Tagarchief: leiden

Doctorandus – Sientje (15)

In mijn studentenkamer waren geen huisdieren toegestaan. Ik zou afstuderen op 28 juni 2002. Inge was overgekomen, had hiervoor zelfs vrij gekregen. De hond moest nu een groot deel van de middag in de kamer alleen blijven. We lieten haar in de bench zitten. Dat zou de rust moeten geven. We hoopten dat ze niet zou blaffen.

We lieten Sientje alleen en gingen een prachtige dag tegemoet. De grachten schitterden in de warme zomerzon. Ik droeg het grijze pak dat ik gekregen had voor dit soort gelegenheden. Het was niet strak uitgesneden en flubberde aan alle kanten. Ook gaf de grijze kleur mij iets grimmigs. In combinatie met mijn keurig geschoren uiterlijk begon een mooie dag. Een mijlpaal.

We verzamelden ons in de stad bij het café recht aan de overkant van het academiegebouw. Oma was mee, mijn ouders, broer, zus, een aantal vrienden en enkele collega’s. Later wachten in het academiegebouw zelf. Wat was dit spannend. Verder naar de zaal waar mijn docent mij toesprak. Ik wilde iets verbeteren, maar de hoogleraar greep in. Het was niet de bedoeling dat ik hier zou tegenspreken. Ik diende te luisteren.

Daarna een borrel in het café in de Doezastraat – tegenover de Mensa – en als bekroning van de dag pannenkoeken eten aan de Beestenmarkt. Ieder op eigen kosten zoals dat bij studenten gaat. Geld om iedereen te trakteren ontbrak. Aan het einde van de borrel kreeg ik van mijn collega’s een enorm boeket bloemen. ‘Maar ik ga de volgende dag met vakantie’, stuntelde ik. ‘Ach dan neem je die toch mee’, grinnikte mijn collega.

Zo kwamen we die avond thuis met een enorm boeket bloemen. Sientje was helemaal blij ons eindelijk weer te treffen. Ik liet haar gelijk uit. Droeg haar eerst de steile trap af naar beneden om haar te trakteren op een mooie wandeling. Een paar maanden eerder hadden Inge en een vriendin voor het raam gekeken en gelachen. Het zag er ook wel heel bespottelijk uit om mij te zien wachten tot de hond uitgepoept was en daarna het geschetene met de poepschep van de straat te scheppen.

Nu zag het er bespottelijk uit hoe een kersverse doctorandus keurig in pak daar zijn teckel uitliet. Een dag voor de vakantie. Morgen zouden we aan kamperen in Limburg. De kortgeleden bij de Makro aangeschafte tent lag al in de auto klaar om meegenomen te worden. De bos bloemen zou de volgende dag naast Sientje geschoven worden. Op de camping in Vaals kreeg het boeket een plekje in de emmer waarin we eigenlijk hoorden te plassen. Naast de tent kwam het boeket te staan. Het zag er niet uit, maar was erg origineel. Wie neemt er nou een bloemetje en een teckel mee op vakantie?

Lees het vervolg: Kamperen met je teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Teckel in studentenhuis mag dat wel? – Sientje (14)

Sientje woonde in Almelo bij Inge. Zij had een huisje met een tuintje. In de tijd dat we Sientje kregen, woonde ik nog in mijn Leidse studentenkamer aan de Lage Rijndijk.

Mijn kamer bevond zich op de eerste etage aan de voorzijde. Ik had de meest in het oog springende kamer van het huis door de iets naar buiten stekende erker. De ramen gingen open met een ingenieus mechaniek van katrollen en gewichten in het kozijn.

Onder mijn kamer bevond zich een grote opslag. In de jaren dat ik er woonde was er in elk geval een kringloopwinkel gehuisvest en later vormde de ruimte het magazijn van een schildersbedrijf. Elke ochtend stegen de terpentine, thinner en andere oplosmiddelen omhoog door de houten vloer. Ik begon de dag zo altijd enigszins bedwelmd en high.

