Tagarchief: leesdagboek

Dagboeken van Jan Wolkers

image

Ineens zie ik ze staan in de rij met boeken in de uitverkoop: de dagboeken van Jan Wolkers. Welgeteld 3 boeken die ik nog niet heb, maar waar ik wel gek op ben. De dagboeken uit 1967, 1970 en 1975. De boeken bevatten zijn dagelijkse aantekeningen, soms geschreven in een telegramstijl, andere keren wat uitvoeriger als een verhaal of anecdote.

Zo beland ik onbewust in het oeuvre van Jan Wolkers. Als ik het dagboek uit 1967 lees, kom ik in de wereld van Horrible tango een verhaal over een bijzondere vriendschap. Het verhaal over het ontstaan is in dit Dagboek terug te vinden. De lengte en uitvoerigheid van de anekdote vertellen dat Jan Wolkers het gaat gebruiken voor een verhaal.

De overige aantekeningen in het Dagboek 1967 liegen er niet om. Wolkers is druk met het maken van een kunstwerk voor de PTT in Den Haag. Daarnaast vervult hij zijn dagen met het schrijven van verhalen. De vertaling van Een roos van vlees in het Engels vraagt een andere aandacht van hem.

Zo geniet ik weer helemaal van de wereld van Jan Wolkers. De natuur is belangrijk, net als verweer en verval. Het leven en seks zijn andere belangrijke componenten waarover Jan Wolkers schrijft. Deze aspecten komen allemaal terug.

Zelfs de moppen die hij in zijn dagboek schrijft, komen later in de boeken weer terug. Daarmee betreed je met het lezen van de Dagboeken van Jan Wolkers weer helemaal in de wereld van deze schrijver en kunstenaar.

De Avonden – Dag 10

image

‘Ik leef,’ fluisterde hij, ‘ik adem. En ik beweeg. Ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren? Er kunnen rampen komen, pijnen, verschrikkingen. Maar ik leef. Ik kan opgesloten zijn, of door gruwelijke ziekten worden bezocht. Maar steeds adem ik, en beweeg ik. En ik leef!’ (Gerard Reve De Avonden, p. 222)

Leesdagboek De Avonden

woensdag 31 december, 10.36 uur

Ik leef!

Dag 10, de laatste dag. Het laatste hoofdstuk. Ik heb de honden uitgelaten en nestel mij heerlijk op de bank. De honden liggen op mijn schoot, over elkaar heen. Het dekentje erover en nu heerlijk lezen. De honden beginnen te snurken. Ik trek het dekentje weg bij de koppen zodat ze vrij kunnen ademen.

Het tiende hoofdstuk is het langste van allemaal. Het telt in mijn uitgave 45 pagina’s. Het is de dag waar bij de hoofdpersoon Frits van Egters alles loskomt. Dat de dag pas ’s middags om 14.30 uur begint met de constatering dat het een dag is als zaterdag, maar het is dinsdag.

Dat gevoel herken ik. Het ritme wordt aan het eind van het jaar met de kerstdagen en de jaarwisseling genadeloos door elkaar geschut. De laatste jaren was ik niet anders gewend dat ik de dagen tussen kerst en oud en nieuw vrij was. Die dagen was de universiteit namelijk gesloten en verbruikten we verplicht onze vrije dagen. Vorig jaar zat ik helemaal thuis dus vielen de feestdagen op doordat ik niet alleen thuis was.

Nu schieten de buurjongens hun vuurwerk af. In De Avonden worden welgeteld drie vuurpijlen afgevuurd. Rode vuurpijlen, maar Frits vindt ze meer een paarse kleur hebben. ‘Zoals het zilverpapier om de chocoladetorentjes, toen we klein waren.’ Hier knalt de ene knal na de andere. Eerst is er de lichtflits en dan de knal. Het zijn strijkers weet ik.

