Tagarchief: knardijk

Knardijk – #fietsvakantie

Zoals ik 2 jaar geleden al schreef: wil je Flevoland voelen, ruiken en proeven, fiets dan over de Knardijk. De binnendijk gaat dwars door de jongste provincie heen van Zuid naar Noord.

Kaarsrecht is hij. De afwisseling zit hem in de beleving. Je fietst het mooiste bovenop de dijk, maar gelukkig mag je soms ook aan 1 kant fietsen. Bos en weiland wisselen elkaar af. Soms doorkruist een weg de dijk.

Zo fietsen we door een gloednieuw tunneltje dat onder de weg naar Zeewolde gaat. In de verte zie je het industrieterrein van Zeewolde al liggen. De rest van het dorp blijft je bespaard.

De schapen zorgen voor de afwisseling. Het Knarbos met het fraaie binnenhaventje – tenminste het oogt zo – waar nu een mooie boomgaard is. Verderop de bossen en andere natuurgebieden. Zorgvuldig gepland en geplant. De ruimte is enorm. En jij daar bovenop. Op die Knardijk.

Het zicht van het kunstwerk dat je ook vanaf de doorsnijdende A6 ziet. Het is de volstrekte rust. De oogstende machines en vooral het zien van de roofvogels, jagend en de andere natuur op dit nieuwe land.

Zelfs al hebben we er vaker gefietst, de Knardijk zorgt altijd voor een nieuwe beleving, een nieuw loflied en een nieuwe blog.

Tegenwind – Om de Oostvaardersplassen (1)

image

Het is prachtig weer en ik moet eigenlijk even naar Lelystad. Veel trek om in de auto te stappen heb ik niet, daarom ga ik op de fiets. En ik neem Doris mee. Zo kunnen we alvast oefenen voor langere afstanden. Speciaal voor deze gelegenheid trekken we de fietsbroekjes aan die ik een tijdje terug bij de Lidl heb gekocht.

Hoe fiets je naar Lelystad? We hebben al 2 keer onderweg op fietsvakantie de hoofdstad van de provincie gepasseerd, maar nu willen we iets meer: op 1 dag heen en terug. De weg aan de zuidkant van de Oostvaardersplassen hebben we al 2 keer gezien. De andere route, bovenlangs over de dijk nog niet.

image

Ik ben bang voor de dijk. Is het niet veel te riskant met de wind die altijd tegen je in waait hier in de polder? Geen enkele beschutting is er te vinden op zo’n hoge dijk? Je kan geen kant meer op, alleen maar rechtuit. En kun je dan niet veel beter gewoon door het bos fietsen onder de Oostvaardersplassen.

We gaan het toch proberen en fietsen via het Wilgenbos de dijk op. Het zit nog even tegen, de kleine sluis voordat het wilgenbos begint, staat open. We moeten wachten en zien hoe het schip mag doorvaren, waarna de sluis sluit en weer volloopt met water.

image

Als we weer rijden, de dijk op klimmen en op het fietspad fietsen, voelen we de wind al blazen. De pet waait van haar hoofd. Ze bergt hem op. De wind is te sterk om hem op te houden. Mijn hoedje zit stevig genoeg vastgeklemd en laat zich niet van mijn hoofd waaien.

De wind wordt alleen maar sterker. De zon is verraderlijk, de warmte telt ook mee, maar de wind verwachten we niet. Maar de wind wint aan kracht. Hij vliegt over de kale plassen, langs de paar bomen die aan de dijkrand staan. De fietsers die ons tegemoet rijden, vliegen over de weg. Alle fietsen zijn veranderd in elektrische exemplaren, waarbij je meters vooruit schiet op een enkele trap.

image

Wij zwoegen voort. Even pauze halverwege de dijk. Het lijkt of er geen eind aan komt. De plassen aan de kant van het land zijn uitgestrekt. De wind maakt golfjes op het water. Geen houden aan. De tegenliggers lijken nog harder voorbij te komen. En wij ploegen voort. Elke trap voelt zwaarder, maar brengt je minder ver vooruit.

Het lijkt of de wind in kracht is verdubbeld als we eindelijk bij het einde van de dijk aankomen. We hebben nog een keer pauze gehouden, even op adem komen. Het leek zo windstil, maar op de dijk kom je de echte wind tegen. Hier is de polder aan het werk. Altijd waait het hier.

image

De Knardijk steken we over. Het feest van de herkenning. De rit over de Oostvaardersdijk is nog niet voorbij. Vlak hierachter hebben we 4 jaar terug overnacht tijdens onze eerste fietsvakantie. Nu rijden we over de dijk in de richting van het gemaal. Nog voor we het gemaal naderen, mogen we afzakken naar de bodem van de zee. We verlaten de dijk en merken hoe de wind ineens helemaal verdwijnt.

image

Knardijk en Vogelweg

image

Wil je de polder echt beleven, dan moet je naar de Knardijk rijden. Afgelopen zomer reden Doris en ik al over de dijk die Zuidelijk en Oostelijk Flevoland van elkaar scheidt. De dijk refereert naar de Knar, een ondiepte in de oude Zuiderzee. Het gelijknamige bos vlakbij de dijk ligt op de plek van de ondiepte.

Vandaag waren we er weer in de buurt en ik kon het niet laten er even langs te rijden. Over de langste weg van Flevoland: de Vogelweg. Deze weg begint bij het Larserbos ten zuiden van Lelystad en loopt over de Knardijk door tot aan het Cirkelbos bij Almere.

We zijn even bij de dijk uitgestapt. Een racefietser passeerde ons in volle vaart, reed met hoge snelheid over het wildrooster en stak de Vogelweg over. We keken even naar de bomen en de aparte uitsparing onder de Knardijk. Daarna stapten we weer in en vervolgden de route over de lange Vogelweg.

Gelukkig hebben we deze lange route niet genomen afgelopen zomer. Op de fiets moet de afstand zeker met de harde wind zwaar zijn geweest. In de auto was het al een eind. Laat staan hoe ver het voor de fietser is.

image

De brede uitsparing tussen de driedubbele bomenrijen links en rechts, doet vermoeden dat de weg is bedacht om nog met 2 rijstroken te kunnen worden verbreed. Nu ligt er een brede groene mat naast de weg. Verder is het uitgestorven langs de weg en zagen we geen enkele fietser over het fietspad rijden.

De bushokjes bij elke kruising oogden eveneens verlaten. Alleen in een film van Alex van Warmerdam zouden deze nog een rol kunnen vervullen. Als dan de bewoonde wereld van Nobelhorst opdoemt achter de populierenrijen, weet je dat het einde heel dicht in de buurt is. Het einde, waar Almere begint.