Tagarchief: mooi weer

Man en hond

image

In de zomer is een wandeling met de honden een heerlijk uitje. Aan het eind van de middag als de rust weerkeert in het park, loop ik nog even een rondje. We lopen van park naar park. De scheiding is het spoortunneltje. Als ik het Beatrixpark binnenloop hoor ik in de verte het geblaf van een hond.

Het weer zit mee. We lopen verder door de smalle paadjes over bruggetjes. Het groen is op zijn best. Ik zie het verschil tussen alle tinten groen. Elke boom heeft zijn eigen groen. We komen dieper het park waar het water verbreed. De plek van de zilverreiger. Hij zit er weer. Stil in het water, de nek slank vooruit in het water starend.

Verderop klim ik de heuvel in het park. In de winter sleeën de kinderen van deze ophoging. Het biedt een mooi uitzicht over het park. Ik zie mensen in het water springen vanaf de aanlegsteiger. Ze trekken een paar baantjes in het koele water. Als ze genoeg afgekoeld zijn, trekken ze zich weer op de aanlegsteiger. De armen leggen ze breed op de houten vlonders en ze hijsen zich op alsof het de waterkant van het zwembad is.

Hier blaft de hond. Een man staat op de vlonder en gooit een tak in het water. Het dier blaft angstig. Er gebeurt niks. De man spoort de hond aan, maar die blaft alleen maar. In de wanhoop springt de man het water in, achter de tak aan. Hij roept vanuit het water naar de hond. Die blaft alleen maar harder. De man zwemt naar de tak en houdt hem omhoog. Weer roept hij. De hond blijft blaffen.

Ik heb het hoogste punt bereikt daal weer af van de heuvel en zie de man en de hond niet meer. Als we veel verderop lopen, horen we nog altijd het blaffen. Ik stel mij voor dat de man nog altijd probeert zijn hond het water in te krijgen. En de hond zijn baas uit het water.

Vaartochtje in voorjaarsochtend

image

De ochtendzon maakte lange schaduwen van de huizen aan de gracht. Ze had het zeil losgemaakt dat over het bootje lag. De twee raampjes aan de voorzijde wezen al de goede kant op. Ze zat klaar voor vertrek. Startte de motor en liet de schroef in het water zakken. De schroef maakte contact met het water. Gelukkig had ze de hendel bij het stuur nog niet naar voren gedaan. Anders was ze nu weggesjeesd, wist ze.

Voorzichtig liet ze de hendel zakken. De motor bromde niet meer zo agressief maar liet een zacht en tevreden gepruttel horen. Ze haalde het laatste stukje van het zeil weg en legde het in het kastje naast de bestuurdersstoel. Het bootje schommelde, maar was nog niet klaar voor vertrek. Eerst nog de touwen los. Ze probeerde de ingewikkelde knoop te ontwarren. Ze kreeg het stuk touw los, maar daarvoor in de plaats veroorzaakte ze een nieuwe knoop.

Het bootje schommelde hevig en draaide in de gracht. De boot dreef door de reep zon die tussen de schaduw van de huizen op het water van de gracht viel. Snel zocht ze de plek op de stoel. Het bootje draaide verder in de tegengestelde richting die ze varen wilde. De motor bleef zachtjes pruttelen. Ze trok voorzichtig aan de hendel. Hij ging in zijn achteruit, draaide wild aan het stuur om de vaarrichting weer goed te krijgen.

Het ging allemaal best goed. Ze merkte hoe het bootje de goede kant op wees. Het schommelde nog wel een beetje, maar ze trok de hendel en stand verder. De motor pruttelde tevreden. Het bootje dobberde langzaam vooruit door de gracht. Hier niet te hard varen, had haar vader de vorige keer gezegd. Toen ging hij nog mee. Nu was ze alleen. Ze was de eerste geweest vanmorgen. Niemand had iets gemerkt.

Daar pruttelde het bootje door de gracht voor haar huis. De buurman met zijn honden liep voorbij. De honden kwispelden in haar richting. Ze keek even naar de buurman en glimlachte naar hem. Snel moest ze zich weer omdraaien. Goed letten op de gracht. Voorbij de speedboot een paar huizen verder. De boot voer traag door de gracht. Uitkijken voor de waterplanten. Gelukkig dreef de boot hoog. Alleen aan haar kant zakte het bootje een beetje naar beneden.

Hij liep op het bruggetje en keek haar weer aan. Ze keek omhoog, maar gelijk weer naar voren. Onder het bruggetje door ging het bootje. Voorbij het open veld dobberde haar bootje. Ze ging een stand hoger. Hij voer wat sneller door het water. Ze haalde de buurman en zijn honden in. Daar kwam de kruising in zicht met de bredere gracht. De hoofdvaarroute naar de grote plas of de andere kant op in de richting van het park.

Ze ging even rechtop staan om te zien of er verkeer kwam. Waarschijnlijk niet, maar je wist maar nooit. De boot deinde heen en weer. Ze keek snel naar links en naar rechts. Ze bleef staan, maar zette de motor alvast een stand hoger. De boot schoot vooruit en ging sneller en sneller.

Ze wist waar ze heen wilde en liet haar buurman achter zich. Net als dat het water van de brede gracht zo mooi spleet en een spoor van stilstaand water achterliet. Het water stond stil omdat voor en langs haar de golven wegrolden naar de waterkant. Klaar voor een mooie tocht op deze voorjaarsochtend.

Lees het vervolg: Buitenboordmotor

Niezen

image

Ze zeggen weleens dat dieren eigenaardige tics hebben, mensen kunnen er ook wat van. Zo hoorde ik vandaag een mevrouw in de trein heel eigenaardig nieen. Het leek of ze de hik had en bij het uitstoten van de hik ook niesde. Ze boog half voorover hikte en blies daarna een flinke stoot lucht uit door de neus.

