Tagarchief: nederlands indie

Reconstructie van de werkelijkheid

De werkelijkheid blijkt in Alfred Birney’s roman De tolk van Java moeilijk te reconstrueren omdat de geschiedenis ook voor zijn moeder beladen is. Dat vader Arto zijn zoons sloeg en vernederde, lijkt haar meer te zijn ontgaan. De verteller wisselt ze af met de memoires van de kaalkop, zijn vader.

Hierin wordt dezelfde geschiedenis vertelt, maar vanuit een totaal ander perspectief. De verteller weet dit heel mooi weer te geven. Zo kronkelen en buitelen de verhalen over dezelfde gebeurtenissen treffend over elkaar heen.

Zoals over de eerste ontmoeting van het kamerolifantje met Arto. Volgens hem heeft haar vader, de schoenmaker, alle tijd. Ook is het ontvangst allerhartelijkst met een uitgebreide lunch. Zij beweert dat hij helemaal geen tijd had voor hem. Hij zou op een zondag zijn gekomen.

‘M’n moeder was niet thuis en m’n vader zei neem maar mee naar achteren, want er zijn klanten binnen.’
‘Op een zondag?’
‘Nou ja, dan was het op een zaterdag, dat weet ik ook niet zo precies. Het was in elk geval zo dat klanten niet mochten zien dat er een zwarte binnen was.’
‘Was Pa dan een zwarte?’
‘Alles wat niet blank was, dat waren zwarten, want wij waren achterlijk in die tijd. Intussen was mijn moeder thuisgekomen en ook zij wist zich geen houding te geven.’ (32)

In de herinneringen van vader is niets van die ongemakkelijke houding terug te vinden. Hiermee zet de verteller wel de toon van het verhaal. Hij slijpt de messen scherp voor de rest van de geschiedenis. Want hoe betrouwbaar zijn de getypte herinneringen van zijn vader eigenlijk?

Alfred Birney: De tolk van Java, Waarin de herinneringen van een kamerolifantje, de memoires van een oorlogstolk gehamerd op een schrijfmachine. onderbroken met verhalen, brieven en gemopper van de oudste zoon, becommentarieerd door zijn broer..

Alfred Birney: De tolk van Java. Breda: Uitgeverij De Geus, 2016. ISBN: 978 90 4453 6447. 386 pagina’s. Prijs: € 22,50.Bestel

Opgezwollen handen

Bij het opvoeren van de memoires van zijn vader, spreekt de zoon zijn vader soms aan. Als zijn vader schrijft over de martelingen van de Japanners. Zijn handen waren opgezwollen en hij verging van de pijn. Dan wordt het de zoon te veel. Hij herinnert zich hoe zijn vader hem mishandelt als hij 7 jaar oud is. Hij kan zijn veters nog niet strikken. Voor straf moet hij zijn vingers op het aanrecht leggen.

Het aanrecht was van graniet. Ik krulde mijn vingertoppen om de rand tegen de striemende slagen. Het graniet was koel en verzachtte de stekende pijn. Je gaf me een tweede kans. Ik slaagde er nog minder in een behoorlijke strik te leggen. (148)

Het verhaal van de vader wordt vervolgd. Hij vertelt over de opgezwollen handen waarmee hij probeert te lassen. Hij moet huilen van de pijn, maar klaagt niet. Ook hier onderbreekt de zoon hem.

En bij mij ook niet. Dit even ter herinnering. Overigens, bij mij geen tranen. Die gunde ik je niet. (149)

Een treffende dialoog van de zoon met de memoires van de vader. Hierbij spreken de verhalen tegen elkaar op papier. Het laat zien dat de roman De tolk van Java een prachtige dialoog in verhalen is, waarbij de zoon vecht tegen zijn vader. Maar hij kan dat gevecht niet winnen. Tegen de herinnering kun je niet vechten.

Alfred Birney: De tolk van Java. Breda: Uitgeverij De Geus, 2016. ISBN: 978 90 4453 6447. 386 pagina’s. Prijs: € 22,50.Bestel

Het plaatje en de titel

Het plaatje van de dolk op de cover van Alfred Birney’s roman doet wonderen. Ik lees namelijk de titel als De dolk van Java in plaats van De tolk van Java. De afbeelding van de dolk werkt sterker dan de tekst van de titel.

Als ik het in mijn omgeving vraag, leest vrijwel iedereen voor: De dolk van Java. Een prachtige vorm van misleiding vind ik dit. Pas veel later ontdek ik zelf dat er tolk staat in plaats van dolk. De naam verwijst naar de rol van de vader van de hoofdpersoon bij de politionele acties in Indonesië. Hij is de tolk tussen de bevolking en de Nederlanders.

De mariniersdolk maakt deel uit van de herinneringen van de oudste zoon. Het drukt op zijn jeugd. Het verleden probeert de vader van zich af te werpen door de mariniersdolk weg te gooien. Tenminste dat beweert de moeder van de hoofdpersoon Alan.

