Tagarchief: muziek

Le Sacre du Printemps

Het beroemde muziekstuk Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky is in 1913 uitgevoerd in Parijs. In zijn roman De spion over Mata Hari refereert Paulo Coelho naar deze beroemde première. Het is de muziekgeschiedenis ingegaan vanwege het moderne karakter van de muziek én de bijbehorende choreografie.

Stravinksy hanteerde een modern klankidioom dat het publiek nog niet gewend was. Maar vooral de vernieuwende choreografie van de danser Vaslav Nijinsky veroorzaakte tumult tijdens de uitvoering. Publiek dat al vanaf de eerste minuut met elkaar op de vuist ging.

De rite van het voorjaar die hier werd opgevoerd, verwijst naar heidense toestanden. De dans is een regelrechte paringsdans, waarvan de erotiek afspat. Je kunt het overigens bij enkele muzikale passages uit dit overdonderende en ritmische werk van Stravinsky ook denken.

Mata Hari had graag bij dit ballet opgetreden als danseres, suggereert de verteller in Paulo Coelho’s roman. Ze vertelt hierin over Astruc, de zoon van een Belgische rabbijn die een theater in Parijs liet bouwen, het Théâtre des Champs-Élysées. Vlak na de opening van dit theater is hier het beroemde dansstuk van Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky hier uitgevoerd. Ze begrijpt deze actie niet, maar hierin klinkt nijd door omdat de choreograaf volgens de verteller een imitatie van haar dans liet zien.

Ik denk liever aan Astruc als iemand die in staat was zijn hele kapitaal op het spel te zetten door een theater te bouwen en dat te openen met Le sacre du printemps, een stuk van een onbekende Russische componitst, wiens naam ik me niet kan herinneren, met in de hoofdrol die idioot van een Nijinski die gewoon een imitatie liet zien van mijn masturbatiescène uit mijn eerste Parijse optreden. (75)

Het is overigens zeer goed voor te stellen dat Astruc dat eerste Parijse optreden van Mata Hari in 1905 heeft bezocht. Daar danste ze voor een elitair Parijs’ publiek in het Musée Guimet.

Het is van de verteller Mata Hari ook boosheid omdat ze op initiatief van dezelfde Astruc bijna met de beroemde danser en choreograaf Nijinski in Milaan zou hebben opgetreden. Ze zou te moeilijk, impulsief en onuitstaanbaar zijn geweest.

Heerlijk zoals de schrijver Paulo Coelho hier 2 legendarische momenten bij elkaar brengt. De tanende danseres Mata Hari en de bijzondere premiere van het muziekstuk Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky.

Bekijk de uitvoering van Le Sacre du Printemps door Leonard Bernstein

Paulo Coelho: De spion. Oospronkelijke titel: A Espiã. Vertaald door Piet Janssen. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 1134 6. 176 pagina’s. Prijs: € 12,50. Bestel

‘Just like the old man in that book by Nabobov’

We rijden in de auto naar Veenendaal. Onderweg klinkt de Top 2000. Als we tussen Amersfoort en Barneveld rijden over de spitsstrook, hoor ik een liedje dat een herinnering bij mij oproept.

Het was in de tijd van ons leesclubje Scala Caeli in Leiden. Vooraf staken we elkaar de loef af met een lekkere warme maaltijd. Dit keer waren we bij een medestudent die niet zo goed was in koken. Ze had pizza’s in de pan opgewarmd. De bodem brandde aan. We aten ze met een Coup-a-Soup. Met een glaasje wijn was het best goed te doen.

We lazen boeken uit de wereldliteratuur. Zo kwam Dostojevski voorbij en ook Jack Kerouac. Niet altijd boeken die ik in die tijd mooi vond. Net als dat op een dag Nabokov’s roman Lolita aan de beurt was.

De medestudente moest denken aan een liedje waarin de zanger het volgende zingt:

He starts to shake and cough
Just like the old man in
That book by Nabokov

We luisterden het gedwee tot de zin kwam en gingen daarna verder met de analyse. De helft van de leden van het leesclubje had overigens het boek niet gelezen.

