Tagarchief: kees van kooten

Sterk verdunde Kees van Kooten – Leestip

Jaarlijks met de boekenweek is het weer een hoogtepunt: een selectie van fragmenten van Van Kooten en De Bie rondom het thema van de boekenweek. Het thema De moeder, de vrouw van de afgelopen boekenweek was natuurlijk prachtig voer voor anderhalf uur plezier. Wat een keuze weer uit de enorme hoeveelheid sketches die van Kees van Kooten en Wim de Bie samen gemaakt hebben. Nationale televisiegeschiedenis en dat in de boekenweek!

Televisiehelden

Beide televisiehelden zijn ook begenadigd schrijvers. In hun laatste televisiejaren ontdekte ik ook de luchtige stukjes van Kees van Kooten. Het zijn verhalen van een veertiger van wie de vrouw gek is op Woody Allen en van wie zijn dochter borstjes krijgt die de hele wereld mag zien, behalve hij als vader.

Of wat van de man van middelbare leeftijd die een racefiets koopt met kilometerteller. Als het batterijtje dan plotseling leeg is, vraagt hij zijn fietsenmaker hoe dat nu opgelost moet worden: er stond 150 kilometer op de teller! Ach, zegt de fietsenmaker. Geef maar mee. Ik fiets een paar keer per week. Over een weekje heb ik dat er wel bijgefietst.

Dundruk met blote borsten

Prachtige korte, snelle bijdrages die allemaal iets humoristisch in zich hebben. De bloemlezing Sterk verdund is een boekje in dundruk. Vandaar de titel. En niet alleen dundruk, het is ook nog eens extra smal waardoor het heel handzaam is.

Het is een feest om te lezen, waarbij ik veel verhalen zeker nog herken. Wat te denken van de vader die de net ontwikkelde vakantiefoto’s van zijn dochter bekijkt om haar topless te kunnen zien: de gedachte alleen al dat er 700 mannen kunnen koekeloeren naar de borsten die haar vader nog nooit te zien heeft gekregen.

Hij legt de 3 foto’s van zijn dochter met haar blote borsten uit het envelopje:

Hij stak een sigaret op en bekeek op zijn gemak zijn oudste dochter.
Zij had de mooiste borsten die hij nooit gezien had.
Toen kwam zij binnen. (59)

Dichtgeplakt

Een heerlijk verhaal, waar niet veel verbeeldingskracht nodig is. Ik kan overigens net zo hard lachen als Kees van Kooten een verhandeling geeft over plakband dat overal op wil plakken, behalve op het object dat je vast wil plakken. En als het dan per ongeluk dichtplakt aan de rol. Hoe krijg je dat los?

Sommige mensen, vooral oud-Indiëgasten, schijnen desondanks te kunnen voelen waar het rolletje plakband zich nu ophoudt. U niet. U gaat kijken waar u wezen moet en probeert dwars door de doorschijnende rol heen het andere uiteinde te pakken en te pulken, wat in werkelijkheid nog kilometers verwijderd is. Ik ken gekken die aldus, drie, zeven dagen vruchteloos op hun hotelkamer bleven zitten peuteren. (270)

Ik kan het bij zo’n passage niet meer houden en proest het uit van het lachen. De herkenning, de ergernis. Het verandert in leedvermaak. Ja, haha. Ja, dat is – hihi- verschrikkelijk. Ik ken het en weet precies hoe dat gaat.

Niet alleen lachen

Overigens is Sterk verdund niet alleen om te lachen. Het is eveneens een stuk cultuurgeschiedenis van Nederland tussen 1969 en 2013. Waarbij Van Kooten gerust ook nog herinneringen ophaalt aan de jaren 1950. Soms wel heel sterk gekleurd. In romantische beelden waarbij het sepia van de herinnering alle scherpe lijnen heeft vervaagd.

Niet erg, hoog gehalte van opa verteld, maar soms weet hij wel heel treffend de bedreiging te verwoorden. Als hij bijvoorbeeld in de tram wil uitstappen met zijn kleinkind. 3 mannen staan voor de dubbele deuren en willen hem eigenlijk niet doorlaten. Zelfs voor zijn kleinzoon maken ze geen uitzondering:

Roman draait zich om en probeert zijn hoofd te begraven in mijn schouder. ‘Niet leuk, niet leuk’, fluistert hij. Geen van de drie mannen heeft een teken van vertedering gegeven. (99)

Dat ze mogelijk denken dat Van Kooten de vader van zijn kleinzoon is, neemt het ongemakkelijke gevoel niet weg. Het illustreert best een beetje deze tijd waarbij je je soms best bedreigd kunt voelen. Mede aangevoerd door alle verhalen die er op je afkomen via alle (social) media. Een prachtige illustratie van de tijd waarin we leven.

