Tagarchief: jungle

Ontberingen

image

Het lezen over de reis van Alexander von Humboldt over de Orinoco in Venezuela deed me weer denken aan de reis die Redmond O’Hanlon door het gebied maakte. De Engelsman maakt deze reis ook in navolging van de Pruisische natuuronderzoeker.

Niet alleen Redmond O’Hanlon volgt de grote Duitse geleerde, in de 19e eeuw doet Alfred R. Wallace ook het gebied aan. En na hem Richard Spruce en Theodor Koch-Grünberg.

Het herlezen van Tussen Orinoco en Amazone, de vertaling van In trouble again uit 1988 van Redmond O’Hanlon is een feest der herkenning. De merkwaardige keuze om Simon mee te nemen en het bezoek aan de Yanomami-indianen zijn legendarisch. Alle ellende van wespen, horzels en teken maken het lezen van het boek al tot een onvergetelijke ervaring.

Humboldt heeft het in zijn reisverslag op een heel andere manier over de ellende onderweg. Het maakt onderdeel uit van zijn ervaring. Voor Redmond O’Hanlon lijkt het meer op een zelfkwelling. Alle voorzorgmaatregelen ten spijt, wat hem wel weer bewondering oplevert voor zijn voorgangers:

Ik ging geheel gekleed zwemmen in het koude water; ik waste mezelf én mijn kleren in één moeite door. Daarna droogde ik me af onder de klamboe; ik bepoederde mijn kruis met antischimmeltalkpoeder (Juan, die een dergelijke no-macho verfijndheid had versmaad, had nu moeite met lopen), ik deed Anthisan op de insektenbeten van die dag, Salvon op de snijwonden, Canestencrème op mijn voeten die nu echt begonnen weg te rotten. Ik overdekte me weer met plakkerige Jungle Formula, het afweermiddel tegen alles, en dacht bewonderend aan Humboldt en Wallace en Spruce, die over geen van deze fetisjistische middeltjes hadden beschikt. (431)

Wel merkt ook Humboldt de enorme hoeveelheid insecten op die in dit gebied leven en het reizen bemoeilijken. Redmond O’Hanlon citeert de Pruisische ontdekkingsreiziger uitvoerig over de marteling die je als reiziger moet ondergaan op de Casiquiare:

‘Hoezeer u ook gewend bent aan het verdragen van pijn zonder een kreet, hoe geïnteresseerd u ook bent in uw eigen onderzoek, het is onmogelijk niet aanhoudend gestoord te worden door de moschetto’s, zancudo’s, jejens en tempranero’s die gezicht en handen overdekken, door de kleding heen bijten met hun snuit die de vorm van een naald heeft en, wanneer ze in mond en neusgaten terechtkomen, u aan het hoesten en niezen maken zodra u poogt te praten in de open lucht.’ (442/3)

En dat zelfs Spruce op deze rivier geleden heeft, voert Redmond O’Hanlon als troost aan. Hij is niet de enige die last heeft van de jejenes, of de kriebelmuggen. Van wie Redmond O’Hanlon niet kon vermoeden dat zo’n klein beestje zo pijnlijk kan steken. Zijn handen zijn opgezwollen met grote bulten, elk met een bloedvlekje in het midden.

Het treden in het voetspoor van al die grote ontdekkingsreizigers en de mix van eigen bevindingen en die van anderen geven Tussen Orinoco en Amazone de charme. De humoristische zelfkritiek en zijn bevindingen onderweg maken het boek enig in zijn soort. Ondertussen steek je erg veel op van de negentiende-eeuwse ontdekkingsreizigers als Humboldt, Wallace en Spruce.

Het lezen over de reis van Alexander von Humboldt door Amerika, weekte bij mij wel de bewondering los van al die reizigers die hem volgden. Tot in onze tijd waarbij reisorganisaties reizen aanbieden in het voetspoor van de Pruisische natuuronderzoeker.

De ervaring is wel wat minder intens wat Humboldt heeft doorstaan. In 16 dagen maak je de reis waar de Pruisische ontdekkingsreiziger 5 jaar over deed. En of je dezelfde ontberingen moet doorstaan, betwijfel ik.

