Tagarchief: mannen

Rolpatronen – Tiny House Farm

Bij het voornemen om in de Tiny House Farm te stappen, hebben we afgesproken dat Inge alle zaken regelt. Tot nog toe lukt dat heel aardig. Zo heeft ze alle stukken voor de hypotheekaanvraag geleverd, een makelaar uitgezocht en heel veel andere rompslomp afgewikkeld met de gemeente, de bouwer en veel andere instanties waarmee we te maken hebben.

Zo hebben we vorige week dinsdag eindelijk de koopovereenkomst voor de gemeente kunnen ondertekenen en zijn we een paar dagen later gebeld voor een afspraak om de akte laten passeren bij de notaris.

Wat daarbij opvalt is dat officiële instanties altijd de neiging hebben om de man van het echtpaar te bellen. Zowel door de gemeente als door de notaris ben ik gebeld.

Blijkbaar zijn het vastgeroeste patronen dat bij officiële dingen in eerste instantie de man wordt gebeld. Terwijl in allebei de gevallen de contactgegevens van Inge als eerste vermeld staan.

Van die dingen die je ontdekt als je bezig bent met een huis. Alle officiële dingen lijken dan opeens via de man te moeteb gaan, terwijl ik denk dat dit helemaal niet nodig is. Maar goed, volhouden dus en wie weet help ik de maatschappij een stapje verder met dit vooroordeel.

Niet elke man heeft het thuis voor het zeggen.

Ultiem mannenboek

image

Het ultieme mannenboek prijkt er op de omslag van Pluk van de Slettenflat. Het is de eerste roman van cabaretier Silvester Zwaneveld. De titel verwijst naar een fragment uit zijn eerste soloshow, waarin hij praat over zijn gezin.

Zijn vriendin, Nanda Roep is kinderboekenschrijfster en hij suggereert dat ze maar beter niet kunnen samenwerken: ‘Voordat je het weet heb je Pluk van de Slettenflat in de boekenkast staan.’

Het geluk is dat Nanda Roep niet alleen kinderboekenschrijver is, ze ook uitgever van Uitgeverij Nanda. Bovendien werken ze al vaker samen, zo verzorgt Silvester Zwaneveld regelmatig het omslag van boeken met zijn niet onverdienstelijke tekeningen.

In het radioprogramma ‘Spijkers met koppen’ liet de cabaretier uit Apeldoorn weten dat nog geen man zijn boek besproken had. Alleen 4 vrouwen lieten zich uit over het romandebuut van hem. Ze waren allemaal positief.

Dat vooral vrouwen het gelezen hebben komt misschien wel door de prikkelende tekst: ‘het ultieme mannenboek’. De prikkelende foto waarbij een brandweerman enigszins nonchalant zijn helm in zijn arm geklemd houdt en kijkt naar een blonde dame, zou de rest moeten doen.

De lezer ziet de vrouw van achteren, waarbij een hele bil ook nog eens wordt bedekt door de tekst dat het een mannenboek is. Pluk van de Slettenflat is een ultiem mannenboek dus. Een verhaal over brandweermannen die in tegenstelling tot de lezers wel het volle zicht hebben op de voorgevel. Een ultiem mannenboek onthult niets en gaat er gelijk vol op.

Silvester Zwaneveld: Pluk van de Slettenflat. Uitgeverij Nanda, 2015. ISBN: 978 94 90983 34 5. Prijs: € 17,50. 208 pagina’s. Bestel

Vrouwenverhalen – #50books

image

Is in een verhaal duidelijk de vrouwelijke schrijvershand te ontdekken? Ik ben opgevoed bij literatuurwetenschap met het idee dat het om de tekst draait en niet om de maker. Het maakt niet uit of het een schrijver of schrijfster is die het verhaal vertelt. Het draait om het verhaal. De bewering dat je een schrijver of schrijfster wel haalt uit de tekst past niet in die gedachte.

Maar een gedachte is een gedachte. De ervaring kan natuurlijk heel anders zijn. Bijna altijd weet ik of ik een man of een vrouw lees. Ik lees overigens heel veel boeken van mannelijke auteurs. Het is dan lastig te bepalen of ze zoveel verschillen van vrouwelijke schrijvers.

