Tagarchief: Jouw gezicht zal het laatste zijn

Schilderij in roman – #50books

image

Een schilderij of een muziekstuk in een boek, daar kan ik erg van genieten. De vermenging van muziek, schilderijen, beelden, gedichten, films of andere boeken versterken de roman.

Een boek waar ik het ontdekte was het boek dat ik kortgeleden las voor het project Een perfecte dag voor literatuur van Notjustanybook.nl. Het gaat om het schilderij ‘De strijd tussen carnaval en vasten’ uit 1559 van Pieter Bruegel. Dit schilderij speelt in de roman Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro een belangrijke rol.

De roman van de Portugees João Ricardo Pedro bevat veel verwijzingen naar muziek en naar dit schilderij. Ik kan er erg van genieten. Het heeft bij mij voor een hernieuwde belangstelling voor het werk van Pieter Bruegel gezorgd. Daarbij werd ik ook gesteund door de enthousiaste verhalen van Jacob Jan Voerman. Zeker als je het boek van de kunstenaar Harold van de Perre erbij leest.

Deze Belgische kunstenaar laat op een onthutsende wijze zien dat Bruegel een uitstekend observator is. Zijn schilderijen bestaan uit eindeloos veel verschillende taferelen en verwijzen naar universele menselijke waarden. De link die Harold van de Perre legt tussen het schilderij ‘De triomf van de dood’ en de holocaust gaat ver, maar is zeker onthutsend.

De roman Jouw gezicht zal de laatste zijn, maakt dat die belangstelling in mij wakker. Dat kreeg ik bijvoorbeeld niet toen ik de Da Vinci Code las. De romans van Dan Brown irriteren mij daarvoor teveel. Er zitten teveel fouten en toevalligheden in en daar kan ik alleen tegen als de verteller daar de spot mee drijft.

De versmelting van verschillende kunstvormen vind ik erg mooi. Zo inspireert muziek mij heel vaak bij het schrijven van een gedicht. De componist Franz Liszt doet dit bij heel veel werken. Hij verwijst dan naar de ervaring in de Sixtijnse kapel of verwerkt de Goddelijke komedie in muziek. Erg inspirerend is het om daar weer zelf mee aan de slag te gaan.

Het geeft een extra laag aan een boek en helpt je mee om bepaalde schilderijen te waarderen. Het is een vorm van totaalkunst. Een vorm die ik terugvond in het theater van Jacob Jan Voerman en die hij nog verder mag verdiepen. Het is mooi en het versterkt de beleving door de prikkeling van meerdere zintuigen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 2 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Bruegel en João Ricardo Pedro

Öèôðîâàÿ ðåïðîäóêöèÿ íàõîäèòñÿ â èíòåðíåò-ìóçåå Gallerix.ruIn de roman Jouw gezicht zal het laatste zijn, komt naast de muziek ook de schilderkunst aan bod. De verteller verwijst naar een specifiek schilderij van Bruegel. Het is het verhaal van de pianoleraar en de mysterieuze schilderes en speelt in Wenen, waar in het Kunsthistorisch museum enkele Bruegels hangen.

Het schilderij van Pieter Bruegel de Oude wordt uitvoerig beschreven en het leverde mij een sport op om te ontdekken over welk schilderij het ging. Van Beethoven, Mozart en Bach noemt de schrijver João Ricardo Pedro wel om welke muziekstukken het gaat. Van de Bruegel laat hij de naam achterwege.

Ik ben gaan speuren. Het hangt in het Kunsthistorisch museum in Wenen. In een uitvoerige opsomming zegt de verteller wat er allemaal op het schilderij te zien is, nadat de vader van de verteller ontdekt dat een ‘vrouwsfiguurtje dat op twee krukken liep en wier rechterbeen een stukje over de knie in een verband eindigde’, het middelpunt van het schilderij is.