In het boek van Gerard Reve vormt Oudjaarsavond de climax en ook de anti-climax. De spanning heerst in het gezin. Moeder wil het goed doen. Ze bakt oliebollen, maar heeft zich een dure fles bessen-appelsap laten aansmeren. Terwijl ze zich eerder zo uit de naad heeft gewerkt met een heerlijk avondmaal, met als dessert gele vanillepudding met beschuiten, jam en chocoladehagelslag in lagen erin verwerkt.

Ook ik merk spanning zo in de uren voor de jaarwisseling. Inge wil testen of een spijker wel werkt op vuursteen en schiet met het metaal langs de steen die Doris vorig jaar op Texel vond. Er gebeurt niks. Het geeft alleen krassen. Ik bemoei me ermee. Dat moet ik niet doen. Het levert ergernis op. Ik vind het jammer van de steen en Inge wil graag laten zien dat het stukje steen in de tuin vuursteen is.

Het gedrag van Frits irriteert zijn moeder. Hij wil zijn fietsband plakken in zijn slaapkamer. Dat staat ze niet toe, want het geeft vlekken. Later is hij op zoek naar de krant van gisteren. Hij ziet zelfs dat zijn vader hem heeft, maar gaat nog even door om zijn ouders te jennen. Als hij uiteindelijk ’s avonds kort voor 12 uur iets tegen zijn vader wil zeggen, krijgt hij er enkel uit dat alleen mensen kunnen zingen. Dat bestrijdt zijn vader. Vogels kunnen ook zingen, mijn jongen.

Om na de nachtelijke wandeling door Amsterdam thuis te constateren dat hij leeft. En eigenlijk is dat ook meer dan genoeg. Ik leef! In deze tijd is het niet veel anders. Omringd door een internet dat alle vormen van informatie binnen handbereik brengt. Het huis met overal verwarmde kamers en in elke ruimte een nieuw vermaak. De vrijetijd die met de vrije zaterdag enorm is toegenomen. De weelde die ons omringt, de rijen voor de oliebollenkraam op de markt.

Maar er gaat niks boven die zelfgebakken oliebol en de constatering dat je leeft!

Een heel mooi nieuw jaar. Al mijn lezers. Bedankt.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

De Avonden – Dag 9

image

‘Oude mensen zijn een plaag. Zodra ze moeilijk lopen, zich bevuilen, beginnen te klagen of aan tafel morsen-weg! Een slag achter de oren met een zware staaf en dan in de kalkput.’ (Gerard Reve De Avonden, p. 162)

Leesdagboek De Avonden

dinsdag 30 december, uur

Fictie en werkelijkheid

Verandert een boek als je er meer van te weten komt? Ik lees naast het boek zelf ook in de biografie van Nop Maas. Het gaat hierin over de werkelijkheid in De Avonden. Veel personages zijn gemodelleerd aan echte vrienden, of beter: vrienden van Gerard Reves broer Karel.

In Hoe word ik een beroemde schrijver schrijft Ilja Leonard Pfeijffer dat het werkelijke leven zich nooit leent voor een roman. De wonderbaarlijke dingen die iemand meemaakt, zijn slechts onder voorwaarde van verregaande manipulatie materiaal voor een roman. Daarom moet je bij het schrijven van een roman niet vanuit een verhaal denken, maar vanuit een constructie.

Gerard Reve doet dat ook in De Avonden verklapt Nop Maas. De fout die de biograaf maakt, is door uitvoerig naar de werkelijkheid in Gerard Reves roman te verwijzen. Daar zijn biografen gek op. Ook Gerard Reve gebruikt elementen uit de werkelijkheid als materiaal voor zijn roman. Dat hij hierbij schuift met de tijd, spreekt voor zich. Nop Maas doet bijna of het een zonde is. Zo werkt Frits van Egters op een kantoor en is Gerard Reve journalist bij Het Parool:

De avonden van 26 tot en met 31 decemer besteedde Reve tenminste gedeeltelijk aan het schrijven van zijn boek, terwijl Frits van Egters niets tot stand brengt.