Redmond O’Hanlon: Tussen Orinoco en Amazone. Oorspronkelijke titel: In trouble again. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. In: De junglereizen. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1999. ISBN: 90 295 3532 6. 644 pagina’s.

Reconstructie van Humboldts reis door Amerika

wpid-img_20150830_163255.jpgOp basis van de feiten heeft hij een zorgvuldig verslag geschreven van de 5 jaar durende reis van de Duitse ontdekkingsreiziger. Hanno Beck legt alles zeer gedetailleerd vast waardoor vooral het eerste deel over de voorbereidingen taaie kost is. Het verhaal komt goed los op het moment dat Alexander von Humboldt en Aimé Bonpland wekelijk op reis gaan.

Dat begint al met het bezoek aan de Canarische eiland Tenerife. Hij beklimt daar de vulkaan, de Pica de Teide. Een zware tocht waarbij hij al veel ideëen opdoet rond de verschillende plantenzones voor zijn geografie van planten. Het verhaal van de tocht die 2 dagen duurt naar de top van de vulkaan is het begin van alle ontdekkingen die Alexander von Humboldt tijdens zijn expeditie doet.

Al zijn de eerste 100 pagina’s pittig en theoretisch om doorheen te worstelen, het verhaal dat dan volgt zou ik niet graag willen missen. Vooral zijn belevenissen in de jungle van Venezuela zijn erg mooi. Alexander von Humboldt laat zich zien als een sterke, dappere onderzoeker die het avontuur niet schuwt.

De belevenissen onderweg liegen er niet om. Je proeft iets van de ontberingen die een reiziger als Redmond O’Hanlon tot in detail weet te beschrijven. Voor Humboldt lijken het terloopse opmerkingen over de vele muskieten en ander ongedierte dat hij onderweg tegenkomt.

Herhaaldelijk dreigt hun boot om te slaan of het gebeurt zelfs. Humboldt weet steeds zijn dagboeken en instrumenten net op tijd veilig te stellen. Of als ze onderweg willen aanmeren op een eilandje om de totale maansverduistering goed te kunnen bestuderen, dreigen ze te worden aangevallen door gevluchte slaven.

Het mooist en indringendste zijn de passages waarin Hanno Beck de wetenschapper citeert uit zijn reisverslag. Het mag dan fragmentarisch zijn overgeleverd, de stijl dringt zich onherroepelijk op en grijpt je bij de kladden. Hier spreekt een begenadigd verteller als hij op de rivier de Orinoco vaart:

Zover het oog reikte, strekte zich een ontzaglijke watervlakte – het leek wel een meer – voor ons uit. Wij hoorden niet meer het ondoordingende geschreeuw van reigers, flamingo’s en pelikanen, wanneer ze in langgerekte zwermen van de ene oever naar de andere trokken. Tevergeefs keken wij uit naar watervogels… De hele natuur leek te sluimeren. Op de golven in de baaien zagen wij slechts af en toe een grote krokodil, die met zijn lange staart het onrustige wateroppervlak schuin doorkliefde. De horizon werd door een bosgordel beperkt, maar nergens liepen de bossen door tot aan de stroombedding. Brede, voortdurend aan de hitte van de zon blootgestelde oevers, kaal en dor als het zeestrand, leken uit de verte als gevolg van de luchtspiegeling op poelen stilstaand water. Door deze overs van fijn zand vervaagden de walkanten van de rivier veeleer in plaats van ze voor het oog vast te houden… Deze verspreide, karakteristieke landschappen, dit symbool van eenzaamheid en indrukwekkendheid kenmerken de loop van de Orinoco, een van de machtigste rivieren van de Nieuwe Wereld. (134-5)

De reis van Von Humboldt inspireert na hem vele andere reizigers. Zijn theorieën blijken dan vaak te kloppen. Hij heeft als de eerste Amerika in kaart gebracht en de basis gelegd voor de moderne geografie en natuurbeschrijving. Hij doet dit zo inspirerend dat ik wetenschappers als Darwin, Wallace en Junghuhn kan begrijpen in hun aanbiddelijke houding naar deze grote Duitse wetenschapper.

