Tagarchief: kopen

Offerte keuken Ikea

Inge is al een flinke tijd beziggeweest met de keuken. Wel of niet in een hoek gebouwd. En welke apparatuur moet erin. Het is veel passen en meten. Uiteindelijk heeft Inge op de website van Ikea de hele keuken ontworpen. Het wordt een Ikea keuken, dat hoort wel bij een Zweeds huisje, vinden wij.

Het is een mooie geworden. Eentje om trots op te zijn. Al vind ik persoonlijk de hoekkast met de pannencarrousel een verloren hoek. Buiten het feit dat ik een verschrikkelijke hekel heb aan een pannencarrousel

Na het intekenen op de computer ziet Inge een dreigend berichtje op Facebook van iemand die zijn keuken net heeft gekregen. Een massa aan dozen met plankjes en greepjes! Onmiddellijk rijst de vraag op: is het wel zo’n goed idee om de keuken zelf in elkaar te gaan zetten?

Daarom gaan we op zondagmiddag naar Ikea om de offerte definitief te maken. We willen het afsluiten met maaltijd in het restaurant en plannen het daarom aan het einde van de middag. We lopen rustig door de winkel naar de keukens toe en schuiven op het afgesproken tijdstip aan bij tafeltje 14.

We bespreken de hele keuken. Inge heeft hem erg goed ingericht op de website, waardoor we slechts een paar kleine dingen hoeven te bespreken. Zo kreeg ze niet de juiste oven in de keuken omdat hiervoor een andere kast nodig was. Ook is er geen mooie afwerkplaat langs de zijkanten van de kasten. De medewerker van Ikea vult dit allemaal voor ons in. Daarna lopen we door de winkel om alle keuzes door te lopen.

Als we klaar zijn, maakt de medewerker de bestelling definitief en lopen wij rond om alle spullen nog eens goed te bekijken. Het ziet er allemaal erg mooi uit op papier. We maken de afweging of het niet verstandiger is om de keuken te laten installeren. Misschien wel. Het wordt anders een karwei van meerdere dagen met het risico dat je het fout doet.

We denken er nog over na.

Daarna lopen we naar het restaurant. We hebben wel zin in iets gekregen. Eerst snel naar het toilet, komen een bekende tegen, maken een praatje. Doris heeft al een tafeltje gevonden, maar als we bij de zelfbediening komen, sluit een medewerker net de ingang. ‘Zijn jullie dicht?’ zeg ik half vol ongeloof. ‘Ja, we zijn dicht’, zegt het meisje stoicijns. Ik ben verbaasd. Het is niet waar! Zondagmiddag half 6 en dicht.

De manager laat ons er niet meer in, we zijn een minuut te laat. ‘Nee, we kunnen je niet doorlaten. Anders gaat iedereen.’ Als iemand anders gewoon langs de hekjes loopt, wijs ik haar erop. ‘Zij wel.’ Gelukkig grijpt ze in. Al vraag ik mij af wat ze gedaan had als ik haar er niet op gewezen had. Ze vertelt ons dat we beneden bij de Bistro maar wat moeten halen.

Best een domper op een feestelijke middag. Ook omdat ik merk dat het Ikea-personeel niet zo flexibel en meedenkend is als de organisatie in haar missie en visie heeft. Iets dat ik ook merkte bij het webcare team toen ik vroeg of de catalogus nagestuurd kon worden. Het levert eigenlijk alleen maar boosheid en frustratie op. Niet doen.

Nog iets dat je niet moet doen, leer ik deze zondagmiddag. Ga nooit op zondagmiddag aan het einde van de middag naar de Ikea als je aan het einde nog wat wilt eten in het restaurant. Anders heb je de hele avond nog honger, want de Bistro is geen goed alternatief.

Ons landje – Tiny House Farm

Benieuwd naar de status van ons stukje grond, gaan we er weer heen. Ons landje, zoals we het al noemen. De honden mee de auto in. Het is eigenlijk best een aardig eindje rijden. Straks fiets ik elke dag dit stuk naar en van mijn werk.

Nu staan we er als de zon ondergaat. Wat een prachtige lucht. De zon daalt achter de rij bomen langs de weg. De hemel in volle strepen en verder is er de koude wind. We lopen over de weg in aanbouw, de Vuursteeenhof.

