Tagarchief: lepelaarplassen

IJsvogeltje – Lepelaarplassen (4)

Ik roep Inge en Doris er ook bij. Inge heeft haar fototoestel paraat en schiet een paar prachtige foto’s. Het is de eerste keer dat ze het ijsvogeltje ziet. Een extra bijzonder moment en ik denk terug aan de keer dat ik het vogeltje hier voor het eerst zag. Blijft een fantastisch moment om dit beestje te spotten. Het onverwachte moment dat je ineens zo’n vogeltje in het vizier krijgt. Dat blijft heerlijk om mee te maken. Die kick lijkt nooit te veranderen.

Verder is het natuurlijk gewoon lekker om te genieten van de rust. Te zien hoe de zon steeds verder wegzakt en je uiteindelijk in die bol kan kijken. Te worden opgevreten door de massa’s muggen die om je hoofd zoemen, maar ook op je arm, in je nek of op je oor zitten, prikken en aan je bloed sabbelen. Het ruisende riet dat deze plek tot een ware idylle maakt. Je bent blij dat er muggen en hardpratende gasten zijn. Anders zou het hier teveel op het paradijs gaan lijken.

Tot het moment er echt is: je moet weer terug naar huis. Je hobbelt over de gaten weer terug naar huis. Soms klapt je onderkaak tegen je bovenkaak omdat het gat iets groter is dan je dacht. Dan weer op het fietspad naar huis, ingehaald door stinkende brommertjes en je ziet de vuurtjes hun rook op laten dwarrelen bij de dagcamping. Auto’s met de deuren open en de muziek bonkend.

We redden het net voor de lantaarns aangaan in ons eigen park. Zo stoer als we heen fietsten over het fietspad, zo kiezen we nu het glibberige modderpad langs de kikkerpoel. Lekker snel thuis, rakelings langs de brandnetels. Het park is al leeg en verlaten. Net als ons hoofd. Heerlijk terug van een avondje in de natuur. Een heus avontuur.

Lepelaarhut – Lepelaarplassen (3)

Wij duiken het paadje in naar de uitkijkhut, de Lepelaarhut. Ik geniet altijd weer om hier te fietsen. De zon staat mooi laag en schijnt schuin door het bladerdek van de bomen. Een heel grote groep mensen loopt ons tegemoet. Ik fiets voorop en heb niet zo in de gaten dat de anderen achter mij niet zo snel worden opgemerkt door de grote groep mensen. Doris rijdt tegen een jongen aan die ze passeert. Een paar mensen van de groep kijkt kwaad achteruit in mijn richting. Het is niet helemaal duidelijk wat ze van ons verwachten.

Als we de hut binnenstappen, kijk ik meteen omhoog en zie boven de deur de jonge zwaluwtjes mij aankijken. Ze kijken enigszins eigenwijs terug. Als ze zich eentje omdraait, beginnen de anderen luid te piepen. Ik vraag me af hoe zij zich hier zo binnen de wankele muren van dit nest gebouwd van riet en modder weten te houden. Als het jong is omgedraaid, vallen de keuteltjes naar beneden. Op die plek in de hut zit een flinke berg met vogelpoep. Ze houden het nest in elk geval keurig schoon.

De zon schijnt vol door de kijkgaten van de hut naar binnen. Als een van de ouders van de zwaluw nadert, beginnen de jongen al te piepen. Ze vliegen recht op de hut af, maar zwiepen vlak voor de hut af en maken zo een bocht om via de deur naar binnen te vliegen. Al vliegend geven ze een jong het vliegje in de bek en verdwijnen dan door een kijkgat naar buiten. Het gaat af en aan. Hoe de ouders weten wie van de 5 er gehad heeft en wie nog niet, blijft mij een raadsel.

Ik tuur over het water in de richting waar vaak het ijsvogeltje zit. De verrekijker van opa bewijst zijn diensten, want ik zie iets tussen het hoge riet zitten. Het is mij niet helemaal duidelijk wat het nou eigenlijk precies is. Een lijster of een rietvogel? Als ik goed door de kijker van opa staar, zie ik tot mijn verbazing dat het een ijsvogeltje is. Duidelijk een jong, de vleugels zijn namelijk nog niet zo blauw als bij een volwassen exemplaar.

