Tagarchief: journalistiek

Krantenknipsels – Tiny House Farm

Bij het opruimen kom je veel dingen tegen waarvan je wel het bestaan weet, maar dat je ze eigenlijk vergeten bent. Een voorbeeld: de vele artikeltjes die ik schreef in de tijd dat ik bij de Twentsche Courant Tubantia werkte.

Ik heb – trots als ik er op was – veel bewaard. Elke dag als ik uit mijn werk kwam, probeerde ik de krant van een dag eerder te bemachtigen. Lukte niet altijd, maar bij elkaar genoeg om in 2 tijdschriftcassettes te bewaren, dubbelgevouwen zitten ze erin.

Bijzondere verhalen waarbij dan weer de herinneringen omhoog komen. Wat een belevenissen! Ik geniet ervan als ik de artikelen weer lees. Ik zie soms de geïnterviewden voor mij. Dan weet ik weer hoe ik soms onder de indruk kon zijn. Zoals van een asielzoekersgezin. Het was in de tijd van de discussie over het Generaal Pardon.

Of dat andere: de eerste rechtbankbezoek en het bijbehorende verslag. Ik kwam terug op de redactie en zei tegen mijn chef Jan Bengevoord: ‘Maar daar kunnen we niet over schrijven. Dat is gewoon een zielig verhaal.’ Waarna hij reageerde: ‘Dat is juist de reden om erover te schrijven.’

Tubantia

Jan Cremer is in zijn roman Fernweh ongenadig naar een aantal Twentse kopstukken. Zo moet de directeur-hoofdredacteur van Tubantia, Houwert, eraan geloven.

Cremer schrijft dat zijn vader niet tegen de halfslachtige houding van Houwert tegenover de bezetter kan. Daarom ontaardt het in een knetterende ruzie tussen de 2 Twentenaren. En dat komt niet goed meer.

Waar ikzelf zo’n dertien jaar later nog mee te maken krijg. Op de advertentie in Tubantia ‘Leerling-journalist gevraagd’ heb ik gereageerd, ik ben vijftien, en na een sollicitatiegesprek en een persoonlijke rondleiding door de drukkerij met de enthousiast geworden heer Houwert word ik aangenomen. (178)

Hij mag maandag beginnen, maar de volgende dag moet hij toch nog even langskomen. Daar krijgt hij de vaag van de directeur-hoofdredacteur: ‘Heet jouw vader toevallig ook Jan?’

Het antwoord laat zich raden en Jan Cremer kan fluiten naar deze functie.

Ik heb de zoon van deze Houwert gekend. Hij bestierde toen de burelen van Wegener. Een heuse krantenman, maar wel met een vergelijkbare norsheid over zich. En of hij zou heulen met de vijand? Dat durf ik niet te zeggen.

Jan Cremer: Odyssee, Fernweh. 1e deel uit de Odyssee-cyclus. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9982 4. 288 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Opkomst en ondergang Grand Café De Rechter

image

In de reconstructie over de opkomst en ondergang van het Grand Café De rechter zet Mirjam Pool in Procedures en pistolen een integer en grondig verhaal neer hoe het zo heeft kunnen komen. Een antwoord heeft ze niet. Daarvoor ontbreken duidelijke bewijzen. Het vermoeden tijdens de rechtszaak dat de oorzaak misschien wel ergens anders ligt, komt ook hier naar voren.

Zeker, de gemeente heeft het echtpaar niet meegezeten, maar hun culturele achtergrond en voor hem een taalbarrière zorgden voor veel extra ellende. Het algehele wantrouwen in de overheid, past misschien wel in Turkije, maar niet in Nederland. Bovendien begrijpt de slecht Nederlands sprekende Ahmet veel dingen onvoldoende vanwege de taal.

De verklaring die het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld geeft in de rechtszaal is zeer plausibel: het echtpaar heeft zich ernstig vergaloppeerd. In de grootheidswaanzin zijn ze doorgeslagen.

De successen bij het restaurant De Molen en de zucht naar een grotere mate van aanzien door een restaurant in het centrum te bezitten, maakten dat hij niet weloverwogen besluiten nam. Bovendien was hij onvoldoende op de hoogte van de plannen van de gemeente met de plek waar hij zijn nieuwe restaurant vestigde.

