Tagarchief: Kringloop

Onverwachte medereiziger

image

Wat doe ik? Ga ik verder of keer ik om naar huis? Hij staat op het station Almelo en is net teruggekeerd van een bezoekje aan kringloopwinkel Het rondje. De vertrouwde meuk en damp van peuken trof hij er aan. Het zat weliswaar in een ander pand, achter de molen. Maar de winkel was onveranderd ten opzichte van de zaak van 10 jaar eerder aan de Nieuwstraat.

Alsof de tijd had stilgestaan. Hij zag de kringloopwinkels van zijn jeugd. Opgestapelde kasten, rechtop gezette bedden, matrassen en smalle gangpaden tussen onverkoopbaar eiken meubilair. De boeken waren duur en afzichtelijk. Hier viel weinig eer te behalen. Net als aan de ruimte boordevol klokken. Ze tikten allemaal onvermoeibaar door. Schilderijen hingen aan de balken van het plafond. Uit de transistorradio dropen smartlappen.

Geen winkel voor mij, dacht hij en vluchtte de zaak uit. De chagrijnige blikken van de medewerkers holden achter hem aan. Hier viel weinig eer te halen. Laat staan spullen. Er lagen zeker geen leuke dingen om mee te nemen. Zelfs de atlas uit 1981 voor 3 euro liet hij liggen. Net als de boekjes waar ze iets minder voor vroegen, maar die uit elkaar vielen van ellende.

Nu staat hij op het station waar hij zo vaak uitstapte en opstapte. Het station met het immens lange perron. De lengte wordt nog eens versterkt doordat de reiziger aan het einde van het perron het station verlaat. Hij had de lange afstand zojuist al beproefd vanaf het spoor uit Marienberg. Dat perron omklemt het spoor hier. Je zou aan beide kanten kunnen uitstappen. Helaas verhindert een hek dit, maar het idee levert hem genoeg plezier op.

De omroepster stoort zijn mijmering. Ze vertelt dat de trein uit Berlijn binnen enkele minuten binnenrijdt. Het is de trein met de bestemming Schiphol. De trein die hij bij zijn vorige liefde zo vaak nam. Toen hij zijn huidige liefde tegenkwam, stopte de internationale trein niet meer in Almelo. Maar sinds een paar dienstregelingen houdt de trein weer keurig halt bij de stad.

Zal ik deze trein nemen? Hij weifelt. Dat andere secundaire lijntje lonkt van Hengelo naar Zutphen via Delden en Goor. Misschien er nog even uit voor een bezoek aan de kringloopwinkel Wawollie. Hij kijkt op zijn horloge. Het is al kwart over drie. Als hij het al haalt, zal hij sowieso erg laat thuis zijn.

De motor van de locomotief suist het station binnen. In het perron zit zo’n mooie bocht, waardoor je de trein wel hoort maar niet ziet. De wielen glijden over het ijzer. De wissels en lasnaden geven het vertrouwde tikken van de wielen. Het glas van het lelijke stationsgebouw echoot de klanken van de trein. Dan verschijnt de locomotief. Met donkere ogen glijdt de trein het station binnen.

Hij loopt mee met de trein. Verder en verder op het lange perron. De eersteklas-rijtuigen zitten direct achter de locomotief. Het eerste tweedeklas-rijtuig rijdt met hem op. De trein staat bijna stil. Hij tuurt naar binnen. De trein zit vol. Veel mensen moeten blijkbaar naar Schiphol. Hij vreest een krappe plek en zoekt de raampjes langs voor een leeg plekje. Daar is er eentje, ziet hij. Door de donkere ramen is het lastig iets te zien, maar hij verwacht hier wel een zitplaats te vinden.

De deuren gaan lastig open. Het meisje dat bij de deur van het andere rijtuig staat, trekt aan het hengsel van de deur. Maar hij blijft dicht. Voor hem gaat de deur wel open. Een man staat voor hem. Deze deur toch nemen, weifelt hij. Ja, deze deur. Hij wacht op de mensen die moeten uitstappen. Een man staat hinderlijk midden in het gangpad. Zijn voorganger stapt aan boord en wurmt zich een weg naar het gangpad. Nu is het zijn beurt.

In de deuropening staat een oude vriend die 2 jaar terug in Berlijn is gaan wonen. Vorige week was hij nog jarig. Hij had hem willen bellen, maar hij was het vergeten. De vriend geeft hem een hand. ‘Stap in, vriend’, zegt hij. Hij kijkt naar het opstapje en zet zijn voet op het metaal van het trapje. Hij stapt aan boord. Beduusd van deze ontmoeting loopt hij gedwee achter zijn vriend aan.