Ik vertel het verhaal terwijl we verder rijden. Als ik uitverteld ben, luisteren we naar de tekst. En precies op dat moment klinkt precies die zin. Ik blijk dus gewoon dit nummer te herkennen.

Het is Don’t Stand So Close to Me van The Police. De tekst is door de zanger Sting geschreven. Het gaat over een leraar die verliefd wordt op een minderjarige leerlinge. Hij verzucht dat ze niet zo dicht tegen hem aan moet staan. Een tekst die mogelijk ook autobiografisch is. Sting is leraar geweest.

Blijk zelfs als het om populaire muziek gaat over een muzikaal geheugen te beschikken. Het nummer staat op plek
1623 van de Top 2000. De gebeurtenis is al een paar dagen geleden.

Koraalfantasie op het Lutherlied

Het absolute hoogtepunt van de dubbelcd ligt bij de titelsong, de koraalfantasie op het Lutherlied ‘Ein feste Burg ist unser Gott’ van Michael Praetorius. Het strijdlied van de Reformatie, steevast gezongen op Hervormingsdag. De muziektheoreticus Praetorius is vooral bekend van zijn koorwerken, maar Bart Jacobs laat hier een koraalfantasie horen dat zijn weerga niet kent. Wat een prachtig werk. Het staat daarmee onbetwist aan het begin van de rijke traditie van Noord-Duitse koraalfantasieën als van Scheidemann, Scheidt en niet te vergeten Matthias Weckmann.

Namen om wie je niet heen komt, die allemaal terecht zijn opgenomen op de dubbelcd: Samuel Scheidt (1587 – 1654) en Heinrich Schütz (1585 – 1672). De 2e cd is samengesteld rond de Lutherse mis. Het bevat alle elementen waaruit in de Lutherse traditie de liturgie is samengesteld. Het opent met het Deutsches Magnificat van Heinrich Schütz, gevolgd door de Deutsche Messe van Christoph Bernard (1628 – 1692).

Deutsche Passion

Verrassend element is de Deutsche Passion van Joachim Burck (1546 – 1610) waarin duidelijk de kerkmuzikale praktijk van de gezongen passie tot uiting komt. Het legt een mooie link naar de latere passies zoals Bach deze componeerde. Hier bevat het alleen nog de tekst uit het evangelie gezongen, zonder koralen en aria’s.

Ook op de 2e cd pronkt een koraalfantasie. Dit keer van een andere Praetorius, Hieronymus. Geen familie overigens van die andere, Michael. De koraalfantasie over Christ unser Herr zum Jordan kam. Evenaart niet helemaal de koraalfantasie van de 1e cd, maar komt wel akelig dichtbij. Heerlijk om naar te luisteren.

Schütz

Wat samensteller en artistieke leider Jérôme Lejeune vooral demonstreert met deze cd’s is dat de vocale muziek heel mooi klinkt samen met het orgel. De muziek van Schütz wordt vaak met ensembles gespeeld, wat in de kerkmuzikale praktijk heel vaak zo gedaan werd. Alleen zou het goed kunnen in de wat minder toebedeelde plaatsen vaak alleen met orgel gespeeld werd.

Bart Jacobs speelt de solowerken en begeleidt soms bij de vocale werken. Het deel van de grote koorwerken wordt begeleid door Haru Kitamika op een orgelpositief. De begeleiding van de koorwerken doet Bart Jacobs op het Thomas-orgel in Gedinne (Ardennen, tegen Franse grens). Dit instrument is geïnspireerd op kleinere orgels van dé Duitse orgelbouwer uit de barok Silbermann.