Hij maakte ongekend hoge kosten in de veronderstelling dat alles wel geregeld zou zijn. Toen dit allemaal mislukte en hij tot over zijn oren in de schulden zat, sloegen de stoppen door. Over die financiering is veel onduidelijkheid. Mogelijk crimineel geld en zijn gewelddadige instelling deden de rest. Hij stond onder hoge druk en zijn verworven eer werd bedreigd. Er zat niks anders op dan zijn eer te redden en de gemeente de schuld te geven van het mislukken van zijn onderneming.

De gijzeling ontstond per ongeluk omdat hij de betreffende wethouder niet kon vinden. In de hoop dat hij wethouder Anthon Sjoers kon spreken, gijzelde hij wethouder Bert Kuiper met vier ambtenaren. Alles mislukte en hij gaf zich uiteindelijk gewonnen.

Vervolgens probeerde zijn vrouw de eer alsnog te redden door de gemeente zeer expliciet de schuld te geven voor het handelen van haar man. Daarin is zeer redelijk geslaagd. Programmamakers van prijswinnende televisieprogramma’s als Zembla trapten in het verhaal. Ze legden de schuld neer bij de gemeente en pleitten de gijzelaar vrij. De gemeente werd hierdoor dubbel slachtoffer.

Een treurig verhaal met allemaal verliezers. Van de geplande sloop van het V&D-gebouw is het niet gekomen. Het staat er nog altijd. Net als dat Ahmet nog altijd gevangen zit en zijn vrouw in de schuldsanering zit. De glorierijke toekomst is er niet meer. Misschien in Turkije, waar ze niet meer door cultuur en taal gehinderd worden. Maar daar zijn weer andere dingen.

Meer lezen
Dit is de laatste blog uit een serie van vier blogs over het boeiende boek Procedures en pistolen van Mirjam Pool.

Procedures en pistolen

image

De gijzeling in Almelo in 2008, waarbij een restauranthouder vier ambtenaren en een wethouder urenlang gijzelde, was al een tijdje naar de achtergrond geschoven in mijn aandacht. Tot ik enkele weken geleden een oud-collega van de krant sprak. Het onderwerp waar ik mij al enkele dagen na het drama over verbaasde, trok passeerde even de revue.

Ik vertelde hem dat ik mij verwonderde over de onjuiste en vooral tendentieuze berichtgeving over dit onderwerp. Allerlei dingen klopten er niet. Ook zag ik op mijn blog dat de verhalen in Eenvandaag en Zembla veel onderbelicht lieten. Hij attendeerde mij op het boek van Mirjam Pool Procedures en pistolen, Over een gijzeling, de overheid en het publiek dat afgelopen jaar verscheen.

De schrijfster Mirjam Pool doet hierin uitvoerig verslag van de gebeurtenissen. Op de dag van de gijzeling werkte ze op het Almelose stadhuis om een volgend journalistiek project te kunnen financieren en ter inspiratie over armoedebeleid. Ze wordt die dag meegezogen in een gebeurtenis die de internationale aandacht trekt.

De nasleep van het gijzelingsdrama is de beeldvorming van het publiek. Dat lijkt vooral te vinden dat de gemeente Almelo dit aan zichzelf te danken heeft. De gemeente meet met twee maten, zou bepaalde ondernemers voortrekken en andere juist traineren. Een goede man als O. is door dezelfde gemeente helemaal tot wanhoop gedreven. Zo sterk zelfs dat hij tot deze daad gekomen is.

De (landelijke) media nemen deze opvatting gretig over. Televisieprogramma’s als Eenvandaag en Zembla gaan helemaal op in deze beeldvorming en hebben geen oog voor de andere kant van de zaak. Ze lijken zelfs de misdaad van O. goed te willen praten.

Mirjam Pool duikt diep in het onderwerp. Minutieus reconstrueert ze de uren van de gijzeling in het stadhuis. Van minuut tot minuut pluist ze uit wat er gebeurd is. Ze wisselt deze reconstructie op basis van interviews af met haar eigen ervaringen. Als ambtenaar zit ze urenlang gevangen in haar eigen kantoor.

Op de eerste verdieping in dat gebouw worden de wethouder en vier ambtenaren gegijzeld. Zij worstelt met angst en honger over de goede afloop voor haar. Mirjam schrijft het eerste hoofdstuk, het hoofdstuk van de reconstructie met grote vaart. Veel is nog onduidelijk, maar ze weet een prachtige spanningsboog erin te bouwen. Ze doet dit erg overtuigend en met veel vaart.

