Tagarchief: mulisch

Mulischiaans toeval

image

In het rouwboek Logboek van een onbarmhartig jaar schrijft Connie Palmen over het jaar na de dood van haar echtgenoot Hans van Mierlo. Mooie herinneringen wisselen zich af met pijnlijke herinneringen over de laatste dagen. Daarmee is het logboek een boek van herinneringen, gekoppeld aan haar overleden echtgenoot.

Connie Palmen koppelt de herinnering vaak aan de dood. Zo schrijft ze over het bericht van Hugo Claus dood. Terwijl ze samen op 19 maart 2008 zitten te wachten op de afspraak van Hugo Claus met de dood, zit Connie Palmen met Het verdriet van Belgiƫ (1983) van de Vlaamse schrijver op schoot. Om iets van hem vast te houden als ze aan hem denkt. Hans van Mierlo merkt op dat het eerder lijkt of het boek haar vasthoudt:

Hij wil het even inzien en slaat het op. ‘Kom eens kijken,’ zegt hij, ‘niet schrikken.’ Het schutblad van mijn exemplaar is precies vijfentwintig jaar geleden, op 19 maart 1983, door Hugo gesigneerd. In het memoriam dat ik voor Hugo schrijf, gebruik ik dit mulischiaanse toeval van de elkaar omhelzende data, net als het opduiken van ‘Un jour tu verras’, waarvan zijn vrouw Veerle me later vertelt dat ze het zachtjes voor hem zong bij het sterven. (96)

Het blijft een vreemde gedachte aan dezelfde dag, maar dan 25 jaar eerder, waarin de schrijver in de bloei van zijn leven zijn boek signeert. Een kwart eeuw later is er diezelfde dag, maar dan is de laatste dag van de schrijver aangebroken.

Hoe je onbewust terugdenkt aan dat moment zoveel eerder. Helemaal niet bewust dat je 25 jaar later thuis zou zitten met hetzelfde boek op schoot. Om hem even vast te houden bij zijn laatste momenten. Als in haar gedachten dan ook nog eens hetzelfde lied opkomt als Hugo’s vrouw zingt bij zijn laatste uren.

Inderdaad bijna een toeval zoals alleen in Harry Mulisch’ romans kan opduiken. Toeval die misschien meer vertelt over de verteller zelf dan over het toeval zelf.

Connie Palmen: Logboek van een onbarmhartig jaar. Amsterdam: Prometheus, 2011. ISBN: 978 90 446 1767 2. 240 pagina’s.

Roman op de computer

image

De ontdekking van de hemel is de eerste roman die Harry Mulisch op de computer schrijft. In Logboek 1991-1992 gaat hij er in de inleiding op in. Hiermee geeft hij een onthullend inkijkje in het schrijfproces.

Harry Mulisch vertelt dat hij voor de komst van de computer als volgt werkt. Eerst schrijft hij de tekst uit. Een paar dagen later typt hij de geschreven tekst over. Bij dit overtypen brengt hij al verbeteringen aan. Daarna verbetert hij het typoscript weer en tikt deze tekst weer over.

Dit proces herhaalt zich drie of vier keer. Een roman van 250 bladzijden schrijft hij zo van begin tot eind met de hand en typt hij gemiddeld drie keer helemaal uit. Dat zijn duizend pagina’s tekst die Mulisch op dit manier produceert.

Mulisch beseft bij het schrijven aan De ontdekking van de hemel dat het boek niet drie- tot vierhonderd pagina’s dik zal worden, maar zeker het dubbele. Met de oude methode krijgt hij zo vier- of vijfduizend pagina’s te tikken. ‘Wat een stompzinnige verkwisting van tijd, die ik zou kunnen besteden aan het echte schrijven!’

Zodoende haalt hij een computer in huis. Niet als vervanging van het schrijven van pen op papier, maar als vervanging van het vele typen. Dit bespaart hem veel overtikken. Hij hoeft het nu nog maar een keer in de computer in te voeren. De verbeteringen hoeft hij alleen in het document op de computer aan te brengen. Daarmee gaat een groot deel van het proces verloren en blijft alleen het resultaat over.

Als hij er dan ook nog eens achter komt dat hij op de computer alleen maar overtikt wat hij overgeschreven heeft, schroeft hij zijn vulpen ook nog eens dicht. ‘Waarom zou ik steeds een zin schrijven en die vervolgens op het scherm zetten? Waarom dat niet meteen gedaan?’ En zo vervangt de computer niet de schrijfmachine, maar de pen. ‘De computer behelst een revolutionaire quantumsprong’, stelt de schrijver.

Mulisch vindt dat het gebruik van de computer geen invloed heeft op zijn manier van schrijven. Een collega van Mulisch zou hebben gesuggereerd dat De ontdekking van de hemel zo dik is geworden door de computer. Maar dat spreekt Mulisch tegen: ‘ik ben op de computer gaan schrijven omdat het zo dik zou worden.’

Dan verklapt Mulisch waar hij overgestapt is van de typemachine op de computer, precies tussen het eerste en het tweede deel van De ontdekking van de hemel. Het Logboek begint op 1 januari 1991. Dat is midden in het proces van schrijven op de computer. Mulisch is bij hoofdstuk 32. Dat is aan het einde van het tweede deel, in het midden van de roman.

Een kleine week in het nieuwe jaar later is het tweede deel klaar. Daarmee krijgt de lezer een inkijkje in het proces van schrijven vanaf het derde deel. Een schrijfproces op de computer. Net als het Logboek zelf, dat ook als computerbestand overgeleverd is.