Tagarchief: kapot

Kapotte boormachine – Tiny House Farm

Een paar weken geleden verkochten we onze boormachine. Hij was te zwaar voor ons en voor ons nieuwe huis wilden we de andere boormachine gebruiken die ook nog hadden. De boormachine – een heuse boorhamer om in het beton te kunnen boren – leverde niet zoveel op, maar we waren hem kwijt.

Een oud mannetje in een scootmobiel kocht hem, mopperend dat het te duur was en twijfelend of hij wel in beton kon boren. Hij zou de resterende 5 euro een week later door de brievenbus doen. Als de uitkering voor de volgende maand binnen was. Maar hij had zoveel te boren dat hij hem nu echt nodig had.

Of hij blij was met het koopje of dat hij echt uit de brand was, was mij niet duidelijk. Ik voelde me – eerlijk gezegd – een beetje door hem besodemieterd. Die 5 euro hebben we nooit meer gezien en dat wisten we eigenlijk toen hij al wegreed.

Dat beeld. Van de boormachine die we hebben weggedaan, kruipt de laatste 2 weken geregeld door mijn hoofd. Zeker de boormachine was veel te zwaar om in ons houten huisje te gebruiken, maar precies met al dit werk heeft de andere boormachine het opgegeven. Hij doet het niet meer, wat we er ook aan doen. Hij heeft de geest gegeven.

Moeten we nu een nieuwe boormachine kopen? Want we moeten toch best veel doen aan werkzaamheden in huis. We hebben hem laatst geleend bij de buurman. En voor dit weekend hebben we hem van andere een buurman iets verderop geleend. We mogen hem even gebruiken van hem. Dat is onwijs tof. Dus voorlopig gaan we het op die manier proberen. We zullen eerst maar eens kijken of we het zo redden. Of dat we echt niet zonder kunnen.

Al blijft dat beeld van die veel te goedkoop verkochte boormachine door mijn hoofd spelen.

Boekenverslinder – Sientje (25)

Wat heeft Sientje nog meer gemold? Teveel om op te noemen. In de lijst met kostbare dingen, valt op dat ze de stapels boeken op mijn tafel en naast mijn plekje op de bank vrijwel onaangeroerd heeft gelaten.

Een groot wonder voor een boekenliefhebber als ik. Vrijwel mijn hele bibliotheek heeft kortere of langere tijd naast mijn zitplekje gelegen. Daar zaten ook kostbare boeken tussen. Kostbaar genoeg om in woede of groot verdriet te ontbranden als de boel gevild zou worden zoals zoveel andere dingen het slachtoffer werden van sloopbedrijf Sientje.

Boeken verslinden

In de lijst met stukke spullen staan 2 boeken die Sientje verslonden heeft. Eentje behoorde toe aan Inge en eentje behoorde toe aan de Openbare Bibliotheek van Almelo. Verder verdwenen er heel veel voorwerpen – eetbaar en oneetbaar – in de keel van Sientje.

Van de boeken was er een boek van Inge dat onderin de boekenkast stond. De rug stak een stukje uit omdat het boek breder was dan standaard. Het was een juist aangeschaft kookboek van Jamie Oliver. Een langgekoesterde wens met heerlijke recepten.

Omgedraaid

Er was iets eigenaardigs met het exemplaar aan de hand. Bij het inbinden was een katern per ongeluk omgedraaid waardoor het verkeerd in het boek was terechtgekomen. Midden in het recept van de zalmsalade moest je het boek omkeren en het katern terugslaan om verder te lezen. Een omslachtige handeling die bij het koken natuurlijk allerlei ongewenste gevolgen kan hebben.