Vertedering

De vertedering is ook prachtig verwoord in het verhaal van de hond ‘Willem’. Willem is een meisje, bij de familie gebracht als in een Carmiggelt-verhaal. Het beest, een kruising met iets van een herder erin, is werkelijk heel trouw. Willem zwemt op een verjaardag kilometers om als opa bij het wandelen een tak in het kanaal gooit. Van Kooten is vergeten te vertellen dat de kade zo hoog beschoeid is dat Willem er niet uit kan. Willem zwemt om, want ze weet nog een opening, veel verderop.

Hij kreeg mijn schoonvaders gebakje en heette nog de hele verder dag ‘Knappe Willem’. (105)

Het is het levensverhaal, dus je weet hoe het afloopt.

‘No sentimentalities’, waarschuwt mijn vrouw. (112)

Natuurlijk wordt het sentimenteel. Dat snap je wel. Terwijl zijn zoon zijn aardrijkskunde probeert te leren en die Rotrijn maar niet in zijn hoofd krijgt. Waarom mag hij gewoon niet leren hoe het kanaal bij hem in de buurt heet:

‘Dat zou ik nóóit vergeten, het Noord-Hollands Kanaal, want dan denk ik als ze dat vragen gewoon aan hoe Willem daar altijd insprong.’ (114)

Alle thema’s

Een boek dat over het gezinsleven gaat en alle levensthema’s behandelt. Van verliefd worden en geboorte, tot en met de dood. Vertelt hoe het is om ouder te worden, terug te denken aan vroeger en om te gaan met alles van deze tijd. Daarmee is Sterk verdund een krachtig boek boordevol met verhalen van Kees van Kooten.

Kees van Kooten: Sterk verdund. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2018. Serie: Gedundrukt. ISBN: 978 90 282 8224 7. 288 pagina’s. Prijs: € 26,50.
Bestel.

Dictee – #WOT

image

Het plezier dat mensen beleven zich vrijwillig over te leveren aan een tekstueel misstandje vol met spellingvalkuilen. Daar heb ik nooit iets van begrepen. De dictees om het spellen onder de knie te krijgen waren al erg genoeg en om je nu over te leveren aan de grillen van Het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Het gebruik van ‘der’ zegt al genoeg. Het is iets ‘des oubolligen’ in plaats dat het mij toebehoort.

Zegt het foutloos schrijven van een dictee dat je kunt schrijven. Nee, het zegt dat je goed op de hoogte bent van de spelling van het Nederlands. En de spelling heeft weinig met taal te maken, meer met regels. De spelling is eerder een compromis dan een logisch geheel. Jij wat, ik wat en we noemen het Nederlands. Iemand die alle regels en uitzonderingen kent, kan foutloos spellen. Al gaapt er best een groot gat tussen spelling en praktijk.

Ik beleef weinig lol aan een dictee. Een tekst opgelegd door een ander. Als een literator een mooi stukje proza met valkuilen schrijft, kan ik er best een lolletje aan beleven. Van het dictee van Gerrit Komrij herinner ik mij alleen Bommelskonten. En juist dat woord mocht je op alle mogelijke manieren spellen omdat het niet een officiële plaatsnaam was.

Volgende week buigen al die spellingfanaten zich over de tekst van Kees van Kooten. Hij begint met de loop van de jaren – of moet ik hier zeggen ‘in de loop der jaren’ – steeds meer op een persiflage van hem te lijken: Dr. E.I. Kipping. Draaiend met de pen tussen wijsvingers en duimen, onderwees hij hoe je die uitdrukking correct zei. Zoals ik Kees van Kooten in het NOS-journaal zag bij de bekendmaking dat hij dit jaar het Groot dictee zou gaan verzorgen, ontbrak alleen de pen in de hand.

Het dictee is daarmee een evenement geworden en ik vraag mij af wie van de prominenten het dictee met een glimlach schreef. Ik herinner mij het collectieve zuchten als de meester aankondigde een dictee te zullen afnemen. Nu schuift zelfs Helmuth Lotti aan. Zonder zuchten. Met een glimlach krijgt hij zijn roodbekraste velletje terug. Vroeger de reden om te zuchten. Nu de trots van elke prominent.

Ticket – #WOT

image

Het verschil in betekenis tussen een kaartje of een ticket begint te vervagen. Liet je in vroeger tijden een kaartje zien om bij een concert naar binnen te komen, nu mag je ook je ‘ticket’ laten zien. Een treinkaartje is door de chip al veranderd in een pasje.

Alleen in het vliegtuig vragen ze nog om je ticket. Alsof een treinkaartje naar Londen goedkoper zou zijn dan een vliegticket. Het verschil is dat je voor het ticket geen belasting betaald over de brandstof en voor het treinkaartje wel.