Op het grotere Thomas-orgel in het Franse Ciboure speelt Jacobs de solowerken. Een imposant instrument dat meer op de Nederlandse traditie is geënt. Verraden de registerbenamingen en de klank. Alleen misschien is het pedaal wat meer Duits georiënteerd. Het 5 jaar oude instrument klinkt vooral door de oude stemming innemend. Al

Achtergrondinformatie

Overigens mis ik dat wel in het zeer uitgebreide boekje waarin de cd’s zitten, de achtergrondinformatie bij de orgels en de keuze van deze instrumenten. Er had natuurlijk ook op historische Duitse orgels gespeeld kunnen worden zoals in Tangermünde of Katharinenkirche te Hamburg. Of minder vanzelfsprekende veel kleinere instrumenten.

Neemt niet weg dat met name het instrument in Ciboure, in de Franse Pyreneën, erg overtuigend klinkt. Al is de ruimte waarin het instrument staat tamelijk droog. Het is fraai geïntoneerd, meer Noord-Duits dan Nederlands vind ik, en ook met rijke afwisseling in registraties geeft Bart Jacobs een mooi beeld van dit orgel.

Soli Deo Gloria

Soli Deo Gloria, Alleen God de eer, is wel de lijfspreuk van Maarten Luther, maar in onze tijd draait het toch ook om de personen. Wat meer informatie over de uitvoerders van deze cd, zou wel een rijkdom geweest zijn. Dat geldt niet alleen voor Bart Jacobs en Lionel Meunier, maar ook voor de zangers van Vox Luminis. Een koor van wereldformaat.

Ein feste Burg ist unser Gott, Luther and the Music of the Reformation. Vox Luminis, o.l.v. Lionel Meunier. Bart Jacobs, Thomas-orgel in Ciboure. Label: Ricercar, RIC 376 (2cd). Speelduur: 2:35:00. Met boek 104 pagina’s. Prijs: € 33,00. Bestellen

Luthers muziek

Wat Maarten Luther naast zijn bijbelvertaling gebracht heeft, is vooral zijn muziek. Een enorme hoeveelheid liederen heeft de Duitse reformator gebracht. Zijn liederen zijn vaak geënt op de bestaande muzikale traditie. Het oeuvre vormt in elk geval een grote inspiratie voor heel veel componisten en muzikanten en krijgt onbetwist zijn hoogtepunt in de muziek van Johann Sebastian Bach.

De Brusselse organist Bart Jacobs werkt mee aan een dubbel-cd waarin de muziek van Maarten Luther een rol speelt. Het is van een andere orde dan bijvoorbeeld de orgelcd die Christiaan Ingelse ruim 20 jaar geleden in de St. Jan van Gouda speelde. Op deze dubbel-cd benaderen de makers de muziek vanuit de vocale ontstaanstijd.

Rijke Lutherse muzikale traditie

De cd biedt een buitengewoon interessante inkijk in de rijke Lutherse muzikale traditie. Zoals Pettegree opmerkt in zijn boek, maakt de reformatie in de begintijd een vrij heftige splitsing door. Het is de groep in Geneve die het niet eens wordt met Luther en zijn eigen weg gaat. Vanuit deze groep is in Nederland vooral de reformatie ingezet.

De muzikale traditie in de Nederlandse protestantse kerken gaat daarom uit van het Geneefse psalter en leunt minder op de rijke schat aan liederen die de Duitse beweging vanuit Luther kent. De dubbel-cd geeft een luisterrijke inkijk in deze prachtige traditie.

Meerstemmigheid

De meerstemmigheid staat hierin centraal. Daarbij proberen de samenstellers de muziek vooral te benaderen vanuit de kerkmuzikale praktijk waarin ze vooral in de eerste periode van de reformatie al tijdens Luthers leven zijn ingezet.

De cd’s laten veel vocale werken horen, bijna allemaal met orgelbegeleiding. Afgewisseld met enkele orgelbewerkingen van de betreffende liederen. Voor de dubbel-cd zijn 2 benaderingen gekozen. De eerste cd is vanuit het kerkelijk jaar samengesteld en loopt met de liederen het jaar door. Eindigend met de titelsong van de cd’s het strijdlied van de reformatie: ‘Ein feste Burg ist unser Gott’.