De film De groene weiden waar Frits vandaag naartoe gaat, is de enige film die Gerard Reve in de laatste dagen van 1946 bezoekt. Hij heet in werkelijkheid anders, De grazige weiden. Alleen is het niet in de nachtvoorstelling van 30 december, maar op zondagochtend 29 december om half elf. In het boek ligt Frits op dat moment zijn roes uit te slapen.

De werkelijkheid in de roman is een andere dan de werkelijkheid zoals die zich aan de verschillende vrienden heeft voorgedaan. Het zou een leuk spel zijn om een boek of verhaal te schrijven vanuit een personage in De Avonden. Zo komen vrouwen er slecht vanaf in de roman van Gerard Reve. Ook irriteren de buitengewoon denigrerende opmerkingen over oude mensen andere personages in het boek.

Vandaag misdraagt Frits zich in zijn uitspraken over de die dag begraven opa van zijn vriend Jaap. Het irriteert vooral Jaaps vrouw Joosje. Ze zegt herhaaldelijk dat ze niet leuk zijn en vraagt of ze willen ophouden. Ze gaan natuurlijk door. Dat zit in de aard van Frits. En dan is het weer jammer dat biograaf Nop Maas daar niet zoveel over te melden heeft.

Het is leuk om al deze dingen bij het boek zelf te lezen, maar daarmee gaat ook veel leesgenot verloren. Het is een keuze en ik vind die lastig te maken. De wetenschap van allerlei dingen haalt de verbazing en verrassing weg. Dan wordt het een soort verhaal over de dingen die ik zou moeten zien en die ik van anderen heb. Terwijl een leeservaring vooral een persoonlijke ervaring is.

Dat overpeinzend zie ik vanuit het raam hoe een oude vrouw op haar scootmobiel stapt en wegrijdt. Een jongere man – haar zoon? – loopt eveneens het huis uit en gaat de andere kant uit. De scootmobiel is buiten mijn gezichtsveld, maar plotseling doemt het in de hoek van het raam weer op en rijdt in volle vaart achter de man aan.

En dan is opeens de opmerking van Frits van Egters over oude mensen helemaal niet zo verschrikkelijk.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

De Avonden – Dag 7

image

Hij bleef een paar minuten staan om naar de stilte in huis luisteren. In de bewolking was een opening doorgebroken: bleek zonlicht viel nog juist over de huizen op de mat voor de kachel. (Gerard Reve De Avonden, p. 110)

Leesdagboek De Avonden

zondag 28 december, 10.25 uur

Stilte

We moeten best een beetje haasten om op tijd op het station te zijn. Ik hoor de trein al binnenrijden als ik de fiets op slot zet. Hollen om een railrunner te bestellen en dan weer rennen om op het perron te komen. Tutterende mensen voor ons op de roltrap. Hij staat al klaar voor vertrek. We stappen snel in.

Doris moet verschrikkelijk hoesten. Het is de koude lucht in combinatie met het rennen. Ze moet al een tijdje flink hoesten. We zoeken een plekje in de trein. Nee, in de stiltecoupe gaan we niet zitten. Maar als haar longen weer tot rust zijn gekomen en we op het rumoerige balkon zitten te lezen, gaan we toch bij de stiltemensen zitten.

Ik sla De Avonden openen. Frits luistert naar de stilte in de woonkamer. Het verhaal neemt me mee. Heerlijk zijn de redenaties van Frits. Hij gaat een avondje uit, maar doet eerst een dutje. Na het eten vertrekt hij naar zijn vriend Jaap. Viktor meldt zich eveneens en ze vertrekken.

Het kind Hansje, die een paar dagen eerder 1 jaar werd, laten ze alleen achter. Volgens vader Jaap is dat voor het kind het beste: zoveel mogelijk liefde, zo weinig mogelijk zorg. Als er brand komt, is dat overmacht. Waarschijnlijk zou het kind stikken voor het vuur er zou zijn.

In de gisteren bij de bibliotheek gehaalde biografie staat dat Jaaps vrouw Joosje (in werkelijkheid Mirjam Noorderbos) het alleen achterlaten van haar kind zich wel kwalijk nam.

