Tagarchief: lopen

Buitengesloten – Sientje (53)

Het was moeilijk om het samen lopen met de hond ’s avonds voor het slapen gaan weer nieuwe leven in te blazen. Het was een avond waarop ik mij niet zo lekker voelde en eigenlijk lekker naar bed wilde. Ik vroeg of Inge misschien mee wilde met de avondwandeling. Voor het eerst sinds jaren.

We deden de achterdeur op slot en gingen er bij de voordeur uit. We liepen een gezellig en klein rondje om de gracht die voor ons huis is. Een wandeling die in afstand het midden houdt tussen de Bermudadriehoek en ons oude avondrondje in Almelo.

Sleutel in slot

We kwamen terug. Ik stak de sleutel in het slot, maar de deur ging niet open. ‘Ik heb de sleutel erin laten zitten’, zei Inge geschrokken. De achterdeur zou ook niet gaan lukken. Die zat namelijk niet alleen op slot, maar ook op het handslot dat alleen van binnenuit te openen en sluiten was. Daar stonden we.

Ik voelde me grieperig en wilde eigenlijk naar bed. We probeerden wat bij de voordeur te rommelen, maar het lukte niet om de deur open te krijgen. Hij zat weliswaar niet op slot, maar we kregen de sleutel er niet uit. Ook wilde de deurklink die aan de binnenkant van de deur zit, niet naar beneden.

Buitengesloten

Daar stonden we dan. Onze dochter lag boven lekker te slapen en wij hadden ons buitengesloten. We liepen weer naar de achterzijde. Het slaapkamerraam stond open. Misschien kon je er via de keukentrap in, die stond in de schuur en die stond open. Dat lukte niet. De trap kwam niet hoog genoeg om van het bovenhengsel af het raam in te komen. En ik was daar ook niet lenig genoeg voor.

Inge zou bij de buren vragen of we hun trap konden lenen. Zij had immers de sleutel in het slot van de voordeur laten zitten. Een hinderlijke gewoonte die ze ondanks dit incident niet verleerde. Ze haalde de trap. Het was nog een aardig eind omhoog. Ik voelde me dizzy genoeg om naar beneden te vallen, maar wonder boven wonder bleef ik op de treden staan en wist zelfs bibberend naar binnen te klauteren.

Pyjama

Zo kon ik de achterdeur openen en vrouw en hond weer toegang tot het huis geven. Ik bracht de trap weer terug, bedankte de buurman uitgebreid. Ik had mijn pyjama al aangetrokken bij het wandelen op deze warme septemberavond. Snel dook ik mijn bed in, nog bibberend van de kou. Het was in de 3 kwartier dat we bezig waren geweest het huis binnen te dringen best koud geworden. Ook was het al donker geworden.

Sientje had alles lijdzaam afgewacht. Geen haast of ongeduld trof haar. Dat lag meer in de aard van haar baas. Er volgden nog een paar harde woorden over het laten zitten van de sleutel in het slot en de consequenties, waarna ik in diepe slaap viel. Dromend van deuren die in het slot vielen en sleutels die nog in huis lagen. De volgende ochtend werd ik tot mijn eigen verbazing weer fris en fruitig wakker.

Lees het vervolg: Familiebanden »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Ben je boos, pluk een paardenbloem – Sientje (28)

Sientje had het niet op wandelen. Ze was er niet mee opgevoed. Ik vraag me af hoe vaak ze in de 4 jaar dat ze in die schuur verbleef, het grote buiten heeft gezien. Ze kon niet goed aan de lijn lopen. Al pakte ze dit wonderbaarlijk snel op. In gedrag leek ze daarin meer op een puppie dan een volwassen hond die al meerdere nestjes in haar leven geworpen had.

Buiten lopen was niet echt haar ding. Ze liep liever thuis rond te struinen om dan in de tuin lekker in het zonnetje te liggen bakken. Ze leek daarin op van die veel te bruine badgasten die weken achtereen in de zon hun huid laten verschroeien. In de zomermaanden was haar onderbuik helemaal donker verbrand door de warme zomerzon. En als de achterdeur niet openstond, pakte ze met evenveel tevredenheid het zonnetje dat in de keuken naar binnen viel. Voor Sientje was de zon het grote genieten. Ze deed er alles voor om in het enige reepje zon dat in huis viel, te kunnen liggen.

Aan regen had ze een gruwelijke hekel en dan duid ik mij heel netjes uit. Ze had er de schurft aan. Hoorde ze de regen al op het platte dak in de keuken kletteren, dan wist ze hoe laat het was. Met tegenzin stapte ze naar buiten, voelde hoe haar onderbuik nat werd. Deed een plas en liep terug naar de voordeur, want die regen was maar niks.

