Tagarchief: kerk

Ons’ Lieve Heer op Solder

We hadden al eerder het idee om langs Ons’ Lieve Heer op Solder te gaan. Ik vroeg me een beetje af of het zou gaan lukken. Het spelen in De Duif viel wel midden in de openingstijden. Maar ik ontdekte dat we na afloop best nog even langs deze schuilkerk zouden kunnen gaan. Een bijzondere plek in het hart van Amsterdam waar rooms katholieken vele eeuwen hun geloof hebben beleden. Erg bijzonder ook dat dit bewaard is gebleven.

Het heet niet voor niets Ons’ Lieve Heer op Solder, ontdekken we. Wat een trappenwerk. We doorlopen het hele woonhuis van Jan Hartman en maken ook kennis met 17e en 19e eeuwse keukens en bekijken de bedstedes waar de familie in sliep. Soms met een handig luik ervoor zodat het publiek dat naar de kerk ging, het echtpaar niet hoefde te zien, maar wel min of meer door de slaapkamer liep.

De smalle gangetjes en steile trappetjes geven dit huis zijn charme. Al weet je ook wel dat je komt voor de schuilkerk op zolder. Het is indrukwekkend hoe hoog het huis is en wat er allemaal in dit huis verborgen zit. Wat een ruimte en wat een goed gebruik van de ruimte. Een tiny house liefhebber kan er veel inspiratie uithalen. Zeker als je er een tiny kerk bij zou willen bouwen.

De tegels onder de kachel, vond ik werkelijk heel gaaf. Dat wil ik ook in ons nieuwe houten huisje onder de kachel. Dat de tegels zo mooi op de vloer liggen, lichtjes geglazuurd. Misschien zelfs zonder voeg, zoals hier. Dat wordt mogelijk wel heel vies door het vuil dat tussen de stenen gaat liggen, maar het ziet er geweldig uit. Dat il

De kerk bevindt zich helemaal op zolder. Hier heeft Jan Hartman 3 woonlagen samengevoegd op een handige manier door de vloer open te werken in het midden. Zo zijn er galerijen ontstaan waar ook veel kerkvolk kan zitten of staan. Het maakt de ruimte meteen heel groot. De inrichting is heel sober. Het aantal beelden dat te zien is, is niet zoveel. Net als dat alles niet overdadig beschilderd is. Heel sober en subtiel. Erg mooi daardoor.

Waar ik zelf het meest door geraakt word is de Mariakapel. links achter het altaar, in een hoekje bij de trap. Je voelt dat mensen hier in het verleden geraakt zijn. De emotie en het verlangen zie je terug in de afgebladderde verf. Je hoopt dat het nooit zo gerestaureerd wordt als de kas van het orgel in de Oude kerk, met een dikke laag verf. Dat zou zonde zijn en de link met het verleden voorgoed weghalen.

Een indrukwekkend museum waarbij de vrijheid van het geloof sterk tot uiting komt. Dat mensen weliswaar hun geloof mochten belijden, maar wel in het verborgene, komt goed over als je in deze ruimte staat. Het besef dat je in onze samenleving die vrijheid wel hebt. Dat je mag geloven wat je wilt. Ik hoop vurig dat we deze verworvenheid koesteren. Dat je mag zijn wie je bent ongeacht geloof, sekse of ras.

De Duif

We lopen langs de grachten en stappen het Begijnhof in. Dan gaan we op het Spui op een bankje in de zon zitten. We genieten van onze broodjes en kijken naar de vele toeristen die voorbij lopen. Hoe een wagentje van de gemeente het plein schoonzuigt. Een grote stofzuiger waar een grote stofwolk vanaf komt als hij over het plein rijdt en tussen de kinderkopjes het vuil wegveegt en opzuigt.

We genieten van de voorjaarszon. Het vriest, maar het is helemaal niet koud om hier te zitten. De zon doet de rest en warmt je heerlijk op. Als we later langs de plek lopen met Vlaamse frites waar we vroeger altijd een zak patat aten aan het einde van een dagje Amsterdam, gaan wij verder naar De Duif.

Langs de Munttoren in de richting van de Prinsengracht waar we moeten zijn. Voorbij de Amstelkerk, helemaal van hout, vanwaar je al heel mooi de imposante gevel van De Duif ziet. Verstopt achter de hoge bomen, maar door de kale wintertooi is het gebouw goed te zien. De kerk zelf is ook indrukwekkend. Hoeveel ruimte er achter zo’n gevel verborgen zit.