Sientje viel het uitstekende boek op en greep de opvallendheid. Vakkundig knabbelde ze de rug van het boek weg. Zo hing de rug los en zweefde op een klein stukje van de rug dat nog vastzat. Je staarde tegen de ingebonden katernen aan, inclusief het omgekeerde katern. Het zag er komisch uit en het boek was zeker niet onbruikbaar, maar we konden met de inbindfout niet meer teruggaan naar de winkel vonden wij.

weggeknabbeld

Sindsdien staat het kookboek zonder rug in de rij met kookboeken. Het valt niet meer op, want de weggeknabbelde rug heeft de maat gelijkgetrokken met de andere boeken. Het wordt voornamelijk om de spaghetti met kleine gehaktballetjes te maken en dat zit precies in het omgekeerde katern. Zo is tegenwoordig elke keer als we dit gerecht maken een herinnering aan Sientje.

Het ander geval was een boek van de bibliotheek. Ik had het rechtop staan in de grote leren tas die ik van mijn verjaardagsgeld had gekocht. Een miskoop, want ik heb de tas nooit meer zo intensief gebruikt als zijn leren voorganger. Het was een geleend boek van de Openbare bibliotheek: de verzamelde gedichten van Simon Vestdijk.

Druk in de weer

De kloeke boekband stond mooi te zijn in mijn tas. Ik was even naar boven gegaan en kwam een moment later naar beneden. Ik hoorde dat Sientje druk grommend in de weer was. Het leek wel of ze met een botje bezig was. Vreemd, omdat ze bij mijn weten helemaal geen botje gekregen had. Botje kauwen enige wat ze deed, aangezien ze met niks speelde. Balletjes, touwen of stukjes spijkerbroek deden haar niks. Ze speelde niet.

Ik opende de kamerdeur en zag tot mijn verbijstering dat ze haar tanden niet in een bot zette, maar in de dikke gedichtenbundel van Vestdijk. Geleend van de bibliotheek nota bene. Ik voelde een woede loskomen, krijste waarna Sientje haar literaire prooi onmiddellijk losliet.

Vakkundig gereten

Ik griste het boek weg tussen haar poten en zag dat ook van dit boek de rug vakkundig was gereten van de rest van het boek. De voorkaft en achterkaft zaten nog mooi om het boek. Op een enkele tandafdruk na in het papier, leek het verder allemaal mee te vallen.

Met een rood hoofd meldde ik een dag later het vernietigde exemplaar bij de bibliotheek. Ik mompelde er iets bij dat mijn hond het boek had gemold. Ik voelde mij de scholier die vertelt dat de hond het huiswerk heeft opgegeten. Maar dan erger. ‘Dat wordt betalen’, zei de bibliothecaresse streng. Ik vreesde het ergste. Hier zou een flink bedrag aan verbonden zijn. ‘We zullen het repareren en de rekening nazenden’, zei ze en liet me in spanning gaan.

Kleinere bladspiegel

Weken later viel de rekening op de deurmat. Het werd 4,50 euro voor de gemaakte kosten. Later leende ik het boek met alle gedichten van Simon Vestdijk bij de Almelose bibliotheek. Naast de nieuwe kaft was een klein stukje van de beschadigde bladzijden afgesneden. Hierdoor werd de bladspiegel wat kleiner.

Die kleinere bladspiegel hinderde mij het leesplezier niet. Dan genoot ik stiekem van de kleine tandafdrukken die er nog in zaten van Sientje. Het idee dat dit boek daar nog altijd ergens op een schap in de bibliotheek staat, doet mij goed. Ik bekijk met net zoveel genoegen de tandafdrukken die ze in het boek van Jamie Oliver heeft achtergelaten.

Lees het vervolg: Afgesleten hoektanden »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Sloopbedrijf – Sientje (24)

Vrij snel nadat wij Sientje in huis hadden genomen ontdekten we dat deze zeer lieve teckel uit Goor er een aantal eigenaardigheden op nahield. De meest hinderlijke was toch wel het slopen van gebruiksvoorwerpen. Dingen die in haar ogen de moeite van het slopen waard waren en daarmee waardeloos voor ons. Waarmee dit gedrag te maken had, kon ik niet achterhalen. Achteraf denk ik dat het verlatingsangst was.