Lees het vervolg: Spanningsopbouw

Innige dank

image

Cisca Dresselhuys kwam eens bij de WEP-cursus van Wegener langs. Twee jaar kreeg ik een werkervaringsplek en om de twee maanden kreeg ik twee volle weken een cursus. Bij het interviewblok kwam zij naar Amersfoort en vertelde over haar rubriek in Opzij.

Ze legde uit hoe ze te werk ging. Haar interviews voor Langs de feministische meetlat nam ze in drie sessies af. De bandrecorder ging mee en ze nam alles op. Bij de laatste sessie had ze het interview vooraf laten lezen en besprak ze het met de geinterviewde.

Een intensieve vorm van interviewen waar wij als regionale journalisten met flapperende oren naar luisterden. Wat een luxe, iemand in drie aparte sessies interviewen. Onze oren gingen alleen nog maar meer flapperen toen ze vertelde dat haar secretaresse het hele interview van de band op papier tikte. Letterlijk.

‘Ik neem er de tijd voor’, zei ze er bijna arrogant bij. ‘Het kost me minimaal drie dagen om iemand goed te kunnen interviewen.’ Ze rekende voor: zeker een dag voorbereiding, dan minstens een dag in totaal aan interview-tijd en zeker een dag aan het uitwerken. Over de tijd die het haar secretaresse kostte de banden letterlijk op papier te zetten, zweeg ze.

Een vorm die in het hedendaagse snelle tijdsgewricht wel een beetje eigenaardig overkomt. Zeker omdat elke mediavorm kampt met veel geldgebrek. Een interview mag niet teveel tijd in beslag nemen. Een krant heeft dikwijls niet zoveel tijd vrij om een goed interview voor te kunnen bereiden en uit te kunnen werken. Het typen van de tekst ligt zeker helemaal bij de journalist.

Het boek dat ik trof in de kringloopwinkel bevatte wel een heel bijzondere tekst in de aanhef. Het was een opdracht van de schrijfster zelf. En wel een opdracht aan haar secretaresse, de vrouw die de banden voor haar baas netjes uittikte.

‘Voor Paulien’, staat er. ‘Met mijn innige dank voor het uitwerken van al die lange banden. Cisca.’

Verhaal in een verhaal

image

De mooiste boekenvondsten zijn boeken met een verhaal. Meestal heeft een boek zelf een verhaal in zich dat je kunt lezen, maar soms zit er ook een ander verhaal aan het boek. Daar heb je dan wel een gebruikt boek voor nodig. Met name de aanhef van boeken die mensen aan anderen gegeven hebben, doen het goed bij mij.

Andere keren heeft iemand zichzelf getrakteerd op een boek en volgt een uitvoerig excuus waarom de aankoop zo verdiend was. Zo trof ik eens een boek in een kringloopwinkel waarin de koper schreef dat hij een tentamen niet gehaald had en zich daarom maar eens op een boek had getrakteerd. Het boek als troost.

Sommige mensen moeten niks van gebruikte boeken hebben. Iemand als Antoinne Bodar heeft er een afkeer van. Hij vindt het maar niks dat iemand anders met zijn vieze vingers in zijn boek gezeten heeft. Voor heel bijzondere boeken wil hij wel een uitzondering maken, maar dan moet het boek wel tiptop zijn.

Ik vond op Tweede paasdag wel een heel bijzondere aanhef in een boek. Het was in de kringloopwinkel van Almere Haven. Ze zitten op een prachtig nieuwe locatie. Ik was er de vrijdag al geweest maar op de terugweg van de Groene kathedraal reden we er even met zijn allen langs.

Het was een boek met interviews van de bekende Opzij-hoofdredacteur Cisca Dresselhuys. Jaren heeft ze mannen geinterviewd in het tijdschrift en hield ze ‘langs de feministische meetlat’. In het gelijknamige boek staan deze interviews afgedrukt. Ik vond het boek in de Kringloop en kon het echt niet laten liggen.

Niet alleen vanwege het boek, maar veel meer vanwege de opdracht voorin het boek. De tekst voorin bevat een heuse opdracht van de schrijfster zelf. Het is gericht aan ene Paulien. Hier zit een verhaal achter en ik ken dat verhaal.

Lees het vervolg: Innige dank