Tagarchief: João Ricardo Pedro

Onderweg

Voor zijn nieuwe roman Onderweg heeft de Portugese schrijver João Ricardo Pedro een groot treinongeluk als uitgangspunt genomen. Op 11 september 1985 rijden 2 treinen op elkaar op het enkelsporige traject tussen Nelas en halteplaats Alcafache. Het is de grootste treinramp in de Portugese geschiedenis.

De verteller van João Ricardo Pedro’s roman heeft er een groot en indrukwekkend verhaal om geschreven. Een verhaal over de vermissing van een meisje. Ze wordt nooit gevonden en het laat een leegte achter bij de mensen die achterblijven. Is ze er echt niet meer en zou ze niet nog leven?

Het schrille contrast met een ander verhaal van een meisje dat juist rond datzelfde moment een einde aan haar leven maakt. Het geeft de dubbelzinnigheid weer van enerzijds de drive om verder te leven en anderszijds het levensmoe zijn.

De kracht van Onderweg is de verteller João. Hij legt prachtige parallellen. Bijvoorbeeld met het gegeven dat hij uitdrukkelijk niet in de kamer van zijn oudere zus mag komen. Ze is verdwenen en toch durft hij het niet. De hoofdstukken beginnen op een identieke manier, waarbij de schoonmaakster Silvana de kamer van Marta schoonmaakt. Dezelfde volgorde:

Ze opende het raam. Haalde het bed af. Draaide het matras om. Verschoonde de lakens. Verschoonde de kussensloop. Verruilde de dunnere sprei van katoen voor een wollen deken. Stofte de tekentafel. De lamp. De schildersezel. De stoel. De doosjes aquarelverf. De doosjes met gouache. De doosjes met potloden. De doosjes met penselen. Ze stofte de boekenkast en het boek oover Caravaggio. Het boek over Cézanne. Het boek over Hopper. Het boek over Munch. Het boek over Schiele. Het boek over Bosch. Ze stofte een rij muziekcassettes. (65)

Alles waar João niet aan mag komen. Het schoonmaken wordt een ritueel. De paar keer per jaar dat Silvana de kamer schoonmaakt, gaat ze alle voorwerpen af, in vaste volgorde. Het sprei wisselt met de wollen deken in de winter. In het voorjaar komt het sprei weer op bed te liggen. Alsof Marta elk moment kan binnenkomen.

Daarmee is Onderweg een indringend portret van iemand die vermist wordt. Marta is nooit teruggevonden. Alleen haar rugtas. De vertwijfeling of ze echt in die trein zat. Dat weet de verteller buitengewoon mooi, integer en treffend over te brengen.

João Ricardo Pedro: Onderwweg. Oorsponkelijke titel: Um Postal de Detroit. Uit het Portugees vertaald door Pouwels. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur, 2017. ISBN: 978 90 5672 582 2. 170 pagina’s. Prijs: € 17,99. Bestel

Gebochelde jongen

image

In Gerrit Komrij’s roman Over de bergen viel mij bij de beschrijving van het dorp Sampaio meteen een scène op. Het gaat over de gebochelde jongen die door het dorp loopt. Zijn moeder zit hem achterna met een olijftak.

De verteller beschrijft het volgende tafereel als de hoofdpersoon Pedro op de eerste ochtend uit het raam kijkt:

Telkens als de jongen, die een vilten gleufhoed en een vest droeg, een paar meter was opgeschoten, hield hij halt, als een onwillige ezel, en keek hij om. De vrouw diende hem opnieuw een klap met de olijftak toe. Kraaiend vervolgde hij zijn weg. Het dorp begon nu echt te ontwaken. (21)

Een tafereel dat kenmerkend lijkt te zijn voor een klein Portugees of Spaans dorpje. In de boeken die ik voor #eenperfectdagvoorliteratuur las, staan deze verhalen eveneens. Bijna letterlijk geven de vertellers een inkijkje in het dorp waar de dorpsgek wordt achtervolgd door zijn moeder.

De dorpsgek Luis wordt in de roman En nooit was iets gelogen van Ellen Heijmerikx ook achterna gezeten door zijn moeder. In Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro wordt eenzelfde sfeer opgeroepen. Een klein afgelegen dorpje waar elk personage zijn eigenaardigheden heeft. Met respect beschreven, misschien als een cliché, maar zo herkenbaar.

Gerrit Komrij: Over de bergen. 9e druk (als Singel Pocket). Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997 [1990]. 249 pagina’s. ISBN: 90 413 3037 2.

Bruegel en João Ricardo Pedro

Öèôðîâàÿ ðåïðîäóêöèÿ íàõîäèòñÿ â èíòåðíåò-ìóçåå Gallerix.ruIn de roman Jouw gezicht zal het laatste zijn, komt naast de muziek ook de schilderkunst aan bod. De verteller verwijst naar een specifiek schilderij van Bruegel. Het is het verhaal van de pianoleraar en de mysterieuze schilderes en speelt in Wenen, waar in het Kunsthistorisch museum enkele Bruegels hangen.