In de loop van de jaren werd de berg gesloopte spullen hoger en hoger. Het gebeurde gewoon als we van huis waren. Dan verdwenen dingen die haar in de weg lagen of stonden tussen de grijpgrage tanden. Niet als wij erbij waren, alleen als we weg waren. Niks was veilig voor de tandengrijper. Alles verdween tussen de kaken en vermaalde de voorwerpen tot moes. Of ze scheidde alles keurig in losse onderdelen.

Wanneer het precies gebeurde was altijd onduidelijk. Als je dan thuiskwam, lag ze doodstil op de bank en wachtte onze reactie af. De teleurstelling of het verdriet. Ze liet ons rustig uitrazen om later in onze richting te lopen. Kwispelstaartend. Het kon niet sneller heen en weer daar achter als ze met een flinke dosis schuldgevoel naar ons toe kwam. Of die staart nu sneller ging dan anders, kon ik niet uitmaken. Het viel gewoon extra op omdat er iets kostbaars naar de Filistijnen was geholpen.

De ontdekking was altijd het vervelende moment. Ik kwam op een dag thuis van een cursus. Ik was een paar dagen in Groningen geweest en eindelijk thuis. Gelopen vanaf het station met een grote tas over mijn schouders, opende ik de voordeur en kwam via de tussendeur de woonkamer binnen. Inge was er nog niet. Ze zou elk moment kunnen thuiskomen. Ik zag op het kleed – waar anders – iets in duizend stukjes liggen. Ik keek eens goed en zag dat het haar mobieltje moest zijn.

De mobiele telefoon was net aangeschaft, met bijbehorend nieuw abonnement. Vlak onder het beeldscherm stak een heel klein joystickje uit waarmee je de programma’s op het scherm kon selecteren. Het zag er onwijs schattig uit. Met een druk op de bovenkant kon je het programma bekijken. Ook zat er 1 van de eerste fototoestellen op. Inge was er heel blij mee. Ze maakte foto’s en speelde op elk gewenst moment met het ding, waar weinig meer mee kon dan bellen, sms’en en foto’s maken.

Nu lag het ding op het vloerkleed. Met in het midden als grote steen des aanstoots het schattige joystickje. Verder allemaal losse toetsjes, het scherm dat nu op een propje aluminiumfolie leek en verder allemaal kleine, losse transistortjes, mini-geheugenpanelen en andere minuscule elektronica. Het omhulsel lag verbrijzeld over de rest van het vloerkleed verspreid.

Wat is dit verschrikkelijk, dacht ik. Inge die krijgt een hartverzakking. Ze doet dat beest wat aan als ze dit ziet, schoot door mij heen. Precies op dat moment zag ik onze auto voor het raam aan komen rijden en stoppen. Ze zou zo de sleutel in het slot doen.

De autodeur sloeg dicht en ik liep snel naar de voordeur, deed open en suste geruststellend. ‘Er is iets vreselijks gebeurd, niet schrikken.’ Ze schrok zich lam, dacht waarschijnlijk aan alle erge dingen waaraan je kunt denken en volgde mij naar binnen. ‘Je telefoon’, zei ik terwijl ik de deur naar de kamer opende. ‘Kijk daar maar.’ Ze keek naar het kleed en zag haar net aangeschafte mobieltje in duizend stukjes liggen.

Ze barstte in hard gelach uit. ‘Dat joystickje’, riep ze lachend. Het zag er inderdaad heel komisch uit zoals dat joystickje uit het numerieke stelsel van toetsen oprees. ‘Daar kan ik niet meer mee bellen’, merkte ze droog op en kamde met haar vingers alle elektronica uit al het wol van het kleed. Overal lag er wel iets tot in de diepste vezels van het kleed. Ze plukte de kleine dingetjes eruit en stopte ze in een plastic zakje. ‘Ik zal er wel mee teruggaan.’

