Tagarchief: lepelaarplassen

IJsvogeltje – Lepelaarplassen (4)

Ik roep Inge en Doris er ook bij. Inge heeft haar fototoestel paraat en schiet een paar prachtige foto’s. Het is de eerste keer dat ze het ijsvogeltje ziet. Een extra bijzonder moment en ik denk terug aan de keer dat ik het vogeltje hier voor het eerst zag. Blijft een fantastisch moment om dit beestje te spotten. Het onverwachte moment dat je ineens zo’n vogeltje in het vizier krijgt. Dat blijft heerlijk om mee te maken. Die kick lijkt nooit te veranderen.

Verder is het natuurlijk gewoon lekker om te genieten van de rust. Te zien hoe de zon steeds verder wegzakt en je uiteindelijk in die bol kan kijken. Te worden opgevreten door de massa’s muggen die om je hoofd zoemen, maar ook op je arm, in je nek of op je oor zitten, prikken en aan je bloed sabbelen. Het ruisende riet dat deze plek tot een ware idylle maakt. Je bent blij dat er muggen en hardpratende gasten zijn. Anders zou het hier teveel op het paradijs gaan lijken.

Tot het moment er echt is: je moet weer terug naar huis. Je hobbelt over de gaten weer terug naar huis. Soms klapt je onderkaak tegen je bovenkaak omdat het gat iets groter is dan je dacht. Dan weer op het fietspad naar huis, ingehaald door stinkende brommertjes en je ziet de vuurtjes hun rook op laten dwarrelen bij de dagcamping. Auto’s met de deuren open en de muziek bonkend.

We redden het net voor de lantaarns aangaan in ons eigen park. Zo stoer als we heen fietsten over het fietspad, zo kiezen we nu het glibberige modderpad langs de kikkerpoel. Lekker snel thuis, rakelings langs de brandnetels. Het park is al leeg en verlaten. Net als ons hoofd. Heerlijk terug van een avondje in de natuur. Een heus avontuur.

Lepelaarhut – Lepelaarplassen (3)

Wij duiken het paadje in naar de uitkijkhut, de Lepelaarhut. Ik geniet altijd weer om hier te fietsen. De zon staat mooi laag en schijnt schuin door het bladerdek van de bomen. Een heel grote groep mensen loopt ons tegemoet. Ik fiets voorop en heb niet zo in de gaten dat de anderen achter mij niet zo snel worden opgemerkt door de grote groep mensen. Doris rijdt tegen een jongen aan die ze passeert. Een paar mensen van de groep kijkt kwaad achteruit in mijn richting. Het is niet helemaal duidelijk wat ze van ons verwachten.

Als we de hut binnenstappen, kijk ik meteen omhoog en zie boven de deur de jonge zwaluwtjes mij aankijken. Ze kijken enigszins eigenwijs terug. Als ze zich eentje omdraait, beginnen de anderen luid te piepen. Ik vraag me af hoe zij zich hier zo binnen de wankele muren van dit nest gebouwd van riet en modder weten te houden. Als het jong is omgedraaid, vallen de keuteltjes naar beneden. Op die plek in de hut zit een flinke berg met vogelpoep. Ze houden het nest in elk geval keurig schoon.

De zon schijnt vol door de kijkgaten van de hut naar binnen. Als een van de ouders van de zwaluw nadert, beginnen de jongen al te piepen. Ze vliegen recht op de hut af, maar zwiepen vlak voor de hut af en maken zo een bocht om via de deur naar binnen te vliegen. Al vliegend geven ze een jong het vliegje in de bek en verdwijnen dan door een kijkgat naar buiten. Het gaat af en aan. Hoe de ouders weten wie van de 5 er gehad heeft en wie nog niet, blijft mij een raadsel.

Ik tuur over het water in de richting waar vaak het ijsvogeltje zit. De verrekijker van opa bewijst zijn diensten, want ik zie iets tussen het hoge riet zitten. Het is mij niet helemaal duidelijk wat het nou eigenlijk precies is. Een lijster of een rietvogel? Als ik goed door de kijker van opa staar, zie ik tot mijn verbazing dat het een ijsvogeltje is. Duidelijk een jong, de vleugels zijn namelijk nog niet zo blauw als bij een volwassen exemplaar.

