Tagarchief: martin bril

Columns – #50books

20141005_113903Columns, ik ben er gek op. Ik denk dat voor mij de literatuur met columns begon. De columns op de kerkpagina van Trouw door A.J. Klei bijvoorbeeld. Ik verslond de verhalen over dominee’s en anekdotes die daar langskwamen. Of de stukjes van Carmiggelt, Bomans of Kees van Kooten. Allemaal prachtig, luchtig en grappig tegelijk.

Maar dat was allemaal voordat ik kennismaakte met Martin Bril. Voor mij staat hij symbool voor de mooie column. Hij schrijft prachtig over zijn omzwervingen door het land. De details en de korte, krachtige stijl. Ze zijn niet te evenaren. Telkens als ik een columnboekje van hem lees, ben ik weer getroffen door die stijl.

Niet dat elke column even sterk is, maar over het geheel genomen is het heerlijk een boekje van hem op te slaan. Je komt altijd weer een bijzondere zin tegen die het hele verhaal vat. De kwinkslag of het detail die je weer op een andere manier naar het verhaal laat kijken.

Daar kan niemand aan tippen, al probeer ik heel vaak een andere auteur een kans te geven. Ik lees nu bijvoorbeeld de bundel korte verhalen van Sanneke van Hasselt Hier blijf ik voor de Perfecte dag voor literatuur van 15 oktober. Het zijn ook prachtige schetsen, ze weten de stad heel mooi tot leven te wekken en ook hier komt soms zo’n krachtige zin voorbij die alles zegt.

Maar het is geen Martin Bril. Zijn columns zijn niet te evenaren. En voor de rest van al die columnisten: het meeste wat in de kranten en tijdschriften staat is het lezen niet waard. Het zijn die kleine pareltjes die het verschil maken.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 40 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Dicht bij huis genieten

imageEr zijn mensen die vinden dat je elke dag iets anders zou moeten doen. Ze denken dat iets anders iets nieuws oplevert. Er zijn mensen die hele wereld over reizen op zoek naar iets nieuws. Ze zien niks nieuws, want ze nemen zichzelf mee en vergeten dat ze alles door dezelfde bril zien.

Bovendien vergelijken ze alles wat ze zien. De zee die ze nu zien vergelijken ze met al die andere zeeën die ze hebben gezien. De berg met al die andere bergen en het bos met al die andere bossen. Ze zien dus iets anders, maar ze vergelijken het met wat ze eerder zagen.

Paul Theroux noemt dat heel mooi als hij in de trein zit met een stel toeristen, op weg naar Machu Picchu. De toeristen vertellen honderduit aan de anderen waar ze allemaal geweest zijn en zien niet waar ze nu zijn.

Reizen heeft ook weinig met iets nieuws zien te maken. Zelden ontmoeten toeristen echt de ander. Ze leven in hun eigen cocon en kijken met het boekje in de hand. Dat reizen vertelt meer wie ze zijn, dan dat ze zichzelf leren kennen via de ander. Ze willen de buitenwereld vertellen waar ze niet allemaal geweest zijn. Reizen is meer status dan een beleving.

Ik las een mooie bevinding van Steven Gort. Hij schreef dat hij onlangs ontdekte hoe mooi zijn achtertuin is. Vlakbij huis was hij het bos in gegaan en zag dingen die hij niet eerder gezien had.

Ik moest denken aan Martin Bril. Hij stelt in het essay ‘De kunst van het wandelen’ dat een wandeling niet te lang mag duren (een uur maximaal) en dat je het liefst dezelfde wandeling moet maken. Je ziet iets als je er vaak aan voorbij gaat. Er vallen pas dingen op als je ze vaak ziet.

Sinds ik dat gelezen heb, houd ik er rekening mee. Je kunt de mooiste uitgestippelde routes lopen. En soms doe ik dat ook, maar het rondje hier door het park is mij het dierbaarste. Ik loop het elke dag, niet precies hetzelfde, maar ongeveer dezelfde paadjes. Ik markeer mijn route met een serie foto’s die ik onderweg maak.

