Tagarchief: kunst

Willink in Ruurlo

De schilder Willink. Ik ben getroffen door zijn schilderijen. Vooral van het realisme dat geen realisme is. Het is een samengestelde compositie van donkere luchten, vergezichten en naakte beelden. Een vermenging van Griekse oudheid met de hedendaagse werkelijkheid. Weergegeven alsof het foto’s zijn.

Klassiek beeld en wolkenluchten bij Willink

Indrukwekkende luchten

Ik ben een bewonderaar. Zeker ook door de indrukwekkende luchten die hij afbeeldt op zijn schilderijen. Elke lucht heeft een spanning. Het lijkt wel of er geen eind aan komt, zoals de hemel de sfeer van het schilderij uitdrukking geeft. Heel treffend en pakkend. Het laat je niet meer los.

Neem het schilderij van de parachutisten. De hemel neemt de hemelbestormers mee naar beneden op de vleugels van de regen. Alles glijdt naar beneden, het lijkt daarmee bijna op een waterval die je naar beneden ziet komen. Heel trefzeker en vergankelijk.

Of de klassieke beeldengalerij die er staat tegen de achtergrond van een donkere hemel. Het zonlicht op het beeld, de lucht erachter bijna groen en heel dynamisch. Het landschap, waartussen ineens de herkenbare torens van de Mozes en Aaronkerk opduiken. Helemaal uit zijn habitat, bakermat van de stad, maar in het schilderij een heel nieuwe dimensie gevend. Staat links de boom, eenzaam als tegenhanger van de Griekse beeldengalerij.

Kasteel Ruurlo herbergt een belangrijke collectie van Carel Willink

Collectie Willink in Kasteel Ruurlo

Wat een prachtige collectie is er verzameld in Kasteel Ruurlo. Een indrukwekkend gebouw, waarvan het trappenhuis bekend is van de televisieserie De Zevensprong. De vele bouwperiodes hebben het tot een mooi kasteel gemaakt. Zeker ook met de vernieuwing van de lange glazen brug die leidt naar de ingang. Net als de prachtige entree, waarin ook een nieuwe trap is gemaakt.

De inrichting van het gebouw met de donkere wanden in grijs en groen, waartegen de schilderijen van Willink mooi aftekenen. Gelukkig ook geen overdaad aan schilderijen. Hiermee krijg je goed de kans om de aandacht aan het schilderij te geven die het verdient.

Jurken van Fong-Leng

Erg mooi zijn de tentoongestelde jurken. In 1 zaal, staan er 4 opgesteld. Wat een fraaie jurken van Fong-Leng, gedragen door Mathilde Willink! Het meest getroffen ben ik door de drakenmantel. Wat een prachtig werk is dit. Een heus kunstwerk, de doorgetrokken schubben over de mouwen. En de vuurspuwende bekken van de draken. Samen met de intens paarse kleur, steekt deze jurk boven alles uit.

Detail paradijsvogeljurk Fong-LengDat geldt wat mij betreft ook voor de paradijsvogels, die in de gelijknamige jurk overal opduiken. De kleurrijke vogels, springen er echt uit. Wat een gaaf kledingstuk. Je zou wensen dat je ook mensen in deze kleding zou zien. Ik vind het heel mooi.

De jurk in de ruimte ernaast, stelt een beetje teleur. Ook omdat het zo’n kleurrijke jurk is op het schilderij van Willink. De zilverkleurige luipaardmantel op het schilderij is veel kleurrijker dan de jurk die in de zaal hangt. Het blijkt om een 2e exemplaar te gaan van Fong-Leng, een reproductie uit 1997 van het origineel. Minder indrukwekkend, maar het origineel hangt in het Amsterdams Museum. Zo zie je dat de jurken van Fong-Leng niet zijn na te maken, zelfs niet door haarzelf.

Kunstenaar Carel Willink

De collectie in Ruurlo geeft een prachtig beeld van Carel Willink. Je doorloopt zijn hele bestaan als kunstenaar. Van het abstracte werk uit zijn jonge jaren, beïnvloed door abstracte schilders. Later, in de loop van de jaren 1930 gaat hij over tot realistische schilderijen. Er staan mooie voorbeelden hiervan in het museum. Een berglandschap waarin vooraan 2 mannen met elkaar op de vuist gaan. Of een Alpenachtig schilderij dat alle schakeringen herbergt van wit naar grijs – en alles wat er tussen ligt.