De meeste terpen liggen er al. En dat is eigenlijk ook het probleem bij ons. De vorige week opgemeten maten zijn allemaal door de shovels omver gereden en afgegraven. Nu moeten we de palen weer opnieuw laten uitzetten. Daar balen we flink van, maar je kunt de grond door de gemeente maar 1 keer laten uitmeten.

Het devies luidt: grond pas laten uitmeten als alle activiteiten klaar zijn en daadwerkelijk het heien begint. Nu zijn de paaltjes verdwenen in de grote hopen aarde. Werk voor niks met extra kosten. Zonde!

De omleiding van de terp ligt er, want nu krijgen we opeens de keuze of we wel of niet een opgeworpen terp willen. Een beetje te laat. Ik hoop dat de schade meevalt. Het bewijs dat je overal op moet letten bij het bouwen. Verspilling door miscommunicatie ligt op de loer.

Nu bekijken we de afmetingen van het landje eens goed. Als Doris diagonaal van mij staat, zie ik hoe groot het eigenlijk is. Al zullen de afmetingen er weer heel anders uitzien als het huis wordt opgebouwd. We zullen nog wel een paar keer door elkaar geschud worden. Je verliest ook de verhoudingen in zo’n open gebied. Niet te vergelijken met de wijk waar we nu wonen.

Zo dromen we in het licht van de vallende avond. Tot de kou ons wekt en we weer huiswaarts keren. Erg indrukwekkend om zo te staan. Met 1 been in de toekomst en tegelijkertijd zo onwetend.

Passeren – Tiny House Farm

Een belangrijke dag gisteren: het passeren van de aktes bij de notaris. Na de koopovereenkomst van de grond was het nu tijd om de grond daadwerkelijk aan te kopen. Hierbij hebben we ook onze hypotheekovereenkomst afgesloten. Het gaat dan om flinke bedragen die over en weer van bankrekeningnummer wisselen.

De hele bouw van ons houten huisje aan de Vuursteenhof is natuurlijk als een grillig heuvellandschap. We hobbelen van hoogtepunt naar hoogtepunt. De ene heuvel is hoger dan de andere en de afdaling kan soms vies tegenvallen. De stap die we gisteren hebben bezet, is zeker een flinke heuvel. We hebben de grond, zijn lid geworden van de Vereniging Tiny House Farm en we kunnen gaan beginnen met bouwen!

Het lange wachten, de vele voorbereidingen. Je merkt dat dit project iets heel anders is dan een bestaand huis uitzoeken en er gaan wonen. Vorige keer – in 2006 – lag er tussen het voornemen te gaan verhuizen en de daadwerkelijke verhuizing een paar maanden. Nu zijn we al sinds april 2016 bezig met dit plan. Een weg van wachten, bijstellen van de plannen en veel fantaseren. Heel veel fantaseren.

De werkelijkheid is anders dan de fantasie. En fantaseren is ook gratis. Dat is de werkelijkheid evenmin. We proberen goed te letten op de kleintjes, maar het is lastig om goed in de gaten te houden wat eruit gaat. Daar word ik soms best een beetje nerveus van. Het moet namelijk wel betaalbaar blijven. Ook omdat de eerste gedachte bij dit project was om zo min mogelijk hypotheek te hebben.

Nu proberen we binnen wat we willen en wat er mogelijk is, waarbij we een scherp einddoel hebben met de prijs. Ik hoop dat het lukt. Zo kunnen we langzaam meer en meer de droom omzetten in werkelijkheid. En ik weet dat de werkelijkheid oneindig veel mooier kunt ervaren dan je ooit had kunnen dromen.

Rolpatronen – Tiny House Farm

Bij het voornemen om in de Tiny House Farm te stappen, hebben we afgesproken dat Inge alle zaken regelt. Tot nog toe lukt dat heel aardig. Zo heeft ze alle stukken voor de hypotheekaanvraag geleverd, een makelaar uitgezocht en heel veel andere rompslomp afgewikkeld met de gemeente, de bouwer en veel andere instanties waarmee we te maken hebben.

Zo hebben we vorige week dinsdag eindelijk de koopovereenkomst voor de gemeente kunnen ondertekenen en zijn we een paar dagen later gebeld voor een afspraak om de akte laten passeren bij de notaris.

