Tagarchief: lezer

Verbeeldingskracht: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 17a

De verteller richt zich tot zijn lezers om voor te stellen hoe het is als de mist in het zonlicht oplost. Heel mooi zoals hij het beschrijft. De oproep aan de lezer om je dit voor te stellen vergemakkelijkt het om het beeld voor te stellen.

Daarna doet de verteller een oproep aan zijn eigen fantasie. Een dubbele boodschap natuurlijk als je beseft dat het hele boek uit zijn verbeelding ontspruit. Een mooi spel met de lezer en het verhaal.

Een oproep van de verbeelding, maar niet alleen de verbeelding van de verteller. Ook de verbeelding van de lezer wordt hier aangesproken.

Wat doet de verbeelding met Dante. Hij krijgt een visioen:

O, gij, verbeelding, die ons soms aan dingen
van buiten zo ontrukt dat ’n mens niets hoort
al klinkt trompetgeschal rondom: wie is het

die u, als oog noch oor iets aanreikt, drijft?
Dat doet een licht dat in de hemel vorm krijgt
vanzelf óf door een Wil die ’t neerwaarts leidt.

Zo trof mijn geestesoog het spoor van ’t onmens
dat werd veranderd in een vogel die
het mooiste, en het liefste ook, zingt van alle.

En door die beeltenis ín hem was mijn geest
zozeer gevangen dat hij niets van buiten
als indruk in zijn zinnen nog ontving. (vs. 13 – 24, Rob Brouwer)

De verbeeldingskracht die zich onttrekt aan de werkelijkheid. De verbeelding is met geen mogelijkheid te wekken, stelt de verteller. Zelfs duizend trompetten kunnen je dan niet wakker krijgen. Het is de verbeelding waarin je heerlijk kunt verdrinken. Eenmaal erin gedoken, kom je er moeilijk uit.

En zo zinkt de verteller Dante ook in de verbeelding. Hij ziet Assuerus, zijn vrouw Ester en de rechtvaardige
Mordokai. Dante refereert hier naar het verhaal van Esther in het gelijknamige bijbelboek uit het Oude Testament. Het beeld lost op en spat uit elkaar als een zeepbel. Onmiddellijk gevolgd door het volgende beeld van een meisje.

Gedichten rond Canto 17

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Waarom blog je over boeken? – #50boeken vraag 16

image

Afgelopen maandag overleed blogger en lezer Ruud Ketelaar. Op woensdag eerden we hem op twitter met de hashtag: #ruudwas. Prachtige herinneringen kwamen voorbij. Ook over lezen en bloggen over lezen.

#50boeken

Ruud volgde actief #50books en schreef soms ook een blog op een vraag, maar wel onder de noemer #50boeken. Hij weigerde te schrijven onder de Engelse naam zolang er een goed Nederlands alternatief voor handen was.

Meer dan eens wees hij de vraag heel resoluut af, maar als ik doorvroeg, liet hij zich verleiden. Even later verscheen er dan een prachtige blog over het onderwerp.

De lezer Ruud

Een echte lezer. Hij voedde zich met wat hij las, deed er altijd iets mee en schreef er dan een mooie blog over. Als hem dat uitkwam. Hij liet zich zeker niet dicteren elke week mee te doen. Het was de vrijheid die hij nodig had.

De echte lezer

Een echte lezer. Schrijvers worden veel geëerd, maar lezers eigenlijk niet. Zo voelt het bloggen over boeken ook voor mij: schrijven wat je leest. Zo krijgt de lezer een stem, net als dat lezers met elkaar praten over boeken en elkaar zo inspireren.

Door erover te praten of bloggen krijgt een boek nog meer waarde. Niet iedereen houdt van het geklets over boeken, maar de bloggers van #50books blijkbaar wel. Zij kruipen regelmatig achter hun computer om iets te schrijven over een boek dat ze gelezen hebben.

Daarom blijven we deze week heel dicht bij onszelf met de blogvraag over boeken:

Vraag 16

Waarom blog je over boeken?

Ik ben benieuwd naar de motivatie waarom je over boeken schrijft. Postuum is dit ook een eerbetoon aan lezer en blogger Ruud.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

De lachende lezer

image

Lezen en lachen is een bijzondere combinatie. Iemand leest en boek en barst steeds in gelach los. Het is de vreugde van de tekst. Een tekst die iemand alleen leest en daarom is de vreugde ook voor hem alleen. In de trein is het zelfs een beetje gênant als je tegenover een heer of dame zit die iedere keer grinnikt of nog erger: keihard gaat lachen.