Ik ken wel enkele vrouwelijke auteurs waar ik diep onder de indruk van ben. Zo behoort het verhaal ‘Toetie’ van Maria Dermoût tot een van de hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur. Of schrijfsters als Virginia Woolf, Carry van Bruggen en Doris Lessing. Ze zijn heel mooi met hun heel eigen stijl en hun heel eigen thematiek. Het zijn de verhalen die ze vertellen waardoor ik ontroerd raak, niet of het vrouwen zijn.

Hella Haasse is zeker een lievelingsschrijfster van wie ik veel boeken heb gelezen. Ergens vind ik haar een betere schrijver dan Harry Mulisch. Ze heeft een prettige schrijfstijl en mooie thematiek. Vooral ook de diversiteit in onderwerpen van historische roman tot aan een groots uitgewerkte psychologisch verhaal.

In de negentiende eeuw waren er vrouwelijke auteurs die zich achter een mannennaam verscholen. De schrijfsters George Sand en George Eliot zijn bekende voorbeelden. Veel lezers dachten ook dat deze schrijfsters mannen waren. Dat was in die tijd een voordeel. Een mannelijke auteur werd serieuzer genomen dan een vrouw.

Ik durf niet hardop te zeggen dat dit nu niet meer is. Soms lees je weleens beweringen over schrijvers als Connie Palmen of Vonne van der Meer. Ik denk dat schrijvers als Liza van Sambeek en Heleen van Royen wel negatief bijdragen aan de beeldvorming rond vrouwelijke auteurs. Dergelijke boeken vloeien moeilijk uit mannenpennen. Daar zijn weer andere boeken kenmerkend.

Dat verschil is niet erg. Mannen verschillen nu eenmaal van vrouwen. Zolang het geen criterium is om literatuur al dan niet goed te keuren, is er niks mee aan de hand. Ik kan van sommige vrouwelijke auteurs echt genieten. Iemand als Marjan Berk vind ik heerlijk om te lezen. Ze heeft een heel eigen (vrouwelijke) thematiek en ze blinkt er in uit. Haar schrijfstijl werkt erg aanstekelijk. Ze weet op een luchtige manier boeiende onderwerpen onder de aandacht te brengen.

Zo verschillen vrouwen van mannen. Maar of ik bij een test feilloos de man van de vrouw kan onderscheiden, betwijfel ik.

Dit is het antwoord op vraag 43 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Aanrandend

image

Interessante opmerking die Said el Haji op facebook plaatste vandaag. Hij haalt onderzoek van kenniscentrum Rutgers WPF aan. Hieruit blijkt dat veel allochtone jongeren de neiging hebben om de schuld van een verkrachting bij het slachtoffer neer te leggen in plaats van bij de dader. Ze liep er dusdanig bij dat ze erom gevraagd had, luidt de verklaring.

Alsof de kleding van een meisje ‘uitnodigt’ tot verkrachting. Het dragen van weinig verhullende kleding wordt hierbij als ‘sletterig’ opgemerkt. En dat zou de daders zo verleiden dat ze wel moeten verkrachten. Dat zo’n meisje verkracht wordt, is haar eigen ‘schuld’. Ze heeft er immers vanwege haar kleding om gevraagd.

Onzin natuurlijk. En dat bleek ook uit de reacties. Said zag het geheel vanuit een andere cultuur waarbij vrouwen dikwijls naakt rondlopen en zo nog minder verhullen dan de meisjes in ‘sletterige’ kleding in Nederland. Het item zette mij aan het denken.

Wanneer vrouwen weinig kleren aan hebben, wordt dat als verleidelijk gezien. Terwijl mannen die weinig dragen met afschuw worden bekritiseerd. Denk aan het bouwvakkersdecolllete dat niet bepaald als flatteus wordt gezien. Of mannen die met blote buik rondlopen.

In het boek Vaders en dochters van Martin Bril staat het verhaal ‘Naakt’. De dochters van Bril kunnen er niet tegen als hun vader halfnaakt door het huis loopt. ‘Aanrandend’, noemen ze het. Dat hij gewoon een schone en witte onderbroek draagt, maakt niet uit. Het blijft ‘aanrandend’.

Ik vind het vooral grappig dat Brils dochters dat zo noemen. Niemand zou dat in zijn hoofd halen bij het zien van een halfnaakte vrouw om dat ‘aanrandend’ te noemen. Het zou eerder volgens bepaalde jongeren een aanranding oproepen. Voor Brils dochters is het zien van hun halfnaakte vader ‘aanrandend’.