Zachte spons

Inge kwam af en toe logeren in de weekenden dat ik werkte. Speciaal voor die logeerpartijtjes had ik een oud slaapbankje voor 100 gulden bij de kringloopwinkel op de kop getikt. Het was een slecht, versleten ding. Maar met een extra door midden gezaagd oud matras van Inge ging het best. Het sliep heerlijk in de zachte spons die we hadden gemaakt.

Soms ging ik met Inge en Sientje mee terug naar Almelo als de laatste dienst erop zat. Andere keren kwamen vrienden even langswippen. Inge nam bij die bezoeken Sientje mee. Ze kreeg het beest niet alleen de trap op. De steile trap maakte het voor haar onmogelijk om ook nog een hond in de arm te houden. Ze was met haar hoogtevrees veel te veel bezig om omhoog of omlaag te komen.

Daarom droeg ik de hond altijd aan het begin of einde van mijn werk bij de dak- en thuislozen de trap af en op. Gelukkig waren de diensten daar kort genoeg voor. Ik werkte dicht genoeg bij huis voor Sientjes blaas. Ik liep nooit grote rondjes in de buurt. Het was er niet zo hondvriendelijk, over de brug aan de achterzijde van het huis, was een klein stukje industrieterrein met gras. Verder liep ik de Sumatrastraat in, maar daar viel nog minder groens te besnuffelen.

Hoge laarsjes

Een studiegenote van mij kwam een keer op bezoek en droeg hoge laarsjes. Ze stapte de kamer binnen. Sientje ging voor haar staan en blafte zich een ongeluk. Ze hield niet zo van die laarsjes. Zelfs nadat mijn studiegenote ging zitten, bleef Sientje onrustig. Daarom liep ik maar even een rondje met het hondje voor de avondplas. Ik droeg haar onder mijn arm de trap af naar beneden.

Buitengekomen stonden mijn studiegenote en Inge te kijken hoe ik Sientje aan het uitlaten was. Ze moesten erom lachen hoe ik daar stond met die teckel en in mijn vrije hand de poepschep. Het uitlaten van een teckel heeft natuurlijk iets komisch. Zo’n langgerekte hond, kort op de pootjes naast zo’n rechtopgaande mens.

Teckelgang

Teckels hebben altijd een grappig loopje zeker als de tussen stap en draf vooruit komen. Het lijkt misschien het meeste op een tussengang, waarbij de achterpootjes ogenschijnlijk onhandig door de lucht zwaaien.

Sientje kon erg goed sprinten. Ze zette zich dan af met de achterpoten en trok de voorpoten daarna effectief naar achteren. Ze bereikte er hoge snelheden mee waarbij haar oren flapperden in de door de snelheid veroorzaakte wind.

Steile trap

De trap liep steil naar beneden en onderaan waren de treden ook nog eens in een heel onhandige kromming gemaakt. Geen ideale trap om over te lopen. Ik was het niet anders gewend. We wilden Sientje niet leren traplopen en Inge vond het maar een eng ding. De smalle gangen boven waren bedekt met afgesleten linoleum. Sientje struinde daar op momenten dat wij bezig waren in de keuken gewoon rond tussen de kamer voor en het smalle keukentje helemaal achterin het pand.

Om van de keuken in de kamer te komen moest je door de smalle gang naar voren lopen, met een lichte knik het stukje hal pakken tussen toilet en trap en daarna de nis induiken naar de deur van mijn kamer.

Sientje ontdekte al heel snel dat je deze route snel kon pakken. Ze holde door het smalle gangetje, nam de strakke bocht bij het toilet om de nis in te sprinten van mijn kamer. Het dier liep met een noodgang door de gang. Wij waren allebei in de keuken met een pan eten toen we haar vooruit stuurden naar de kamer. We zagen het niet, maar hoorden de nagels krassen op het afgesleten linoleum. Er klonk een enorm gekras, ze wist ternauwernood de kamer te bereiken.