We wilden wat meer gaan wandelen. Daarom schaften we een imposante verzamelband met ANWB-wandelingen aan. Zo kwamen we op het idee om een wandeling in de buurt te gaan maken, langs de Bornsebeek. Sientje had er niet veel zin in. Ik moest haar meetrekken, ze dreinde achter ons aan in een trage pas. Het begon een beetje te miezeren toen we uit de auto stapten. De dreigende wolkenlucht voorspelde genoeg, maar we wilden het hoe dan ook proberen.

Sientje had er overduidelijk geen zin in. Ik verheugde mij op de vistrap die iets verderop zou liggen. De regen viel al wat harder naar beneden, maar we liepen nog veilig beschut onder de bomen. Wat verderop viel de regen nog iets harder op ons. Sientje ging steeds noester lopen met de kop naar beneden. Ze had er echt, echt geen zin meer in. Ze was gewoon boos.

Ben je boos, pluk een roos. Inderdaad, gold dat voor Sien. Zo boos was ze. Alleen er waren geen rozen. We naderden de beek, omringd door lieflijke grasweiden. Tussen het gras staken gele paardenbloemen. Helemaal open in de volle gele kleur. Sientje kwam eraan gelopen en greep boos een paardenbloem. Ze hapte het ding naar binnen terwijl ze liep en slikte de bloem meteen door.

De regen viel nog harder en veranderde in een heuse stortbui. Dit leverde ons ook weinig plezier. We keerden om. Sientje veranderde haar standpunt van helemaal achteraan sjokken naar helemaal vooraan trekken. Ze liep vooruit en trok aan de riem. Wat wilde die graag terug naar de auto. We hadden haar op de achterbank gezet, drijfnat. Ze keek ons aan met een blik die vertelde dat zij ons allang had kunnen vertellen dat deze ellende op ons af zou komen. Zeker nu het ook bliksemde en de regen met bakken uit de hemel viel.

We reden iets verderop op de grote weg, ergens langs het punt van de Bornsebeek waar de vistrap lag. Het was opgehouden met regenen. Een mager zonnetje kwam door het wolkendek. De hemel werd langzaam maar zeker ontdaan van de dikke wolken en liet al wat stukjes blauw zien. Bij thuiskomst was de lucht meer blauw dan dat er wolken doorheen dreven. Genoegzaam vleide Sientje zich in het doorgebroken zonnetje in de achtertuin. Laat mij maar lekker thuis, zuchtte ze terwijl ze de ogen sloot.

Lees het vervolg: Zwevende teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Lekke band

Drukke dag op het werk gehad. Langer doorgegaan in de hoop dat de stapel dan slinkt. De avond valt donker. Het miezert een beetje. Net een appje gestuurd dat ik om half 7 thuis ben. Kwart over 6, kom ik bij de fiets aan en ik zie het al van een afstandje: lekke band.

Dat gevoel. De gedachte die door je hoofd schiet. Shit. De teleurstelling want het loopt anders dan je verwachtte. Je bent al moe van het werk en nu ben je extra lang onderweg naar huis.

Zo’n trieste blik: een fiets met een lege band. Hij staat al wat minder stabiel. De velgen drukken op de stoep. Geen beweging meer in te krijgen. Tas in de fietstas en dan maar gaan lopen.

Zo ga ik door het duister over het verlaten industrieterrein. Een verdwaalde auto passeert langs mij. De plassen water opspattend. En ik probeer er een beetje tempo in te krijgen.

Over een halfuur thuis? Hopelijk om kwart voor 7. Het is later dan ik in mijn hoofd had. Maar dat is nu eenmaal. Niks aan te doen.

De gedachte dat ik straks in de kou zo’n band moet plakken. Dat je vingers niet meer los willen. Alles nat en alles blubber. Het groot onderhoud in de buurt, maakt van alles een modderpoel. De planten zijn weg en zelfs de vogels zijn gevlucht.

De natte aarde kleeft zich vast aan je fiets, maar je bent tegelijk zo blij dat je thuis bent, dat je wat straks komt, maar even vergeet.

Mistmorgen

Eigenlijk is zondagmorgen de mooiste ochtend van de week. De stilte en het vroege licht zijn een prachtige combinatie. We lopen door het gemaaide gras, de honden zijn gek op het gras dat is blijven liggen.

Je kunt door de zon kijken. Vorige week was het ook zo’n mooie ochtend, toen zag ik een groep ganzen door de zon vliegen. Nu ben ik er te laat voor, maar ik geniet nu vooral van het bijzondere licht.

Het mooiste is de open plek in het park waar je de mist in alle flarden ziet. De bomen worden schimmen, de herfstkleuren dringen zoetjes door het beeld. Genieten. Midden op het veld zit een man te fotograferen. Zijn fiets midden in beeld. Net als hijzelf.

Op zijn fiets dreint een transistorradiotje. Hij fluit mee met de muziek terwijl hij met zijn kont in het natte gras zit. Hij zit achter het statief waarop een grote kijker staat.

De wereld is van hem. Hij staat op, buigt half naar achteren. Het lijkt net of hij plast met die grote toeter voor zijn kruis.