Hanno Beck: Alexander von Humboldts Amerikaanse Ontdekkingsreis 1799-1804. Zijn beroemde reis door Venezuela, Cuba, Columbia, Ecuador, Peru, Mexico en de Verenigde Staten. Inleiding door Peter van Zonneveld. Oorspronkelijke titel: Alexander von Humboldts amerikanische Reise, [1985]. Baarn: Hollandia, 1990. Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld. ISBN: 90 6410 064 0. 300 pagina’s.

Alexander von Humboldts Amerikaanse ontdekkingsreis

wpid-img_20150830_163133.jpgIn het boek over de avonturier Rudy Truffino van Jan Brokken werd hij weer genoemd: Alexander von Humboldt. De Duitse ontdekkingsreiziger die van 1799 tot 1804 door Amerika trok. In die tijd bezoekt hij een groot deel van Zuid-Amerika, waaronder Venezuela, Ecuador en Peru. En dat niet alleen hij reist ook door Mexico en doet Cuba en Washington aan.

Humboldt noemt het zijn West-Indische reis. Een reis van 5 jaar die niet alleen hem maar ook de kijk op de natuur in het Westen veranderde. Als hij terugkomt in Europa besteedt hij een groot deel van zijn leven aan het uitwerken van de ideëen en indrukken die hij tijdens zijn reis heeft opgedaan.

Het boek over de Amerikaanse reis komt veelvuldig voor in het werk van ontdekkingsreizigers die na hem door het stroomgebied van Orinoco en Amazone komen. Niet alleen Jan Brokken, maar ook Wallace en Redmond O’Hanlon lezen de boeken over de reis door Venezuela van Humboldt. Ze laten zich inspireren door zijn ideëen en theorieën over het gebied.

Daarom speur ik op internet wat naar Nederlandstalige uitgaven van deze reis. Is het werk van Wallace in Borneo niet zo lang geleden prachtig vertaald, van Humboldt is niet zoveel te vinden in vertaling. Zelfs het indrukwekkende Ansichten der Natur is alleen in de 19e eeuw vertaald en nauwelijks verkrijgbaar.

In de reeks van Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Peter van Zonneveld en Boudewijn Büch is wel een boek verschenen dat de reis van Alexander von Humboldt door Amerika bespreekt. In eerste instantie lijkt het hier om een bloemlezing van het dikke verslag van Humboldt zelf te gaan. Dat is niet zo. Het is een boek dat Humboldt-kenner Hanno Beck heeft samengesteld uit het volgens hem onvoltooide verslag van Humboldt zelf.

Hanno Beck: Alexander von Humboldts Amerikaanse Ontdekkingsreis 1799-1804. Zijn beroemde reis door Venezuela, Cuba, Columbia, Ecuador, Peru, Mexico en de Verenigde Staten. Inleiding door Peter van Zonneveld. Oorspronkelijke titel: Alexander von Humboldts amerikanische Reise, [1985]. Baarn: Hollandia, 1990. Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld. ISBN: 90 6410 064 0. 300 pagina’s.

Jungle Ruby

image

Jan Brokken duikt met zijn boek Jungle Ruby in het leven van de twintigste eeuwse ontdekkingsreiziger en avonturier Rudy Truffino van der Lugt. De Nederlander weet in Venezuela het vertrouwen te winnen van de Pemón. Hij leert de taal van deze Indianenstam spreken en ontdekt zo hoe hij moet overleven in het oerwoud rond de Orinoco.

Hij kent het regenwoud op zijn duimpje, leeft er ook bijna een halve eeuw in zijn kampement Canaima. Als Jan Brokken er in 1996 komt om de Nederlander zelf eens te ontmoeten, ontmoet hij Truffino zelf niet maar ontvouwt het bijzondere leven van deze Nederlander zich langzaam maar zeker aan hem.

Op een toevallige manier belandt de Hagenaar in Venezuela. Hij komt uit een bemiddelde Italiaanse bankiersfamilie.