Voor ik goed en wel bij het avondje uit ben, zijn we in Leiden. We stappen uit en lopen naar Naturalis. Het grote modderige stuk grond steken we over. De modder is hardgevroren en de plassen zijn veranderd in ijs. Op het gras ligt een uiterst dun laagje sneeuw dat net zo goed rijp zou kunnen zijn.

In Naturalis is het een drukte van belang. Kinderen gillen kriskras om ons heen en vliegen als heuse insecten in een wolk door de zaal. Ouders ontfermen zich niet over de drukteschoppers en ik heb het gevoel in een overdekte speelhal rond te lopen in plaats van in een museum. Overal gillen de kinderen, grijpen iets vast of turen er kort naar, en vliegen verder naar de volgende attractie.

Uit al die drukte verzamelen we onze eigen indrukken en gaan verder naar de volgende hal die soms drukker is en en een andere keer rustiger. De stenen vindt Doris erg mooi, net als de dinosauriërs en dieren uit de IJstijd. Het zijn stuk voor stuk attracties waar we even bij stilstaan.

Ik geniet het meeste van de kleine dieren als de vele soorten vlooien, luis, mijt en wants. Vergroot op een scherm veranderen ze in heuse monsters. Of de noten en bloesem van de Japanse notenboom op sterk water. Ze trekken niet de aandacht van al die kinderen. Misschien dat ik er daarom extra van geniet.

Als we in de trein terug zitten, kan ik het laatste deel van hoofdstuk 7 lezen, de zevende dag. Frits bezat zich en komt dronken thuis. Zijn ouders trekken zijn kleren uit en brengen hem naar bed. Het past goed in de lijn met zijn filosofie: je reinigt je lichaam door het eerst te vergiftigen.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

De Avonden – Dag 6

image

Hij peuterde met zijn pink achter zijn kiezen. ‘Je hebt,’ dacht hij, ‘de adem als een lucht van beschimmelde oude jassen, die in azijn worden gekookt. Zeker. Dan de adem van iemand, die te veel harde eieren heeft gegeten. Maar het ergste is de lucht van iemand, die een dag heeft gevast. Dat is als bedorven melk of als boomschors, die in het water heeft liggen rotten. Jawel.’ (Gerard Reve De Avonden, p. 100)

Leesdagboek De Avonden

zaterdag 27 december, 10.38 uur

Perversiteiten

De regen verandert in natte sneeuw als ik naar de bibliotheek fiets. Op zoek naar de biografie van Nop Maas over het ontstaan van De Avonden en het voorleesboek waarin Gerard Reve zelf zijn debuutroman voorleest. De markt is verlaten. De paar kraampjes die staan, bevatten weinig publiek.

Het heeft iets treurigs. Zelfs bij de notenboer hoef ik niet te wachten. Er staan meer mensen achter de kraam dan voor de kraam. Ook de zalmkop voor de honden heb ik snel in mijn bezit. In de bibliotheek zijn eveneens weinig mensen. Ik trek een stapel nieuwverschenen boeken van de betreffende tafel. Over de ondergang van boekenketen Selexyz en oorlogsherinneringen van Guus Luijters. Ook vind ik een leuke dvd-box met fragmenten rond 175 jaar spoorwegen in Nederland.

Als ik op de bovenste etage op zoek ben naar de biografie van Gerard Reve overvalt mij plotseling een drang van binnen. Ik wil het toilet binnen. Op slot. Bijna gelijktijdig hoor ik het slot opendraaien. Een groezelige man stapt eruit. Een grote plastic tas waar meer afval dan etenswaar in lijkt te zitten, houdt hij in zijn hand vast. Uit de ruimte komt zo’n bedorven lucht dat ik er nog voor ik binnenstap weer naar buiten vlucht. Nog voor de man zijn handen heeft gewassen zak ik een etage lager om mij daar te verlossen van de drang van binnen.