Ik heb een hele verzameling treinkaartjes. Bewaard omdat werkgevers dat vroegen of gewoon om mijn portemonnee te legen. Ik durf ze nooit zo goed in de vuilnisbak te gooien. Het leukste treinkaartje is het boekenweekgeschenk. Op een zondag in de boekenweek mag je daarmee treinen door heel Nederland.

Afgelopen zondag kon het weer. Ik heb het dit jaar niet gedaan, maar het is heerlijk om met een boek in de trein te zitten. Een dubbele beloning. Het schijnt dat op die zondag de schrijver van het boekenweekgeschenk ook ineens in de trein zit. Kees van Kooten las dit jaar voor uit zijn boekenweekgeschenk De verrekijker.

De verrekijker van zijn vader was voor Kees van Kooten een soort ticket naar het verleden. Samen met het logboek uit het oorlogsjaar vormt het de toegang tot de oorlog. Op de televisie zag ik hem in de trein een stukje voorlezen aan zijn medereizigers. De camera’s op hem gericht mijmerde hij over het heengaan van het boek. De inhoud van 30.000 e-books verwaarloost de ‘uithoud’. Ik hoor het hem voorlezen voor de camera.

‘Maar ik ben nu eenmaal te gehecht aan de uithoud; aan al hun vertrouwde en zo geduldige ruggetjes.
Wanneer je voor het eerst mee naar huis mocht met een schoolvriend, wierp je aldaar een snelle, nerveuze blik in de boekenkast van zijn ouders, om in het geniep in te schatten wat voor mensen het waren.’ (23)

De boekenkast als ticket om te achterhalen om wat voor een mensen het gaat. Zo kunnen bewaarde kaartjes heel veel betekenen. Ik hoorde een vriend eens vertellen dat hij een kaartje van een voetbalwedstrijd had verkocht. Het was een kaartje van een voetbalwedstrijd van PSV, met het treinkaartje naar Eindhoven erbij. Het leverde 75 euro op.

image

Als de zomer voorbij is en ik mijn winterjas aantrek, kom ik ze altijd weer tegen. In de mengelmoes aan oude treinkaartjes, bonnetjes en boodschappenbriefjes, vind ik dan mijn ticket van het concert van Mulatu Astatke in Paradiso. Ik kan het niet weg doen en het hoort onlosmakelijk in die jas. Het stukje dat afgescheurd kan worden, valt bijna los van de rest van het kaartje. Er zitten verschillende harde vouwen in en het papier wordt steeds meer beduimeld.

Ik bewaar het. Ik moet dan denken aan het concert op vrijdag 27 maart 2009. Dat ik zo druk was met een nieuwe baan en dat mijn vader in het ziekenhuis lag. Hij dreigde te bezwijken aan de longontsteking die hij had. Ik vertelde het een vriend die mee was en moest bijna huilen. De muziek die volgde was onvergetelijk mooi.

Lees mijn boekbespreking van Kees van Kootens De verrekijker op Litnet

Boekenweekgeschenken – #50books

image
Boekenweekgeschenken vanaf 1995

Bij het schrijven over de boekenweek voor #50books heb ik al de boekenweekgeschenken vanaf mijn eerste uit de kast gehaald. Wat weet ik mij er nog van te herinneren. Het begint al bij de eerste, Serenade van Leon de Winter. Geen idee waar het verhaal over gaat. De heilige Antonio van Arnon Grunberg ben ik ook vergeten. Behalve de herinnering dat het een heel absurd boekje was. Na het lezen van die novelle ging ik de rest lezen van Grunbergs oeuvre. Ik ben hem sindsdien blijven volgen.

De meeste boekenweekgeschenken kan ik nauwelijks navertellen. Hoe komt het toch dat het schrijvers maar niet lukt om een mooi boekenweekgeschenk te schrijven? De kraai van Kader Abdolah was een verschrikking om te lezen. Het boekje van Tom Lanoye vorig jaar was best aardig geschreven, maar het verhaal bleef dor en en doods. Personages zijn letters op papier en het verhaal brabbelt maar wat zonder echt iets te vertellen.

Gelukkig zijn er ook goede herinneringen aan boekenweekgeschenken. De geschenken van Harry Mulisch, Jan Wolkers en Arthur Japin. Boeken die mij een avond vasthielden en heerlijk waren om te lezen. Ze gaven niet de impressie van een oeuvre, maar vertelden gewoon een verhaal. Het is dan ook het verhaal dat ik herinner en niet de schrijver.

Vrijwel nooit laat het geschenk het mooiste zien van een schrijver. Het lijkt te gekunsteld. Schrijvers hebben er niet de tijd en aandacht voor om het tot een meesterwerk te maken. Graag had ik Hotz gegund zijn novelle De voetnoot als boekenweekgeschenk uit te geven. Dit verhaal behoort tot een van de mooiste novelles uit de Nederlandse literatuur. Dat zou je een veel breder leespubliek gunnen dan het nu heeft.