Bij de Truffino’s stroomde warm water uit de kranen, snorden de kachels en stonden ’s avonds dampende pannen op tafel – wat de sfeer er niet minder kil op maakte. De kinderen mochten op toerbeurt één keer in de week bij hun ouders aan tafel eten, op voorwaarde dat ze geen woord zeiden, tenzij hun iets gevraagd werd. Alle andere dagen aten zij in de kinderspeelkamer, onder toeziende blikken van de dienstbode en het kindermeisje. (136)

In de Tweede Wereldoorlog gaan zijn ouders uit elkaar. Tot overmaat van ramp bombarderen twee maanden voor het einde van de oorlog, de Engelsen het huis waar Rudy met zijn moeder en broers en zussen woont.

Na de oorlog vertrekt Rudy Truffino naar Afrika en belandt in de Dominicaanse republiek als hulp van de president. Door de staatsgreep die in de Dominicaanse republiek plaatsvindt, komt hij terecht in Venezuela. Via de ambassadeur van Venezuela komt hij in de Amazone terecht.

Het boek van Jan Brokken laat zich lezen als een roman. Met de avonturen van Rudy Truffino stap je ook in een jongensboek, boordevol spannende verhalen. De jungle, de ontmoeting met de indianen, het leven in de wildernis. Het zijn allemaal aspecten die het boek tot een indrukwekkend verhaal maken.

Aanvankelijk wordt Jan Brokken in het ootje genomen. Steeds krijgt hij te horen dat Rudy vandaag of morgen komt en dan met hem naar de beroemde Angel Falls of de tafelberg Auyán Tepui te gaan. In plaats van een ontmoeting stuit hij na een paar weken op het graf van de Nederlander. Rudy Truffino is al meer dan een jaar dood ontdekt Jan Brokken.

Jan Brokken: Jungle Ruby. 3e druk. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2014 [eerst druk: 1999]. ISBN: 9789046704400. 272 pagina’s. Prijs: € 12,50.

Nare dromen

image

Zeker drie keer droomt Redmond O’Hanlon tijdens zijn tocht door de Amazone in Tussen Orinoco en Amazone. Het is een droom met een canvas kano erin. Hij is een achtjarig jongetje en achterin peddelt zijn vader. Als Redmond verdwaald is, komt de droom telkens terug, maar in de rest van het verhaal komt de droom geregeld in de nachten voorbij.

Bij de eerste keer dat deze droom aan de orde komt, zit niet zijn vader achterin, maar Simon. Hij pakt de buks van begeleider Chimo en schiet zichzelf in zijn mond. De knallen blijken van het onweer ter komen. De tweede keer is Redmond teleurgesteld omdat hij en zijn vader in de kano de onbereikbare spoorbrug niet weten te bereiken. De derde keer bereikt hij de spoorbrug.

Maar toen we dichterbij kwamen, veranderden de natuurstenen pijlers en de roestige ijzeren dwarsbalken langzaam in een stel takken die gesteund werden door x-en van stammetjes met een leuning van lianen. We voeren eronderdoor, en plotseling werd ik overweldigd door een hevig geluksgevoel. (624)

De dromen verwijzen naar zijn jeugd als er een halve, lege eierdop van een grote lijster voor zijn voeten valt. Hij begint eieren te verzamelen en vaart met zijn vader in de canvas kano op het meer van Bowood vaart. Daar vindt hij het ei van een fuut onder een plukje drijvend groen. Het is het pronkstuk van zijn collectie. De verzameling eieren in een doos heeft nog altijd een plekje in zijn fetisjkamer. Bij de verbrande teen van een vriend die zelfmoord pleegde.

Bij het lezen van Tussen Orinoco en Amazone van Redmond O’Hanlon – zo vlak voor het slapen gaan – word ik ook geteisterd door dromen. Ik loop met de honden door een smal paadje in het park en laat mijn handen glijden langs de takken. Als ik thuiskom en in mijn handpalm kijk, zie ik een hele verzameling vol teken over mijn hand lopen.

Ze weten zich naar binnen te werken en kruipen onder mijn huid verder. Ik probeer ze dood te drukken en zie dat er eentje verandert in een wesp. Duidelijk zie ik de gele zwarte strepen en voel het lijfje sidderen. Steeds als ik hem wil dooddrukken, kruipt hij weg.

Als ik badend in het zweet wakker wordt, bedenk ik mij dat ik toch maar geen junglereizen van Redmond O’Hanlon moet lezen. Je krijgt er nare dromen van.