Gelukkig lach ik niet zo vaak hardop om boeken. Niet dat het niet grappig is, maar gewoon omdat het een beetje gênant is en je door het lachen niet meer aan lezen toekom. Al denk ik dat ik elk boek zeker wel een paar keer moet lachen. Er zijn bijna geen humorloze boeken, al kon ik om het Afrikaboek van Hemmingway en Van dode mannen win je niet van Walter van den Berg wat minder goed lachen.

De grote uitzondering van mijn niet lachen zijn de reisverhalen van Redmond O’Hanlon. Daar kom ik werkelijk niet meer bij van de benarde situaties die hij beschrijft op een droogkomische wijze. Ontroering en humor wisselen elkaar op harmonieuze wijze af. Het zijn reisverhalen waar ik echt van geniet. En dat is misschien het geheim van een mooi boek dat je erbij kunt lachen of huilen zonder erop te letten dat het eigenlijk heel gênant is.

Dit is het antwoord op vraag 44 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Onderweg lezen

image

Naast de verhalen van de vele mensen die hij onderweg ontmoet, schrijft Paul Theroux in De oude Patagonië-expres ook vaak over de boeken die hij onderweg leest. In de trein kun je heerlijk een boek lezen. Je droomt dan lekker weg in een andere wereld. Af en toe kijk je dan uit het raampje om te zien waar je bent. Niet voor niks, heeft NS zich een aantal jaren geleden opgeworpen als promotor van het lezen. Niets is lekkerder dan het lezen van een goed boek in de trein.

Paul Theroux verwerkt een flinke stapel boeken onderweg van Boston naar Esquel. De boeken vergezellen hem net zo goed als de mensen die hij onderweg tegenkomt. Zo verwerkt hij op een indrukwekkende manier The narrative of Arthur Gordon Pym van Edgar Allan Poe in zijn verhaal. Hij is onderweg in Costa Rica van San José naar Puntarenas. Niet omdat het zo’n spectaculaire reis is, maar om het boek te gaan lezen:

Het deed er niet toe waar die trein heen reed; wat er voor mij toe deed was dat ik het boek zou lezen onder ideale omstandigheden, in een trein, met mijn voeten op de bank, en met een pijp die lekker trok. (206)

In het hoofdstuk waarin Paul Theroux van San José naar Puntarenas reist, hoofdstuk 11, heeft hij het enge verhaal van Poe prachtig in de reis verweven. De scenes uit Poe’s reisverhaal zijn cursief weergegeven en sluiten soms naadloos aan op de beleving in de trein.

Af en toe vraagt iemand wat hij leest, knijpt een vrouw met twee gouden tanden in zijn knieën en zit een Costaricaans gezin rond zijn zitplaats.

De trein nadert de Stille Oceaan, over een smal schiereiland rijdt de trein naar Punterenas:

‘  Om onduidelijke redenen stopte de trein halverwege het schiereiland, en daar bleven we wel twintig minuten staan. Een warme, stevige bries woei door de open ramen en rammelde aan de rolgordijnen; trage bruine golven duwden tegen de rotsige pieren beneden de trein. De zon stond laag: hij scheen de wagon in en het werd warm. De passagiers waren moe en heel stil. De enige geluiden kwamen van de wind en de zee. Links van de trein was geen land, maar alleen de eindeloze oceaan. De trein had niet stiller, niet lichter kunnen zijn.
  …wij dreven naar de omhelzing van de stroomversnelling, waar een afgrond zich opende om ons te ontvangen. Maar daar verscheen op onze weg een verhulde menselijke gedaante, veel groter van proporties dan enig aardbewoner. En de huidskleur van de gedaante was de volmaakte witheid van sneeuw.
Ik deed mijn boek dicht. Eindelijk reed de trein verderm voor de laatste halve kilometer naar Punterenas. Punterenas was heel warm, en zelfs in de bries van zee vochtig en benauwd.’ (213-4)

Paul Theroux verwerkt het boek van Edgar Allan Poe heel treffend in zijn reisverslag. Het lijkt of je zelf in die trein zit en dat boek leest. Dezelfde dromerigheid van er wel zijn, maar in gedachten heel ergens anders zijn. De ultieme vorm van reizen én lezen.

Meer lezen

Lees mijn andere blogs over De Oude Patagonië-expres van Paul Theroux:

Mijn favoriete leesplekje – #50books

image
Leesplek in mijn bibliotheek

Het liefste zit ik met een boekje in een hoekje, zou Thomas a Kempis hebben gezegd. Of op zijn Latijn: ‘In omnibus requiem quaesivi et nusquam inveni nisi in angulo cum libro’. Iemand die leest, een lezer, heeft iets intiems. Ik zag een keer in Den Haag een meisje zitten aan de Hofvijver. Ze las. Het beeld liet zich misschien nog het beste vergelijken met erotiek. Je mag er niet naar kijken, maar het is heerlijk om naar te kijken. Het is alsof je iemand op iets heel intiems betrapt. Lezen.

