Tagarchief: middeleeuwen

Nobel streven, een ridderverhaal

Onwaarschijnlijk maar waar. Dat is het verhaal van de ridder Jan van Brederode. De Utrechtse hoogleraar Frits van Oostrom vertelt in zijn nieuwste boek Nobel streven het verhaal van deze bijzondere middeleeuwse edele. Jan van Brederodes leven is heldhaftig, tragisch en dynamisch. Voldoende stof voor een uitermate innemende biografie over deze man.

Met het boek Nobel streven keert de Utrechtse hoogleraar terug naar bekend terrein. Bij zijn doorbraak in 1987 met Het woord van eer over literatuur aan het Hollandse hof, moet hij zijn gestuit op het bijzondere levensverhaal van Jan van Brederode.

Dappere ridder Jan van Brederode

Een dappere ridder die wel een heel eigenaardige levensloop kent. In zijn nieuwste publicatie Nobel streven, gaat Frits van Oostrom dieper in op het leven van deze bijzondere man.

De achterflap geeft al een duidelijke samenvatting van deze ridder uit Holland. Meerdere malen neemt hij het op in een oorlog tegen Friesland. Hij gaat op pelgrimage naar Ierland om daar het helse vagevuur van Sint Pancratius te ervaren. Teruggekomen belandt hij in het klooster, het huwelijk wordt ontbonden en zijn vrouw gaat ook in het klooster. Een kartuizerklooster, een strenge orde. Misschien wel de zwaarste kloosterorde. Waarbij je altijd zwijgt, nooit vlees eet en vegetarisch. Bovendien wordt je nacht gebroken door een uur lange nachtmis.

In het klooster vertaalt hij de religieuze tekst Des coninx summe, een indrukwekkende titel. Als hij later zijn kans ziet om de erfenis van zijn vrouw te kunnen incasseren, verlaat hij het klooster. Met geweld haalt hij zijn vrouw ook op. Het mondt uit op een mislukking, waarna hij later opduikt op het slagveld bij de beroemde Slag bij Azincourt. Als huurling, opmerkelijk voor een ridder, maar als je het boek van Frits van Oostrom leest, zul je merken dat het helemaal niet zo opmerkelijk is.

Nobel streven geeft een inkijk in een indrukwekkend verhaal waar Frits van Oostrom wel raad mee weet. Hij begint met met heerlijke zinnen waarmee hij de achtergrond van Jan van Brederode kenmerkt, zoals: ‘Jans grootvader Dirk was een geweldenaar.’ Om daarna de heldenfeiten van Dirk van Brederode te vertellen. Jans vader en broer zijn iets minder gewelddadig. Al is het in een tijd waarin het land verdeeld wordt door de Hoekse en Kabeljauwse twisten, moeilijk om geen wapen in de hand te nemen.

20e eeuwse verbazing

Bij dit alles weet Frits van Oostrom prachtig te spelen met de 20e eeuwse verbazing die sommige aspecten uit de ridderlijke maatschappij bij je oproepen. Zoals het huwelijk tussen Willem van Brederode en Margriet van der Merwede. Willem was 23 jaar oud toen dit huwelijk bezegeld werd. Margriet niet ouder dan 3:

[H]et moet zelfs voor middeleeuwse begrippen een ongemakkelijke ceremonie zijn geweest voor het altaar. Dat dit huwelijk nog vele jaren kinderloos zou blijven, werd blijkbaar ingecalculeerd. (132)

Het huwelijk is in de middeleeuwen vooral een verbintenis tussen families en niet zozeer een ceremonie die de liefde bezegeld. Een peuter die trouwt, is zelfs in de middeleeuwen een beetje te gortig. Maar Van Oostrom zal er nog een aantal keren naar verwijzen. Bijvoorbeeld als hij de lezer een blikje gunt in de toekomst:

Margriet van der Merwede en Stein, als schatrijke peuter bij de Brederodes ingetrouwd, zou als volwassenen vrouw bemerken dat er van haar erfdeel nog maar weinig over was. (219)

Het familiefortuin verdampt. Dat is ook het probleem tussen het huwelijk van Jan en Johanna van Abcoude. De vader van de bruid weet uit de overeenkomst het maximale te halen voor zijn familie. Het huwelijk is eigenlijk boven Jan van Brederodes stand. Hij kan het eigenlijk niet betalen en steekt zijn familie in de schulden.