Allemaal werken waar je eigenlijk langer naar zou willen kijken. Zou dus niet misstaan om er nog een keer heen te gaan. Dan rijden we meteen langs Gorssel, waar een nog veel grotere collectie van andere realisten te zien is. Uit dezelfde collectie van Hans Melchers. Daar kun je nog 10 andere werken van Willink zien, waaronder het beroemde schilderij De Zeppelin uit 1933. In het kasteel Ruurlo zie je de tegenhanger van dit schilderij in Straat met standbeeld. Eigenlijk nog indrukwekkender omdat het een bijna lege straat is op klaarlichte dag.

In de verte zie je 2 wandelaars en het standbeeld. Deze compositie met het felle zonlicht op straat, tegen de dreigende wolkenlucht, geeft het schilderij een unheimisch gevoel. Je kunt het niet duiden. Later is dit door liefhebbers getypeerd als het voorvoelen van de Tweede Wereldoorlog, wat Willink terecht wegwuifde. Het is namelijk veel meer. Het typeert de kunst van Willink en die mag je niet zomaar aan een tijdgeest wijten.

Willinks laatste schilderij met uiteraard luchten en klassieke beelden

Lucas van Leyden in het Rijksmuseum

Vlak voor sluitingstijd kom ik in het Rijksmuseum terecht. Een heerlijk moment om lekker door het museum te lopen. Het is niet zo heel druk. Zo krijg ik alle kans om de Nachtwacht te bekijken en verderop zie ik een betoverend drieluik dat ik heel goed ken.

Het is Het laatste oordeel van Lucas van Leyden. Een meesterwerk uit de Renaissance. Wat een prachtig schilderij is het van de hand van Lucas van Leyden. Het schilderij ken ik van de Lakenhal in Leiden, daar vormt het het topstuk van de collectie.

Het heeft daar een prachtig plekje, maar door de verbouwing van de Lakenhal is dit schilderij te gast in het Amsterdamse Rijksmuseum. De Leidse schilder Lucas van Leyden schilderde het rond 1526 voor de Pieterskerk in zijn woonplaats.

En als ik er zo kijk, ben ik weer helemaal bevangen door dit imposante meesterwerk. Wat is het een betoverend en helder schilderij. Ik raak bevangen door de enorme ruimtelijke werking. Zeker ook omdat het zo onverwacht is dat ik dit schilderij zie.

Ik denk terug aan die momenten dat ik in Leiden woonde en op een zondagmiddag of gewoon een doordeweekse dag langs het museum loop. Ik stap naar binnen en kijk alleen maar even bij Lucas van Leyden. Gewoon omdat het kan. Een halfuurtje kijken naar dit meesterwerk en dan weer gaan.

Kunst zoals kunst hoort te zijn. Je stapt zoveel gelukkiger weer buiten. En dat voel ik hier ook in het Rijksmuseum. Het drukke verkeer en de schemering, zo vroeg in deze tijd van het jaar.

Het geeft je even die schittering waar kunst bedoeld is. Het haalt je even uit de alledaagse beslommeringen en laat zien hoe mooi het leven is.

Lucas van Leyden is tot 1 september 2018 in het Rijksmuseum te zien. Daarna keert het terug op zijn vaste plek in het vernieuwde museum De Lakenhal in Leiden.

Kastanjeboom

Het begin van de roman Narziss en Goldmund spreekt zo mooi tot de verbeelding. Het opent met de kastanjeboom bij de poort van het klooster in Mariabronn.

De opening van de roman is magistraal, zinnen om van te genieten en die je uitdagen om het verhaal te gaan lezen. Sterker nog: ze verleiden je en trekken je het verhaal in. Het is een verschrikkelijk mooie (en vooral lange) zin zoals je die maar weinig tegenkomt. Een eerste zin om nooit te vergeten:

Voor de poort van het klooster Mariabronn, met haar op tweelingzuiltjes rustende ronde boog, vlak bij de weg, stond een kastanjeboom. een vereenzaamde zoon van het Zuiden, onheuglijk lang geleden meegebracht van een pelgrimstocht naar Rome, een kastanje van een edel soort, noest van stam; hartelijk breidde zijn kruin haar rondingen uit boven de weg, ademde met ruime longen in de wind, liet in het voorjaar, als alles groen was, als zelfs de notebomen in de kloostertuin reeds getooid waren met prille, rossige blaadjes, nog geruime tijd op haar bladeren wachten, deed vervolgens, ongeveer in de periode dat de nachten het korst zijn, vanuit de balderbundels de matte, witgroene stralen opbloeien van haar zonderlinge bloesem, die zulk een suggestieve, zulk een tegelijk drukkende en pikante geur verspreidden, en liet in oktober, nog nadat fruit- en wijnoogst achter de rug waren, in de herfstwind uit haar geleidelijk geel wordende bladerkroon de stekelige vruchten vallen, die niet ieder jaar rijp werden, waar de jongens uit het klooster elkaar om in de haren zaten, en die door de uit Frans-Zwitserland afkomstige subprior Gregor op zijn kamer in het haardvuur gepoft werden. (5)