Lees morgen het 2e deel van deze cd-bespreking: Lutherkoraal

Ein feste Burg ist unser Gott, Luther and the Music of the Reformation. Vox Luminis, o.l.v. Lionel Meunier. Bart Jacobs, Thomas-orgel in Ciboure. Label: Ricercar, RIC 376 (2cd). Speelduur: 2:35:00. Met boek 104 pagina’s. Prijs: € 33,00. Bestellen

Rachmaninov en Skrjabin in Concertgebouw

We zitten vooraan, aan de kant van de cellisten. De piano staat dicht bij het publiek, met een beetje schuin voorover leunen kan ik hem net ontwaren. Ik heb meer zicht op de onderkant van de vleugel en de benen van de pianist. De dirigent is nauwelijks te ontwaren. Best een krappe bedoeling. De dirigent staat met zijn kont tegen de piano aan.

Dan barst het concert los. Wat een prachtig muziekstuk is het Derde pianoconcert. Er zitten een paar adembenemende solo’s in, waar ik echt van onder de indruk ben. De klep van de vleugel die openstaat, trilt flink onder het pianogeweld van de solo’s. Hier staat pianist echt duidelijk zijn mannetjes. Wat een orkaan aan tonen en akkoorden. Het orkest haakt hier weer mooi op in.

Daarmee is het pianoconcert wat het hoort te zijn een dialoog tussen piano en orkest. Soms trekken ze gelijk op, andere keren strijken ze elkaar tegen de haren in. Het verlevendigt dit muziekstuk ongelooflijk. Er zit geen saai moment in. Ook al zitten we hier heel dicht op het orkest en krijgen daarmee vooral de strijkers goed te horen. Het lijkt wel of je midden in het orkest zit. De koperblazers, fluiten en harpen vallen een beetje weg.

Na de pauze, is het tijd voor die andere Rus: Skrjabin. Hij heeft een heel ander muziekstuk geschreven waarin het Concertgebouworkest even helemaal kan exeleren. De Derde symfonie, op. 43 ‘Le poème divin’, is overduidelijk een symfonisch gedicht. Al heeft Skrjabin een ‘echt’ symfonisch gedicht geschreven, deze symfonie bezit veel kenmerken van een dergelijk werk. Daar zijn veel andere componisten hem in voorgegaan, waaronder Liszt en Sibelius.

Skrjabin neemt je mee op deze muzikale reis, helemaal verzonken in de kracht van het symfonisch orkest. Die geweldige contrabassen die je hele lijf in beroering brengt. Prachtig om naar te luisteren. Indringend en meeslepend tegelijk. Ik ben er diep van onder de indruk. De muziek vervoert je en neemt je soms mee zoals in een waterstroom. Dan is het de kunst om je gedwee mee te laten voeren. Een heerlijke ervaring is dat. De beleving is zoveel anders dan wanneer je naar een orgelconcert gaat. Ook kleinere orkesten, zelfs met een groot koor, laten een andere indruk bij je achter.

Zeker de moeite waard om eens naar een groot symfonie-orkest te luisteren. Zeker met die mate van kwaliteit als het Concertgebouworkest. De dirigent Valery Gergiev weet het orkest ook perfect te regisseren. De subtiele aanwijzingen die hij geeft met het minieme dirigentenstokje dat hij vasthoudt, is buitengewoon.

Ik ben ervan onder de indruk. Daarmee bewijst Valery Gergiev dat hij een dirigent van formaat is. Hij heeft het Concertgebouworkest goed in bedwang. De tempi die hij kiest liggen zeker niet te hoog. Iets dat mij wel kan bekoren. Ik hou er wel van als een muziekstuk gedragen wordt uitgevoerd. Het geeft daarmee soms een andere beleving, maar voor mij is het erg waardevol. Zeker als het muziek is die ik niet eerder hoorde. Skrjabin is daarbij de moeite van het beluisteren waard.