Lees verder: ijsvogeltje

Zilverglans – Lepelaarplassen (2)

Ik merk wel dat deze zomerzon al wat minder hinderlijk wordt. Je kunt er zelfs al een beetje tegenin kijken. Het schijnsel van deze avondzon geeft de wilgenbomen langs de route die schitterende zilverglans. Zo van een afstand is dat echt genieten om naar die wuivende boomtoppen te kijken.

We nemen het brede bruggetje over de vaart die de Noorderplassen en de Lepelaarplassen van elkaar scheidt. Alleen een dunne reep land ligt tussen de vaart en de Noorderplassen. Soms varen hier bootjes en ik zie vaak de sporen van bevers. Als er bevers zitten, dan moeten ze hier zitten, denk ik.

Ik tuur langs de waterkant, maar zie geen beweging. Soms een eend of een andere drijfsijs. Het begint hier tussen de bomen al wat schemeriger te worden. We treffen ook niet veel tegenliggers. Niet heel gebruikelijk op deze plek. Ik zie alleen langs de waterkant een visser zitten. Een van het schimmige type dat ik verdenk dat hij de gevangen vis straks echt oppeuzelt boven een vuurtje.

Dan het open veld naast de dagcamping. Ik zie hier de laatste tijd vaak mensen die er een andere levensstijl op nahouden en die minder goed matcht met een zorgvuldige omgang met de natuur. Ze maken veel kabaal, stoken vuurtjes die soms verdacht veel hebben van een onbeheerste brand en ze laten soms ook een flinke bende achter. Laatst stond hier een moeder met haar zoontje vuurwerk af te steken. Niet bepaald gedacht vanuit de natuur. Terwijl wij keken naar de vogels in de uitkijkhut, hoorden we de vuurpijlen en knallen van het vuurwerk.

Lees verder: Lepelaarhut

Zomeravond in de Lepelaarplassen (1)

De Lepelaarplassen op een zomeravond. De avonden in augustus worden al korter. Als we rond 19 uur op de fiets stappen voor een klein avondtochtje langs de Lepelaarplassen staat de zon nog iets hoger dan ik een paar weken geleden meemaakte.

Ik fietste hier toen rond de klok van half 9. Nu rijden we een klein uur eerder op hetzelfde punt waar ik toen fietste na afloop van een barbecue bij een collega.

We turen in de eerste overdekte uitkijkhut naar de vogels. In het water voor de hut zitten vooral ganzen. Terwijl we door de verrekijker van opa kijken, vliegen de ganzen op. In groepjes tegelijk. Het lijkt als een bevel. Eentje zet de poten op het water en vertrekt in een fladdertocht. Al gakkend en gillend vertrekken de ganzen.

Zo zitten we na een paar minuten kijken met beduidend minder vogels voor ons. Al is de populatie geslonken, het vertrek van de ganzen geeft ons meteen een beter zicht op de vogels die er al zaten. Vooral de dodaars en de watersnip vallen nu extra op.

Verderop in de uitkijkpost met de naam Kiekendief is niet zoveel nieuws te bespeuren. Voornamelijk slobeenden en een enkele dodaars. De ganzen zijn hier ook vertrokken. De zon gaat steeds mooier boven het water staan. Al schijnt hij nog best een beetje fel, waardoor een deel van het uitzicht wat minder goed te zien is.

Lees verder: Zilverglans

Schemering – wintertochtje (2) #omzwervingen

Ik open een luikje in de observatiehut en tuur naar buiten. Het is rustig op het water. Alleen een stel ganzen gakken over het water. De witte lijven dobberen voor de bosrand.

Verder is het stil. Het klotsende water tegen de donker wordende wolkenhemel. Als ik terugfiets over het paadje naar het grote fietspad geniet ik.

Hoe mooi de zachte kleuren zijn in dit jaargetijde. Het gele riet en de donkere boomstammen. De lichtgrijze hemel die duidelijk door de kale takken heen komt. Het is zo anders dan de felle lichten van de zomer. Het lijkt wel of dit de mooiste tijd van het jaar is.

Ik sla af in de richting van de natte graslanden. De enige tegenliggers die ik zal tegenkomen als ik aan deze kant van de Lepelaarplassen fiets. Daar tref ik een afgebroken boomstam aan.