De trein was al gestopt bij Duivendrecht. Ze had haast, moest snel de trein uit. Enkel in een t-shirtje met korte mouwen. De magere armen staken benig uit het groene shirtje. De trein stond al stil, ze klapte snel haar witte laptopje dicht en vluchtte met geopende rugzak en losse laptop in de hand de trein uit. Ze holde. De paardenstaart zwiepte heen en weer en deed de naam eer aan.

Geen wonder dat ze moest niezen. Het was misschien een beetje warm buiten, maar de airconditioning in de trein stond hoog aan. In mijn colbertje was het aardig uit te houden, maar in een kort shirtje?

Wankele mast

De zonnestralen schijnen in het haventje. De meeste masten van de zeilboten liggen neergestreken. Een meisje houdt een mast in de lucht. De mast wankelt door zijn lengte. De wind lijkt vat te krijgen op het zeil. De balans is ver te zoeken.

Op het bruggetje staat een man. Hij maakt een foto van het meisje dat zichzelf en de mast in het gareel probeert te krijgen. Ze buigt naar voren. De mast zwiept heen en weer. De man roept iets naar het meisje.

De mast schiet nog een keer naar links en dan naar rechts. En dan staat hij kaarsrecht in de zeilboot. Trots wijst de mast naar de hemel. Vanaf de brug klinkt een gejuich. Het fototoestel klikt. Het meisje staat in bevallige pose naast haar zeilboot. Dan loopt ze naar de achterkant van de zeilboot en duwt het bootje te water. Klaar om te varen.

Zomerhitte verjagen

ventilator tegen de warmte in huis
De ventilator verjaagt de zomerhitte in huis

De zomerhitte grijpt dag en nacht om zich heen. Het is heet in huis. Ramen en deuren open en dicht. Het maakt niet meer uit. Daarom moet ik maar eens op zoek gaan naar de ventilator. Sinds de verhuizing in 2006 ligt hij al op zolder.

Ik loop naar zolder, 2 trappen. De zon brandt op het schuine dak. Ik kruip onder het smalle stukje tussen vloer en dak. Op zoek naar de ventilator. Hij ligt in het voetenbadje. Ergens ver achter de logeerbedden. Ik weet wel dat het daar ergens het voetenbadje moet liggen.

Ik haal wat dozen weg. Ik til de kerstboom op, de dozen met kerstballen en ander tuig. Een doos met schriftjes uit mijn jeugd. De eerste schrijfoefeningen en rekensommen. Nog verder naar achteren. Voorbij de 2 dozen met overgebleven laminaat. De vloer van zolder, een paar planken van beneden.

Daar doemt hij op: het voetenbadje met de ventilator. Ik zie hem liggen. Hert badje wil niet over de stapel laminaat. Ik druk wat planken weg. Er valt iets om aan de andere kant. Ik zie niet wat, maar ik heb mijn badje.

Beneden gekomen voel ik de zomerhitte in de kamer. Ik laat de ventilator draaien. Het schoeprad tikt tegen de stalen beschermhuls. Stekker er weer uit, draaien en wat wrikken. Ik laat hem weer draaien. Geen aanraking meer. Nu nog de ventilator op de juiste hoogte laten draaien.

‘s Nachts in de slaapkamer gaat hij mij. Hij draait een half rondje. Het kraakt. We kunnen er niet van slapen. De bries over ons heen is lekker, maar helpt weinig. Een warme nacht, is een warme nacht. De zomerhitte is niet te verjagen met een ventilator.

Als ik dan ‘s morgens in het park loop met de honden. Voel ik hoe de zomerhitte langzaam wegwaait. De wind neemt haar mee. Als ik weer in huis kom is de zomerhitte nog altijd binnen. De ventilator gaat aan. De wind neemt de warmte langzaam mee. Het raam uit.

Laatste warme zomerdag?

De laatste warme zomerdag was het vandaag. Althans voorlopig de laatste. Daarom gingen we op de fiets naar Stadslandgoed De Kemphaan. Voor een foto-expositie van kinderen en daarnaast om Doris even lekker te laten spelen in het Speelbos.

De foto-expositie viel een beetje tegen. Maar het weer bood meer dan voldoende gelegenheid in het Speelbos. De speelvijver trok het sterkste. Wij gingen lekker zitten op de speelweide bij de attractie. Wat een beetje water, modder en boomstammen wel niet doen met kinderen. Ze vermaakten zich allemaal uitstekend.

Op de terugweg fietsten we langs de landgoedwinkel. Daar zijn we jaren geleden voor het laatst geweest. Maar vandaag gingen we er even wat drinken. In de kassen zelf is het enorm veranderd. Stond er een paar jaar geleden nog vooral houten tuinartikelen. Nu is het veranderd in planten en veel andere artikelen. Wat ziet het daar mooi uit zeg.

Wat mij nog het sterkste aantrok waren de thematuinen achterin de kas. Er zaten in de jungletuin wat schildpadden en er groeiden mooie tropische planten. Ik kreeg even het gevoel in de kassen van de hortus te lopen. Er waren zelfs wat andere dieren als een gekko en een slang te vinden in de andere thematuin, de woestijntuin.

Zo had ik even het gevoel helemaal weg te zijn. De fietstocht terug werd afgesloten met een bezoekje aan de kringloopwinkel. Bijna een rijtje Jules Verne meegenomen. Heerlijk. Een dag afgesloten met de beloofde regenbuien toen we thuis waren.