhalen.

Het titelverhaal vertelt over de zoektocht naar de sporen van Don Quichotte. Cees Nooteboom vindt meer sporen van het boek dan van de schrijver Cervantes. De molens zijn echt reuzen geweest in de verbeelding van de schrijver, stelt hij. Het geeft een mooie kijk op literatuur.

Cees Nooteboom reist schrijvers en hun verhalen achterna. Hij heeft de drang om alles vast te leggen! Het notitieboekje is daarbij een onmisbaar instrument. Hij verzucht in het essay ‘Gantheaume Point. Notities als labyrinth’ hoe hij voor de ontmanteling de bibliotheek van Borges bezoekt.

Alle boektitels die hij ziet, probeert hij nog vast te leggen in zijn notitieboekje:

[P]agina na pagina vulde ik met de merkwaardigste, stoffigste, nu onachterhaalbaar geworden titels, ik had het gevoel dat ik tegen de tijd schreef; een dag later zouden al die kasten leeg zijn en ik besefte dat ik dan wel de laatste geweest zou zijn die de bibliotheek van Borges gezien had. (56/57)

Nooteboom is zo druk met noteren dat hij vergeet te kijken! De schok is dan ook groot als hij het notitieboekje verliest. Het exterieure geheugen verdwijnt ergens in een overvolle stadsbus van Buenos Aires.

Je proeft als lezer hoe hij nog altijd van deze verdwijning, meer dan 30 jaar geleden, last heeft. Het verdriet om de teloorgang van iets dat hij probeerde vast te leggen wat op haar beurt ook verdwenen is. Zou iemand die dit boekje vindt, begrijpen wat erin staat? Cees Nooteboom beseft maar al te goed dat de krabbels nauwelijks te ontcijferen zijn en helemaal niet te begrijpen.

Cees Nooteboom: In de sporen van Don Quichotte. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 4832 7. Prijs: € 15,00. 128 pagina’s.Bestel

Energie en verlies aan idealen

image

Het lezen van Gimmick! laat een roman zien die overstroomt van de energie. Het is een energiek werk dat snel leest en een feest is om te lezen. Tussen alle regels door geeft de verteller boeiende opvattingen. De opvattingen over kunst bijvoorbeeld.

Als Walter Raam in de Gimmick! in gesprek is met de kunstenaar Eckhardt:

‘Er is geen subcultuur meer,’ begint ‘ie, ‘alles is al officiële kunst als de verf nog niet gedroogd is, als de acteurs nog repeteren en het doek nog niet is opgegaan, als de roman alleen nog maar op floppy staat.’ En: ‘Er zijn geen goeie of slechte kunstenaars meer, Walter, er zijn kunstenaars mét geld en er zijn kunstenaars zónder geld en de kunstenaars zonder geld zijn eigenlijk helemaal geen kunstenaars. Nee, zo zit het! Ik vind het niet leuk, jij vindt het niet leuk, niemand vindt het leuk, niemand is tevreden en iedereen heeft alles al gezien.’ (47)

Er zijn geen idealen meer, het ideaal is geld. Dat is de strekking van het gesprek. Dat Walter Raam zijn kunstenaarschap laat afhangen van de liefde, doet je zelfs als lezer pijn. Je denkt, man, maak toch een schilderij en je kunt weer even vooruit.

Als Eckhardt hem later op Ibiza oproept om te gaan exposeren en kunst te gaan maken, draait het ook niet om de kunst, maar om het geld. Eckhardt gebruikt het ideaal dit keer om Walter Raam op te roepen weer kunst te gaan maken. Zo kan hij samen met Groen tot de top 3 van Nederlandse kunstenaars gaan behoren. Eckhardt slaat opeens een ander toontje aan, maar het draait nu ook om geld:

‘Het gaat om de strategie. Het gaat om jouw en, eerlijk is eerlijk, ook om míjn belang. We streven tenslotte hetzelfde na in de kunst, jij, Groen en ik, we hebben hetzelfde… ja, we hebben hetzelfde, en er is geen ander woord te bedenken – we hebben hetzelfde ideáal!’
Ik kan mij niet herinneren het ooit met Eckhardt over idealen te hebben gehad. Wel staat me nog bij dat hij ooit in de Gimmick heeft gezegd dat er geen idealen meer bestaan. (128/9)

Het ideaal dat er nog is, is geld en dat drijft ook Eckhardt om Raam op te roepen weer kunst te maken. Het zal hem ook beter maken en dat belang is voor hem belangrijker dan de kunst die Walter Raam maakt. Zijn kunst zal Eckhardts werk meer waard maken.

Dat verlies van idealen weet Joost Zwagerman treffend te pakken in zijn roman Gimmick! dat een mooi inkijkje geeft in de kunstenaarswereld aan het einde van de jaren 1980. Het draait niet om de kunst, maar om het geld dat het oplevert.