Als er dan ook nog eens geen kinderen komen, besluit Jan van Brederode naar Ierland af te reizen om in een grot het vagevuur mee te maken.

Op bedevaart

Jan van Brederode maakt een bedevaartreis naar Ierland in de hoop dat er kinderen komen. Zijn huwelijk is kinderloos en hij hoopt met deze reis hiermee het tij te keren. Hiervoor betreedt hij de grot waar Sint Patricius het vagevuur heeft doorstaan. Hij moet een nacht lang in het aardedonker van de kleine ruimte zitten.

Dat je langzaam maar zeker en ongetwijfeld ook door bepaalde schimmels op de rotsen gaat hallucineren is niet zo heel vreemd. De nacht in de grot van Sint Patricius moet voor sommige pelgrims een bijna-doodervaring hebben opgeleverd. Of zoals Van Oostrom het schrijft:

Ze kunnen een nacht hebben geleefd in hun persoonlijke Jeroen Bosch, bij wijze van ‘augmented reality’. (86)

Heerlijke verhalen die Frits van Oostrom heel treffend typeert en aan het papier toevertrouwd. Verbindingen leggend met onze tijd en de belevingswereld van de literatuur.

Kloosterbestaan

Het huwelijk blijft kinderloos. Mogelijk biedt het kloosterbestaan een uitweg om onder de gigantische gages aan zijn schoonvader te komen. Jan verlaat bij het overlijden van zijn schoonvader, weer even snel het klooster. Hij ruikt zijn kans, maar is kansloos. Hij probeert alles, met en zonder hulp:

Tenzij uiteraard… zijn kloostergelofte van eertijds ongeldig was geweest. Precies deze kaart blijkt Jan nu te zijn gaan spelen. Ongetwijfeld zijn ook hier juristen aan te pas gekomen om dit geitenpaadje in het vonnis van 14 april 1409 te wijzen. (205)

Als een hedendaagse burger probeert hij de mazen in de wet te vinden om toch zijn gelijk te behalen. Het blijkt een kansloze exercitie. Temeer omdat zich zelfs de kanselier van de Notre Dame in Parijs zich over de kwestie buigt en zijn oordeel velt. Al zou je heel veel geitenpaadjes uit het complexe betoog kunnen ontwaren, Jean Gerson is duidelijk. Eens een gelofte gedaan is altijd een gelofte gedaan.

De daden van Jan van Brederode krijgen wel een heel ander perspectief in het verhaal van Frits van Oostrom. Dat Jan bijvoorbeeld zijn vrouw uit het klooster probeert te ontvoeren, is hier heel duidelijk een wanhoopsdaad. En de voormalige ridder mag er voor bloeden. Hij komt in het gevang en zijn vrouw overlijdt een jaar later. Aan hartzeer, zo beweren de bronnen.

Het einde bij de beroemde Slag bij Azincourt, waar Engeland met een minderheid het veel grotere Franse leger verslaat, plaatst Frits van Oostrom weer zo mooi in context. Binnen het literaire kader van het toneelstuk Henry V van Shakespeare. Een mooie vermenging van het verhaal zoals de geschiedschrijvers het hebben opgesteld en hoe mensen als Jan van Brederode het beleefd hebben.

Feit en fictie

In de biografie over het leven van Jan van Brederode zitten onherroepelijk leemtes. Gaten van periodes waar we niet het fijne van weten. Daarom verwijst Frits van Oostrom aan het einde van zijn biografie naar literaire verwerkingen. Hij verwijst dat van het laatste gedeelte van het leven van Jan van Brederode onbewust een roman geschreven is.

Hij verwijst naar andere geleerden die boeiende romans hebben geschreven. Zo is De naam van de roos van Umberto Eco het resultaat van jarenlang onderzoek. Umberto Eco merkte dat hij in zijn wetenschappelijke werk sommige verhalen niet kon vertellen omdat het aan bewijs ontbrak. Daarvoor leent de literatuur zich bij uitstek. En zeker de roman. Zo verwerkte Umberto allerlei middeleeuwse bevindingen en ideeën in zijn bestseller. Fabuleren op de plekken waar je niet kunt argumenteren.