Thuisgekomen gaat het hoofdstuk voor vandaag in de cd-speler. De sombere, diepe voorleesstem van Gerard Reve klinkt door de huiskamer. Vandaag heeft hij een kaartje voor de avondbioscoop, bestemd voor Viktor, maar die wil niet mee. Als hij later die avond aanklopt bij Louis om hem mee te vragen, zegt deze dat hij niet kan. Hij heeft Viktor op bezoek.

Bij de bioscoop treft hij Maurits, de aan lager wal geraakte man met één oog. De perversiteiten schieten over de bladzijden. Het begint met slechte adem, maar eindigt met het wurgen van jongetjes in het bos. Het is onduidelijk of het hier om humor of opwinding gaat. Het laatste is erg aannemelijk, maar misschien ben ik bevooroordeeld door de latere Gerard Reve.

Het klinkt door de mond van de schrijver gelijk anders, maar ik geniet. Bijna net zo als eerder deze morgen bij het lezen van het hoofdstuk van de dag. Hier kan weinig tegenop. Ik hoor weer nieuwe dingen waar ik waarschijnlijk overheen heb gelezen. Het is gewoon een prachtig boek. Zeker gelezen in deze tijd van het jaar komt zijn betekenis tot volle wasdom.

De Avonden – Dag 5

image

‘Het is een boom, die boom is in het huis. Dat is al iets bijzonders, iets aparts. Dan heb je kaarsen. Een kaars zie je zowat nooit, alleen eentje in de kelder, of voor als het licht stukgaat, maar nu zitten ze te branden in die boom. Denk je eens in. Ze branden-‘ (Gerard Reve: De Avonden, p. 91)

Leesdagboek De avonden

vrijdag 26 december, 11.14 uur (Tweede Kerstdag)

Kerstboom

Gisteren bij het gourmetten bij mijn ouders vroeg mijn zwager aan mijn neefje van 1 jaar waar de kerstboom stond. Hij wees met zijn knuistje in de richting van de boom en riep ‘Daar’.

De dag na het gourmetten is bij mij de inspiratie opgedroogd. Daarom laaf ik mij aan het boek van Gerard Reve. Vandaag is maar de stad ingegaan. Niemand is thuis. Zijn vader is naar Utrecht en zijn moeder houdt het thuis niet meer uit en gaat naar Den Haag. In de stad komt hij Maurits tegen, een louche figuur met een lap op zijn oog.

Die avond gaat hij bij Viktor langs. Hij wil een echte kerstboom zien, maar Viktor heeft er geen. Ze ouwehoeren er lekker op los. Frits leent het boekje De kleine zenuwlijder, handleiding tot een fatsoenlijk leven. Drie jaar terug vond ik de herdruk van het boekje voor een spotprijsje in de uitverkoop bij de boekwinkel.

Thuis hebben we niet altijd een kerstboom gehad. Mijn vader wilde het graag, maar mijn moeder hield het tegen. Zij was niet opgevoed met het Heidense voorwerp. Wie neemt er nou een boom in huis? Wel hing er in de adventstijd een adventskrans in huis. Elke nieuwe zondag voor kerst een nieuwe kaars aan en na vier weken brandde de hele krans tot na kerst. In huis hingen alleen takken.

Na een paar jaar kwam er toch een boom in huis. Met van die grote lichtjes. Die deden mijn vader denken aan de kaarsjes van vroeger. Mijn oma vertelde er weleens over. Dat ze er uit voorzorg een emmer water bij zetten. Er gebeurden vaak ongelukken en dan stond er een brandende fakkel midden in je kamer. Bij mijn grootouders was het gebleven bij een brandende tak.

Van mij hoeft het allemaal niet zo met die bomen in huis. Die echte bomen laten altijd enorme hoeveelheden naalden vallen. Daarom hebben wij een kunstboom in huis. Het dinge gaat op Nieuwjaarsdag gelijk weer naar zolder. En er branden van die kleine lampjes in. Vanmorgen zag ik dat we twee reservelampjes hebben. In een plastic zakje dat aan de stekker vastzit.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding