Tagarchief: merels

Vogels tellen

We gaan lekker voor het raam zitten met uitzicht op de achtertuin. Het is Nationale Tuinvogeltelling dit weekend. Daarom maken we hier een lekker plekje om naar buiten te kijken. We zitten hier nooit. Dit is het naaihoekje van Inge. Nu tellen we de vogels die in de tuin zitten. Eerst is er niks. We wiebelen wat nerveus op de stoel. Stel dat er geen enkele vogel komt opdagen. Dan zit je hier mooi voor schut een halfuur lang.

Aan de andere kant is het best wel gezellig. We kletsen samen, terwijl we naar de wiegende Ginkgo kijken. De sprieten van de hortensia’s deinen mee op de wind. De droge bollen van vorig jaar slingeren als een bungeejumer aan zijn elastiek. Net als achterin de tuin de takken van de vlinderstruiken en het vijgenboompje meebewegen.

Zo zitten we daar voor het raam en keuvelen terwijl de vogels aan komen vliegen. Ja, daar zit een koolmeesje. En kijk nog eens: er komt er eentje bij. En is dat niet een pimpelmees?

Dan maakt merel een duikvlucht en landt fraai midden in de tuin. Kijk eens aan. Zo tellen we ook nog eens een tortelduif in de ginkgo. Hé, er komt er eentje bij. Ze kruipen tegen elkaar aan op een tak. De ene kriebelt met zijn snavel in de hals van de andere. De ander heeft zijn oogjes dicht van genot. Wat is dit schattig.

Misschien moeten we nog wat bijvoeren. Alle vogels schieten weg als er wat zaadjes worden gestrooid. De merel is zo weer terug. Hij gaat op de tuinstoel staan en kijkt met een schuin oog in onze richting. En daar zien we mevrouw merel landen op de schutting. Ze duikt even in de vijgenboom, rust op een takje, draait zich om en vliegt weer weg. Maar ze is geland. Dat telt mee.

Als we dan ook nog eens 2 pimpelmeesjes zien, zijn we helemaal blij. Zo tellen we in een halfuur best een leuk vogelbestand:

  • 2 koolmezen
  • 2 pimpelmezen
  • 2 merels
  • 2 tortelduiven

In totaal 8 vogels in een halfuur. Best een mooie oogst. Ik vind het wel jammer dat we niet de spreeuwen hebben gezien die ik eerder hoorde toen ik de was aan het vouwen was. We zagen ze wel in een grote zwerm hoog boven het pleintje achter vliegen. Of de kauwtjes die ik overal hoor, maar niet in onze tuin zie.

We worden wel enthousiast. Volgend jaar gaan we zeker weer meetellen bij de Nationale Tuinvogeltelling. Het is leuk om te doen en je leert weer eens op een andere manier naar je tuin te kijken.

Merelkroost (3)

Hoe blij je kunt zijn met het gepiep van de jonge merels in de achtertuin. De achterdeur staat open en ik ben druk bezig met het vastleggen van mijn eigen verleden. In de tuin klinken de merels die hun jongen voeren.

Het zijn er 2! Kan niet missen dat dit de merels zijn van wie ik 2 weken geleden 1 heb gered en het andere in het nest aantrof. Het verlaten ei is niet uitgekomen en het nest is verlaten gebleven. De bladeren er groeien alweer over.

Dan word je helemaal blij als je merkt dat het is goedgekomen met de jongen. Tussen de bladeren van de ginkgo zie ik er 1 zitten. De ander is al weggevlogen. Ze groeien hard en ik denk dat ze binnenkort al zelf eten bij elkaar kunnen scharrelen.

Zo zie je maar. De ouders hebben op een onhandige plek het nest gebouwd, maar onze redding is goed geweest. Anders had de kat ze zeker te pakken gehad. Net als de volhardendheid van de ouders natuurlijk. Het maakt je even dankbaar als je ziet hoe de natuur om het huis zich staande houdt.

De eerste merelzang

image

Een avond, de schemering is al gevallen. Ik fiets onder een tunneltje door en hoor hem al fluiten. Nog voor ik het tunneltje onderduik zingt hij al vanuit de hoge bomen, verderop. Als ik weer omhoog klim komt hij echt duidelijk in het gehoorsveld. De auto’s brommen nog achter mij.

Maar hij is duidelijk te verstaan. De zwarte lijster is in gesprek met een andere, hoor ik. Die vogel lijkt weer aan de andere kant van de weg te zitten. Ze fluiten naar elkaar, toeven elkaar af en zingen de mooiste melodieën.

Zo fietsend onder die boom door denk ik aan de regels in Dantes Goddelijke komedie over de merel. In Canto 13 van de Louteringsberg spreekt hij over het zingen van de merel in januari. De vogel is volgens de volksverhalen heel somber in de winter, tot hij eind januari de dagen ziet lengen, het warmer voelt worden en zijn zang weer voelt opborrelen.

Volgens het volksgeloof zou de neerslachtige merel met de komst van het voorjaar zich weer tot God richten en zeggen dat hij niet meer bang is. Sapia, een dame uit Siena, spreekt in de tweede omgang bij de afgunstigen. Ze vertelt over de slag bij Colle waar haar stadgenoten slaags raakten met de Welven uit Florence. Ze spreekt na het bloedbad dezelfde woorden als de merel in de fabel:

‘Voor U heeft voortaan m’alle vrees begeven’,
Gelijk de merel in wat warmer dagen. (Rensburg, Canto 13, vs. 122-123)

Pas veel later verzoent Sapia zich met God en mag ze zich zelfs louteren op de Louteringsberg.