Hier zijn bevers bezig geweest, niet al heel lang geleden is duidelijk te zien. Het ziet er als vers aangevreten hout. Ik speur over het water of ik een beverkop boven het water uit zie komen. Helaas.

Het is hier drassig. De koeien van afgelopen zomer zijn weg. De bomen zijn kaal, maar het weinige licht is voldoende om kleuren te zien en te genieten.

Ik zie soms een hele kleine rietvogel wegschieten over het fietspad. Het is even een heerlijk moment voor mij alleen. Zo’n moment waar je nog dagenlang van kunt nagenieten.

De stad flikkert in honderden lichtjes over het water. Op de Hogering zie ik de lampjes van het verkeer, wit en rood. De avondschemering laat de maan al zachtjes schijnen door de dunne bewolking.

Het is niet ver meer en ik rij helemaal in het donker als ik weer door de Noorderplassen rijd naar huis.

De Gateway Diner staat in het volle licht als ik het Beatrixpark doorfiets. Alles verder donker. De bewegende rode lampjes laten zien dat er voor mij een hardloper rent.

Als ik hem over het bruggetje passeer, duik verder de duisternis in. Het is nu echt avond. Door de uitgedunde bosrand van het park kan ik het verkeer zien razen.

Bijna thuis.

Wintertochtje – #omzwervingen

De winter nadert. Het duurt niet lang meer of de kortste dag komt. Het is zondagmiddag en ik wil nog graag even naar buiten. Ik stap op mijn fiets en rij in eerste instantie in de richting van het kasteel, maar dan besluit ik net na het ziekenhuis af te slaan om naar de Lepelaarplassen te rijden. Zo lang niet geweest heb ik behoefte aan een update.

Zo rij ik even later langs het Hannie Schaftpark. Het heeft geholpen dat ik vandaag gewerkt heb aan de lijst met blogs voor 2016. Zo kwam ik uit bij de blog met foto’s waar ik op dit fietspad rij. Nu zie ik de bomen kaal aan weerszijden van het fietspad. Het bos is een stuk kaler. Slachtoffer van de kapdrift van de gemeente Almere. Geen boom lijkt hier te mogen blijven staan.

Ik rij over de dreef de vaart over en pak dan het fietspad langs de sportvelden in de richting van het Wilgenbos. Er hangt een dikke bewolking boven de stad en ik merk dat het meeste licht vandaag wel geweest is. Over het kiezelpad langs het water van de vaart. Dan kom ik bij de sluizen.

Geen fietser of wandelaar kom ik meer tegen. Vlak achter de sluis de rij met knotwilgen, waartussen de eenzame dennenboom staat. Hoe is dat boompje hier gekomen en waarom is het hier blijven staan?

Het is helemaal leeg in het Wilgenbos. De bladeren op het fietspad maken het nog spannender. Ik herinner mij hoe ik hier een paar weken geleden fietste vlak voor zonsondergang. Het donkere bos om mij heen en ook zoals nu, niemand tegenkomen.

Ik geniet van het kronkelige pad en stop alleen om een plantje met mooie weelderige bolletjes erop op de foto te zetten. De bramenstruiken erachter, met een knipoog naar de zomer om ze weer leeg te mogen plukken.

Door in de richting van het gemaal. Als ik over het bruggetje rij, zie ik iemand aan de overkant op het bankje zitten. Hier plukte ik een paar maanden geleden nog bramen. Het waren er niet veel. Met mijn fiets zonder versnelling weet ik niet helemaal boven te komen zonder af te stappen.

Ik steek over, over de sluis en kijk naar de Trekvogel, het bezoekerscentrum. Deze barak is het eerste en daarmee oudste huis van Almere en staat nog steeds op zijn oorspronkelijke plek. Hier werkten de eerste pioniers om de polder droog te malen. Het gebouw is sfeervol verlicht.

De weg over, daal ik weer af van de hoge dijk. Een man heeft zijn fiets in de berm gelegd om een bijzondere vogel te bekijken. Ik rij over een spiksplinternieuw bruggetje langs de wilgenrijen en bramenstruiken. Tot ik bij het insteekje kom naar de uitkijkhut aan de plas. Het begint al een beetje te schemeren en als ik bij de hut kom, staan alle plankjes voor de uitkijkgaten.

Lees morgen het tweede deel van deze fietstocht Schemering