Een heel lange zin, maar heel erg mooi. De verteller heeft het hier over een tamme kastanje, waarvan je de kastanjes kunt opeten. De ‘onedele’ paardenkastanje krijgt namelijk veel eerder bladeren en prachtige bloemen. De bloemen in de vorm van heuse kaarsen, rustend op een bladerbed van toorsen. Sorry, ik merk dat de beeldende schrijfstijl van Hesse mij aansteekt.

In het fragment verwoordt de verteller wel de hele thematiek van de roman. Het plaatst natuur tegenover cultuur, zinnelijkheid tegenover het geestelijke, maar ook het aardse tegenover het hemelse.

Zo trekt de verteller je het verhaal in om nooit meer te vergeten. De boom komt overigens nog een keer terug als Goldmund terugkeert in het klooster Mariabronn:

Met een teder gebaar raakte Goldmund de stam aan, en bukte zich naar een van de stukgesprongen, stekelige schillen, die, bruin en uitgedroogd, op de grond lagen. (239)

Een mooi spel van de verteller met het onderwerp van de roman, waarbij de kastanje symbool staat voor het verleden van Goldmund. De kastanje die verderop nog terugkomt om te verwijzen naar de loop van de tijd. Het haalt op een aantrekkelijke manier de lezer weer bij de les.

Hermann Hesse: Narziss en Goldmund. Oorspronkelijke titel: Narziss en Goldmund. Vertaald door Pé Hawinkels. 23e druk. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1992 [1970]. ISBN: 90 295 1989 4. 274 pagina’s. Prijs: € 29,99. Bestel

Schilderijen van Kuipers – Dagje Dordrecht (4)

Het andere dat in het Patriciërshuis aan de Wolwevershaven buitengewoon de aandacht trekt, zijn de schilderijen van de Dordtse schilder Cornelis Kuipers, kunst gemaakt aan het eind van de 18e eeuw. De schilderijenverzameling is per ongeluk ontstaan omdat in het huis 2 haardstukken van zijn hand zijn.

De laatste familie die dit huis bewoonde, besloot hierop meer werk van hem te verzamelen. Ze hebben een aantal indrukwekkende schilderijen bij elkaar gekregen, waarvan de 2 bloemstillevens in de voorkamer rechts wel het mooiste zijn.

De fijnschilderkunst beheerst Kuipers tot in de kleinste details. De verzameling kleine dieren, spinnen, wespen en zelfs de doodshoofdvlinder, zijn uiterst precies uitgevoerd. Erg indrukwekkende schilderijen die in de kamer voor hangen. Ook in dit veel kleinere huis, is er een mooie gang die het huis in midden deelt. Achterin buigt hij af naar de 18e eeuwse stijlkamer, de Maaskamer.

Dit huis kenmerkt zich vooral door de prachtige, heldere kleuren. Het geeft de bezoeker een heel prettig gevoel. Ook in combinatie met het heldere licht die de rivier in het huis lijkt te geven.

Op de eerste etage is ruimte voor een tentoonstelling. Bij ons bezoek is dat een uitgebreide expositie over tabak. De hartelijke conservator die de voorwerpen nog aan het rangschikken is, de mensen die de voorwerpen in bruikleen hebben gegeven, hadden nog verbeterpunten, vertelt over de snuifdoosjesverzameling van Napoleon.

De Franse dictator zou er bekend om hebben gestaan dat als iemand hem een snuifje aanbood, het doosje adequaat in zijn zak te steken. En daar durft natuurlijk niemand iets van te zeggen. Ook zie ik nog een paar indrukwekkende tabakspotten. Ik herinner mij dat ik ook ooit eentje heb gehad.

Verder veel pijpen, waaronder een aantal Goudse en andere soorten pijpen die in de 18e en 19e eeuw populair waren. Een interessante expositie, waarbij het mij vooral verwondert hoe snel het tabak uit ons dagelijkse leven verdwijnt.