De volgende dag ging ze met het zakje boordevol losse onderdelen naar de aanbieder van mobiele telefoons. ‘Die kunnen we niet meer maken’, merkte de verkoper droogjes op. Ze kon een aanbiedingsexemplaar van een ander toestel kopen. Zo’n groot formaat telefoon waar ze net van af was. Helaas moest ze het volle pond betalen, want ze had niet een verzekering afgesloten die je voor dit soort acties van je hond vrijwaart.

Ze sloot bij de nieuwe aankoop gelijk een verzekering af. Onnodig want het grote toestel was haar tanden niet waardig, vond onze sloophond Sientje. ‘Mogen we het oude toestel hebben?’ vroeg de verkoper nadat hij met zijn collega’s uitgelachen was van verbazing en verwondering wat zo’n klein teckeltje teweeg kan brengen. ‘Dan leggen we die in de etalage om kopers erop te attenderen dat ze een verzekering kunnen afsluiten.’ Inge vond het goed. Het ding heeft nog jaren in de etalage gelegen. Het joystickje als trotse overwinnaar fier overeind in bende elektronica.

Lees het vervolg: Boekenverslinder »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Accu

Helemaal klaar om naar de ingebruikname van het Vermeulen-orgel in Klundert te gaan. Ik kruip achter het stuur en sluit de telefoon aan voor de route. De sleutel gaat in het contact, ik draai hem om. Hinniken van de startmotor, maar verder blijft het stil. Geen energie meer.

Het uitje waar ik me zo op had verheugd, gaat niet door. Hij rijdt niet en dan kun je niet in Klundert komen. Ik baal verschrikkelijk. Nu de Wegenwacht bellen. Maar het wordt te laat om nog te kunnen vertrekken.

Als de Wegenwacht 3 kwartier later arriveert, blijkt inderdaad de accu leeg te zijn. Hij komt er al aan met de kabels en probeert zo de auto een slinger te geven. Maar de accu blijft dood.

Er moet een nieuwe accu in. Ik herinner mij jaren geleden een dode accu, die toen niet door de Wegenwacht werd vervangen. Vandaag heeft de monteur een hele bak met verschillende accu’s. Het ligt een beetje aan de hoogte of hij een exemplaar voor ons heeft.

En inderdaad. Hij heeft er eentje. Nu aansluiten en de auto loopt weer als een zonnetje. Maar voor mij voelt het de hele dag dat het autootje me in de steek heeft gelaten. Een leuk en bijzonder uitje is mij door de neus geboord.

Naarstig – #WOT

image

De brommer rijdt mij traag voorbij. Het lijkt of de wielen draaien op de laatste motorkracht. De motor pruttelt en sputtert. De man op de brommer kijkt naar beneden, voorbij zijn voeten, naar de motor. Het chroom glimt maar de motor geeft nog een laatste teken van leven voordat zijn geluid verstilt.

De man kijkt naar beneden. Zijn hand maakt korte bewegingen aan het rechterstuur. Hij geeft geen sjoege. Het heeft geen zin. Het leven is uit de motor. De wielen draaien nog op deze laatste slag, maar hij rijdt steeds langzamer. Hij laat zijn voeten zakken tot vlak boven de grond.

Voorbij de kruising zet hij zijn voet aan de grond. Hij staat stil. Hij stapt van zijn vehikel, kijkt aandachtig naar het voertuig. Het chroom glimt in de zomerzon. Ik nader hem als hij driftig met zijn rechtervoet een hendel naar beneden drukt. De motor pruttelt even. Ik zie hoe het achterlicht even oproodt. Maar te kort om aan de praat te komen. Driftig probeert hij het nog een keer. De beweging van de voet snel naar beneden in korte stootjes. Maar dit keer licht zelfs het achterlicht niet meer op. Nog een keer. Hij zal moeten gaan lopen.