Dat de kunstenaars vervolgens vluchten in seks, drank en drugs zorgt ervoor dat de kunst failliet is. Het bestaat niet meer. Dat is vooral het beeld dat Joost Zwagerman weet op te roepen in zijn roman. Hij doet dit met evenveel energie waarmee bijvoorbeeld Remco Campert in de jaren 1950 Het leven is verrukkelluk. Dat maakt Gimmick! tot een feest der herkenning en een herbeleving van de roerige jaren 1980 waarbij alle idealen vervallen.

Joost Zwagerman: Gimmick!. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1991 [1989]. Grote ABC nr. 662. ISBN: 90 295 6156 4. 236 pagina’s. Bestel.

Ica en Connie Palmen

image

In de roman Ica vermengt Eva Posthuma de Boer feiten met fictie. Ze refereert in haar boek expliciet naar de schrijfster Connie Palmen, die ze Ica Maria Metz noemt. Ze past hiermee een procedé toe dat de schrijfster Connie Palmen veelvuldig toepast in haar boeken.

De roman Lucifer van Connie Palmen is een duidelijk werk waarin feit en fictie vermengt worden. Het leverde onder lezers veel verwarring op omdat het zo expliciet de val van de vrouw van componist Lucas Loos op een Grieks eiland van een 40 meter hoge afgrond. De verwijzing naar de componist Peter Schat die zijn vrouw zo verloor in 1981.

De roman leverde veel ophef op omdat Connie Palmen zo expliciet verwijst naar Peter Schat. Ze verdraait de werkelijkheid en zoekt naar een de toedracht bij het ongeval. Al kan ze het niet bewijzen, ze suggereert dat de val niet een ongeluk is geweest. De vermenging van fictie met de feiten, in het Engels aangeduid met faction, moet de kijk op de werkelijkheid duidelijker maken.

Iets soortgelijks doet Eva Posthuma de Boer in haar roman Ica. Overal suggereert de vertelster dat Connie Palmen model staat voor Ica. Ica rookt en drinkt, net zo gulzig als Connie Palmen. Als ze samen buiten staan te roken – Nadine Sprenger rookt voor de gelegenheid mee – dan zou wat Ica zegt, zo uit de mond van Connie Palmen kunnen komen:

‘Het zijn gevaarlijke tijden, geloof me. De kleinburgerlijkheid heeft zijn intrede nu werkelijke in alle lagen van de bevolking gedaan, zelfs in de kunstenaarskringen. Ongezond is taboe, we mogen niets meer behalve verantwoord eten, vroeg naar huis en ons ongans sporten. Zelfs het verlangen naar alles wat verboden is, moeten we verbannen, met onzin als acupunctuur, mindfulness en andere zelfhulpquasch. En het neemt steeds excessievere vormen aan, de doctrines maken de mensen onuitstaanbaar, dat wijzende vingertje van hen die zelf nooit anders hebben gedaan, als bekeerden trachten ze je aan te steken met hun gezondheidsleer: als je doodgaat is het je eigen schuld! Straks komen er nog straffen op te staan ook. Het is toch verdomme de dood in de pot voor het vrije denken, elke vorm van creativiteit wordt in de pan gehakt. En wat willen ze, dat we allemaal honderd worden, gerimpeld en kreupel eindigen, zonder ooit nog iets te hebben gedaan wat ons geluk bracht?’ (52/3)

Connie Palmen kan het gezegd hebben. Ik herinner mij de rel rond het roken op televisie bij het televisieprogramma Zomergasten nog. Haar persoon sijpelt op alle mogelijke manieren door in de roman van Eva Posthuma de Boer. Zo vermengen werkelijkheid en fictie zich, zoals ook in Connie Palmens boek Lucifer gebeurt.

Overigens is de vergelijking nog verder te trekken. Kijk alleen al naar de opbouw van Ica: als een Griekse tragedie. De vertelster legt het in de proloog uit. Connie Palmen hanteert deze opbouw in Lucifer ook. Net als dat de verantwoording aan het einde keurig de citaten vermeldt waarvan Eva Posthuma de Boer gebruik heeft gemaakt in haar boek.

Ze gaat zelfs nog een stapje verder. Ze weet het oeuvre van Connie Palmen te parafraseren. Zo doemt regelmatig de roman De vriendschap op die ik voor mijn middelbare school las en die bij het lezen van Ica weer in mijn gedachten opdoemt. Daarvoor hoef ik het boek van Connie Palmen zelfs 20 jaar later niet voor te herlezen.

Eva Posthuma de Boer: Ica. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2015. ISBN 978 90 414 2626 0. 280 pagina’s. Prijs: € 19.99.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over de roman Ica van Eva Posthuma de Boer. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Titel en omslag

image

Een tic die ik overgehouden heb aan de boekanalyse van de middelbare school is de speurtocht naar de titel. In de roman Ica van Eva Posthuma de Boer ontstaat de titel gedurende het verhaal. Al doet de verteller in de proloog van Ica vermoeden dat de naam allang voor het verhaal is ontstaan.

De hoofdpersoon en ik-verteller Nadine praat er aan de vooravond van haar vertrek naar het vakantiehuis in Frankrijk over met haar man Willem. Ze vertelt hem dat ze al een titel in haar hoofd heeft: De ongenaakbare.