Lees verder: ijsvogeltje

Zilverglans – Lepelaarplassen (2)

Ik merk wel dat deze zomerzon al wat minder hinderlijk wordt. Je kunt er zelfs al een beetje tegenin kijken. Het schijnsel van deze avondzon geeft de wilgenbomen langs de route die schitterende zilverglans. Zo van een afstand is dat echt genieten om naar die wuivende boomtoppen te kijken.

We nemen het brede bruggetje over de vaart die de Noorderplassen en de Lepelaarplassen van elkaar scheidt. Alleen een dunne reep land ligt tussen de vaart en de Noorderplassen. Soms varen hier bootjes en ik zie vaak de sporen van bevers. Als er bevers zitten, dan moeten ze hier zitten, denk ik.

Ik tuur langs de waterkant, maar zie geen beweging. Soms een eend of een andere drijfsijs. Het begint hier tussen de bomen al wat schemeriger te worden. We treffen ook niet veel tegenliggers. Niet heel gebruikelijk op deze plek. Ik zie alleen langs de waterkant een visser zitten. Een van het schimmige type dat ik verdenk dat hij de gevangen vis straks echt oppeuzelt boven een vuurtje.

Dan het open veld naast de dagcamping. Ik zie hier de laatste tijd vaak mensen die er een andere levensstijl op nahouden en die minder goed matcht met een zorgvuldige omgang met de natuur. Ze maken veel kabaal, stoken vuurtjes die soms verdacht veel hebben van een onbeheerste brand en ze laten soms ook een flinke bende achter. Laatst stond hier een moeder met haar zoontje vuurwerk af te steken. Niet bepaald gedacht vanuit de natuur. Terwijl wij keken naar de vogels in de uitkijkhut, hoorden we de vuurpijlen en knallen van het vuurwerk.

Lees verder: Lepelaarhut

Zomeravond in de Lepelaarplassen (1)

De Lepelaarplassen op een zomeravond. De avonden in augustus worden al korter. Als we rond 19 uur op de fiets stappen voor een klein avondtochtje langs de Lepelaarplassen staat de zon nog iets hoger dan ik een paar weken geleden meemaakte.

Ik fietste hier toen rond de klok van half 9. Nu rijden we een klein uur eerder op hetzelfde punt waar ik toen fietste na afloop van een barbecue bij een collega.

We turen in de eerste overdekte uitkijkhut naar de vogels. In het water voor de hut zitten vooral ganzen. Terwijl we door de verrekijker van opa kijken, vliegen de ganzen op. In groepjes tegelijk. Het lijkt als een bevel. Eentje zet de poten op het water en vertrekt in een fladdertocht. Al gakkend en gillend vertrekken de ganzen.

Zo zitten we na een paar minuten kijken met beduidend minder vogels voor ons. Al is de populatie geslonken, het vertrek van de ganzen geeft ons meteen een beter zicht op de vogels die er al zaten. Vooral de dodaars en de watersnip vallen nu extra op.

Verderop in de uitkijkpost met de naam Kiekendief is niet zoveel nieuws te bespeuren. Voornamelijk slobeenden en een enkele dodaars. De ganzen zijn hier ook vertrokken. De zon gaat steeds mooier boven het water staan. Al schijnt hij nog best een beetje fel, waardoor een deel van het uitzicht wat minder goed te zien is.

Lees verder: Zilverglans

Schemering – wintertochtje (2) #omzwervingen

Ik open een luikje in de observatiehut en tuur naar buiten. Het is rustig op het water. Alleen een stel ganzen gakken over het water. De witte lijven dobberen voor de bosrand.

Verder is het stil. Het klotsende water tegen de donker wordende wolkenhemel. Als ik terugfiets over het paadje naar het grote fietspad geniet ik.

Hoe mooi de zachte kleuren zijn in dit jaargetijde. Het gele riet en de donkere boomstammen. De lichtgrijze hemel die duidelijk door de kale takken heen komt. Het is zo anders dan de felle lichten van de zomer. Het lijkt wel of dit de mooiste tijd van het jaar is.

Ik sla af in de richting van de natte graslanden. De enige tegenliggers die ik zal tegenkomen als ik aan deze kant van de Lepelaarplassen fiets. Daar tref ik een afgebroken boomstam aan.

Hier zijn bevers bezig geweest, niet al heel lang geleden is duidelijk te zien. Het ziet er als vers aangevreten hout. Ik speur over het water of ik een beverkop boven het water uit zie komen. Helaas.