Nu kwam zij voor als het middelpunt van alles. Dat was niet zoals hij eerder had gedacht, het meisje dat water dronk bij de put.[1] Ook niet de dikke man in het blauwe vest en dito muts die op een wijnvat zat.[2] Ook niet de geest boven op een kar die aan twee touwen werd voortgetrokken.[3] Ook niet de tollende kinderen.[4] Ook niet de vrouw die boven op een ladder stond.[5] Ook niet die andere bij het vuur.[6] Ook niet de man die op het punt leek te staan zich uit een raam te storten.[7] Ook niet de bedelaars met uitgestrekte hand.[8] Ook niet de processie die uit de zijpoort van de kerk kwam.[9] Ook niet de man met de doedelzak.[10] Ook niet de andere man die een zak op zijn rug droeg.[11] Ook niet degene die hand in hand ronddansten in een kring.[12] Ook niet de gitaarspelende man met de dikke buik en een pan op zijn hoofd.[13] Ook niet de twee reusachtige vissen in een mand.[14] Ook niet het kind met zijn armen in de lucht.[15] Ook niet het groepje gemaskerden.[16] Ook niet de nonnen.[17] Ook niet het speenvarken dat de dikke man in blauw vest en dito muts aan een spies hield.[18] Ook niet het varken achter de put.[19] Ook niet het viskraampje.[20] Ook niet de man die een emmer leegde uit het raam.[21] Ook niet de twee bomen.[22] Nee. Het middelpunt van alles was die vrouw met het blauwe hoofddoekje, die op twee krukken steunde.[V] Daar, in die figuur, begon en eindigde alles. (141)

Het schilderij heet ‘De strijd tussen carnaval en vasten’ en is in 1559 door Pieter Bruegel de Oude geschilderd. De afbeelding speelt op vastenavond en illustreert het gevecht tussen lichaam en geest. Bovendien is het een prachtige weergave hoe aan het eind van de Middeleeuwen carnaval werd gevierd.

Pieter_Bruegel_strijd_tussen_carnaval_en_vasten_1559_scene_pedro

Het schilderij verbeeldt een tijd die misschien geweest is, maar die overduidelijk nog heel herkenbaar is. De enorme drukte op het schilderij, laat zien dat Bruegel niet zo sterk in een grote compositie dacht, maar allemaal losse taferelen schilderde, met elk een eigen verhaal.

Een tijdje terug sprak ik Jacob Jan Voerman over Bruegel. Hij droomde ervan om de schilderijen die we allemaal zo goed kennen, die ergens een plek in ons collectieve bewustzijn innemen, om deze schilderijen eens in Wenen te gaan bekijken. Ik heb me er nooit zo in verdiept, maar bij het zien van dit schilderij valt mij onmiddellijk op wat Jacob Jan Voerman vertelde over de schilderkunst van Bruegel: het zijn allemaal losse taferelen, kleine schilderijen in een schilderij, je raakt er niet op uitgekeken. Telkens zie je weer iets nieuws erin.

Dat effect dat Jacob Jan Voerman mij met zoveel vuur en liefde vertelde, zie ik terugkomen in dit fragment uit Jouw gezicht zal het laatste zijn. Alle elementen het speuren naar waar het schilderij eigenlijk over gaat. Het onderwerp van het schilderij dat telkens verschuift en van betekenis verandert. Dat effect merk je in het boek zelf ook. Het lijkt een nutteloze opsomming die de verteller hier geeft, maar voor mij is het een prachtig voorbeeld hoe onderwerp en stijl mooi kunnen samenvloeien. Het demonstreert het talent van João Ricardo Pedro.

Of zoals de verteller het zegt in het boek over de schilderijen van Bruegel:

Een schilderij waarvan het grootste probleem voor de toeschouwer, tenminste als je het voor het eerst zag, […], was dat je niet wist waar je naar moest kijken, of waar je moest beginnen met kijken, zoveel tafereeltjes, schijnbaar zonder enig onderling verband, waren erop afgebeeld. (138)

En dan somt de verteller hier nog minder dan de helft van wat er allemaal te zien is. Ieder personage op het schilderij is uniek en verbergt een eigen verhaal. Daarom heb ik maar nummertjes gezet bij het fragment. Het middelpunt heeft een [V] gekregen. Het fragment stimuleert nog beter te kijken. Een prachtige vermenging van schilderij en verhaal.

Een mooi idee om naar Wenen te gaan om dit schilderij (en de rest) van Bruegel te bewonderen.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Jouw gezicht zal het laatste zijn

image

Een roman over drie generaties mannen in een dorpje in Portugal. Dat was voor mij alle reden dit boek uit te kiezen. Daarbij speelde mee de ervaring met Vila Pouca van Gerrit Komrij met prachtige verhalen uit het gelijknamige Portugees dorpje. Een boek om heerlijk bij weg te dromen. Dat gevoel hoopte ik ook op te wekken met Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro.