Eco’s De naam van de roos (1980), bij verschijning bescheiden uitgebracht als ‘een boek voor fijnproevers, voor bedachtzame genieters’, verkocht inmiddels wereldwijd 50 miljoen exemplaren – en dat voor een roman over een veertiende-eeuws klooster. (314)

Inderdaad lenen de middeleeuwen zich prima voor een roman, zeker als er een portie misdaad en een meesterbrein is om de moorden op te lossen. Een andere roman waar Van Oostrom naar verwijst en die mij waanzinnig nieuwsgierig maakt is een roman over het leven van Dante. Marco Santagata, hoogleraar literatuurgeschiedenis in Pisa, schreef naast een biografie over het leven van de Italiaanse schrijver, ook een roman. Het werk heet Als verliefde vrouw (Come donna innamorata), over een intellectueel die hoon opwekt omdat hij een stom klerkenbaantje accepteert om grootste literatuur te kunnen schrijven.

Literatuurwetenschapper of romanschrijver?

Frits van Oostrom haalt hier terecht het probleem van de literatuurwetenschapper aan ten opzicht van de romanschrijver. De wetenschapper moet zich houden aan de feiten en kan alleen met hulp van argumenten overtuigen. De roman biedt een heel andere kant de ruimte. Ze geeft ruimte aan het gevoel, waar de wetenschapper zich niet kan en durft te wagen. Het leven van Jan van Brederode is voor een romanschrijver bij uitstek een geschikt onderwerp:

Niet alleen wat er gebeurde, maar ook hoe het voelde. Oftewel: een waargebeurde roman. (320)

Al moet ik zeggen dat Frits van Oostrom zich soms ook waagt aan een inschatting hoe iemand zich gevoeld moet hebben. Het leven van Jan van Brederode leent zich hier uitstekend voor. Waarom neemt hij bepaalde beslissingen en is het inderdaad zo grillig als het soms overkomt. Dat vraagt aan een andere component van iemand om een beslissing te nemen, namelijk: het gevoel.

Familiewapen familie Van BrederodeDaarmee laat Frits van Oostrom in mijn overtuiging zien dat hij zich best eens zou mogen wagen aan een roman over het leven van zijn gebiografeerde held. Het belooft een mix te worden met een hoog Couperus-gehalte, met erg interessante familie-intriges. Allemaal ingrediënten waar hij zich best eens aan mag wagen. En dat het een bestseller wordt, staat wat mij betreft vast. De biografie Nobel streven is al een boek dat je in 1 adem uitleest. Als het geromantiseerd wordt, is nog meer een feest om te lezen.

Frits van Oostrom: Nobel streven, Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode. Amsterdam: Prometheus, 2017. ISBN: 978 9044 6346 79. Prijs: € 25,99. 400 pagina’s.Bestel

Kijk voor meer achtergrondinformatie op: nobelstreven.nl

Het gebedenboek van Maria van Gelre

Bij de tentoonstelling Ik, Maria van Gelre in Museum het Valkhof in Nijmegen staat een bijzonder gebedenboek centraal. De tentoonstelling laat het monumentale gebedenboek zien dat van deze Gelderse hertogin Marie d’Harcourt (1380 – na 1428) bewaard is gebleven. Een aantal jaar geleden is het gerestaureerd en daarmee geschikt gemaakt voor expositie. Normaal ligt het boek in Berlijn, maar is eigenlijk nauwelijks te bewonderen.

De tentoonstelling in Nijmegen laat een deel van het boek zien; 20 pagina’s die op de helft van de expositie worden vervangen door 20 andere. Maar daarnaast geeft het ook een inkijk in het leven van de hertogin die uit Frankrijk komt. Ze is afkomstig van het Franse hof. Het huwelijk met Reinoud IV, de hertog van Gelre, is geënsceneerd om de banden tussen Gelre en het Franse hof verder aan te wakkeren.