Bestaat die titel niet al, vraagt Willem terug. Nee, die titel bestaat niet. En The untouchables dan? Nee, dat betekent niet ongenaakbaar, stelt Nadine:

‘Ongenaakbaar, in het Engels unapproachable, heeft een meer overdrachtelijke betekenis. Onbereikbaar. Ontoegankelijk. Maar ook fier, groots, hooghartig. Past Ica allemaal.’ (112)

Veel te serieus vindt Willem. Hij zou een boek met de titel Ongenaakbaar nooit kopen. Nee, ze moet het gewoon Ica noemen. Nadine vindt dat veel te makkelijk om de hoofdpersoon als titel te kiezen.

In de roman Ica is Ica helemaal niet de hoofdpersoon, maar de titel Ongenaakbaar is inderdaad vergezocht. Een middelbare scholier zou hier niet uitkomen bij het verklaren van de titel.

Als Nadine 2 weken met Ica in het Franse vakantiehuis zit, heeft ze Willem aan de telefoon. Hij vraagt haar of ze nu al een besluit genomen heeft over de titel:

   ‘Voorlopig heet het Ica.’
Willem lachte. ‘Wat heerlijk dat je toch altijd naar me luistert.’
‘Het is de werktitel, Willem. Niets is nog zeker.’ (158/9)

De werktitel is op het boek dat ik lees op het omslag terechtkomen. Samen met een vleugel. Het roept bij mij associaties op met de roman Lucifer van Connie Palmen. Het enige boek van deze schrijfster dat niet wordt aangehaald in Ica.

De vleugel van de gevallen engel. Een mooie referentie naar een boek dat ogenschijnlijk geen rol speelt in de roman van Eva Posthuma de Boer, maar tussen de regels door overal voelbaar is.

Eva Posthuma de Boer: Ica. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2015. ISBN 978 90 414 2626 0. 280 pagina’s. Prijs: € 19.99.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over de roman Ica van Eva Posthuma de Boer. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Kippenvel – #50books

image

Bij muziek heb ik het weleens dat ik het kippenvel over mijn rug krijg. Een bepaalde passage bij Julius Reubkes Orgelsonate bijvoorbeeld of ergens bij het tweede koraal van Cesar Franck. Net als het moment dat het thema van Ten Holts Canto Ostinato voor de tweede keer terugkomt.

Een enkel gedicht wil weleens een enkele rughaar overeind trekken. Maar bij een roman lukt het nooit. Boeken lenen zich niet voor zo’n ontluisterend moment. Het verhaal vraagt daarvoor teveel lange adem en raakt je op een andere manier. Ik heb het tot nog toe een keer meegemaakt dat bij het lezen van een roman het kippenvel op mijn rug kwam.

Ergens schaam ik mij ervoor omdat het gebeurde bij een schrijver van wie ik het nooit zou verwachten. Ik volgde de eenjarige Havo en liet mij helemaal vollopen met literatuur. Ik las Harry Mulisch’ roman Het stenen bruidsbed. Het verhaal van de Amerikaanse piloot Norman Corinth die in de Tweede Wereldoorlog meehelpt bij het bombarderen van de Duitse stad Dresden.

Het bombardement dat de geschiedenis is ingegaan als het zinloze bombardement. Maar dat de geallieerden zouden hebben gedaan om de laatste genadeslag te geven aan het moraal van de Duitse bevolking. De winter en de honger deden de rest.

In het boek gaat Norman Corinth naar een tandartsencongres in Dresden. Daar komt hij zijn Duitse collega Hella tegen. Zoals vaker gebeurt op congressen, gaat hij met haar naar bed. De veroveraar. De hoofdstukken die spelen ten tijde van het congres worden in Het stenen bruidbed afgewisseld met ‘zangen’. In deze zangen komt een terugblik op het bombardement van Dresden.

Deze zangen zijn bezien vanuit Norman Corinth al vliegend in de Amerikaanse bommenwerper. De tweede zang verhaalt over de terugkerende bommenwerpers die na de tweede bommenregen nog over de Elbe vliegen om de mensen te zien in de rivier.

Dan hoort Corinth het verhaal van een vrouw die het bombardement heeft meegemaakt. Ze was in de Elbe gesprongen was om de verzengde hitte van de brandende stad te doorstaan. Ze droeg haar kind in haar armen.

‘Ze maakte het kind nat en nam het over haar schouder en ging toen ook zo ver mogelijk in het water staan, en toen kwam het vliegtuig. Op misschien tien meter hoogte en het kwam met het gillen van de mensen. De kanonnen schoten, maar als u het mij vraagt, begreep ze het niet meer. Ze dacht dat iets in haar been beet en het kind ontglipte haar en ze voelde om zich heen door het water, maar ze kon het niet meer vinden…’ (87)

De piloot Norman Corinth ziet haar in het water en vergeet haar blik nooit meer. Bij het lezen van die passage, voelde ik het kippenvel op mijn rug. Wat verschrikkelijk. Misschien was het meer kippenvel van de gruwelijkheid dan van de schoonheid. Maar dat is ook literatuur. Ik ben het nooit meer vergeten.