We zijn mooi op tijd. Tijd om te acclimatiseren en de ruimte tot je te nemen. Als ik dan aan de beurt ben om te spelen, geniet ik vooral van de subtiele kanten van dit instrument. Het blijft een bijzonder orgel in Amsterdam, met veel Brabantse elementen erin. Dat komt ook door de lange bouwtijd van dit orgel waarbij de mooie dingen met elkaar verenigd zijn.

Ik moet wennen aan het toucher en de positie van het pedaal. Ik probeer er wat voorbereide werken op te spelen en leer dat je ‘Erbarm dich mein’ echt veel losser moet spelen, anders wordt het zo’n brei. Het beste lijkt Brahms uit de verf te komen, samen met die rustieke verfdoos boordevol met een klankpalet in alle soorten en toonaarden. Een instrument om bij weg te dromen, zelfs als je erop speelt. Het halfuur is zo voorbij.

Lees verder: De wallen en Oude kerk »

De klokkenluider een historische roman?

Is De klokkenluider van de Notre-Dame een historische roman? Zeker het verhaal speelt in januari 1482. De opening begint op Driekoningen én het Narrenfeest. Het is dubbel feest en de dichter Gringoire heeft het toneelstuk geschreven dat wordt opgevoerd.

De verteller plaatst zich regelmatig buiten de tijd met verwijzingen buiten de roman. Hij doet dit soms terloops en met humor. Bijvoorbeeld als hij met een spreekwoord verwijst naar de nieuwe wereld, die pas 13 jaar later ontdekt zal worden door Columbus.

Gringoire ziet een optreden van het zigeunermeisje Esmeralda en haar geitje Djali. Hij wil haar rijkelijk belonen, maar hij heeft niks. Het zweet gutst van zijn voorhoofd als ze langskomen om geld op te halen voor het straatoptreden.

Als hij heel Peru in zijn zak had gehad, zou hij dat zeker aan de danseres hebben gegeven, maar Gringoire had Peru niet, en Amerika was trouwens nog niet eens ontdekt. (76)

Een speelse verwijzing naar de moderne tijd die de verteller vertegenwoordigd. Ook maakt de verteller toespelingen op de verdwijning van de koningengalerij aan de voorgevel van de kathedraal. De 28 koningen werden na de revolutie in 1789 gezien voor de Franse koningen. Dit hardnekkige beeld, hangt ook in het hoofd van de verteller.

Na publicatie van Victor Hugo’s roman is ontdekt dat het de beelden van de Bijbelse koningen van Juda waren. Uiteraard zijn de middeleeuwen mans genoeg om hier een indirecte verwijzing naar iets anders te maken, zoals de koningen van Frankrijk. Hier hoeft de verteller dus niet per sé fout te zijn.

Volgens de verteller zijn er 3 vormen van onttakeling:

Op de ruïnese kan men drie soorten kwetsuren onderscheiden, die elk een specifieke diepte verotnne: ten eerste de tijd, die her en der gevoelloos heeft toegeslagen en vooral het oppervlak heeft aangetast; dan de politieke en godsdienstige omwentelingen, die met de hun eigen blindheid en furie de kerken te lijf gingen, de rijke ornamentatie met beeldhouwwerk en snijwerk vernielden, de roosvensters stuksloegen, de serranden van arabesken en figuurtjes kapotmaakten en de beelden verbrijzelden, de nee keer vanwege hun mijter, de andere vanwege hun kroon; en als laatste de bouwkundige modes, die steeds onwaarschijnlijker en dwazer werden en die, na de anarchistische en briljante zijsprongen van de renaissance, het onontkoombare pad van de decadentie bleven volgen. (126)

In onze tijd kunnen we aan de door de verteller genoemde revoluties ook oorlogen toevoegen. Oorlogen hebben veel bouwwerken verwoest. In Nederland zijn het bijvoorbeeld de Rotterdamse Laurenskerk en in Arnhem in de Eusebiuskerk die door oorlogsgeweld zijn vernietigd.

De beschadigde beelden bij de beeldenstorm zijn nog altijd in de Utrechtse Domkerk te zien. De beschadigingen zijn zelf monumenten geworden. Het is echter niet de ergste verwoesting. De verwoestingen van oorlog, geweld en de tijd, wegen niet op tegen de derde en laatste verwoesting: architecten.

Met de verteller ben ik het eens dat de grootste bedreiging de architecten zijn. Zij verwoesten met hun visionaire inzichten mooie bouwwerken. Je ziet het tegenwoordig vooral op het terrein van stadsgezichten en stadscentra. Genadeloos moeten bouwwerken uit het verleden plaatsmaken door hedendaagse inzichten. Gepresenteerd als verbetering maar meer een uiting van machteloosheid. Wat onze voorouders hebben gebouwd kunnen wij met geen mogelijkheid meer bouwen.