Zo verliet ik een ervaring rijker het Concertgebouw. Deze bijzonder mooie concertzaal behoort absoluut tot 1 van de mooiste van de wereld. Compleet met het beleven van het enorme orkest. De ruimte is prachtig en maakt daarmee de ervaring compleet. De moeite waard en eigenlijk zou iedere Nederlander dit een keer moeten ervaren.

Ik kan het in elk geval weten, want een bezoek aan het Concertgebouw hoort zeker bij je opvoeding, net als een bezoek aan het nabijgelegen Rijksmuseum. Al is het niet een probleem als het niet gebeurt bij je opvoeding, de meeste mensen hebben tijd genoeg om het in te halen. Zoals ik dat in beide gevallen heb gedaan.

Concert in concertgebouw

Laat ik eerst beginnen met een bekentenis: tot woensdag was ik nog nooit in het Concertgebouw geweest. Ook had ik nog nooit het Koninklijk Concertgebouworkest live gehoord.

Tot woensdag. Mijn collega vroeg of ik meewilde naar het concert van Valery Gergiev. Deze beroemde dirigent zou samen met het Concertgebouworkest en Behzod Abduraimov aan de piano het Derde pianoconcert in d van Rachmaninov uitvoeren. Na de pauze zou het Concertgebouworkest de Derde symfonie van Skrjabin spelen.

Niet direct muziek waar ik heel vaak naar luister, al ken ik de pianoconcerten van Rachmaninov, gecomponeerd vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Een indrukwekkend werk is het Derde pianoconcert. Er zitten een paar erg mooie delen in, virtuoos en soms ook schurend tegen de tonaliteit aan.

Het werk van Skrjabin ken ik verder niet. Het is een tijdgenoot van Rachmaninov, jonger overleden en ook een andere muzikale wereld vertegenwoordigend. Zijn Derde symfonie, op. 43 ‘Le poème divin’ is geschreven tussen 1902 en 1904. Het is veel meer een muzikaal gedicht waarin de verschillende delen mooi in elkaar vervloeien.

Als we aankomen bij het Concertgebouw is het al donker. Het gebouw staat mooi verlicht aan het Museumplein. Ik zie dat de deur openstaat en kijk naar binnen. De vleugel wordt opgepoetst. De eerste mensen lopen de zaal binnen. Wij drinken eerst nog een kopje koffie voor we ons plekje opzoeken.

Wat mij onmiddellijk opvalt is de hoge plek waarop het orkest speelt. Ik had in gedachten dat ze veel lager zouden spelen, maar het is bijna 2 meter hoger dan waar wij zitten. We zitten ook mooi vooraan. Het geluid van de orkestleden die al klaarzitten en nog de laatste passages repeteren, is al prachtig. Net als het geroezemoes van al die mensen die gaan zitten. Hier zit het ‘crème de la crème’ van Nederland. Sommigen zijn hier ook alleen maar om gezien te worden, niet om te luisteren.

Lees verder: Rachmaninov en Skrjabin in Concertgebouw

Adembenemend – Licht en donker IV in Domkerk

Jan Welmers volgt in Licht en donker IV prachtig de tekst van Dag Hammarskjöld. De solo’s met sopraan, mezzo-sopraan en tenor zijn een mooie afwisseling met de delen die het koor zingt. Ook hier soms moeilijke passages waarbij de tekst soms erg wringt met het tempo van de grillige melodielijn.

Adembenemend zijn de langer uitgesponnen melodielijnen. Het is de bijzonder zorgvuldig opgebouwde spanning die zo kenmerkend is in het werk van Jan Welmers. Bij een uitvoering in de gotische Domkerk waar de najaarszon zo speelt met de hoge vensters. Het spel van licht en donker is niet alleen te horen, maar ook te zien.

Het zijn natuurlijk ook de contrasten die hier naar voren komen en die het licht en donker zo mooi laten klinken. Zoals de lange toon die meer en meer aanzwelt gedurende het 5e deel. Hier staat de vermoeidheid centraal, maar dat je desondanks je rug recht moet houden.