Wat daarbij opvalt is dat officiële instanties altijd de neiging hebben om de man van het echtpaar te bellen. Zowel door de gemeente als door de notaris ben ik gebeld.

Blijkbaar zijn het vastgeroeste patronen dat bij officiële dingen in eerste instantie de man wordt gebeld. Terwijl in allebei de gevallen de contactgegevens van Inge als eerste vermeld staan.

Van die dingen die je ontdekt als je bezig bent met een huis. Alle officiële dingen lijken dan opeens via de man te moeteb gaan, terwijl ik denk dat dit helemaal niet nodig is. Maar goed, volhouden dus en wie weet help ik de maatschappij een stapje verder met dit vooroordeel.

Niet elke man heeft het thuis voor het zeggen.

Tekenen grondovereenkomst – Tiny House Farm

Elke handtekening is een belevenis bij de bouw van ons huisje in Oosterwold. Al wachten we er heel lang op, het bericht dat we de koopovereenkomst voor de grond mogen tekenen komt toch onverwacht.

Het is een paar dagen nadat een aantal mensen van ons project een gesprek hebben gehad met de gemeente, krijgen we een telefoontje van een medewerker gronduitgifte Oosterwold. We kunnen de koopovereenkomst tekenen voor de grond. Na het tekenen kan de overeenkomst naar de notaris om de poet te betalen.

We mogen ons melden om 9 uur op het stadhuis. De medewerker gronduitgifte komt ons ophalen in de hal, we stijgen in de lift naar de 8e verdieping. Een drukke bedoening zo in de ochtend waarop veel mensen opstarten. Drukke lift en een lange rij voor het koffieautomaat.

Het uitzicht is hier prachtig. Je ziet Almere om je heen liggen. In de ruimte staan maquettes van het Stadshart en van de komende Floriade. De Floriade ligt als een deken over het Weerwater. Ik kijk liever naar buiten en zie hoe de treinen af en aan rijden over de spoordijk.

We krijgen een heerlijk kopje koffie. Ik vermoed dat de lange rij voor het koffieautomaat komt omdat hier de lekkerste koffie wordt geserveerd. Als ik hier zou werken zou ik er toch een paar bakkies halen op mijn werkdag.

Dan liggen daar alle papieren. Wat een stapel om te tekenen. Maar liefst 15 pagina’s om een krabbel onder te zetten. Een hele onderneming om alle papieren op volgorde te houden. Gelukkig lukt het en als we een halfuurtje weer buiten in de vrieskou staan, genieten we van deze mijlpaal.

Blijft bijzonder om zo alle stappen van idee naar huis mee te maken. Soms heb ik het er zwaar mee, maar dan probeer ik te genieten van elke stap die ik maak. Het is onderdeel van het bewuster willen leven. En dat is bijzonder en spannend tegelijk.

Roze bril – Sientje (4)

We zouden dat weekend eigenlijk naar Maastricht afreizen. Het zesde deel van de orgelencyclopedie verscheen en werd gepresenteerd met een heus concert in de Sint Servaas. We wilden er meteen een weekendje weg van maken. Een hotelletje met bijbehorende overnachting, zouden we gaan regelen.

Een paar dagen voor vertrek kreeg Inge spit. Het schoot haar in de rug en ze was niet meer in beweging te krijgen. De urenlange reis in de auto zou haar te zwaar vallen. Daarom gingen we niet.

Die zaterdag zaten we niet bij het concert, maar met de krant op schoot op zoek naar mogelijke banen. Geen enkele baan voor mij. Daarom keek ik verder op een plek waar ik helemaal niet hoorde te kijken. Daar zag ik het staan: ‘Goed tehuis gezocht voor zeer lieve teckel’. De tekst greep ons aan. Dat was iets voor ons. We zochten een teckel. En een lieve teckel was helemaal welkom.

Een weekend eerder waren we helemaal de verjaardag van onze zwager vergeten. De hele avond hadden we op internet gezocht naar informatie over ruwhaar teckels. Boos belde iemand om negen uur ‘s avonds aan. Het was mijn schoonzusje. Zij was mam maar gaan halen, omdat ze op zat te wachten. De telefoon was de hele tijd bezet. We waren de hele verjaardag vergeten. Loes nam mam nu wel mee.