Enorme bruidsschat

De enorme bruidsschat van omgerekend 70 miljoen euro moet worden terugbetaald als het huwelijk kinderloos blijft. Dat is de uitkomst van 10 maanden onderhandelen over het huwelijk. Een indrukwekkend verhaal dat je ziet op de tentoonstelling. Net als dat je een beeld krijgt van het leven aan het hof met jurken en papegaaien, maar ook krijg je een inkijkje in het geloofsleven in de late middeleeuwen.

Hoogtepunt van de tentoonstelling is het gebedenboek dat Maria 10 jaar na haar trouwdag, rond 1415, laat maken. Het boek telt 1200 pagina’s en is daarmee een omvangrijk document uit deze periode. Het is verlucht met 106 miniaturen, 171 sierinitialen en 129 figuren. Zonder twijfel is dit boek een hoogtepunt uit deze periode. Er zijn weinig handschriften die met dit prachtige boek kunnen meten.

Adembenemende schoonheid

De bladzijden die je kunt bekijken zijn werkelijk van een adembenemende schoonheid. In het halfduister, met net genoeg licht om handschrift te sparen en goed te kunnen kijken, buig je over de losse pagina’s. Schuifelend in een rij omdat iedereen wil kijken.

Het is kunst op de vierkante millimeter. Wat een schoonheid. Vergrootglazen liggen erbij. Ik heb voornamelijk met mijn eigen ogen gekeken. Wat ben ik onder de indruk van de kleuren en fijne schilderingen van de miniaturen. Het openingsbeeld met een afbeelding van Maria die het gebedenboek vasthoudt, omringd door 2 engelen. Het grijpt je vast en laat je niet meer los.

Kostbare operatie

Het moet een waanzinnig kostbare operatie zijn geweest. De monnik Helmich die Lewe, broeder in het Arnhemse klooster Mariënborn heeft de tekst gekopieerd. De inhoud is een mengelmoes aan teksten, waarschijnlijk speciaal voor dit gebedenboek geschreven en vertaald. De afbeeldingen zijn ongekend waarmee het boek verlucht is. Niet alleen de miniaturen zijn indrukwekkend, ook de verluchte initialen en indrukwekkende figuurtjes die in de marge en randen staan.

Het zijn de details die dit boek zo bijzonder maken. De minuscule afbeeldingen van gezichten in de initialen. Je kunt ze soms met het blote oog amper zien. Het zijn gezichten die soms naar Jezus refereren of op een andere manier een relatie leggen met wat er staat. Soms is het ook gewoon een fantastisch figuurtje in de kantlijn.

Ruiters en fabeldieren

Ze passeren je: ruiters, muzikanten en fabeldieren. Neem bijvoorbeeld het draakje dat meer is dan zomaar een afbeelding. Ze gedragen zich zoals veel figuren uit de middeleeuwen, half bezwerend, half vermakelijk. Als de figuren die je als decoratie ziet op Gotische kathedralen. Ze vertellen een verhaal, compleet met grimas.

Vergeet daarbij niet dat de inhoud van het boek met de restauratie ook beter onderzocht is. Niet alle informatie is voor handen, zo is er nog geen wetenschappelijke editie van dit middeleeuwse boek voor handen. De gebedenboeken hebben altijd op minder aandacht van de wetenschap moeten rekenen. Niet helemaal terecht.

Gebeden in volkstaal

De inhoud van het boek verraadt dat de gebeden allemaal in volkstaal zijn opgesteld. Een taal die Maria zich in de 10 jaar dat ze getrouwd is met de hertog, helemaal heeft eigengemaakt. Zo buigend over de teksten, merk ik dat ik teksten kan lezen. Zoals het gebed voor Reinoud, dat is geschreven na het overlijden van de hertog van Gelre en Gulik in 1423.

Dit les alle daighe.
Reyner van gulich ind
van gelre sich huden op
hevet . Negen engelen ich yn hu-
den bevele . Drie in sijne[n] weghe .
ind drie in sijnre steghe . ind drie
an allen eynde[n] .
(SBB-PK mgq42 f.391r)

Het geeft een glimp van de middeleeuwen, het gordijn valt even open. Omringd door allerlei voorwerpen uit deze tijd. Het Mariabeeld uit Renkum, maar ook de imposante gietijzeren kaarsenkroon uit de Walburgiskerk in Zutphen.