Verder kijk ik vooral, naar de dingen waar ik eerder achteloos aan voorbij liep. Ik zie en hoor dan dingen van dat moment. Gisteren waren de blaadjes ook groen, maar niet zo groen als vandaag. De lucht licht anders dan een dag eerder. Net als dat het geluid van de vogels anders fluit dan gisteren.

Het is het moment dat je dan proeft. Het moment. Je wordt niet afgeleid door het nieuwe en onbekende. Je kunt het gebied in je opnemen zoals het is. Je kent het immers, weet precies waar de bomen staan en hoe het licht valt. Je wordt niet afgeleid door het verhaal dat je straks thuis moet vertellen van wat je allemaal aan nieuwe dingen gezien hebt.

Nee, je staat er gewoon en voelt de lucht strelen, ziet het licht vallen, hoort wat er op dat moment is.

Ik vind dat zo heerlijk en intens. Ik hoef helemaal niet meer weg. Of zoals dat boertje eens vertelde die nog nooit de zee had gezien. ‘Ik ben nog lang niet klaar met wat hier allemaal is. Waarom zou ik dan de zee moeten zien?’

Het eitje van Martin Bril

image

In de bundel Vader en dochters schrijft Martin Bril over het koken van het perfecte ei. Op een zondagmorgen heeft hij iets goed te maken, zodoende bereidt hij een feestelijk ontbijt. Bij een feestelijk ontbijt hoort een gekookt ei. Een halfzacht eitje: ‘het wit net stevig, niet snotterig meer, ook niet glazig; het geel zacht, net niet te dun, nog niet kruimig.’

Hij houdt zich aan de vier minuten die hij van huis uit heeft meegekregen. Voor de zekerheid checkt hij het in De Dikke Van Dam. Pagina’s recepten met ei erin of ei op allerlei manieren verwerkt, maar niet hoe je het perfecte eitje kookt. Voor Martin Bril zijn er twee mogelijkheden. Of het is zo makkelijk dat Van Dam hier geen ruimte voor vrijmaakt in het kostbare kookboek. Of zelfs de Van Dam tast volledig in het duister.

Het lukt niet om het perfect eitje te presenteren. Het gezin zit aan veel te hardgekookte eieren. Bril raakt geirriteerd. Hij gaat het nog een keer proberen. Alleen zijn jongste dochter lust nog wel een eitje. Volgens mevrouw Bril is het zes minuten in de pan, vanaf het begin. Nu zijn de eieren heuse snottebellen.

image

Niemand wil nog een ei, maar Martin Bril wil het perfecte ei. Hij gaat opnieuw aan de slag. Vier minuten, maar dan natuurlijk 4 minuten in kokend water. Als hij klaar is, eet hij het perfecte ei. Trots als hij is, schalt hij zijn heldendaad door het huis. Maar niemand reageert.

Heerlijk hoe een schrijver drie bladzijden lang schrijft over het koken van een eitje. Hoe herkenbaar ook. Bezig met het ontbijtje, vraag je altijd hoe lang het ook alweer was. Vraag het in een gezelschap en je krijgt van iedereen een ander recept.

Ik las het verhaal laatst voor, voor het slapen gaan. Heerlijk om te doen, een verhaal van Martin Bril (voor)lezen voor het slapen gaan. We moesten erom lachen. Vandaag verscheen er rond lunchtijd een berichtje van Inge op WhatsApp. ‘Ga nu ei a la Martin Bril eten.’ Ik wenste haar veel succes.

Even later een foto. Het was net zacht. ‘Volgende keer iets langer koken. 20 seconden langer zou voor mij beter zijn’, schreef ze. Het waren ook wel grote eieren. Je kunt wel dezelfde tijd gebruiken bij het koken van een ei, de grootte en het gewicht van een ei verschilt telkens. Zodoende is de tijd van vier minuten een gemiddelde tijd en zal het ene ei een paar seconden meer vragen dan het andere.

Gelukkig hield zij het bij dit ene ei. De volgende keer beter…