Zo vertrokken we naar Goor. Inge met haar zere rug. Ook haar been deed zeer. Zij achter het stuur; ik had geen rijbewijs. Als ze voorzichtig deed kon ze het halfuur wel naar Goor rijden. We reden de bocht in naar de snelweg. ‘Hoe zullen we haar noemen als ze een verschrikkelijke naam heeft?’ vroeg ik.

We lieten wat namen langskomen. Truus, Marie of Takkie. ‘Nee, Sientje’, zei Inge. ‘Sientje is een mooie naam.’ We reden de scherpe bocht in naar de A1. Ik liet de naam even over mijn tong rollen alsof ik een slokje wijn proefde. ‘Sientje, Sientje.’ Dacht nog even na. ‘Ja, Sientje is een mooie naam’, herhaalde Inge. ‘Ik had een tante die Sientje heette.’ Dan bedacht ik mij. ‘Wat als ze al een hele mooie naam heeft.’

We wisten ook wel dat we de hond kochten door er te gaan kijken. Je ziet dan alles door een roze bril. Dezelfde verliefde bril als waarmee wij van elkaar aankeken. Ook wij wisten best dat we bij onze eerste ontmoeting verkocht waren. Er waren al zoveel bijzondere en persoonlijke mailtjes verstuurd. Het kon niet meer misgaan. We zouden aan elkaar kleven. Dat wisten wij ook wel.

Nu reden we naar Goor en beseften dat we straks met een teckel op de achterbank naar huis zouden rijden. Kijken = kopen, had ik gezegd op het moment dat ze de verkoper belde. Oké, er waren bepaalde dingen niet in de haak. Het dier was nooit in huis geweest en had in de schuur achter het huis geleefd. Daar was ze voor de fok om de eigenaar van mooie nieuwe teckeltjes te voorzien. Ze was net 4 jaar. Blijkbaar te oud voor nog een nestje.

We kwamen er aan, parkeerden wat verderop bij een verzorgingstehuis en belden er aan. Een teckel stond afgebeeld op het naambordje. Binnen geblaf van een teckel. We mochten achterom. Onderwijl vertelde de fokker over de hond. Hij deed haar weg, want ze had genoeg nestjes gehad. Hoeveel vertelde hij niet.

We liepen naar de grote schuur achter het huis. In de eerste bak zaten kleine ruwhaarteckels. ‘Dat is de jachtlijn’, vertelde hij. Daar ging hij geregeld mee het bos in. Een hok verder zaten 2 grote teckels. Een hele enthousiaste teckel sprong van blijdschap alle kanten op. Stond zelfs op het hoofd van de andere teckel. De andere teckel bleef rustig staan, al roerde de staart ook alle kanten op.

De hond die bovenop de andere stond, was het niet. Dat was Winnie, een teefje dat hij niet te koop aanbood. De onderste, dat was ze. Een enorme hond. We staarden met grote ogen in de bak. Hij haalde haar eruit. We konden haar even goed bekijken. Inderdaad, hij wilde er honderd euro voor hebben. Een schijntje voor zo’n hond, verzekerde hij. Bij hem gingen puppies voor een veelvoud van dat bedrag weg.

We moesten er rekening mee houden dat het dier niet zindelijk was en nog nooit in een huis had gewoond. Hij drukte haar stamboom onder onze neus. Nala van het Reggestadje stond erop, geboren op 17 januari 1998. Ze was een paar dagen eerder 4 jaar oud geworden.

We keken elkaar snel in de ogen. ‘Ja, we nemen haar’, zeiden we. De honderd euro was een koopje, beseften we ook. We hadden de honden eerder voor 1100 gulden te koop zien staan. We waren druk aan het rekenen, maar beseften niet hoeveel geld 100 euro eigenlijk was. Het voelde in elk geval niet zoveel het bedrag later zou aanvoelen. Daarvoor was de nieuwe munt nog te nieuw.

‘We nemen haar. Alleen hebben we nog geen geld.’ Ik keek op mijn horloge. ‘En we hebben nog niks voor een hond in huis.’ ‘De dierenwinkel in het dorp is tot 4 uur open’, zei de fokker. Nog iets meer dan een uurtje. Als we opschoten, konden we alles die middag nog afhandelen. Ook het laatste obstakel hadden we bijna overwonnen.

Lees het vervolg: Teckelsnoetjes »

Lees elke zondag een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.