Een mensenleven van meer dan 600 jaar geleden lijk je even aan te kunnen raken. Heel bijzonder. Een bezoek aan Het Valkhof is dit meer dan waard, want het is alweer 3 weken geleden dat ik was, maar ik geniet nog elke dag na.

Meer lezen

De ommegang

Arriveert vandaag een prachtig boek van Jan van Aken met de veelbelovende titel De ommegang. Ik volg Jan van Aken al een tijdje, ben zijn eerste recensent en heb vrijwel zijn hele oeuvre gelezen.

In december las ik op zijn advies Victor Hugo’s roman De klokkenluider van de Notre-Dame. Een boek dat veel bewerkt is in film en musical. Zelfs Disney gaf er zijn eigen fantasievolle draai aan. Maar het lezen van dit werk was voor mij een openbaring. Het is een prachtig boek opgebouwd als een kathedraal, grillig, grimmig en fascinerend.

Het verduidelijkte voor mij wel heel veel van de schrijver Jan van Aken. Hij bedient zich bijna van dezelfde fantastische schrijverij als Victor Hugo. Aan mij openbaarde zich bij het lezen van deze klassieke roman een andere kant van Jan van Aken.

In de correspondentie verraadde Jan van Aken al een beetje waarover zijn nieuwe roman gaat. Het is een veelbelovend verhaal dat aan het einde van de middeleeuwen speelt. Al bestaat er bij Jan van Aken geen middeleeuwen en zeker geen donkere middeleeuwen. Het is de tijd waarin de kathedralen zijn en worden opgericht.

Een nieuwe tijd in Europa waarbij in alle West-Europese landen enorme godshuizen verrijzen. Het is de tijd waarin door de kruistochten weer contact is ontstaan met het Midden-Oosten. Een veelbetekenend contact, want door deze reizen is er veel veranderd. Zodoende is deze periode een onuitputtelijke tijd om over te schrijven en te fantaseren. En dat kan Jan van Aken als de beste.

Ik ben dus even aan het lezen… Binnenkort zal ik het boek hier bespreken…

Vanaf dinsdag ligt de roman De ommgang van Jan van Aken in de boekwinkel.

Jan van Aken: De ommegang. Amsterdam: UItgeverij Querido, 2018. ISBN: 978 90 214 0393 9. 628 pagina’s. Prijs: € 22,50. Bestel

De slinger van Foucault

Het interview van Cees Nooteboom met de Italiaanse schrijver Umberto Eco maakte me al erg nieuwsgierig naar De slinger van Foucault. Nooteboom spreekt Eco kort voor het verschijnen van dit bijzondere boek. De slinger van Foucault is een intrigerende ideeënroman, boordevol met interessante bevindingen en geheimen.

De roman behandelt het onderwerp van de Tempeliers en zal uiteindelijk terechtkomen bij de huidige vrijmetselarij. Waar komen de Tempeliers vandaan, wat hebben ze te maken met de Ridders van de kruistochten en stammen ze inderdaad van de Joodse hogepriester-families af? En hebben zij inderdaad de kathedralen van Chartres en Amiens gebouwd?

Vragen zonder antwoord

Allemaal vragen waarvan het antwoord een raadsel is. Zo blijven veel dingen tot op de dag van vandaag onduidelijk. Schrijvers als Dan Brown spinnen daar garen bij. Ze hebben de raadsels verpakt in nieuwe raadsels. De antwoorden die deze schrijvers geven, zijn meer gericht op effectbejag dan op een de waarheid.

De slinger van Foucault gaat veel verder in mijn beleving. Dat is een roman die de raadsels laat staan, maar wel aanstipt en mogelijke oplossingen aandraagt. Het geeft de Tempeliers een grotere waarde en vervult je als lezer van het geheim dat hier genoemd wordt. De antwoorden liggen in de taal, in documenten en in de verhalen die aan bod komen in deze grootse roman.