Inderdaad roept het debuut van deze veertigjarige technisch ingenieur uit Portugal dezelfde warme gevoelens op. Het is een boek om heerlijk bij weg te dromen en je mee te laten nemen bij alle gebeurtenissen in een Portugees ver afgelegen dorp. Of zoals de verteller het noemt: ‘een boerenhol’ met de naam van een zoogdier, ‘ingeklemd aan de voet van het Gardunhagebergte, gericht op het zuiden zonder zich ervan bewust te zijn dat het op het zuiden gericht was’.

Hier komen de verhalen over de familie Mentes. Het begint met Augusto Mentes, die het vervallen huis en landgoed overneemt van studievriend Policarpo. Voor Augusto Mentes is dit het paradijs.

‘Alleen al deze veranda, schitterend! Op de bovenverdieping maak ik nog eens een bibliotheek. En daarachter een praktijkruimte. Policarpo, wat heb ik verder nog nodig voor de dood me komt halen?’ (36)

Policarpo begrijpt niet waarom Augusto Mentes in dit boerenhol wil gaan wonen. Hier gebeurt toch niks? vertrekt op wereldreis met de belofte jaarlijks een brief te zullen sturen in augustus. De dorpsarts bewaart de brieven zorgvuldig. De brieven behelzen naast de persoonlijke verhalen ook de wereldgeschiedenis.

Policarpo vindt de melk van het moederland te zuur smaken. Het is iets na 1910. Hij spreekt namelijk over vijf oktober en het uitroepen van de republiek. De revolutie in Rusland moet nog gebeuren. Het verhaal vertelt daarmee de geschiedenis van Portugal en Europa gedurende de twintigste eeuw.

En dat is een bewogen geschiedenis. Alles laat João Ricardo Pedro voorbijkomen: de Tweede Wereldoorlog, het fascisme, de staatsgreep van 1974, het communisme en de koloniale overheersing van Angola. Al deze grote onderwerpen worden verweven in de persoonlijke geschiedenis van Augustu Mendes, zijn zoon Antonio en kleinzoon Duarte. Een hoeveelheid informatie dat alleen maar mis kan gaan, maar waar de Portugese debutant wonderwel een balans in weet te houden.

Hij doet dit door de verhalen van de drie mannen helemaal in elkaar te verweven. Ondertussen breit hij daar ook de geschiedenissen van de vrouwen in. Oma Laura, de moeder van Duarte. Deze verhalen verweven zich prachtig door de andere verhalen en maken daarmee het boek tot een diepgelaagd werk waar eindeloos veel elementen terugkomen, op elkaar inhaken en samensmelten.

Het eigenlijke verhaal is het verhaal over de kleinzoon Duarte Mendes. Hij is een begenadigd pianospeler en stopt van de ene op de andere dag met pianospelen. Eerst met Beethoven, dan met Mozart en tenslotte met Bach. De muziek wordt hem teveel. De roman vormt eigenlijk de speurtocht naar de reden waarom Duarte stopt met pianospelen.

Het mooie nu is dat die reden verweven is in een ander verhaal, het verhaal van de man die een gehandicapte vrouw een fragment uit een schilderij van Bruegel ziet reproduceren. De man ziet dat en krijgt het niet meer uit zijn hoofd. De vrouw op het doek is namelijk de vrouw die schildert. Ze maakt een zelfportret. Vervolgens slingert dit schilderij door het boek, raakt personages en vervolgt zijn weg tot het bij Duarte arriveert.

Het geeft Jouw gezicht zal het laatste zijn iets geheimzinnigs en raadselachtigs. Niet alle delen van het boek zijn even interessant, maar ik wordt gegrepen door de verschillende verhalen die João Ricardo Pedro vertelt en vooral zijn stijl.

Het leven in een Portugees dorp, verstoken van de grote wereld. Het lijkt of de wereldgeschiedenis daar geen vat op heeft, maar Jouw gezicht zal het laatste zijn bewijst dat dit geenszins het geval is. Precies hetzelfde beeld dat Gerrit Komrij ook zo mooi schetst in het boek over zijn dorp Vila Pouca.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.