Ontmoeting met een boek
De eerste ontmoeting met mijn vrouw was op een station. We zouden elkaar herkennen aan het boek dat we bij ons hadden. Zij Harry Potter, ik Jan van Aken. In de wachtkamer zat een meisje. Ze zat verzonken in een boek. Ik kon niet zien of het Harry Potter was, want haar handen bedekten de titel. Het was haar en Harry Potter. Ik vergeet dat beeld niet snel meer in die stationshal van het station Apeldoorn.

Er zijn veel afbeeldingen van lezers. Vooral lezende vrouwen. In mooie lange jurken. De haren lang en sluiks voor het gezicht. De intimiteit straalt ervan af. Wat een prachtige aquarellen zijn dit. Want dit soort afbeeldingen zijn alleen vlekkerig in een aquarel vast te leggen. De (moderne) romans die de jonge dames lazen, waren toen ook nog verderfelijk en slecht voor de geest. Misschien dat ze daarom altijd iets geheimzinnigs hebben.

Wat lezen
Het lezen van een boek verschilt wezenlijk van een krant. Het beeldje van de lezer waarmee de Twentsche Courant Tubantia graag naar buiten komt, is een man wijdbeens zit met de brede krant opengeslagen voor zijn gezicht. Weinig intiems aan. Het is eerder een onbeholpen lezer die geen manieren heeft.

Dan is er de plek waar ik zelf het liefste lees. Is er een plek waar ik het liefste lees. Lezen kan overal: in bed, op het station, in de trein, bij de snackbar, op het toilet of gewoon op de bank. In een lekkere fauteuil of halfliggend op een bank of saize longe. In bed is ook erg lekker, maar dan moet je wel een stevig kussen in de rug hebben. En die heb ik momenteel niet. Daarom lees ik nu voor het slapen gaan of als ik de slaap niet kan vatten een boek op mijn zij. Het boek kan daar niet te dik bij zijn. Anders gaat de bovenarm zeer doen van het omhoog houden.

image
De zitzak waar ik mijn ideale leesplek in zag.

Lekkere leesplek
Ik neem mij weleens voor dat een lekkere leesplek mijn lezen zou bevorderen. Dan droom ik een rustig plekje zonder het geluid van de televisie in de woonkamer of juist in totale afzondering op mijn werkkamer. Ik heb er al verschillende pogingen gedaan een geschikte leesplek te maken. Toch nog toe zonder enig effect. Het laatst kocht ik een zitzak voor op mijn werkkamer. Ik droomde mij heerlijk weg in de zachte bolletjes die ondersteuning gaven op de juiste plekken. Een paar pogingen verder ontdekte ik dat het niet werkt.

Je kunt wel een mooie plek maken om te kunnen lezen, maar als de innerlijke rust ontbreekt, lukt het niet. Voor lezen is meer nodig dan een mooi plekje. Net als met schrijven. Achter een bureau kom ik tot weinig productie. In de trein of een overvol cafe schrijf ik de mooiste epistels. Of bij het uitlaten van de honden, dan doemen mooie dichtregels op aan de horizon. Ik stop dan en tik snel de zinssnede in mijn mobieltje om het bij terugkomst uit te werken.

Camping
Toch zijn er plekjes waar je bij uitstek goed leest. Op de camping bijvoorbeeld. Voor onze stacaravan in het heerlijke zonnetje. Of binnenin op die grote bank. Helaas joegen de grote klussen die ik aan de caravan moest doen mijn rust op. Maar ik heb toch wel wat zomers heerlijk gezeten in het zonnetje met een boek op schoot. En dan heb je aan een tent ook genoeg. Afgelopen zomer las ik met het dagje rust op camping De Ruimte zo De Kus van Jan Wolkers uit.

Ik verlang alweer naar de zomer waarbij ik heerlijk met een goed boek op schoot kan lezen. De gillende kinderen en dreigende onweerswolken merk ik niet eens op. Het verhaal neemt mij mee naar de mooiste plekjes van de fantasie. Want dat zijn de beste plekjes: de plekjes waar het boek je mee naartoe neemt. Zodat je helemaal vergeet dat je eigenlijk gewoon thuis op de bank zit te lezen of onderweg in de trein of voor de tent.

#50books
#50books is een initiatief van