Koffiehoekje

boekenZe zitten beneden aan een tafeltje tussen de boeken. ‘Waar kun je die koffie halen?’ vraagt een voorbijganger. ‘Die moet je achter halen uit de automaat’, krijgt de vrouw als antwoord. Ze loopt alweer verder. ‘Je moet er wel om vragen’, krijgt ze nog als dessert nageworpen.

Rond het tafeltje zitten 4 mensen gezellig te kletsen. Ze roeren de plastic roerstaafjes in de plastic bekertjes. De vrouw draait het roerstaafje om de hard geworden schuim van haar cappuccino uit het automaat. De man neemt een flinke slok van de zwarte drap. ‘Lekker’, verzucht hij.

‘Je kunt ook nooit de weg meer vinden’, zegt de man die naast hem zit. Hij is wat ouder. ‘Ik moest laatst naar mijn dochter en kon de weg niet vinden. Uren heb ik gedwaald.’ ‘Heb je dan geen TomTom?’ vraagt zijn buurman. Hij laat weer een nieuwe guts slootwater in zijn mond glijden. ‘Jawel en dan nog.’

‘Het is wat met die TomTom’s’, vertelt de man van de zwarte koffie. ‘Het is zeker wat’, zegt de vrouw die duidelijk bij de verdwaalde man hoort. ‘Vroeger kon je nog gewoon de weg vragen. Nu kijkt iedereen op zijn TomTom.’ De man van de koffie neemt de laatste slok.

Hij trekt een grijns over zijn gezicht. De vrouw die tegenover hem zit, ziet het. Ze begint te glunderen. ‘Weet je hoe de TomTom eerst heette?’ vraagt hij aan de verdwaalde man. Deze schudt zijn hoofd. De vrouw tegenover hem leeft mee met de spanning en tikt haar buurvrouw aan. ‘Ik ken hem hoor.’

‘Een tamtam.’ De man van de grap begint te bulderen van het lachen. Zijn buurman probeert mee te lachen. Het lukt niet zo. ‘Snap je hem?’ vraagt de man als hij uitgelachen is. ‘Ja, ja’, knikt de verdwaalde gast. ‘De tamtam wist het wel beter’, vervolgt hij. Zijn vrouw roert weer een keer in de harde schuimlaag van haar automaat-cappuccino. En dan neemt ze de slok.

Dan kijkt de verdwaalde meneer omhoog in de boekenkast naast zijn stoel. ‘Tjonge als je van lezen houdt, kun je hier goed terecht. Voor een euro heb je al een boek.’

Vreemdganger

Ze komt van verre al aangewaggeld. Een brede jas strak en breed tegelijk rond haar lijf gespannen. Het bruin steekt treurig af tegen de grijze lucht erom heen. Een boot vaart in het kanaal evenwijdig aan de weg en haalt een fietser in. De golven rollen achter het bootje en breken tegen de metalen kade.

Ik ga naar binnen, snuffel wat tussen de boeken. De stapel Dickens ziet er veelbelovend uit. Ik vermaak mij de laatste tijd met de Schetsen van Boz. Hoe een beginnend schrijver zich tegoed doet aan schetsen uit het dagelijks leven. Zelfs een ballonvaart of de koetsjes op het plein zijn de moeite waard voor een verhaal.

Ik vind 2 titels die ik nog niet heb. Het tweede deel van het Grauwe huis en het eerste deel van de biografie van Foster. In een bundel essay’s die ik van een andere plank trek, zegt Vestdijk dat Bleak Haus de mooiste roman van Dickens is. Ik speur verder en vind dingen die ik langere tijd al zoek. Soms voor iemand anders.

Als ik bij de achterste kast sta, hoor ik stemmen. ‘Ik ben bij hem weg’, zegt een vrouwenstem. ‘Hij ging vreemd.’ Mijn vingers glijden langs de titels. Erotische verhalen van Heeresma. Achter de kast klinkt het geluid van klerenhangers. Ze tikken tegen elkaar.

Ik loer om het hoekje. Een vrouw hangt een bloesje aan een klerenhanger. Ze luistert aandachtig naar de vrouw die haar vriend heeft verlaten. Ik kan haar niet zien, de boekenkast staat voor haar. ‘Hij ging vreemd en ik moest steeds huilen. Daarom zijn we uit elkaar gegaan.’

Ze doet een stap naar voren. Ik zie de vrouw die langs het kanaal waggelde. Het koord van haar jas zit strakgeknoopt om haar middel. Het maakt haar dikker dan ze is. De wallen onder haar ogen vormen dikke gootjes om de tranen naar beneden te geleiden. De vrouw die luistert, hangt het bloesje op. ‘Weet je Jeanette’, zegt ze. ‘Je moet de volgende keer gewoon een Nederlandse vriend zoeken. Niks kwaad over buitenlanders, maar ze zijn anders.’