Levensgevaarlijke manoeuvre

Ik besefte pas later dat ze in die bocht een levensgevaarlijke manoeuvre uitvoerde op weg naar mijn studentenkamer. Ze had zo de bocht uit kunnen vliegen en zou zich dan in het trapgat hebben gelanceerd. Met alle verschrikkelijke gevolgen. Zonder twijfel zou ze met haar snelheid en de val 3 meter lager, haar nek en rug hebben gebroken. Je moet er niet aan denken. Je begrijpt wel dat we na die krabbelactie voorzichtiger waren geworden. We lieten Sientje nu alleen onder begeleiding door de gang lopen.

Een andere keer stormde ze na de meer dan 2 uur durende autorit uit Almelo mijn kamer binnen. Ze sprong met een enorme vaart het slaapbankje op en stopte precies op tijd op enkele centimeters van het raam. Ook daar zou een ongelukkige beweging fatale gevolgen hebben gehad. Het dunne enkelglas in het erkertje van mijn kamer zou weinig hebben tegengehouden.

Grootste verhuisbus

Nog geen 11 maanden nadat we elkaar voor het eerst hadden leren kennen via internet, verhuisde ik naar Almelo. Te gevaarlijk voor een hond was dat studentenkamertje. Bovendien verlangde ik altijd als ik in dat kamertje zat, naar mijn lief en ons schattige hondje in Almelo. Zodoende gebeurde het dat ik een halfjaar na onze eerste gezamenlijke aankoop met de grootste bus die je met een B-rijbewijs mocht besturen naar Almelo verhuisde.

Bij de verhuizing bleef Sientje thuis. Mijn kersverse (oud-)collega Mo hielp met sjouwen en droeg zo mijn enorme Mannborg-harmonium naar beneden. Van die trap waar niet alleen teckels de kans liepen hun rug of nek te breken, maar ook verhuizers. Hij droeg het muziekinstrument manshandig op zijn rechterschouder naar beneden.

Met bewondering en ontzag zag ik hoe zijn rug het instrument droeg en zijn schouder meestuurde. Wat een gewicht en wat een kracht. Beneden mocht ik het ding de verhuiswagen in tillen. Het zware gevaar gevaarte dat ik een paar jaar eerder naar boven had gesjouwd met twee vrienden. Ik had plechtig moeten beloven nooit meer zoiets te kopen en voorlopig niet meer te verhuizen. Maar dit was iets heel anders natuurlijk.

Lees het vervolg Doctorandus »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

‘Just like the old man in that book by Nabobov’

We rijden in de auto naar Veenendaal. Onderweg klinkt de Top 2000. Als we tussen Amersfoort en Barneveld rijden over de spitsstrook, hoor ik een liedje dat een herinnering bij mij oproept.

Het was in de tijd van ons leesclubje Scala Caeli in Leiden. Vooraf staken we elkaar de loef af met een lekkere warme maaltijd. Dit keer waren we bij een medestudent die niet zo goed was in koken. Ze had pizza’s in de pan opgewarmd. De bodem brandde aan. We aten ze met een Coup-a-Soup. Met een glaasje wijn was het best goed te doen.

We lazen boeken uit de wereldliteratuur. Zo kwam Dostojevski voorbij en ook Jack Kerouac. Niet altijd boeken die ik in die tijd mooi vond. Net als dat op een dag Nabokov’s roman Lolita aan de beurt was.

De medestudente moest denken aan een liedje waarin de zanger het volgende zingt:

He starts to shake and cough
Just like the old man in
That book by Nabokov

We luisterden het gedwee tot de zin kwam en gingen daarna verder met de analyse. De helft van de leden van het leesclubje had overigens het boek niet gelezen.

Ik vertel het verhaal terwijl we verder rijden. Als ik uitverteld ben, luisteren we naar de tekst. En precies op dat moment klinkt precies die zin. Ik blijk dus gewoon dit nummer te herkennen.

Het is Don’t Stand So Close to Me van The Police. De tekst is door de zanger Sting geschreven. Het gaat over een leraar die verliefd wordt op een minderjarige leerlinge. Hij verzucht dat ze niet zo dicht tegen hem aan moet staan. Een tekst die mogelijk ook autobiografisch is. Sting is leraar geweest.