Gelukkig zijn er gevallen bekend waarbij wel een mooi boekenweekgeschenk werd geschreven. Het lukte bijvoorbeeld F. Springer heel goed een mooi verhaal te vertellen met Sterremeer. Een mooi verhaal dat veel elementen uit zijn oeuvre bevat, maar nergens geforceerd overkomt. Hier heb je niet in de gaten dat het verhaal in een paar maanden tijd geschreven is. Het vermoeden rijst dat de schrijver er al voor de opdracht mee bezig was. Het boekje nodigt zeker uit meer van hem te lezen.

Het zou het boekenweekgeschenk weer terug moeten brengen naar de oorsprong: een schrijfwedstrijd waarbij de prijswinnaar uitgegeven wordt. Onbekende talenten krijgen dan een kans hun verhaal te vertellen. Gevestigde schrijvers onderschatten en overschatten namelijk het geschenk. Ze vinden het een eer het te mogen schrijven. Vervolgens worstelen ze een paar maanden om het te schrijven. Het levert zelden iets moois op.

Het ligt misschien ook wel aan de organisatoren van de boekenweek zelf. Een geschenk moet een groot publiek aanspreken en mag mensen niet tegen het zere hoofd stoten. Zo schreef Gerard Reve in 1981 een adembenemende thriller De vierde man. Het liet zien dat hij een schrijver van formaat was. Het boekje neemt een unieke plaats in zijn oeuvre in. Een verhaal van een volksschrijver. De organisatie weigerde het vanwege te expliciete scenes. In 1995 weigerden veel christelijke scholen het boekje Serenade van Leon de Winter uit te geven. Ze vonden de liefdesscenes te heftig voor de ogen van hun scholieren.

Het mooiste boekenweekgeschenk blijft Oeroeg van Hella Haasse. De schrijfster won de schrijfwedstrijd en debuteerde met de novelle. Het is een meesterstuk geworden van de Nederlandse literatuur. Ik vraag mij af of Hella Haasse wel ontdekt was zonder dit prachtige debuut. Ze stond wel meteen op de literaire kaart. En nog voor Harry Mulisch, Gerard Reve of Willem Frederik Hermans waren gedebuteerd.

En toch ben ik elk jaar weer nieuwsgierig als in de weken na de boekenweek de schrijver van volgend jaar wordt bekendgemaakt. Vorig jaar gontste op facebook de naam Gerrit Komrij. Het moest er nu toch echt eens van komen. De appel viel niet ver van de boom. Komrij’s goede vriend Kees van Kooten kreeg de eer. En Kees van Kooten was al veel gevraagd, maar wist hem elke keer af te wimpelen. Na het opruimen van zijn bureaula was het hem duidelijk: De verrekijker was geboren.

Boekenweek

image

Ik speur de rijen boeken af. Een paar weken geleden wist ik nog zo zeker welke boeken ik wilde. Maar de vondst van de bundel dierenverhalen van Anton Koolhaas bij de kringloopwinkel bracht me uit balans. Voor 2 euro in ongelezen staat, is een groot verschil met de 12,50 euro die de boekwinkel ervoor vraagt. Dan kies ik voor het afdankertje in de hoop het een beter te leven te geven dan het had.

Nu twijfel ik de rijen voorbij. Het ene nieuwe boek na het andere gaat door mijn handen. Het ene nog mooier dan het andere. Het vraagt om een keuze waar je geen spijt van krijgt. Anders kun je het net zo goed afstaan aan de kringloopwinkel.

Na lang dubben sta ik met een bundeltje liefdespoezie van Ovidius en het boekenweekessay in de hand bij de kassa. Eigenlijk een stuiver te weinig. Maar ik krijg het boekje van Kees van Kooten toch. De verrekijker. Hij ligt in mijn hand. Op de voorkant staat Kees van Kooten voor een spiegel. Naast hem een tafeltje met daarop de verrekijker en een boek. Het logboek van zijn vader weet ik uit de verhalen. Over de oorlog.

Thuisgekomen gaat het boekje onmiddellijk open. Ik zoek de scene van het ‘Dubbelspel’ die de schrijver een paar dagen eerder nog zo mooi voorlas in De wereld draait door. Het is zeker een opwindend verhaal. Op papier net zo opwindend als voorgelezen. De nostalgie en het heimwee naar vroeger spat ervan af.

Ik wil weer eens proberen te schrijven voor Litnet. Langgeleden maar het schrijven over boeken vind ik heerlijk. Ik ga het weer doen en lees gulzig het boekje. Onderwijl vorm ik mijn mening. Maar het lukt pas echt als ik op de bank zit, laptop op schoot, boekje op de armleuning. De mening druppelt het verhaal binnen en de kop: ‘Altijd weer die oorlog’.