Daarmee is De klokkenluider van de Notre-Dame meer een ideeënroman dan een historische roman. Het speelt in het verleden, maar de gedachten van het heden dringen voortdurend door de tekst heen. Het overtuigt mij ook van de schoonheid van dit boek. Een boek dat een eerbetoon is aan de kathedraal. Maar waar het verhaal als kroon (of mijter) prachtig uitsteekt.

Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre-Dame. Oorspronkelijke titel: Notre-Dame de Paris [1832]. Vertaald door Willem Oorthuizen met een nawoord van Jan van Aken. Amsterdam: Atheneum – Polak & Van Gennep, 2011. ISBN 978 90 253 6872 2. 576 pagina’s. Prijs: € 35.Bestel

Esmeralda

De 2 hoofdpersonen in Victor Hugo’s roman De klokkenluider van de Notre-Dame zijn 2 outsiders: Esmeralda en Quasimodo. Esmeralda vanwege haar afkomst, ze is een zigeuner, Quasimodo vanwege zijn uiterlijke gebreken. Allebei staan ze aan de zijlijn van de maatschappij.

Dat betekent niet dat Esmeralda niet bewonderd wordt. Ze heeft veel liefhebbers, in het verhaal zijn het er 3. De aartsdiaken en stiefvader van Quadimodo, Claude Frollo is de eerste. De andere is de kapitein Phoebus. Degene die echt van Esmeralda houdt is de derde aanbidder: Quasimodo.

De passie van de aartsdiaken is verwoestend. Bijna van een kracht als waar Quasimodo over beschikt. Hij loopt telkens stuk op zijn liefde voor de zigeunerin. Phoebus is alleen maar uit op een avontuurtje, maar als het erop neerkomt, laat hij haar genadeloos in de steek. Hij kiest voor zijn maatschappelijke positie en niet voor de liefde.

De liefde is het noodlot waaronder de aartsdiaken en zijn adoptiekind Quasimodo samen gebukt gaan. De een laat zich weerhouden door zijn uiterlijk; de ander probeert het zo verborgen te houden dat het wel mis moet gaan.

Ze vinden haar allebei in de kathedraal. Als ze zich daar schuilhoudt wordt ze beschermt door Quasimodo en achterna gezeten door Claude Frollo. De passie is eigenlijk voor alle personen verwoestend. De vrouw die ze begeren, ongetwijfeld ook een verwijzing naar de naam van de kathedraal, is onbereikbaar.

Die onbereikbaarheid ligt bij henzelf, behalve bij Quasimodo. Hij heeft zijn uiterlijk tegenzitten en het lijkt onmogelijk dat Esmeralda hem ooit lief zou kunnen hebben. Het is zijn noodlot, het woord ‘Ananké’ dat in de muur van de kerk staat gegrift.

Het lot beslist net zo dramatisch. Eigenlijk komt het met niemand goed. Iedereen kiest een verwoestend einde, zelfs Phoebus:

Ook Phoebus de Châteaupers kwam tragisch aan zijn eind: hij trouwde. (562)

Het huwelijk als tragisch einde. Hij trouwt niet met zijn liefde Esmeralda, maar kiest voor het maatschappelijk verantwoorde huwelijk. Een mooie humoristische zinsnede van de verteller aan het einde van alle ellende.

Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre-Dame. Oorspronkelijke titel: Notre-Dame de Paris [1832]. Vertaald door Willem Oorthuizen met een nawoord van Jan van Aken. Amsterdam: Atheneum – Polak & Van Gennep, 2011. ISBN 978 90 253 6872 2. 576 pagina’s. Prijs: € 35.Bestel

De klokkenluider van de Notre-Dame

In mijn speurtocht naar romans over kathedralen kreeg ik van de schrijver Jan van Aken het advies om De klokkenluider van de Notre-Dame te gaan lezen.

Er bestaat eigenlijk geen beter boek over kathedralen, schreef hij. Hij wees mij op de uitgave van Atheneum waar hij een nawoord voor schreef. Ik keek vreemd op om dit boek te gaan lezen. Mogelijk dat de Disneyfilm mij teveel in de weg staat.

Het lezen van dit boek laat mij wel zien waar Jan zijn inspiratie vandaan haalt als het om zonderlinge figuren gaat. De roman van Victor Hugo zit er boordevol mee.