Daarom trekt hij maar iets aan als hij de echtelijke slaapkamer verlaat. ‘Het voelt, eerlijk gezegd, al vrijheidsberoving, maar gelukkig is het mijn eigen huis dat de gevangenis is’, eindigt het verhaal van Martin Bril.

Bij de filmopnames van Peter Greenaway zat een oudere man in zijn kamerjas. Onder de kamerjas had hij niks aan. Zelfs geen onderbroek. Een vrouw die ook bij de opnames was en net als iedereen lang op haar beurt moest wachten, ergerde zich mateloos aan deze man. Ze vond het vies en ook ‘aanrandend’. Al zei ze het laatste er niet zo bij. De man trok zich weinig van aan van de vragen om iets aan te trekken. Stiekem genoot hij ervan.

Ondoorgrondelijk – #WOT

image

Ondoorgrondelijk staat voor onbegrijpelijk. Het geheim van de natuur is niet te begrijpen. Net als dat sommige mannen hun vrouw niet begrijpen. Dit begrijpen gaat het menselijk verstand nog meer te boven als het om God gaat. God is ondoorgrondelijk.

Momenteel lees ik een boek dat Een kleine geschiedenis van bijna alles heet. Het is een boek van Bill Bryson. Hij is van origine niet een beta, maar probeert de wereld van de natuurkunde, biologie, scheikunde en geologie uit te leggen. Het is een onbegrijpelijke wereld. Ook voor hem. Je leest in het boek zijn onbegrip. Het is ook heel moeilijk uit te leggen als je er zelf nauwelijks uitkomt.

Uitdijend heelal
Zeker het begin waarin hij het alsmaar uitdijende heelal probeert uit te leggen. Het ondoorgrondelijke wordt iets minder ondoorgrondelijk. Het is niet erg, want je hoeft niet alles te begrijpen. Het boek is zo mooi, zeker ook door de platen erin dat er genoeg dingen instaan die je niet wist en nu wel. Of dingen die je niet begreep maar nu wel.

Het boek is geschreven in 2003. Dat is voor de vondst van het higgsdeeltje. De vondst in 2011 was een wetenschappelijke doorbraak die je inderdaad beter begrijpt na het lezen van Brysons uitleg. Het is iets ondoorgrondelijks, een theorie die iemand verzon. Of zoals Bill Bryson schijft: ‘Het Higgs-boson bestaat misschien en misschien ook niet; het is simpelweg uitgevonden als een manier om de deeltjes massa te geven.’ En dan blijkt het wel te bestaan.

Godsdeeltje
Een kleine geschiedenis van bijna alles
is daarmee een boek om te lezen en maakt zo het ondoorgrondelijke iets minder ondoorgrondelijk. Sommigen noemen het higgsdeeltje het ‘Godsdeeltje’. En de vondst stelt de mens daarmee bijna gelijk met God. Maar ik denk dat het vinden van dit deeltje nog niet betekent dat je het doorgrondt.

Met God en doorgronden is overigens nog iets aparts aan de hand. God is voor gelovigen niet te doorgronden en ook niet te benoemen. Terwijl God wel elk mens persoonlijk van haver tot gort kent. Hij doorgrondt hem helemaal.

Psalm 139
De dichter van psalm 139 – het zou David zijn – heeft het zo geschreven: ‘Heer, U doorgrondt mij en kent mij’. Dat kennen gaat heel ver. God doorziet van verre je gedachten, volgt al je gangen en weet al wat je gaat zeggen nog voor je de lippen van elkaar haalt.

Ik zie het maar als dichterlijke vrijheid om het ondoorgrondelijke dan zelf doorgrondelijk te maken. Ik heb in mijn versie van psalm 139 er maar de draak mee gespeeld:

Noem mij dichter
maar de woorden
stoppen waar het
denken begint

Het is net zoiets als mannen en vrouwen. Er zijn mannen die klagen dat hun vrouw hen niet begrijpt. Andersom hoor je dat vrijwel nooit. En of dat klopt? Dat ik deze vraag stel, heeft waarschijnlijk met dezelfde ondoorgrondelijkheid te maken.