De vrouw met het koord om haar middel, buigt treurig voorover. De bloesjessorteerder kijkt haar aan. ‘Mijn moeder had het getroffen met mijn vader. Maar de meeste die ik ken, zijn niet zo. Zoek gewoon een Nederlandse vriend. Dat is veel beter voor je.’ Ze pakt een nieuw bloesje van de tafel en houdt het tegen het licht van het raam.

Een boekenrug kijkt me verleidelijk aan. Ik trek het boek uit de kast en blader het door. Als ik opkijk, is de vrouw met de jas verdwenen. De vrouw bij het raam pakt een nieuw bloesje en houdt het tegen het licht. Ik zet het boek terug in de kast en stap een kast terug voor een ander verhaal.

Unboxing in tropenpak

Een nieuw bezoek aan de kringloopwinkel, bracht mij niet alleen een tropenpak. Ik liep gelijk even langs de boekenafdeling en deed weer een paar interessante vondsten. Zo stuitte ik op Het leven der dieren van Alfred Brehm.

Deze 19e eeuwse zoöloog Brehm schreef populairwetenschappelijke boeken over dieren. Het leven der dieren is zijn bekendste werk. Het is een mooi, rijk geïllustreerd werk met uitvoerige beschrijvingen van diersoorten.

Daarnaast ook wat boeken voor bij de literatuurverzameling. Anton van Duinkerken en Jef Geeraerts, de eerste 2 delen uit de serie Gangreen,  en de verhalenbundel De reis van de lege flessen van Kader Abdollah. En van W.L.M.E. van Leeuwen Avonden op Drienerwolde, herinneringen en ontmoetingen met schrijvers als Du Perron, Marsman en Ter Braak.

Of het dichtbundeltje O vrijheid van de historicus Pieter Geyl (1887-1966). Hierin publiceert hij gedichten over zijn periode in Buchenwald en later in kamp Sint-Michielsgestel. Daar zat hij met meer kunstenaars en wetenschappers. Zo was hij (met Anton van Duikerkerken) een van de toehoorders van Vestdijks cursus dichten. Later gebundeld in De glanzende kiemcel.

Ik maakte er weer unboxing-filmpje van in mijn tropenpak. Misschien niet zo sprankelend als vorige week – de vermoeidheid sloeg toe – maar leuk genoeg om te bekijken.

Tropenpak

Het hing om een paspop bij de kringloopwinkel: een tropenpak. Ik zag het hangen en twijfelde. Moest ik nou wel een tweedehands pak kopen? En zou het niet veel te groot zijn? Mijn postuur staat enkel strakgesneden pakken.

Ik vond het een prachtig pak. Niet alledaags. De lange rij knoopjes met de prachtige hals in het jasje, trokken mij. Het beeld liet mij niet meer los. De donkere stof met het pakkende model. Een ander pak dan je altijd ziet. Waarom zou ik het niet kopen?

Ik zag het vorige week al hangen en kreeg gisteren weer de kans naar de kringloopwinkel te fietsen. Toch gegaan, ondanks de twijfel. Het zal wel weg zijn, hoopte ik ergens. Maar het hing er nog.

Ik trok het aan. De broek zat als gegoten. Het jasje was een paar slagen te groot. Ik keek naar de herkomst. Aan de binnenkant stond dat het gemaakt was door Harylall’s confectie uit Paramaribo. Puur maatwerk dus.

Inge was erg enthousiast. Ze vond het jasje te groot, de stof te versleten. Maar het model prachtig. ‘Dat is wat we zoeken’, zei ze. Ze doelde op de speurtocht naar een model voor het huispak van afgelopen voorjaar. Dit pak vind ik prachtig. Het mag dan te groot zijn, ik heb er gisteren de hele dag in rondgelopen…

 

Terug van de kringloopwinkel

Best leuk om te doen, die unboxing video van het boekenpakket van Komrij. Daarom heb ik gisteren na thuiskomst van de kringloopwinkel weer een video geschoten. Dit keer over de boeken die ik ‘gescoord’ had.

Een paar leuke aanwinsten voor mijn bibliotheek, waaronder het boek Naakte lunch van William Burroughs en Portugal van Rentes de Carvalho wel de leukste waren. En verder boeken van Büch, Brusselmans, Greshof, Mortier en Nooteboom.

Leuk genoeg voor een ‘unboxing video’ in een zonovergoten bibliotheek. Na de opname gingen de gordijnen weer toe.