10 sefirot

De indeling van het boek verdient respect. De roman is gebaseerd op de 10 sefirot. Deze levensboom met wijsheden van de hermetische kabbalisten bevat 22 paden van wijsheid, die tussen de 10 attributen liggen. Elk attribuut staat symbool voor iets waarmee God de wereld heeft geschapen.

De hoofdpersoon Casaubon vindt de 10 sefirots bij de computer van zijn overleden vriend Jacubo Belbo. De sefirots geven hem uiteindelijk toegang tot de computer:

Plotseling trof me de centrale nimbus, goddelijke zetel. De Hebreeuwse letters waren erg duidelijk, ze waren zelfs vanuit de stoel zichtbaar. Maar Belbo kon met Abulafia geen Hebreeuwse letters schrijven. Ik keek aandacht: ik kende de letters, ja, van rechts naar links, jod, he, vav, he. JHVH de naam van God. (37)

Gedurende het verhaal worden verschillende gedachten van Belbo met de lezer gedeeld. Ze worden gepresenteerd als lange citaten die de verteller gevonden heeft op de computer van zijn vriend.

Daarmee is het werkelijk een prachtig boek om te lezen, alleen is het bijna niet na te vertellen. Want waar gaat het boek over? Als ik het lees, voel ik bijna dezelfde verbondenheid met de kosmos en het Plan erachter. Als ik het terzijde leg, verdwijnen de gouden ingevingen.

Mogelijk is dat ook wel het boek: een eindeloze stroom van gedachten die prachtig in elkaar haken en een logische redenering vormen. In die zin een postmodernistisch werk, ten top. De betekenis leg je er als lezer zelf in op het moment dat je het leest. Het boek helpt heel mooi om het aan te grijpen als basis voor je eigen gedachten en ingevingen.

Iets dat een schrijver als Dan Brown juist niet lukt. Hij behandelt hetzelfde onderwerp, alleen dan in een detectivevorm. Umberto Eco laat het idee meer het idee en kent er geen waarheid aan toe. Zelfs niet binnen het werk zelf. De betekenisgeving doe je als lezer en die blijft ook bij je als lezer. Daarmee is De slinger van Foucault een waanzinnig geheimzinnig boek waar je helemaal in kunt verdwalen.

Umberto Eco: De slinger van Foucault. Oorspronkelijke titel: Il pendolo di Foucault (1988). Nederlandse vertaling Yond Boeke en Patty Krone. 11e druk. Amsterdam: Ooievaar Pockethouse, 1996. ISBN: 978 90 4461 8679. Prijs: € 8,99. 664 pagina’s.Bestel

Narziss en Goldmund

Best veel over gelezen, de roman Narziss und Goldmund van de Duits-Zwitserse schrijver Hermann Hesse. Een boek dat in 1935 verschenen is. In het licht van zijn tijd al een vooruitstrevend boek en na de dood van Hermann Hesse waanzinnig populair geworden.

De insteek van deze roman gaat over 2 mannen, Narziss en Goldmund. De eerste is een slimme jongeman. Hij weet zich als novice snel op te werken in het klooster Mariabronn. Slim en geleerd als hij is, onderwijst hij de leerlingen in het Grieks, waaronder de nieuwkomer Goldmund.

Goldmund is een tegenhanger van de novice Narziss. De jongen krijgt les van Narziss, maar lijkt in niets op hem. Is Narziss geleerd, Narziss heeft aandacht voor het aardse. Daarom houdt de jongen het ook niet zo lang uit in het klooster. Het vrouwelijk schoon trekt aan hem en hij verlaat het klooster met medeweten van Narziss.