Blijk zelfs als het om populaire muziek gaat over een muzikaal geheugen te beschikken. Het nummer staat op plek
1623 van de Top 2000. De gebeurtenis is al een paar dagen geleden.

Lucas van Leyden in het Rijksmuseum

Vlak voor sluitingstijd kom ik in het Rijksmuseum terecht. Een heerlijk moment om lekker door het museum te lopen. Het is niet zo heel druk. Zo krijg ik alle kans om de Nachtwacht te bekijken en verderop zie ik een betoverend drieluik dat ik heel goed ken.

Het is Het laatste oordeel van Lucas van Leyden. Een meesterwerk uit de Renaissance. Wat een prachtig schilderij is het van de hand van Lucas van Leyden. Het schilderij ken ik van de Lakenhal in Leiden, daar vormt het het topstuk van de collectie.

Het heeft daar een prachtig plekje, maar door de verbouwing van de Lakenhal is dit schilderij te gast in het Amsterdamse Rijksmuseum. De Leidse schilder Lucas van Leyden schilderde het rond 1526 voor de Pieterskerk in zijn woonplaats.

En als ik er zo kijk, ben ik weer helemaal bevangen door dit imposante meesterwerk. Wat is het een betoverend en helder schilderij. Ik raak bevangen door de enorme ruimtelijke werking. Zeker ook omdat het zo onverwacht is dat ik dit schilderij zie.

Ik denk terug aan die momenten dat ik in Leiden woonde en op een zondagmiddag of gewoon een doordeweekse dag langs het museum loop. Ik stap naar binnen en kijk alleen maar even bij Lucas van Leyden. Gewoon omdat het kan. Een halfuurtje kijken naar dit meesterwerk en dan weer gaan.

Kunst zoals kunst hoort te zijn. Je stapt zoveel gelukkiger weer buiten. En dat voel ik hier ook in het Rijksmuseum. Het drukke verkeer en de schemering, zo vroeg in deze tijd van het jaar.

Het geeft je even die schittering waar kunst bedoeld is. Het haalt je even uit de alledaagse beslommeringen en laat zien hoe mooi het leven is.

Lucas van Leyden is tot 1 september 2018 in het Rijksmuseum te zien. Daarna keert het terug op zijn vaste plek in het vernieuwde museum De Lakenhal in Leiden.

Ruimtelijke ervaring – Evensong (4, slot)

Nu gaat een wereld verder voor mij open. Natuurlijk luister ik weleens naar de vele uitzendingen van Evensongs door het hele land van de BBC. De ervaring van de ruimte, veel mensen die erbij zitten en genieten, helpt mee om de beleving compleet te maken.

Al weet ik zeker dat het anders is als je in een Engelse kathedraal zit. Hier in de Hooglandse kerk is het even Engeland. Al is deze kerk beduidend lichter dan veel Engelse kathedralen.

De muziek van Philip Radcliffe en Sir Edward Elgar doen de rest. Een mooie samenstelling van muziek waarin alle vormen van emoties de ruimte krijgen. Van diep verdrietig tot uiterst vreugdevol en alles wat ertussen zit. Al heerst wel de melancholie op zo’n avond. De beleving van de kerk zorgt voor deze inkeer en moment van bezinning. Daar heb ik geen preek voor nodig.

Bij de afsluitende Organ Voluntary, de gastorganist Martyn Noble bespeelt het Willis organ, dat dit jaar voltooid is. Het is een imposant instrument, met een vol karakter, maakt de Engelse beleving wel compleet. Het is een krachtig instrument, dat een grote klankrijkdom kent.

Het 19e eeuwse karakter is goed behouden gebleven na de vergroting vorig jaar. Al is de afwerking best een beetje potsierlijk, de Oosters aandoende torentjes aan weerszijden van de zijkant, doen een beetje overdreven aan. Het front boven de speeltafel is weer fraai. Net als de gigantische open houten pijpen van de 32 voet.

Bij het teruglopen naar de auto, door het Leiden op een zomeravond, de Haarlemmerstraat, besef ik hoe ik veranderd ben in de loop van de jaren. Op het moment dat ik hier studeerde, moest ik er niks van hebben. Geen kerkdiensten. Zeker ik heb het geprobeerd, maar vond het niet. Teveel gebeurd.