De lange toon met de stemmen die erboven klinken, maken het contrastrijk. De klankstroom waarbij melodieën en ritmes samenkomen en hun muzikale verhaal vertellen. Ze versterken de teksten van Hammerskjöd die Welmers heeft gebruikt in deze compositie.

Het is de grote gemene deler die de werken uit de serie Licht en donker met elkaar verbinden: de contrastrijke muziek. Ik kan daar bijzonder van genieten. Net als de vele motieven uit het ‘Te Deum’ en liederen als ‘Nun komm’ der Heiden Heiland’ die in elke compositie uit deze serie terugkomen.

Het mooie van dit Jan Welmers Festival is de mogelijkheid om deze woorden live te horen. De indruk die dat op je maakt, is niet te vergelijken met magere beleving die een klankdrager geeft. Daarom is het voor mij zo de moeite waard elke week weer naar Utrecht af te reizen voor een welkom deel uit deze serie.

Tegelijkertijd is je hoofd ook een spons die snel verzadigd raakt. Zo vind ik de afsluitende koraalfantasie van Max Reger, ‘Halleluja Gott zu loben’, bij dit concert overbodig. Schitterende uitvoering van Gerrit Christiaan de Gier, maar na Invocazione en Licht en donker IV, komt het wel over als een zwaar toetje na een overdadige maaltijd waarvan je al helemaal vol bent.

Licht en donker IV

Het koorwerk Licht en Donker IV schreef Jan Welmers bij zijn 25-jarig jubileum als cantor-organist in Nijmegen. Het is onderdeel van een serie werken die hij schreef, waarvan ik het orgelwerk Licht en Donker II bijzonder intrigerend vind. Misschien behoort het tot zijn beste orgelwerken.

Voor het koorwerk koos Jan Welmers teksten van de Zweedse diplomaat Dag Hammarskjöld. Onder de titel Merkstenen verscheen na zijn dood zijn dagboekaantekeningen. Een boek vol met spirituele teksten en haiku’s over de innerlijke reis die Dag Hammarskjöld maakt. De ideeënwereld van Dag Hammarskjöld hangt tussen Bijbelse teksten van de Psalmen tot aan beschouwingen van middeleeuwse mystici, Nietzsche en Herman Hesse.

Jan Welmers weet deze teksten heel mooi te voegen in zijn cyclus. Het benadrukt de zoektocht naar licht en donker en vooral de scheidslijn van de schemering. Niet voor niets ben ik zo gek op deze cyclus van Jan Welmers, Franz Junghuhns filosofische beschouwing kreeg ook de naam Licht- en Schaduwbeelden mee.

Licht en donker IV is lastig stuk om te zingen, valt mij in de Domkerk op. Ik ken het van de opname van een live-uitvoering in het Orgelpark een paar jaar terug. Nu zingt de Utrechtse cantorij onder leiding van Remco de Graas het soms een beetje aarzelend.

Van mij mag het best wat zekerder en overtuigender. Dat verdient dit muziekstuk echt. Al bevat dit koorwerk van Jan Welmers zeker ook heel pittige delen. Bijvoorbeeld het 4e deel waarbij het koor versplintert in 6 stemmen. Of als de orgelpartij helemaal zijn eigen gang gaat, zoals bij het 6e deel.

Juist de verscheidenheid van alle koorstemmen krijgt in dit koorwerk veel aandacht. Daarbij zijn de passages waarbij het orgel aanzwelt of juist wegsterft, het zwaarste beladen. Het is de scheidslijn tussen licht en donker. Dat effect dat de sopranen heel krachtig, bijna schreeuwerig klinken, geeft dit muziekstuk zijn zilverglans.

Lees het vervolg van deze bespreking: Adembenemend

Invocazione in Domkerk

Zo luisterend naar de uitvoering van Ko Zwanenburg in de Domkerk valt onmiddellijk op hoe sterk de ruimte bijdraagt aan de beleving. Het werk komt live veel intenser binnen. De klank van de repeterende a, in dit hoge tempo, geeft de muziek meteen veel energie.