Ik haal hem in. Hij te lopen met het zware voertuig in zijn hand en haalt mij in. Hij maakt een aardig vaartje. Het stuur met beide handen vast loopt hij daar. Iets voorovergebogen omdat het lagere stuur dat van hem vraagt. De benen hangen iets naar achteren om meer kracht te kunnen zetten. Maar hij krijgt er aardig de sokken in.

Ik loop met de honden dus ik kom even stil te staan voor de noodzakelijke behoefte. Hij komt voorbij. Naarstig. De handen aan het stuur geklemd. Dan stopt hij. Duwt met zijn voet korte bewegingen naar beneden op het pedaaltje. Ik hoor de motor pruttelen. Het achterlicht gloeit rood op. Hij maakt snelle bewegingen met zijn rechterhand. De motor slaat aan en er klinkt gebrom. Niet zo hard als ik weleens hoor bij mijn buurman als hij een brommer probeert te repareren. Maar rustig. Pruttelend.

Hij gaat snel op zijn voertuig zitten en rijdt langzaam weg. Voorzichtig zet het voertuig weer in. Als de viool opstrijkt bij de eerste maat van de symfonie van Mahler. Hij rijdt weer. Tot hij de hoek nadert en loopt hij traag uit, de hoek om uit het zicht. Als ik voorbij loop, zet de man net zijn voertuig weer in beweging. Zijn voeten duwen het vooruit. Hij hangt voorovergebogen over het stuur.

De blik vooruit. Omdat zijn brommer het laat afweten. De brede banden drukken op het fietspad. Hij er achteraan. Naarstig en traag genoeg om de brommer niet aan de praat te krijgen.

Los nippeltje

image
Losse nippeltje aangedraaid

In het voorjaar kwam er een blikje tussen mijn voorwiel. Het lege blikje klemde tussen mijn voorwiel en het spatbord. En ik stond stil. Mijn fiets is niet de sterkste. Dit was teveel voor hem. Ik vreesde een reparatie, maar wist mijn fiets te redden.

Ik haalde het spatbord los en wrikte het blikje uit de gevangen houding. Ik kreeg de boel weer min of meer vast. De rest van de rit hoopte ik thuis te kunnen komen. Mijn fiets was van slag, maar reed me naar huis. Het gebeurde allemaal midden op de Hollandse brug. Het verkeer raasde langs mij heen.

Ik kwam thuis, maar sindsdien zit om de haverklap het spatbord voor los. Mijn fiets hoeft maar een beetje te trillen, of het spatbord schiet los. De voorlamp schudt dan woest heen en weer. En ik moet weer stoppen om mijn stalen ros weer in het gareel te krijgen.

Het gebeurt altijd midden op een fietstocht. Als je ergens staat op een onmogelijk punt. Wanneer het verkeer langsraast en je geen enkele ruimte hebt om je fiets te repareren. Bovendien heb ik dan nooit het juiste gereedschap bij me. Dan klungel ik wat met mijn handen om het ding vast te krijgen. Tijdens de fietsvakantie heb ik ettelijke malen zo langs de weg gestaan.

Je hoort het al, ik ben niet zo enthousiast over mijn Giant. Het lijkt wel of nieuwe fietsen niet meer robuust en sterk zijn. Ze storten in als je er gewoon op fietst. Volgens de directeur van Giant moet een fiets 15 jaar meegaan. Volgens mij een mensenleven lang. Mijn fiets haalt dat niet. Net 4 jaar oud heb ik al een peperdure reparatie moeten plegen, nadat een spandraad in mijn achterwiel kwam.

Nu heb ik voordat ik ging fietsen snel gereedschap gehaald en het spatbord goed vastgezet. Ik hoopte dat het dit keer mijn fietstochtje ging halen. Ik pakte een paar steeksleutels en draaide de boel muurvast. Zo vast dat het tijdens de rit niet meer lostrilde. Wel hoorde ik allerlei geluiden van schurende onderdelen. Dat betekent niet veel goeds bij mijn fiets, maar dat zal ik binnenkort wel zien.