Tagarchief: jeugd

Dankbaarheid – #WOT

image

Schrijf naast de dingen die je energie kosten en die je energie opleveren, ook eens op waar je dankbaar voor bent. Probeer elke dag één ding op te schrijven waar je dankbaar voor bent. Hij schreef het keurig op in het schriftje en liep ermee onder zijn arm mee naar huis.

Dankbaar. Het woord dankbaar roept associaties op met het geboortekaartje: ‘met vreugde en dankbaarheid geven wij kennis van de geboorte van onze dochter’. De puber die niet luistert. De ouder die terugroept: ‘je zou ons dankbaar moeten zijn. Ondankbare hond.’

De God waar je dankbaar moet zijn. ‘O Heer, wij danken U van harte voor nooddruft en overvloed; daar menig mens eet brood der smarte, hebt Gij ons mild en wèl gevoed. Doch geef, dat onze ziele niet aan dit vergank’lijk leven kleev’, maar alles doe, wat Gij gebiedt, en eind’lijk eeuwig bij U leev’!’ Oftewel: als je niet gehoorzaamt, ben je ondankbaar.

Het lukte hem niet om iets dankbaars op te schrijven. Hij moest teveel denken aan de dingen die hem opgelegd werden. Het danken voor het eten. Het bedanken voor het rapportgeld. De dankdag. In de dankbaarheid schuilt iets van afhankelijkheid. Je hebt iets aan iemand of iets te danken en daar moet je dankbaar voor zijn.

Hij vertelde het een week later bij de volgende afspraak. Waarom het vel papier leeg was gebleven. Het deed hem teveel denken aan niet luisteren. Als je gehoorzaamde, was je dankbaar. Anders niet. ‘Je mag ook opschrijven waar je gelukkig van wordt’, zei ze geruststellend. Hij schreef het netjes bovenaan het papier. Dankbaar liep hij naar buiten met het schriftje onder zijn arm.

Emotiedichter

image

Zo lang ik gedichten schrijf, schrijf ik die gedichten vanuit de emotie. Een gebeurtenis, een gevoel dat ik op dat moment niet de baas kan. Ik schrijf het op. Het levert vaak rauwe en sombere gedich-ten op. Soms blinkt een pareltje op uit de amorfe massa van mijn gedichten. Dan raak ik precies wat ik eigenlijk wil zeggen. Maar vaak begrijpen mensen de rauwe emotie niet.

Ik kijk naar Achter de voordeur een programma waarbij buren achter de voordeur van hun onbekende buurman of buurvrouw een kijkje nemen. Ze mogen raden wat voor iemand het is en kijgen daarna een dvd van deze persoon te zien waarin hij zijn verhaal vertelt. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Dit keer een man uit Enschede, hij vertelt zijn twee buurvrouwen het verhaal van zijn jeugd. Hij werd veel gepest en had het moeilijk. Hij vertelt het volgende:

‘Ik schreef vooral gedichtjes. Die gedichten werden de emoties. Emoties die ik niet kon uiten en wat ik ook heel moeilijk vond om ze te plaatsen. Ik schreef een gedicht als: ‘morgen ga ik springen voor de trein, wedden dat jullie allemaal zingen van plezier, papa mama broertje en ook jij, want wie is er nou blij met mij.’
Voor mij was dat de manier om het onbehagen van dat moment te uiten. En voor anderen, voor met name mijn ouders en omgeving werd dat op dat moment een heel erg dramatische uiting. Er werd bijna gedacht dat ik mijzelf van het leven wilde beroven. Terwijl ik alleen heel duidelijk wilde neerzetten: ik ga een heel moeilijke periode door. Ik heb het gevoel dat niemand mij begrijpt.’

Ik herken mij in het verhaal. Ik schrijf ook gedichten waarin ik de emotie van dat moment probeer te verwoorden. Niet altijd begrijpen anderen die emotie. Zo verwoordde ik in mijn studententijd een gevoel dat mijn huisgenotes opriepen in een gedicht. Ik schreef het gedicht vanuit die emotie en was het na afloop kwijt. Maanden later ontdekten zij het gedicht in een publicatie en vroegen mij ver-baasd waarom ik het ze niet verteld had. Ik voelde mij alleen maar bedreigd. De emotie was al geweest waarom moesten we het daar over hebben?