Nu is de donkere avond voor deze merel warm genoeg om zijn loflied te zingen. Ik geniet even en denk aan Dantes personage Sapia. Ze trekt een mooie vergelijking met deze bijzondere vogel. De overmoed is bijna hetzelfde, want wie zegt dat het zo warm blijft. Een te vroeg ingezet loflied?

Ouderliefde

image

Merelouders roepen bij mij respect op. Geen vogel die meer ouderliefde lijkt te bezitten dan de merel. Hoe ze hun jongen met hand en tand verdedigen tegen elke vermeende dreiging.

Een nietsvermoedend kauwtje aasde laatst op een smerig bakje waarin een frikandel had gezeten. Het lag op de haag voor ons huis. Hij wilde erheen vliegen, maar moedermerel vond dat hij te dicht in de buurt van het nest kwam.

image

Moeder Getelink vloog het dier gillend aan. Vadermerel dook ineens uit het niets en vloog het kauwtje achterna. Daar in de boom, op meer dan 10 meter afstand van het nest en het frikandelbakje, vlogen ze het kauwtje nog steeds aan.

In deze tijd van het jaar hoor je regelmatig de merels gillen. De snelle hoge kreetjes van de alarmroep moeten vijanden verjagen en de andere oudermerel erbij halen om te helpen de bedreiging te verjagen.

image

Gisterochtend liep ik door het park met de honden en hoorde de hoge alarmschreeuw van de merels. Door het hoge bladerdek zag ik een grote buizerd wegvliegen. Het beest was vele malen groter dan de merels. Zonder gene en met een enorme heldenmoed vlogen ze achter de enorme vogel aan.

Ze gilden als ook mensenouders doen: blijf af. Kom je aan mijn kind, dan kom je aan mij. De buizerd maakte geen schijn van kans. En zo vloog de grote vogel weg. Achternagezeten door 2 merels. De ouderliefde van de 2 getelinkjes was sterker dan deze roofvogel.

image

Stelen?

image

Als Jantje in het kindergedicht van Van Alphen pruimen ziet hangen, als eieren zo groot. Is hij zich niet bewust van bezit. De pruimen zien er lekker uit en hij wil ze opeten. Niemand zal het zien, denkt hij. Die ene pruim minder ziet toch niemand in de grote hoeveelheid pruimen die daar hangt.

Jantje wordt betrapt en krijgt een flinke reprimande van zijn vader. Wat hij doet is stelen. Vraag gewoon aan de eigenaar of je er eentje mag hebben. Dan heb je helemaal wettig in je bezit.

Hoe zit dat met de merels die mijn rode bessen stelen, vroeg ik mij laatst af. Zijn zij ook aan het stelen? Terwijl ze zich helemaal niet bewust zijn van bezit. Net als alle andere dieren. Ze vinden toevallig zo’n bessenstruik en nemen het ervan. Die struik staat daar en biedt de lekkerste vruchten. Waarom doorvliegen?

Als je je er niet bewust van bent dat je aan het stelen bent, steel je toch eigenlijk niet. Zeker ook omdat mensen een heel andere beleving van bezit hebben dan dieren. Dieren zien hun kroost als hun bezit, dat verdedigen ze met hand en tand. Alle maatregelen om hun nest te beschermen, doen ze tot behoud van hun gezin.

De natuur brengt allerlei vruchten en andere eetbare dingen voort. In feite mag je die als wandelaar gewoon meenemen. Al behoort het bos in eigenlijke zin niet tot mijn eigendom. Zo zullen de merels de bessenstruik in mijn achtertuin ook zien: als iets dat de natuur ze geeft. Zij plukken daar de vruchten van. Dat het mijn vruchten zijn, ziet de merel niet.

In de bijbel illustreert Jezus in zijn Bergrede de zorgeloosheid van de vogels. Hij ziet deze dieren als voorbeeld om onbezorgd door het leven te gaan en met de dag te leven. Ze scharrelen op een heel andere manier hun kostje bij elkaar. Ze pakken wat ze tegenkomen en bekommeren zich niet over de eigenaar van het kostje dat ze vinden.

Kijk eens naar de vogels in de lucht. Ze werken niet op het land en bewaren geen graan in een schuur. Jullie Vader in de hemel geeft ze te eten. En jullie zijn veel belangrijker dan de vogels. (Math. 6: 26)

Dat ze eigenlijk stelen, vergeet de zoon van God te melden in zijn voorbeeld. De vogels gaan namelijk vaak regelrecht in tegen het andere gebod: niet stelen. In het gedicht van Van Alphen is de moraal niet te stelen belangrijker dan de zorgeloze houding waarmee Jantje eigenlijk wil meenemen wat hij tegenkomt.

Daarom bewonder ik stiekem de merels. Ze nemen de bessen mee en dat sta ik oogluikend toe. Hoe heerlijk ik die bessen zelf ook vind in de jam. De familie Getelink heeft het zwaar genoeg in deze wereld vol eksters, kauwtjes, katten en andere bedreigingen.