Het schilderij van Pieter Bruegel de Oude wordt uitvoerig beschreven en het leverde mij een sport op om te ontdekken over welk schilderij het ging. Van Beethoven, Mozart en Bach noemt de schrijver João Ricardo Pedro wel om welke muziekstukken het gaat. Van de Bruegel laat hij de naam achterwege.

Ik ben gaan speuren. Het hangt in het Kunsthistorisch museum in Wenen. In een uitvoerige opsomming zegt de verteller wat er allemaal op het schilderij te zien is, nadat de vader van de verteller ontdekt dat een ‘vrouwsfiguurtje dat op twee krukken liep en wier rechterbeen een stukje over de knie in een verband eindigde’, het middelpunt van het schilderij is.

Nu kwam zij voor als het middelpunt van alles. Dat was niet zoals hij eerder had gedacht, het meisje dat water dronk bij de put.[1] Ook niet de dikke man in het blauwe vest en dito muts die op een wijnvat zat.[2] Ook niet de geest boven op een kar die aan twee touwen werd voortgetrokken.[3] Ook niet de tollende kinderen.[4] Ook niet de vrouw die boven op een ladder stond.[5] Ook niet die andere bij het vuur.[6] Ook niet de man die op het punt leek te staan zich uit een raam te storten.[7] Ook niet de bedelaars met uitgestrekte hand.[8] Ook niet de processie die uit de zijpoort van de kerk kwam.[9] Ook niet de man met de doedelzak.[10] Ook niet de andere man die een zak op zijn rug droeg.[11] Ook niet degene die hand in hand ronddansten in een kring.[12] Ook niet de gitaarspelende man met de dikke buik en een pan op zijn hoofd.[13] Ook niet de twee reusachtige vissen in een mand.[14] Ook niet het kind met zijn armen in de lucht.[15] Ook niet het groepje gemaskerden.[16] Ook niet de nonnen.[17] Ook niet het speenvarken dat de dikke man in blauw vest en dito muts aan een spies hield.[18] Ook niet het varken achter de put.[19] Ook niet het viskraampje.[20] Ook niet de man die een emmer leegde uit het raam.[21] Ook niet de twee bomen.[22] Nee. Het middelpunt van alles was die vrouw met het blauwe hoofddoekje, die op twee krukken steunde.[V] Daar, in die figuur, begon en eindigde alles. (141)

Het schilderij heet ‘De strijd tussen carnaval en vasten’ en is in 1559 door Pieter Bruegel de Oude geschilderd. De afbeelding speelt op vastenavond en illustreert het gevecht tussen lichaam en geest. Bovendien is het een prachtige weergave hoe aan het eind van de Middeleeuwen carnaval werd gevierd.

Pieter_Bruegel_strijd_tussen_carnaval_en_vasten_1559_scene_pedro

Het schilderij verbeeldt een tijd die misschien geweest is, maar die overduidelijk nog heel herkenbaar is. De enorme drukte op het schilderij, laat zien dat Bruegel niet zo sterk in een grote compositie dacht, maar allemaal losse taferelen schilderde, met elk een eigen verhaal.

Een tijdje terug sprak ik Jacob Jan Voerman over Bruegel. Hij droomde ervan om de schilderijen die we allemaal zo goed kennen, die ergens een plek in ons collectieve bewustzijn innemen, om deze schilderijen eens in Wenen te gaan bekijken. Ik heb me er nooit zo in verdiept, maar bij het zien van dit schilderij valt mij onmiddellijk op wat Jacob Jan Voerman vertelde over de schilderkunst van Bruegel: het zijn allemaal losse taferelen, kleine schilderijen in een schilderij, je raakt er niet op uitgekeken. Telkens zie je weer iets nieuws erin.

Dat effect dat Jacob Jan Voerman mij met zoveel vuur en liefde vertelde, zie ik terugkomen in dit fragment uit Jouw gezicht zal het laatste zijn. Alle elementen het speuren naar waar het schilderij eigenlijk over gaat. Het onderwerp van het schilderij dat telkens verschuift en van betekenis verandert. Dat effect merk je in het boek zelf ook. Het lijkt een nutteloze opsomming die de verteller hier geeft, maar voor mij is het een prachtig voorbeeld hoe onderwerp en stijl mooi kunnen samenvloeien. Het demonstreert het talent van João Ricardo Pedro.

Of zoals de verteller het zegt in het boek over de schilderijen van Bruegel:

Een schilderij waarvan het grootste probleem voor de toeschouwer, tenminste als je het voor het eerst zag, […], was dat je niet wist waar je naar moest kijken, of waar je moest beginnen met kijken, zoveel tafereeltjes, schijnbaar zonder enig onderling verband, waren erop afgebeeld. (138)

En dan somt de verteller hier nog minder dan de helft van wat er allemaal te zien is. Ieder personage op het schilderij is uniek en verbergt een eigen verhaal. Daarom heb ik maar nummertjes gezet bij het fragment. Het middelpunt heeft een [V] gekregen. Het fragment stimuleert nog beter te kijken. Een prachtige vermenging van schilderij en verhaal.