Het is een indruk bij al die andere indrukken, want ik ben buitengewoon getroffen door deze roman van Victor Hugo. Hoe de beeldvorming van Disney en andere bewerkingen van deze klassieker je in de weg kan staan. Het is namelijk een heuse belevenis om deze roman te lezen.

Het verhaal speelt in 1482 en begint op Driekoningen én het Narrenfeest op 6 januari. Ook in het verhaal staat de kathedraal er al vele jaren.

De verschuiving in perspectief geeft deze roman heel veel spannende momenten. Het verhaal verschuift mee, maar voor mijn idee speelt het vooral rond de 2 personen Quasimodo en Esmeralda. Beide wisselkinderen zullen elkaar uiteindelijk vinden, al is het einde ontluisterend.

Victor Hugo bouwt in zijn roman een mooie spanning op. Het is een indrukwekkend relaas van een onmogelijke liefde en een onbereikbare vrouw. De Notre Dame van Parijs speelt daarbij een essentiële rol. Ze spiegelt vaak de karakters en soms laat ze het tegenovergestelde zien. De zielen in de kerk geven weer hoe de kerk standvastig en zelfverzekerd staat.

De hoofdpersoon Quasimodo kronkelt naar lichaam en geest door de krochten van dit godshuis. De klokkenluider maakt op mensen vrijwel dezelfde ondoordringbare indruk als de kathedraal:

Zo kwam het dat hij langzamerhand, door zich voortdurend in samenhang met de kathedraal te ontwikkelen waar hij in leefde, in sliep en bijna nooit uitkwam en waar hij van uur tot uur de geheimzinnige invloed van onderging, op haar begon te lijken, er zogezegd mee vergroeide, er een wezenlijk onderdeel van ging vormen. (171)

De kathedraal en haar klokkenluider vormen een eenheid. Ze zijn in elkaar versmolten zoals een senioren-echtpaar. Ze zijn zo in elkaar versmolten dat je ze afzonderlijk niet meer herkent.

Daarbij is het verhaal is ook gewoon spannend en meeslepend. Het verhaal van Esmeralda die alle mannenharten sneller doet kloppen. Het is een vrouw die mannen vervoert en tot rare daden in staat stelt. Dat is het verhaal van De klokkenluider van de Notre-Dame waarbij de kerk meer is dan een decor.

Lees het nawoord Jan van Aken

Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre-Dame. Oorspronkelijke titel: Notre-Dame de Paris [1832]. Vertaald door Willem Oorthuizen met een nawoord van Jan van Aken. Amsterdam: Atheneum – Polak & Van Gennep, 2011. ISBN 978 90 253 6872 2. 576 pagina’s. Prijs: € 35.Bestel

Luthers inktpot

Op het kasteel de Wartburg waar Luther een aantal maanden gezeten heeft nadat hij vogelvrij is verklaard door de Duitse keizer, is een inktvlek op de muur van de kamer waarin Luther verbleef. Het is een beroemd verhaal over de hervormer waarin hij regelmatig bezoek kreeg van de duivel.

De duivel probeerde hem te verzoeken en in een nacht de inktpot en greep naar de schim die hem dwarszat. Op die plek zit nog altijd een donkere inktvlek tegen de muur.

Ik heb als kind vroeger nachtmerries gehad van die inktpot van Luther. Ik was doodsbenauwd dat ik de duivel mij ook ‘s nachts zou opzoeken. Een klasgenootje van mij vertelde eens dat hij regelmatig de duivel op bezoek had. Ik vreesde het ergste.

Dat Luther elke nacht gepijnigd werd door de duivel en net zulke verleidingen kreeg als Jezus destijds in de woestijn kreeg. Dat zou mij toch niet mogen gebeuren. Hoe zou je je kunnen wapenen tegen een bezoek van de duivel? Ik wist het niet. Zou je een psalm moeten zingen?

Ik tuurde langs de gordijnen, durfde mijn bed niet uit, maar kreeg nooit bezoek van de duivel. Voor mij was de inktpot niet nodig. Al vrees ik soms nog oprecht de demonen die je aardig kunnen dwarszitten. Het beste is om ze te omarmen en binnen te laten alsof het je vrienden zijn. Een inktpot tegen de muur gooien is alleen maar plezier voor hen.

Daarom kan het natuurlijk ook niet waar zijn. Luther zou nooit zo’n kluns zijn om de duivel op deze manier in de kaart te spelen.

Volker Leppin: Maarten Luther, Biografie van een hervormer: denker, monnik, rebel. Originele titel: Martin Luther, Vom Mönch zum Feind des Papstes. Uit het Duits vertaald door Huub Stegeman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 9190 9. 192 pagina’s. Prijs: € 17,99. Bestel