Tagarchief: maarten van rossem

Van paard naar ijzeren ros

image

De domesticatie van het paard, vijfduizend jaar geleden, zou volgens de Amerikaanse hisoricus Alfred W. Crosby het einde van de landbouwrevolutie markeren. Volgens Maarten van Rossem vormt de uitvinding van de stoommachine een vergelijkbaar markeringspunt. Hij begint zijn essay in Europa in 1500, waarbij hij de wetenschappelijke revoluties in de periode voor de daadwerkelijke uitvinding van de stoommachine meeneemt.

In het verhaal dat Van Rossem vervolgens opdist, komen veel uitvindingen voorbij. Naast de stoommachine zijn ook de uitvinding van de elektrische motor en de benzinemotor erg belangrijk geweest voor de Westerse expansie. Dit is het grootste en saaie gedeelte van Maaten van Rossems essay. Het lijkt zo opgelepeld uit de handboeken waarin de uitvindingen worden gepresenteerd.

Pas interessant en essentieel wordt het als hij belandt bij de militaire expansie. De algehele overheersing van West-Europa over de rest van de wereld is niet zozeer te danken aan de uitvinding van de stoommachine, maar het gebruik van geweld in combinatie met het effectief inzetten van vuurwapens. Het is de zin waarmee hij het vierde hoofdstuk opent, die het raadsel van de overheersing oplost:

Het Europese succes, en dat geldt ook voor de Europese dominantie van de wereldhandel, was in laatste instantie gebaseerd op het gewetenloze gebruik van geweld. (55)

Uitvindingen als de stoommachine en verbrandingsmotor hebben misschien wel geholpen de macht te verstevigen, maar de overheersing is vooral te danken aan het geweld dat de Europeanen gebruikten. Ze waren in staat met weinig soldaten een veelvoud van mensen onder de duim te houden. De strategische posities die ze bewaakten met ‘formidabele forten’ in combinatie met de zeer effectieve vuurwapens maakten ze onaantastbaar.

Hoewel de Europeanen aan hun expansie begonnen waren met het oogmerk handel te drijven, maakten de omstandigheden, hun verbijsterende gewelddadigheid en de zwakte van veel tegenstanders hen tot veroveraars. (63)

Het is niet de uitvinding van de stoommachine, maar het effectieve gebruik van buskruit en de toepassing van bruut geweld, die hebben bijgedragen aan de overheersing van de West-Europeanen over de rest van wereld. Het veel sterker gecultiveerde en geciviliseerde China kon daar onmogelijk tegenop.

Science and Civilisation in China

image

Het idee dat de Chinezen aan de wieg staan van alle moderne uitvindingen, is niet uit de jaren ’90. Op reis door China verwijst Paul Theroux hier ook naar. Hij stelt dat China het eerste en het laatste land is dat stoommachines maakt. De lijst met vele Chinese uitvindingen, stelde professor Needham op in zijn Science and Civilisation in China.

Het eerste deel van dit 24-delige levenswerk verscheen in 1954. Mogelijk heeft dit grote overzichtswerk van Chinese vindingen aan de wieg gestaan van de paradigmawiseling waar Maarten van Rossem over schrijft in zijn essay Waarom de stoommachine geen Chinese uitvinding is. De kritische noot van de Utrechtse hoogleraar lees ik niet bij Paul Theroux. De treinreiziger spreekt van het eerste ontwerp van de stoommachine die in het jaar 600 zou zijn gemaakt door de Chinezen.

Maarten van Rossem vindt dat hier de ‘meest elementaire logica’ niet wordt toegepast. Dat is de vraag waarom de kloof tussen West-Europa en China zo ongelooflijk snel en zo diep kon worden.

Kortom, de strekking van mijn betoog is dat Europa, ondanks de retoriek van het nieuwe paradigma, nu juist wèl iets bijzonders was, in elk geval voor de periode 1500-1900. (13/14)

Een overheersing dankzij de stoommachine die volgens Maarten van Rossem te vergelijken is met de landbouwrevolutie die eindigde met de domesticatie van het paard, vijfduizend jaar geleden.

Waarom de stoommachine geen Chinese uitvinding is

image

In het essay Waarom de stoommachine geen Chinese uitvinding is, veegt Maarten van Rossem de vloer aan met het idee dat de Chinezen alles hebben uitgevonden. Hij verwijst naar ‘een nieuw historisch paradigma, waarin China een glorieuze hoofdrol krijgt toegewezen.’ Onzin, zo vindt hij.

Van Rossem noemt het boek The great divergence. China, Europe, and the making of the modern world economy van de historicus Kenneth Pomeranz.

De Chinezen zouden volgens dit boek aan de wieg staan van veel Europese uitvindingen zoals de stoommachine. De Chinezen konden alles beter en eigenlijk is het oneerlijk dat de industriële revolutie zich niet in China voltrok.

Volgens Maarten van Rossem wordt hier een cruciale denkfout gemaakt. Chinezen vonden het buskruit uit en waren technisch inventief, van een wetenschappelijke revolutie zoals in Europa was in China geen sprake.

Zodoende hebben de Chinezen de stoommachine niet uitgevonden, want voor die uitvinding waren een aantal essentiële wetenschappelijke inzichten noodzakelijk. China beschikte misschien over het potentieel om zoiets uit te vinden, maar de omstandigheden waren er niet naar. (13)

Het juiste gebruik van de machine, dat is veel belangrijker dan de werking van de stoommachine. Er is meer nodig om de uitvinding te claimen, vindt Maarten van Rossem.