Lees morgen het laatste deel van Dagje Dordrecht: Ronde Maaskamer

Levensechte afbeeldingen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 12a

Dante merkt dat hij net zo gebogen en traag loopt als de Oderisi. Als ossen onder een juk, zo lopen ze daar samen in dit gedeelte over de Louteringsberg. Maar Vergilius trekt hem weer bij de les: spaar je krachten, je hebt nog veel energie nodig verderop.

Dante hoeft immers niet gelouterd te worden. Hij geniet van de lichtheid van zijn ziel, zo zegt de verteller over zichzelf. Al houdt hij zijn gedachten nederig.

Wel adviseert Vergilius om naar beneden te kijken. Daar ziet hij hoe de weg onder hem is geplaveid met reliëfafbeeldingen. Onder zijn voeten schuiven alle hoogmoedige zondaars uit de bijbel en de Oudheid. Ze zien er levensecht uit, merkt de verteller op.

Daar verwondert Dante zich over de manier waarop de figuren in het steen zijn gehouwen. Hij ziet Nimrod, Niobé, Saul, Arachne en vele anderen. Ze zien er zo echt uit, dat zelfs de koelste kikker hier warm van wordt. Een mooie visie op de levensechtheid van de kunst, de kunst als nabootsing van de werkelijkheid en misschien wel diezelfde werkelijkheid overtreft:

Wie heeft door stift, penseel zoo uitgeblonken,
Dat hij ’t vlakke en ’t gestulpte heeft getogen,
Waar ’t fijnst gevoel verrukking werd geschonken.

’t Stond – ’t doode’ als levende’- alles juist voor oogen,
Géén kon de waarheid beter ooit aantreffen,
Dan ik zag, toen ik met hen ging gebogen.

Draag hoog de borst, wil trotsch de hoofden heffen
O Eva’s kind’ren en ’t gelaat niet nijgen
Om niet, waar Uw pad heen voert, te beseffen! (vs 64 – 72, Rensburg)

Ook hier geldt de nederigheid van de mens. Terwijl Dante naar het pad kijkt waarop hij loopt, ziet hij dit. Als hij hoogmoedig en trots zijn hoofd omhoog geheven zou hebben, zou hij al dit moois niet hebben gezien.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 10

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J.K. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Hyperrealisme

Het museum aan de andere kant van het Rotterdamse Museumpark, wat een heerlijke tegenhanger is van het Museumplein in de hoofdstad, is de Kunsthal. Het staat naast het Natuurhistorisch museum in Rotterdam wat op haar beurt de beroemde ‘Dominomus’ in zijn collectie bevat.

Wij stappen de Kunsthal binnen, vooral op zoek naar de tentoonstelling over het Hyperrealisme. Het vormt een mooi contrast tegenover de tijdelijk tentoonstelling in het Museum Boijmans Van Beuningen met surrealistische schilderijen.

Het Hyperrealisme is een Amerikaanse stroming. Dit zijn schilderijen die heel waarheidsgetrouw lijken. Het lijken wel foto’s, soms bezitten de schilderijen dezelfde gladde laag als het glanslaagje op een kleurenfoto.

De compositie oogt als een alledaags tafereel van de straat. Het zijn namelijk bijna allemaal beelden van de stad en de straat. Een heus pretpark, een huis dat in de sneeuw staat of een druk kruispunt met auto’s wachtende bij het stoplicht en haastige wandelaars op weg naar het werk.

Zeker, er zijn uitzonderingen. Het levensgrote schilderij van een man in achter zijn bureau. Of een reusachtig gebakken ei. Een enorme hamburger op tafel, naast een zoutpotje en fles ketchup. Deze schilderijen zijn weer zo uitvergroot, dat het wel weer onrealistisch wordt. De hamburger en de erop liggende dressing verandert in een abstract schilderij.

De grap vindt plaats als je een foto maakt van deze schilderijen. Dan lijkt het schilderij opeens in een foto te transformeren. Een aparte gewaarwording. Van de beelden als je het schilderij van heel dichtbij bekijkt en ziet dat het geschilderd is en niet een foto is. Op de foto verdwijnen deze details weer.

Misschien is dat wel hyperrealisme. Zo realistisch dat het weer ongewoon wordt en verandert in een saaie foto. Alleen het origineel kan je nog overtuigen dat het echt een schilderij is.