Het later volgende onderliggende motief in de tenor, krijgt daarmee extra dimensie. De bewegingen en ritmes cirkelen om die repeterende a heen. De grote ruimte in de Domkerk maakt die beleving nog veel sterker dan wanneer je een opname van dit muziekstuk beluisterd.

Net als de momenten waarop alleen de toon klinkt. Er treedt een vreemde verdringing op binnen de rest van het muziekstuk. De Invocazione krijgt een steeds zwaardere lading hierdoor. De spanning wordt stapje voor stapje verder opgebouwd. Iets waar Jan Welmers in zijn muziek een ware meester is. Dat proef je helemaal in een live uitvoering, waarbij elk moment weer een nieuwe beleving oproept.

De motieven gedragen zich als klaterende bergbeekjes. Alleen vallen de tonen niet alleen naar beneden, ze schieten in de motiefjes ook omhoog. Jan Welmers weet je in dit muziekstuk vast te houden. Zeker ook als het hoogtepunt komt waarbij zelfs de a wegvalt. De repeterende toon heeft zich dan zo vastgeklonken in je hoofd dat je hem gewoon in gedachten hoort verder gaan.

Daarna de akkoorden die allemaal spelen met dit gegeven en het orgel uit zijn voegen laten barsten, waarna de a weer terugkeert. Bij Ko Zwanenburg niet meer repeterend, maar in een lange aanhoudende toon, onderbroken door een repeterende tegenhanger. Zo versterft het motief langzaam, maar het blijft nog lang in je hoofd nagalmen.

Die afbouw aan het einde is minstens zo belangrijk in de opbouw van deze compositie. De climax is zeker het meest intense gedeelte waarbij je letterlijk en figuurlijk niet meer om de muziek heen kunt. Je moet het toelaten. Het einde geeft weer de rust en ruimte waarmee het muziekstuk begon, zo neem je langzaam weer afstand van die grootse en meeslepende beleving. Ik kan daar dus onwijs van genieten.

Dat gebeurt bij de uitvoering van Ko Zwanenburg in de Domkerk ook. De rinkelende bel en het gejoel buiten. Ze zijn er, maar je wordt zo in de Invocazione getrokken dat je al dat rumoer vergeet. Hier ben je even één met de muziek.

Invocazione

Mogelijk is de Invocazione van Jan Welmers het eerste muziekstuk dat ik van Jan Welmers heb gehoord. Ik weet het niet zeker meer, het was op de radio in een opname van Ko Zwanenburg in de Utrechtse Nicolaikerk.

Invocazione is een imponerend werk dat vanmiddag hier in de Domkerk klinkt bij het Welmers Festival. De minimalistische orgelwerken ken ik vaak in vertrouwde uitvoeringen van bijvoorbeeld Berry van Berkum of Ko Zwanenburg. Ik hoorde de uitvoering van Invocazione ooit op de radio ergens begin jaren ’90.

Nu ik het zo hoor, kom ik onbetwist tot de conclusie: dit orgelwerk komt het beste tot zijn recht live in de kerk. Wat een prachtig orgelwerk is dit toch. De ruimte bepaalt voor een groot gedeelte de beleving. De aanhoudende herhaling van die ene toon. Wat een meesterwerk en wat is dit genieten.

Invocazione uit 1988 staat voor aanroep. Je zou het snel verwarren met het vorige week door Jan Hage gespeelde Litanie. Litanie is een jaar eerder gepubliceerd en is een minimal werk dat draait rond de kracht van de herhaling dan Invocazione.

Veel luisteraars verwarren beide werken en eigenlijk is dat een compliment voor beide werken. Het zijn namelijk allebei heel eigen werken, die als je ze apart beluisterd een vrijwel identieke beleving oproepen. Mogelijk levert dit die verwarring op.

Het experiment van Jan Welmers bij Invocazione is om zoveel mogelijk zeggen in zo min mogelijk noten. En daar slaagt Jan Welmers wonderwel in.

Lees het vervolg: Invocazione in de Domkerk