Tagarchief: langs de feministische meetlat

Innige dank

image

Cisca Dresselhuys kwam eens bij de WEP-cursus van Wegener langs. Twee jaar kreeg ik een werkervaringsplek en om de twee maanden kreeg ik twee volle weken een cursus. Bij het interviewblok kwam zij naar Amersfoort en vertelde over haar rubriek in Opzij.

Ze legde uit hoe ze te werk ging. Haar interviews voor Langs de feministische meetlat nam ze in drie sessies af. De bandrecorder ging mee en ze nam alles op. Bij de laatste sessie had ze het interview vooraf laten lezen en besprak ze het met de geinterviewde.

Een intensieve vorm van interviewen waar wij als regionale journalisten met flapperende oren naar luisterden. Wat een luxe, iemand in drie aparte sessies interviewen. Onze oren gingen alleen nog maar meer flapperen toen ze vertelde dat haar secretaresse het hele interview van de band op papier tikte. Letterlijk.

‘Ik neem er de tijd voor’, zei ze er bijna arrogant bij. ‘Het kost me minimaal drie dagen om iemand goed te kunnen interviewen.’ Ze rekende voor: zeker een dag voorbereiding, dan minstens een dag in totaal aan interview-tijd en zeker een dag aan het uitwerken. Over de tijd die het haar secretaresse kostte de banden letterlijk op papier te zetten, zweeg ze.

Een vorm die in het hedendaagse snelle tijdsgewricht wel een beetje eigenaardig overkomt. Zeker omdat elke mediavorm kampt met veel geldgebrek. Een interview mag niet teveel tijd in beslag nemen. Een krant heeft dikwijls niet zoveel tijd vrij om een goed interview voor te kunnen bereiden en uit te kunnen werken. Het typen van de tekst ligt zeker helemaal bij de journalist.

Het boek dat ik trof in de kringloopwinkel bevatte wel een heel bijzondere tekst in de aanhef. Het was een opdracht van de schrijfster zelf. En wel een opdracht aan haar secretaresse, de vrouw die de banden voor haar baas netjes uittikte.

‘Voor Paulien’, staat er. ‘Met mijn innige dank voor het uitwerken van al die lange banden. Cisca.’

Verhaal in een verhaal

image

De mooiste boekenvondsten zijn boeken met een verhaal. Meestal heeft een boek zelf een verhaal in zich dat je kunt lezen, maar soms zit er ook een ander verhaal aan het boek. Daar heb je dan wel een gebruikt boek voor nodig. Met name de aanhef van boeken die mensen aan anderen gegeven hebben, doen het goed bij mij.

Andere keren heeft iemand zichzelf getrakteerd op een boek en volgt een uitvoerig excuus waarom de aankoop zo verdiend was. Zo trof ik eens een boek in een kringloopwinkel waarin de koper schreef dat hij een tentamen niet gehaald had en zich daarom maar eens op een boek had getrakteerd. Het boek als troost.

Sommige mensen moeten niks van gebruikte boeken hebben. Iemand als Antoinne Bodar heeft er een afkeer van. Hij vindt het maar niks dat iemand anders met zijn vieze vingers in zijn boek gezeten heeft. Voor heel bijzondere boeken wil hij wel een uitzondering maken, maar dan moet het boek wel tiptop zijn.

Ik vond op Tweede paasdag wel een heel bijzondere aanhef in een boek. Het was in de kringloopwinkel van Almere Haven. Ze zitten op een prachtig nieuwe locatie. Ik was er de vrijdag al geweest maar op de terugweg van de Groene kathedraal reden we er even met zijn allen langs.

Het was een boek met interviews van de bekende Opzij-hoofdredacteur Cisca Dresselhuys. Jaren heeft ze mannen geinterviewd in het tijdschrift en hield ze ‘langs de feministische meetlat’. In het gelijknamige boek staan deze interviews afgedrukt. Ik vond het boek in de Kringloop en kon het echt niet laten liggen.

Niet alleen vanwege het boek, maar veel meer vanwege de opdracht voorin het boek. De tekst voorin bevat een heuse opdracht van de schrijfster zelf. Het is gericht aan ene Paulien. Hier zit een verhaal achter en ik ken dat verhaal.

Lees het vervolg: Innige dank