Ook nu schrijf ik emoties die ik heb op een dag in een gedicht. Ik publiceer het. Soms wil ik er iets mee zeggen aan iemand. Meestal niet, dan is het een uiting wat ik voel op dat moment. Als ik op de ‘publiceren’-knop klik is het weg. Dat mensen daarop reageren, spreekt voor zich. Alleen weet ik daar dan geen raad mee. Het is de emotie die weg is, maar het gedicht dat blijft staan.

Wel vind ik dat het gedicht mijn emotie verwoordt en niet op anderen slaat. Ik kan niet andermans emoties verwoorden. Het staat er en ik sta er ook achter. Het is van mij, maar dat ik soms de plank missla, neem ik maar voor lief. Daar is het gedicht vaak te mooi voor.

Get Adobe Flash

Mijn jeugdboek: De Heidelbergse Catechismus – #50books

image
Opening van de Heidelbergse Catechismus met zondag 1

Een fantastisch initiatief van Petepel: elke week een vraag beantwoorden over boeken. Vandaag het boek dat mij van mijn jeugd het meest is bijgebleven. Dat antwoord laat zich raden: de bijbel in een statig boek met de berijmde psalmen achterin. Achter de psalmen zaten dan nog de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus.

Voor de paplepel
Ik ben met de bijbel opgevoed. Nog voor de paplepel er was, was de bijbel er. Ze passeerden mij in alle denkbare diktes, kleuren en formaten. De kinderbijbel en de bijbel voor volwassenen.

image
Ex Libris in een zakbijbeltje met psalmen en catechismus uit 1865. Er staat: ‘dit boek behoort aan mij Thoria Sara Verdick oud 17 jaren. gekregen den 10 september 1868.’

Het exemplaar dat mij met het meeste aantrok, was wel het exemplaar dat mijn moeder meenam op zondag naar de kerk. Met die mooie gaten aan de zijkant in de bladzijden om snel het bijbelboek te vinden. En achterin de formulieren, de leerregels en de catechismus.

Onbetaalbaar
Die bijbels waren onbetaalbaar. Nieuw of tweedehands, je betaalde er een vermogen voor. Nu zie ik ze vaak liggen, afgedankt en wel. Afgelopen week kwam ik een exemplaar tegen – een NBG-vertaling – in een kringloopwinkel. Ik heb hem niet gekocht omdat ik meer bijbels heb dan sokken. Het was wel een exemplaar uit mijn jeugd.

De kleuterjuf had er precies zo een. Dat zij op een Hervormde school uit deze (nieuwe) vertaling mocht lezen, verbaast mij nu. De gele strepen, afgewisseld met groen, herinner ik. Net als dat ze de bijbel vasthield en het stukje van het nieuwe testament scheidde van het oude als Mozes de Schelfzee spleitte.

Zondagmiddag
Mijn echte herinnering aan de bijbel, is een zondagmiddag. Mijn vader was naar de kerk (de middagdienst). Mijn moeder paste op ons. Ik had het psalmboekje van mijn moeder te pakken. Ze luisterde naar de kerkdienst op de radio. Ik pakte een stukje uit de Heidelbergs catechismus en schreef de tekst letterlijk over.

Geheimzinnigheid
De geheimzinnigheid van de letters. De drukletter ‘g’ maakte de meeste indruk. Dat grote rondje onderaan, enigszins afgeplat. Het kleine rondje erboven, verbonden door een raar kringeltje. Of die imposante ‘W’, waarin de schuine stokjes in het midden zo mooi door elkaar heen lopen.

Ik kon niet lezen wat ik schreef. De letters spraken voor zichzelf. Het was het geheimschrift dat het eigenlijk nog altijd voor mij is. Alleen kan ik het nu lezen. Het was de eerste tekst die ik schreef: ‘Zondag 1: Welke is uw enige troost, beide in leven en sterven?’

Doe mee
Doe ook mee met dit mooie initiatief van Petepel. Dit jaar lanceert hij wekelijks een vraag over boeken. Deze week: Welk boek heeft in je vroegste jeugd de meeste indruk op je gemaakt?