Was die dolk hem misschien gaan achtervolgen? Je hoorde soms verhalen over Indonesische mensen die werden geplaagd door een kletterende kris aan de muur. Of door een koperen hagedis, die bij volle maan de muur af kroop naar het midden van het kamertapijt. Zeker was dat álle Indische mensen werden achtervolgd door herinneringen aan de oorlog. (207)

In het vierde deel van de roman, ‘De tolk van Soerabaja’, komen de dolk en de tolk soms erg dicht bij elkaar. Hij vecht vol passie tegen de Indonesische opstandelingen. Zo gepassioneerd dat mensen in zijn omgeving hem aanspreken en vrezen dat hij deze moordzuchtige houding nooit meer kwijtraakt.

De geschiedenis trekt zeker een wissel over vader Arto. Hij zal zijn leven lang worstelen met het verleden. De gebeurtenissen in Indonesië zal hij eindeloos herschrijven. Zijn memoires lijken een zoektocht naar legitimiteit. Waarom hij gedaan heeft wat hij heeft gedaan. Hij probeert zijn lijf te zuiveren van de wantoestanden die zijn gebeurd.

Uit het stemmenrumoer in de roman kan de verteller niet ontsnappen. Hij verliest de regie. De personages buitelen met hun verhalen over elkaar heen. Het lijkt erop dat de verteller, zijn zoon Alan, juist zijn vader wil beschuldigen. De ultieme wraak op de vader die hem mishandelde. Tegelijkertijd zoekt de verteller nog altijd naar de liefde van zijn vader. Een gevecht die hij alleen maar eindigen door te stoppen met vechten.

Alfred Birney: De tolk van Java. Breda: Uitgeverij De Geus, 2016. ISBN: 978 90 4453 6447. 386 pagina’s. Prijs: € 22,50.Bestel

De tolk van Java

Een vuistdikke roman is De tolk van Java van Afred Birney. Het verhaal over de politionele acties in Indonesië. Kort na het uitspreken van de onafhankelijkheid op 17 augustus 1945, grijpt de Nederlandse regering in. Ze wil de kolonie behouden.

Indië verloren, rampspoed geboren. Onder deze kreet proberen de Nederlanders de bevolking weer in het gareel te krijgen. Het mislukt, de Amerikanen dreigen de noodhulp te stoppen als de Nederlanders zo blijven huishouden in haar voormalige kolonie.

De roman van Afred Birney behandelt dit moeilijke onderwerp vanuit verschillende gezichtspunten. Hiervoor heeft hij een prachtige opbouw gevonden. Hij construeert zijn boek in 5 laagjes, als een Indische spekkoek. De buitenste en middelste delen krijgen deze namen, afgewisseld door 2 delen waarin de vader van de hoofdpersoon zijn verhaal vertelt.

De verhalen van zijn zoon in de delen ‘spekkoek’ komen wat rauwer over dan de heldendaden van vader Arend (of ook Arto genoemd) in de voormalige kolonie. Zoon Alan probeert in het eerste deel ‘spekkoek’ een reconstructie te vormen hoe zijn ouders bij elkaar gekomen zijn en over zijn jeugd.

Hij doet dit onder meer door zijn moeder hiernaar te vragen. De herinneringen van haar laten een heel gekleurd beeld zien. Zijn vader zag haar als het kamerolifantje. In hoofdstukken die de naam: ‘De herinneringen van het kamerolifantje’ dragen, is zij aan het woord.

De vraag bij deze roman is of de verteller erin slaagt een reconstructie te maken. In het vijfde en laatste deel, ‘Spekkoek’ mailt Alan met zijn broer Philip. Ze zien de gebeurtenissen uit het verleden totaal verschillend. Alan probeert er de documenten van weleer bij te halen, maar hij slaagt er niet in.

Met de roman De tolk van Java weet Alfred Birney de lezer een ongemakkelijk gevoel te bezorgen. De zogenaamde heldendaden die vader Arto vertelt over de politionele acties probeert zoon Alan in het laatste scherper te krijgen. Wat is er precies gebeurd? En waarom vertelt zijn vader niet alles?

Alfred Birney: De tolk van Java. Breda: Uitgeverij De Geus, 2016. ISBN: 978 90 4453 6447. 386 pagina’s. Prijs: € 22,50.Bestel

Vrijmetselarij

image

De hoofdpersoon Hardy Hardy in de roman Honolulu King wordt lid van de vrijmetselarij. Zijn vader is in Nederlands Indië ook lid geworden van de loge in Malang. Daar is de enige plek in de oud kolonie waar kleur niet telt. Iedereen is gelijk.

Het lijkt of Hardy Hardy dit ideaalbeeld wil overnemen. Hij ziet dit als de ultieme bevrijding. In zijn bouwstuk verwijst hij hier ook naar. Voor het eerst wordt hij als gelijke gezien en behandeld, vindt hij.