Het is hier drassig. De koeien van afgelopen zomer zijn weg. De bomen zijn kaal, maar het weinige licht is voldoende om kleuren te zien en te genieten.

Ik zie soms een hele kleine rietvogel wegschieten over het fietspad. Het is even een heerlijk moment voor mij alleen. Zo’n moment waar je nog dagenlang van kunt nagenieten.

De stad flikkert in honderden lichtjes over het water. Op de Hogering zie ik de lampjes van het verkeer, wit en rood. De avondschemering laat de maan al zachtjes schijnen door de dunne bewolking.

Het is niet ver meer en ik rij helemaal in het donker als ik weer door de Noorderplassen rijd naar huis.

De Gateway Diner staat in het volle licht als ik het Beatrixpark doorfiets. Alles verder donker. De bewegende rode lampjes laten zien dat er voor mij een hardloper rent.

Als ik hem over het bruggetje passeer, duik verder de duisternis in. Het is nu echt avond. Door de uitgedunde bosrand van het park kan ik het verkeer zien razen.

Bijna thuis.

Wintertochtje – #omzwervingen

De winter nadert. Het duurt niet lang meer of de kortste dag komt. Het is zondagmiddag en ik wil nog graag even naar buiten. Ik stap op mijn fiets en rij in eerste instantie in de richting van het kasteel, maar dan besluit ik net na het ziekenhuis af te slaan om naar de Lepelaarplassen te rijden. Zo lang niet geweest heb ik behoefte aan een update.

Zo rij ik even later langs het Hannie Schaftpark. Het heeft geholpen dat ik vandaag gewerkt heb aan de lijst met blogs voor 2016. Zo kwam ik uit bij de blog met foto’s waar ik op dit fietspad rij. Nu zie ik de bomen kaal aan weerszijden van het fietspad. Het bos is een stuk kaler. Slachtoffer van de kapdrift van de gemeente Almere. Geen boom lijkt hier te mogen blijven staan.

Ik rij over de dreef de vaart over en pak dan het fietspad langs de sportvelden in de richting van het Wilgenbos. Er hangt een dikke bewolking boven de stad en ik merk dat het meeste licht vandaag wel geweest is. Over het kiezelpad langs het water van de vaart. Dan kom ik bij de sluizen.

Geen fietser of wandelaar kom ik meer tegen. Vlak achter de sluis de rij met knotwilgen, waartussen de eenzame dennenboom staat. Hoe is dat boompje hier gekomen en waarom is het hier blijven staan?

Het is helemaal leeg in het Wilgenbos. De bladeren op het fietspad maken het nog spannender. Ik herinner mij hoe ik hier een paar weken geleden fietste vlak voor zonsondergang. Het donkere bos om mij heen en ook zoals nu, niemand tegenkomen.

Ik geniet van het kronkelige pad en stop alleen om een plantje met mooie weelderige bolletjes erop op de foto te zetten. De bramenstruiken erachter, met een knipoog naar de zomer om ze weer leeg te mogen plukken.

Door in de richting van het gemaal. Als ik over het bruggetje rij, zie ik iemand aan de overkant op het bankje zitten. Hier plukte ik een paar maanden geleden nog bramen. Het waren er niet veel. Met mijn fiets zonder versnelling weet ik niet helemaal boven te komen zonder af te stappen.

Ik steek over, over de sluis en kijk naar de Trekvogel, het bezoekerscentrum. Deze barak is het eerste en daarmee oudste huis van Almere en staat nog steeds op zijn oorspronkelijke plek. Hier werkten de eerste pioniers om de polder droog te malen. Het gebouw is sfeervol verlicht.

De weg over, daal ik weer af van de hoge dijk. Een man heeft zijn fiets in de berm gelegd om een bijzondere vogel te bekijken. Ik rij over een spiksplinternieuw bruggetje langs de wilgenrijen en bramenstruiken. Tot ik bij het insteekje kom naar de uitkijkhut aan de plas. Het begint al een beetje te schemeren en als ik bij de hut kom, staan alle plankjes voor de uitkijkgaten.