Dan verschuift het perspectief van de verteller naar Goldmund. De lezer volgt hem op zijn zwerftochten. Steeds als de jongeman ergens langere tijd kan blijven of hij op een andere manier verdienstelijk is, dan gaat het aan hem knagen. Korte tijd later verdwijnt hij weer. Geleid door de honger naar het zwerven of door het verlangen naar een vrouw. De vrouw wordt door de verteller gesymboliseerd in de zoektocht van Goldmund naar zijn moeder:

Hij wist zonder dat hij het zich eigenlijk bewust was of onder woorden had kunnen brengen, – het was een besef, dat dieper zat, in zijn bloed – dat zijn levensweg die van zijn moeder was, van de wellust en de dood. De vaderlijke kant van het leven, de wil en de geest, daar hoorde hij niet thuis. (148/9)

Daarmee levert Hermann Hesse met zijn roman een aangrijpend verhaal op waar je langer over kunt nadenken. Oogt de roman in het begin nog als een schelmenroman, later wordt het meer en meer een ontwikkelingsroman dat zo mooi het lichamelijke (Goldmund) tegen het geestelijke (Narziss) zet.

Het verhaal van Hermann Hesse verwoordt op een onvergetelijke manier waarmee veel mensen worstelen. Het zinnelijke tegenover het lichamelijke. 2 werelden die eigenlijk een eenheid vormen en laten zien dat leven om allebei de elementen vraagt.

Hermann Hesse: Narziss en Goldmund. Oorspronkelijke titel: Narziss en Goldmund. Vertaald door Pé Hawinkels. 23e druk. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1992 [1970]. ISBN: 90 295 1989 4. 274 pagina’s. Prijs: € 29,99.Bestel

Bloed met bloed: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 25b

De dichter Statius geeft een verhandeling hoe de zielen hier in dit deel van de Louteringsberg toch kunnen vermageren. Het begint met de seksualiteit. De Latijnse dichter stelt dat het bloed van de man transformeert in sperma, waarna het bij de vrouw binnenkomt.

Er heerst best een bepaalde schaamte over seks, waar Statius niet gedetailleerd over spreekt. Hij stelt dat je beter over die dingen kunt zwijgen in plaats van te spreken. Zeker is dat het sperma wordt opgenomen in het bloed van de vrouw. Volgens Statius doordat het sperma van de man verandert in bloed en mengt met het bloed van de vrouw. Daaruit komt de nieuwe mens voort.

Bloed heeft duidelijk een mythische waarde voor de middeleeuwer, maar de verteller legt de weg van de mens verder uit. Na zijn dood, als Lachesis geen vlas meer heeft om te spinnen, stelt Statius, dan begint de fase van de onstoffelijkheid. Door die onstoffelijkheid kun je vermageren terwijl je als ziel geen eten nodig hebt.

En even als de lucht, van regen zwanger,
Door dat ze ’t licht, haar vreemd, in zich weêrkaatst,
Met onderscheiden kleur zich toont gesierd:

Zóó vormt zich ook de lucht in haar nabijheid
Tot die gedaant, waar zich de ziel in afdrukt
Naar aard en kracht, waar zij zich ook bevindt.

Alsdan geheel en al de vlam gelijkend,
Die ’t vuur steeds volgt, waar ’t zich ook moog bewegen,
Zoo volgt de nieuwe vorm ook steeds den geest.

Vandaar nu heeft de ziel haar zichtbaar deel
Dat schim genoemd wordt, waar zij iedren zin
Een werktuig, mede zichtbaar, in verschaft.

Vandaar dat wij nog spreken, dat wij lachen,
Of tranen storten en de zuchten slaken,
DIe ge op den Berg wis zult vernomen hebben. (vs 91 – 105; vert. Kok)

Het lijkt of de Latijnse dichter Statius hier een vergelijking maakt met de werking van de regenboog. Heel expliciet is zijn vergelijking niet, maar je zou hem zo kunnen maken.

De zielen die hier rondlopen gedragen zich doordat de atmosfeer zo is. Je kunt ze zien doordat ze de lucht om zich heen vorm geven, de vorm van een menselijk lichaam. Maar in feite kun je er doorheen lopen, want ze zijn lucht.

Een prachtige uitleg die Statius hier geeft. We krijgen even een inkijkje in de gedachtenwereld van de middeleeuwer. Dat Dante en zijn 2 begeleiders ondertussen langs een gapende afgrond lopen, brengt je weer terug in het verhaal. Net als de mededeling van Vergilius: kijk goed uit, want een verkeerde stap is zo gezet!

Gedichten rond Canto 23

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A.S. Kok uit 1863-1864. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.