Ik keer toch weer – onbedoeld – terug naar de beleving van vroeger. Al is het anders, rustiger, meer gebalanceerd. Vriendelijker ook. Niet meer dat heftige, maar een moment van bezinning en daarna weer verder. Wilde ik voorheen te vaak in de bezinning blijven steken waardoor het geen bezinning meer was. Nu schudt ik het van mij af en behoud het goede.

Al voel ik mij nog heel sterk verbonden met de student die ik hier in 2002 achterliet. De creativiteit, het schrijven en het vurige verlangen dat hier overal om mij heen was. Nu schijnt alleen de zon en maakt alles van goud. Zo loop ik weer terug naar het heden. Genoeg bezinning. De snelheid van de A4, A10, A1 en A6 brengen mij weer terug naar huis en het nu.

Dit is het slot van een 4-delige blog over de Choral Evensong in de Leidse Hooglandse kerk. Regelmatig zijn deze diensten in de grote stadskerk van Leiden.

Silence – Evensong (3)

De Evensong in de Hooglandse kerk is aan volle gang. De 2e lezing. Er volgt zo nog 1. Als ik voorzichtig langs de vlonder wil stappen, loopt Hans Brons, cantor van de Leidse Cantorij, streng naar mij toe. ‘Silence’ slist hij mij toe. Ik ben doodstil, gebaar ik. Juist het voorkomen om te stappen op die vlonder, heeft de rust behouden.

Daarom ga ik wat verder van de mensen in het hoogkoor zitten, in de kooromgang zitten op een bijna lege bank. Aan de andere kant zit iemand met een fototoestel naast zich. Af en toe loopt hij weg om een foto te maken.

De Schriftlezing is voorbij, het orgel begint te spelen en het koor zet in. De Engelse Conductor Huw Williams enthousiasmeert het koor. Ze zingen mooi het Magnificat van Kenneth Leighton. Het orgel klinkt goed. Al zit ik aan de zijlijn en niet gunstig ten opzichte van het ‘Father’ Willis organ uit 1891.

Het zweet van het rennen gutst nog langs mijn lichaam en maakt een grote vlek op mijn borst. Rustig blijven zitten en genieten. De volgende lezing uit Handelingen, gevolgd door het Nunc Dimittis. Brede akkoorden. Hard en zacht vullen de ruimte.

De stemmen klimmen omhoog door de gewelven hoog boven ons. En wat schijnt de zon toch schitterend door de Zuidbeuk. De hoge ramen tegenover mij in het koor van de kerk, doen de rest. De hooggotiek, de tijd van het licht. De immens hoge ramen zorgen ervoor. En gewoon genieten.

Waarom is er dan toch weer altijd die preek. Terwijl de kracht van de klassieke Evensongs schuilt in de muziek, de lezingen en het gebed. Daarom verschuif ik mijn gedachten daar in het schrijven van een paar haiku’s over de muziek en de werking en de gewaarwording over vroeger en over nu:

Preken

Voorheen hoogtepunt
de woorden en de duiding
nu het dieptepunt

of

Licht

Kleurt licht de ruimte
geleiden gewelven wit
in Hooglandse kerk

Sinds het horen van de cd met koormuziek van Herbert Howells ben ik heel enthousiast geworden over Engelse koormuziek. Daarvoor moest ik er niet zoveel van hebben. Misschien teveel associatie met Songs of Praise.

Het spel van hard en zacht, afwisseling van brede akkoorden naar eenstemmige zang. De stemmen meegesleurd door de ruimte. Het moet op 1 of andere manier toch in een kathedraal.

De Hooglandse kerk heeft het allemaal. En als de preek geweest is, volgen Preces en Responses van Philip Radcliffe. Schitterend en indringend zo aan het begin van deze zomeravond eind augustus. Ik geniet in stilte en kijk gelijk naar de indringende rug van Hans Brons.

Lees het vervolg: Ruimtelijke ervaring