Lees morgen het tweede deel van deze fietstocht Schemering

Herfstrondje plassen (2) – omzwervingen

img_20161016_153314.jpgIk verlaat de observatiehut en stap op mijn fiets. Het zien van de ijsvogel geeft mij vleugels. Als ik het zijpaadje neem, beland ik spoedig op een onbegaanbaar pad. Het is voornamelijk blubber waar ik doorheen moet. Daar kan mijn fiets niet zo goed tegen. Even later sta ik mijn rijwiel schoon te maken op het paadje naar de uitkijkhut. Dikke modder, afgewisseld met het gemaaide riet dat over de blubber lag.

Dan de dijk op, in de richting van de Oostvaardersplassen. Wat schijnt de zon toch mooi in deze tijd van het jaar. De bomen ogen zo mooi zacht groen en tinten al in de bruine en gele kleuren van straks. Ze steken prachtig af tegen de rietkragen die tussen land en water groeien. Vanaf de dijk ziet het er allemaal extra mooi uit.

img_20161016_160101.jpgAls ik dan afdaal in de richting van de Oostvaarderplassen kies ik het kronkelweggetje evenwijdig aan de dijk. Zo fiets ik alle wandelaars ontwijkend al bellend naar de Oostvaardersplassen. Happend naar de vele vliegjes die zich tegoed doen aan het warme weer. Ik fiets verder en beland uiteindelijk op het schelpenpad dat evenwijdig aan de plassen loopt.

Ik zie uiteindelijk meer mensen dan dieren zo fietsend onderweg. Haal het ene na het andere groepje mensen in. Voorbij een man in een elektrische rolstoel, geholpen door een begeleider die de joystick naar beneden gedrukt houdt. Verderop een vrolijk gezin met opa en oma, kinderen en kleinkinderen dat midden op het fietspad loopt.

img_20161016_162113.jpgBij het bezoekerscentrum Van de Oostvaardersplassen staat weervrouw Marjon de Hond. Ze kletst nog gezellig na met enkele gasten van haar lezing over wolken. Ik ben vandaag bewust niet gegaan omdat ik geen zin had in mensen. Ik loop snel het bezoekerscentrum binnen om er even snel weer uit te komen. Ze staat er nog met een kopje koffie in haar hand. Ik kijk vooral naar het water om het gebouw. Veel riet en eenden die hun kop verstoppen in de veren.

Ik drink water en stap weer op de fiets. De jas die ik aangetrokken had, heb ik al sinds de eerste hut bij de Lepelaarplassen uitgetrokken. Zelfs het vest dat ik bij me had zit in de fietstas. De verrekijker van opa ligt ook weer in de box. Zo rij ik weer verder.

img_20161016_162524.jpgDaar langs het lage dijkje dat de weg en het fietspad van de Oostvaardersplassen houdt, zie ik een grote groep vogels opvliegen. Ze wieken in golvende bewegingen alsof het grote vlinders zijn. De witte borst van de vogels licht zilverkleurig op in de lage zon. Dit is genieten. Niemand op het fietspad alleen de vogels boven mij.

Ik denk dat het kieviten zijn, maar durf het niet met zekerheid te zeggen. Ik koester vooral het moment en geniet van de vliegende vogels die even later achter de rij populieren verdwijnt het Zuiden en de zon tegemoet.

img_20161016_163233.jpgZo duik ik even later het bos in en maak af en toe een foto van het bos om mij heen. De zomerkleur maakt meer en meer plaats voor de herfsttinten. Zachte kleuren die de laaghangende zon zo mooi kleurt. Wat is dit toch een mooi jaargetijde. Zeker ook omdat het zo lekker warm is op deze zondag.

Ik keer pas aan het einde van het fietspad en rij weer terug naar Almere. Verderop verbaas ik mij er weer over dat het Spoorbaanpad al zoveel maanden totaal afgesloten is voor fietsers. Het lijkt wel of ze er jaren over doen om een paar geluidschermen te plaatsen.

img_20161016_172219.jpgHoe blij ben ik als ik dan weer door het Den Uylpark fiets, waar ik een paar uur eerder begon. De zon licht mooi op de rij lindebomen. Op een haar na thuis.

Herfstrondje plassen (1) – omzwervingen

img_20161016_152516.jpgDeze mooie herfstdag lokt mij naar buiten. Ik stap op de fiets en rijd met een heerlijk windje in de rug naar de Lepelaarplassen. De zon schijnt welig. Er hangen slechts een paar losse plukjes wolk in de lucht. Zo flits ik door de wijk Noorderplassen en belandt snel op het smalle schelpenpaadje in de richting van de natte graslanden.