Ik probeer om hem heen te fotograferen en pak mijn eigen beeld. Ook genieten. Een roodborstje overstemt de radio met gemak, dus ik hoef me niet druk te maken.

Het is gewoon heerlijk. Zo’n mistige zondagochtend. De wereld slaapt nog half en de wakkere helft wrijft de ogen langzaam uit. Intens zo’n ochtend.

De grens, de zee

De grens van het water is de derde grens die Dolph Cantrijn op de voet volgt bij zijn wandeling Nederland rond in 80 dagen. Het is iets minder de helft van de totale afstand hij aflegt op zijn voetreis langs de rand van Nederland.

Op dag 43 komt hij bij de Dollard en volgt het water van de zee. Hij loopt over dijken en het strand. Zo volgt hij de kustlijn, waarbij de wandeling over de Afsluitdijk zeker indrukwekkend is.

De teruggeplaatste grafstenen op de dijk, waar eens het kerkhof stond van het verdwenen dorp Oterdum. En hij gaat op zoek naar de Noordelijkste grenspaal, nummer 888 in het water van de Dollard. Hiervoor vaart hij mee op een loodskotter.

Als het eb is, kun je er naartoe lopen. Helaas komt de loodskotter er niet in de buurt, omdat het schip anders in het zand vast komt te zitten. (51)

Net als het bezoek aan een Tibetaans klooster, de zoektocht naar het fotogenieke witte dobbepaard en de enorme Maasvlakte waar hij de zeehonden ziet. Overigens mocht hij al eerder op zijn reis bij Lauwersoog een zeehond loslaten, een zogeheten huiler. Het dier heeft zijn naam meegekregen.

Het zijn allemaal mooie verhalen van de oude man en de zee. De smokkelavonturen zijn even naar de achtergrond verschoven, om bij de grens met België weer terug te komen. Daarmee is de cirkel van Dolph Cantrijns wandeling langs de rand van Nederland helemaal rond: een rondje Nederland in 80 dagen!

Dolph Cantrijn: Nederland rond in 80 dagen, Wandeldagboek. Redactie: Lindy Popma. Arnhem: Uitgeverij Gegarandeerd onregelmatig, 2016. ISBN 978 90 7864 1490. 96 pagina’s. Prijs: € 6,95. Bestel

Kijk voor routes op volgdolph.nl

Grenspalen

De wandeling die Dolph Cantrijn maakt langs de rand van Nederland, voert voor een groot deel langs grenspalen. Sommige gedeeltes maken echt indruk, zoals langs het smalste stukje Nederland dat nog geen 5 kilometer breed is. Of de snelweg tussen Heerlen en Roermond die door een stukje Duitsland loopt. Nederlandse auto’s mochten hier overheen rijden, maar absoluut niet stilstaan.

Verderop in Gelderland, voorbij Huppel ziet hij het Zwillbrocker Venn, een natuurgebied met een grote populatie flamingo’s. Een telefoon aan een boom verraadt waar de grens loopt. Bij Losser loopt de burgemeester een stukje met hem op. De burgervader doet niet onder voor de fotograaf. Met evenveel gemak springt hij in pak over de slootjes of struint hij door het bos. Alles om precies op de grens te lopen.

Het zijn veel smokkelverhalen die Dolph bij de Belgische en Duitse grens hoort. Sommige verhalen zijn al erg oud en best grappig. Zoals de ‘stevige’ vrouw bij Dinxperlo die een lading boter onder haar jas draagt. Ze wordt door de commiezen bij de kachel gezet om op die manier betrapt te worden.

Maar andere verhalen zijn wat serieuzer. Zoals opa Hannes, de smokkelaar, die zijn leven opoffert voor 25 kilo koffie. Of de voorouders van Ruud Lubbers die biggen in jute zakken over de grens smokkelden:

Om te zorgen dat de varkens niet ging krijsen, smeerden de smokkelaars hun bek in met groene zeep. Daardoor hielden de beesten zich koest als ze stiekem de grens over werden gebracht. (45)

Dat de grens zelf in deze tijd met open grenzen nog altijd parten kan spelen, bewijst het frietkot bij grenspaal 289:

De frieten worden gebakken in België. De toonbank is op de grens en de verkoop gebeurt in Nederland. De ligging is al tijden een doorn in het oog van de autoriteiten. In welk land moet belasting worden betaald? (79)

Heerlijke verhalen op de grens van Nederland. En de scheidslijn is nooit zo zuiver te stellen als je soms zou willen. Het levert een mooi boek op van de spannende wandeling die Dolph Cantrijn maakt.

Dolph Cantrijn: Nederland rond in 80 dagen, Wandeldagboek. Redactie: Lindy Popma. Arnhem: Uitgeverij Gegarandeerd onregelmatig, 2016. ISBN 978 90 7864 1490. 96 pagina’s. Prijs: € 6,95. Bestel

Kijk voor routes op volgdolph.nl