Een mooi idee om naar Wenen te gaan om dit schilderij (en de rest) van Bruegel te bewonderen.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Jouw gezicht zal het laatste zijn

image

Een roman over drie generaties mannen in een dorpje in Portugal. Dat was voor mij alle reden dit boek uit te kiezen. Daarbij speelde mee de ervaring met Vila Pouca van Gerrit Komrij met prachtige verhalen uit het gelijknamige Portugees dorpje. Een boek om heerlijk bij weg te dromen. Dat gevoel hoopte ik ook op te wekken met Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro.

Inderdaad roept het debuut van deze veertigjarige technisch ingenieur uit Portugal dezelfde warme gevoelens op. Het is een boek om heerlijk bij weg te dromen en je mee te laten nemen bij alle gebeurtenissen in een Portugees ver afgelegen dorp. Of zoals de verteller het noemt: ‘een boerenhol’ met de naam van een zoogdier, ‘ingeklemd aan de voet van het Gardunhagebergte, gericht op het zuiden zonder zich ervan bewust te zijn dat het op het zuiden gericht was’.

Hier komen de verhalen over de familie Mentes. Het begint met Augusto Mentes, die het vervallen huis en landgoed overneemt van studievriend Policarpo. Voor Augusto Mentes is dit het paradijs.

‘Alleen al deze veranda, schitterend! Op de bovenverdieping maak ik nog eens een bibliotheek. En daarachter een praktijkruimte. Policarpo, wat heb ik verder nog nodig voor de dood me komt halen?’ (36)

Policarpo begrijpt niet waarom Augusto Mentes in dit boerenhol wil gaan wonen. Hier gebeurt toch niks? vertrekt op wereldreis met de belofte jaarlijks een brief te zullen sturen in augustus. De dorpsarts bewaart de brieven zorgvuldig. De brieven behelzen naast de persoonlijke verhalen ook de wereldgeschiedenis.

Policarpo vindt de melk van het moederland te zuur smaken. Het is iets na 1910. Hij spreekt namelijk over vijf oktober en het uitroepen van de republiek. De revolutie in Rusland moet nog gebeuren. Het verhaal vertelt daarmee de geschiedenis van Portugal en Europa gedurende de twintigste eeuw.

En dat is een bewogen geschiedenis. Alles laat João Ricardo Pedro voorbijkomen: de Tweede Wereldoorlog, het fascisme, de staatsgreep van 1974, het communisme en de koloniale overheersing van Angola. Al deze grote onderwerpen worden verweven in de persoonlijke geschiedenis van Augustu Mendes, zijn zoon Antonio en kleinzoon Duarte. Een hoeveelheid informatie dat alleen maar mis kan gaan, maar waar de Portugese debutant wonderwel een balans in weet te houden.

Hij doet dit door de verhalen van de drie mannen helemaal in elkaar te verweven. Ondertussen breit hij daar ook de geschiedenissen van de vrouwen in. Oma Laura, de moeder van Duarte. Deze verhalen verweven zich prachtig door de andere verhalen en maken daarmee het boek tot een diepgelaagd werk waar eindeloos veel elementen terugkomen, op elkaar inhaken en samensmelten.

Het eigenlijke verhaal is het verhaal over de kleinzoon Duarte Mendes. Hij is een begenadigd pianospeler en stopt van de ene op de andere dag met pianospelen. Eerst met Beethoven, dan met Mozart en tenslotte met Bach. De muziek wordt hem teveel. De roman vormt eigenlijk de speurtocht naar de reden waarom Duarte stopt met pianospelen.

Het mooie nu is dat die reden verweven is in een ander verhaal, het verhaal van de man die een gehandicapte vrouw een fragment uit een schilderij van Bruegel ziet reproduceren. De man ziet dat en krijgt het niet meer uit zijn hoofd. De vrouw op het doek is namelijk de vrouw die schildert. Ze maakt een zelfportret. Vervolgens slingert dit schilderij door het boek, raakt personages en vervolgt zijn weg tot het bij Duarte arriveert.

Het geeft Jouw gezicht zal het laatste zijn iets geheimzinnigs en raadselachtigs. Niet alle delen van het boek zijn even interessant, maar ik wordt gegrepen door de verschillende verhalen die João Ricardo Pedro vertelt en vooral zijn stijl.

Het leven in een Portugees dorp, verstoken van de grote wereld. Het lijkt of de wereldgeschiedenis daar geen vat op heeft, maar Jouw gezicht zal het laatste zijn bewijst dat dit geenszins het geval is. Precies hetzelfde beeld dat Gerrit Komrij ook zo mooi schetst in het boek over zijn dorp Vila Pouca.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.