Natte graslanden

Ik stap af bij het overkapte uitzichtpunt en tuur over de graslanden. Er is niet zoveel leven te bespeuren. Een zilverreiger staat in de sloot en tuurt in de sloot om toe te slaan als hij er iets eetbaars bespeurt. De eenden drijven met de kop in de veren op het voorliggende water. De wind waait flink over het gebied.

img_20161016_150416.jpgVerderop kijk ik weer en zie weinig meer leven. Er grazen wel een hele groep runderen, maar de vogels houden zich op die paar zilverreigers en eenden rustig. Ik rij verder, kom hardlopers en een enkele fietser tegen. Het is hier rustig. Verderop, waar de witte koeien lopen, is het een stuk drukker. Daar moet ik de wandelaars, fietsers en koeien ontwijken.

Kijkhut

Ik sla af in de richting van de kijkhut. Het is er druk. De meute heeft zich allemaal aan de rechterkant verzameld. Aan de andere kant zitten een paar verdwaalde toeristen. Ik vermoed dat er weer een ijsvogel af en toe voorbij vliegt. Ik meende er al eentje te horen op het smalle pad bij de koeien. Dan hoor ik de hoge toon. Er is er eentje in aantocht, hij schiet voorbij en gaat links op een takje zitten. Ik vertel de man die naast mij staat, dat er een ijsvogeltje zit.

img_20161016_151624.jpgHij praat met een sterk Vlaams accent: ‘IJsvogel? Die heb ik nog nooit gezien.’ Ik moet bijna zijn hoofd in de goede richting duwen, maar zijn vrouw die naast hem staat, ziet het diertje zitten. Hij is jong, nog niet dat heldere blauw op de rug. Een sterk rode borst. Ik geniet van dit korte moment. Tot hij wegschiet over het water in de richting van de wilgen. Dit is zo mooi.

Kwekkende vogelaars

Aan de andere kant van de hut kwekken de vogelaars luid met elkaar. ‘Het lijkt hier wel een receptie’, zeg ik tegen een vogelaar die naast een hele grote toeter van een camera staat. Hij knikt. ‘Alsof er helemaal niks te zien is.’ Ik zie achter hem de vogelpoep uitgesmeerd op de muur. Hier zaten afgelopen zomer de zwaluwen. Niet bang voor de vogelliefhebbers.

img_20161016_151437.jpgHet is genoeg. Het gesprek bij de vogelaars gaat over diefstal. Dieven die spullen uit huis halen, op klaarlichte dag, mensen die auto’s leegroven. Airbags die uit de auto worden gehaald, zonder een braakspoor achter te laten. Of camera’s, foto’s en andere waardevolle spullen die ze meenemen.

img_20161016_145326.jpg

Lees maandag het 2e deel van de fietstocht langs de Lepelaarplassen en de Oostvaardersplassen.

Veel schrammen, weinig bramen

img_20160823_195655.jpgNet voor ik op fietsvakantie ga, rij ik vlak voor het avondeten langs de Lepelaarplassen om te kijken of ik misschien wat rijpe bramen kan plukken. Het heeft de hele dag geregend en er dreigt weer een bui te vallen. Ik speur onder de donkere wolkenhemel de struiken af op zoek naar het paarse fruit.

Ik ben met een korte broek gegaan, wat me veel schrammen op mijn benen oplevert. Net als dat ik veel last heb bij het plukken van de hoge brandnetels. Mijn benen zijn rood van de prikkende brandnetels en ook mijn armen zijn flink gehavend.

img_20160809_173225.jpgIk kom niet met heel veel thuis, ik heb ongeveer 1200 gram uit de struiken weten te halen. Meteen na afloop de jam gemaakt. Ik weet er een 8 potjes, waarvan zeker 3 kleine potjes, eruit te halen. Het kleine laagje jam dat overblijft, smaakt goed.