Bij het inwijdingsritueel wordt Hardy Hardy geblinddoekt. De angst slaat hem aan het hart. Het blinddoeken roept bij hem zijn oorlogservaringen op. Wanneer het blinddoek afgaat, moet hij zich oriënteren waar hij is:

Het duurde even voordat Hardy begreep wat hij zag, maar hij zag het echt. In het schemerdonker van de tempel lag een lijk opgebaard, waarbij een groep broeders stond die hun vingers op het lichaam van Hardy hadden gericht. (72)

Het komt nu op u aan, zeggen de broeders tegen hem. Hij begrijpt niet goed wat hij moet doen en valt flauw. De rest van de ceremonie wordt provisorisch afgemaakt. Later refereren broeder Anton nog naar de gebeurtenis als hij in gesprek is met broeder Philip:

Ik kan mij niet herinneren dat een leerling-gezel ooit flauwviel tijdens de inwijding. Hij dacht zelfs dat er een lijk in de tempel lag. (201)

Het lidmaatschap van de vrijmetselaarsloge brengt Hardy Hardy uiteindelijk tot een biecht in zijn bouwstuk. Hiermee weten de leden van zijn loge niet zo goed raad. Wat Hardy Hardy vertelt zijn misdaden. Ingebed in het verhaal van de oorlog en al zijn ellende, is het zeker te begrijpen, maar het blijven misdaden.

De leden van het gezelschap worstelen dan ook met het lidmaatschap van Hardy Hardy. Je moet van onbesmet blazoen zijn, maar tegelijkertijd geldt de geheimhouding in de loge. Iets wordt in vertrouwen verteld en mag niet zomaar wereldkundig gemaakt worden.

Ze nemen er uiteindelijk een beslissing over en betrekken hierbij zelfs hun vrouwen. Een uiterst moeilijk dilemma: moet je iemand met zo’n verleden wel toelaten tot de loge? Ze komen eruit, maar of het een goede beslissing is die in lijn ligt met het gedachtengoed van de vrijmetselarij…

Anne-Gine Goemans: Honolulu King. Amsterdam: Ambo/Anthos. ISBN 978 90 414 2522 5. Prijs: € 19,99. 348 pagina’s. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Honolulu King van Anne-Gine Goemans. We lazen dit boek afgelopen maandag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Lezen

image

De moeder van de hoofdpersoon in Van Dis’ roman Ik kom terug is gek op lezen. Ze leest meer boeken dan de verteller kan lezen:

In mijn schooltijd, toen ik met lange tanden voor mijn lijst las, haalde zij makkelijk zestig bladzijden per uur. Ik sukkelde tegen de twintig. Liefst las ze een paar boeken tegelijk. (71)

Als een boek te spannend wordt, legt ze het even aan de kant om met een ander boek een beetje af te koelen. Ook leest ze steevast het laatst hoofdstuk van een roman. Je zou dan minder gejaagd lezen.

Boeken verslinden

Ze verslindt het ene boek na het andere, maar blijft ze er enigszins stoïcijns onder:

Terwijl ik De bekentenissen van Zeno alleen maar rokend had kunnen lezen of me om het hoofdstuk moest afrukken bij Ik Jan Cremer, legde zij een roman na lezing onbewogen op de stapel KW – Kan Weg. (72)

Lezen helpt zijn moeder door de moeilijke tijden. De kist met boeken helpt haar in de binnenlanden van Nederlands-Indië om door de eenzaamheid te komen. Het brengt ook de theosofie in haar leven.

Boeken achterhouden

Als ze later een kazerneleven leidt met haar officier, kan ze ook haar boeken uitlenen. De goeie boeken houdt ze achter:

[J]e denkt toch niet dat ik een roman als Rubber durfde uit te lenen? (190)

De boeken helpen haar door de barre tijden heen. In het Jappenkamp zijn ze niet Ik lees er in elk geval niet over in de roman. Wel staan boeken symbool voor het einde van de tijd in Indië als de moeder van de verteller even terug is in het huis waar ze woonde.

Alles verdwenen behalve boeken

Het huis blijkt al jaren in andere handen en alles is verdwenen. Behalve haar boeken. Ze staan niet meer in de kast, maar liggen in een theekist. Als ze een feuilleton van Dickens op schoot neemt en leest, staan er vier jongens in de deuropening.

De voorste liep op me af en rukte het boek uit mijn hand. Nederlandse boeken waren verboden. “Dickens is Engels”, zei ik. Was ook verboden. We spraken Maleis hè, vergeet dat niet. Die jongen smeet het boek op de grond en veegde zijn voeten eraan af. (236)

De haat is diepgeworteld. Het boek moet eraan geloven. Bladzijde na bladzijde scheurt hij uit het boek. De hele vloer ligt bezaaid met gescheurd papier:

‘En op dat moment wist ik het: Indië is voorbij. Voorgoed. Na hun vader verliezen de meisjes ook hun land. Waar horen ze straks nog thuis?’ (236)

De veilige haven van het boek is ineens niet meer zo veilig. Het boek staat symbool voor de overheerser en ze hebben verloren. Ze moeten weg en laten hun boeken verscheurd en vertrapt achter.

Adriaan van Dis: Ik kom terug. Roman. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2014. ISBN: 978 90 254 4346 7. Prijs: € 19,99. 288 pagina’s.

Lees ook mijn bespreking van Ik kom terug op Litnet