Een paar dagen na de fietsvakantie fiets ik weer langs de plassen op zoek naar rijpe bramen. De oogst is opnieuw niet veel. Bovendien is er net gesnoeid. De helft van de bramenstruiken is verdwenen. Dat vergemakkelijkt het wel om de hoge, eerder onbereikbare, bramen te kunnen plukken. Maar de oogst valt opnieuw tegen.

img_20160825_202220.jpgDit keer valt op hoe ver de struiken overwoekerd worden door de bladeren van de nieuwe scheuten. Normaal verdringen de vruchten deze nieuwe bladeren voldoende, maar nu lijkt de bramenstruik zich vooral te richten op het volgende jaar en wat minder op de vruchten van dit jaar. Zo gaat alle energie naar de bladeren en niet naar de vruchten. Deze blijven maar magertjes afsteken tegen de rest.

img_20160825_202826.jpgIk kom thuis met iets meer dan 1500 gram. Ik maak van deze hoeveelheid opnieuw 8 potten jam. Het zijn wat meer grotere potten, maar ik ben best een beetje teleurgesteld. Ook de oogst van de bramenstruik in de tuin blijft achter op andere jaren. Ook hier groeien vooral de nieuwe scheuten erg goed. Ik kan nergens meer de vruchten zien, overwoekerd door het eigen bladgroen.

Toch nog een keer erop uit. Ook gewoon lekker om aan het eind van zo’n warme dag een rondje te fietsen. Ik rij langs de Lepelaarplassen, voorbij aan de struiken waar ik 2 dagen eerder trok. Nu ga ik aan de andere kant van de vaart, bij het Wilgenbos en hoop er wat meer te treffen.

img_20160825_203115.jpgNormaal groeien hier flinke bramenstruiken, maar ze zijn de afgelopen jaren teruggedrongen. Het riet heeft het hier overgenomen van de wilde bramenstruiken. Jammer, want het was hier een mooi stekkie om te plukken. Ik kan nu beter naar de zonsondergang kijken dan op zoek gaan naar bramen. Er zitten namelijk nauwelijks bramen aan de struiken.

Als ik thuiskom, weeg ik niet eens de oogst. Ik stop het kleine zakje bramen meteen in de vriezer voor als ik andere jam ga maken.

img_20160825_201628.jpg

De omgekeerde route – omzwervingen (1)

Het warme weer lokt mij ’s middags voor een heerlijk fietstochtje. Ik wil naar 2 plekken, maar eigenlijk kan ik er maar 1 kiezen. Het wordt een tochtje naar de Lepelaarplassen. Omdat het alweer een tijdje terug is dat ik het voor het laatst deed.

Daarom fiets ik via het Beatrixpark en de Noorderplassen naar mijn geliefde plassen. De omgekeerde route van de gebruikelijke weg die ik meestal fiets. De entree, het schelpenpad, is vanaf deze kant veel mooier dan de uitgang als je van de andere kant komt.

Ik haal een traag fietsend echtpaar in. Ze fietsen heel langzaam naast elkaar en reageren laat op mijn bel. Iets verderop besluit ik om bij de uitkijkpost even te gaan kijken. Een moeder met 2 kinderen staat net in het huisje. Het meisje tuurt door de smalle openingen. ‘Kijk een knobbelzwaan’, zegt ze.

Ze praat tegen het jongetje dat de andere kant op kijkt. Ze vindt de ijsvogel het mooiste, maar het blijft onduidelijk of ze die vandaag al gezien heeft. Waarschijnlijk niet. De lepelaar zoekt ze, maar alle vogels waarnaar ze wijst zijn zilverreigers. De lepelaar vindt het vandaag niet lekker om hier te zijn, lijkt het.

Ze vertrekken weer op de kleine kleuterfietsjes en slaan af in de richting van de woonwijk. Ik kijk nog even, maar zie niet veel spannends. Ik ga liever verder en fiets langs de dijk. Het uitzicht op Almere is genoeg voor vandaag. Als ik verderop het slome echtpaar zie afstappen om te gaan kijken bij de laatste uitkijkpost, besluit ik om ook hier door te rijden.

Op de brug stop ik even. Alle wilgenbomen lijken dezelfde kant op te wijzen met hun kruin. Net als iemand die een wild kapsel heeft na een fietstocht in de storm te hebben gemaakt. Zou het hier ook door de wind komen, het oogt wel zo.

Dan over het smalle fietspad. Heel ver voor mij uit zie ik dat iets mijn weg verspert. Het zijn de jonge koeien. Ze staan midden op het pad. Ik stap af en sta meteen met mijn voet midden in een verse koeienvlaai. Voorzichtig loop achter ze langs.

De koe die midden op het fietspad staat, kijkt mij verbaasd aan. Hé stond die net niet aan de andere kant? Hoe komt hij hier? De koeienogen spreken boekdelen.

Lees morgen deel 2: Afbuigen