Tagarchief: jan donkers

Reizen op televisie

image

In het boek Reisverhalen schrijven gaat Jan Donkers niet alleen in op het schrijven van dergelijke verhalen, maar ook op de consumptie van deze boeken. Wat maakt die bijzondere reisverhalen zo bijzonder? Volgens Donkers is het moderne reisverhaal begonnen met De grote spoorwegcaroussel van Paul Theroux:

‘En inderdaad, het was tot dat moment vrij ondenkbaar dat er lezers geïnteresseerd zouden zijn in het vaak nukkige relaas, geschreven in de eerste persoon, van een op dat moment onbekende auteur die ook de ongemakken van het reizen en op het eerste gezicht onbenullige gesprekjes met medereizigers tot onderdeel van zijn materiaal maakte.’

Met het reisverhaal op de Nederlandse televisie is het echter treurig gesteld. De uitzendingen die Floortje Dessing maakt op de publieke zender zijn ronduit treurig. Jan Donker komt al niet door de programma’s heen daarom citeert hij tv-recensent Wim de Jong over 3 op reis: ‘[het] levert een vooralsnog braaf en gezapig programma op, waarin een heleboel reisuurtjes zijn gepropt waarin ook niets van enige betekenis of oorspronkelijkheid gebeurt.’

Hetzelfde geldt voor veel andere programma’s waarbij een bekende Nederlander naar een ver oord wordt gestuurd om verslag te doen van zijn ervaringen. Het is vaak aansluiten in de rij van de toeristische attractie en daarna vertellen hoe geweldig het was. Een duidelijke thematische aanpak ontbreekt. Alleen Adriaan van Dis lukte het met zijn reis door Zuid-Afrika en door Indonesië. Maar hij is ook een heel goede schrijver van reisverhalen. Het verschil: hij spreekt mensen op de boot, zit in de trein op Java en gaat de dialoog aan met zijn mederezigers.

Dat maakt een reisverhaal niet alleen in een boek interessant maar ook op televisie. Naast Van Dis kan ik geen voorbeeld geven van een mooi reisprogramma op de Nederlandse televisie. Misschien maar eens een leuk idee aanleveren bij de Nederlandse omroep. Of zou al het geld al aan presentatoren als Floortje Dessing zijn overgemaakt?

Vakantieverhaal of reisverhaal

image

Eigenlijk verschilt het reisverhaal niet veel van een gewoon verhaal, stelt uitgever Emile Brugman in Jan Donkers handleiding Reisverhalen schrijven. ‘Het is een misvatting dat hoe exotischer de reis is hoe interessanter het boek. Het gaat, bovenal, om de kwaliteit van schrijven, en dan doet het er helemaal niks toe waar ze heen gaan.’

De uitgever krijgt maandelijks vijftig manuscripten binnen, verluchtigd met foto’s en in een ringbandje. Zeker in de weken en maanden na de zomervakantie wordt de uitgeverij overspoelt met zendingen van manuscripten. Het merendeel gaat per kerende post terug. Brugmans leest er één pagina van voor de moeite, maar het overstijgt het vakantieverslag niet.

Daarom is zijn advies: ‘geniet van je vakantie en schrijf niks op’. De manuscriptenregen heeft wel iets van de dia-avondjes van weleer. Je ziet eindeloos veel foto’s van wat er allemaal zo mooi was, maar hoort en ziet het echte verhaal van de vakantie niet. Dat is ook onmogelijk want al die grote schrijvers zijn ze voorgegaan en er blijft niet veel meer over dan een droge toeristenmassa die met open ogen in Machu Picchu staat.

En dat maakt Paul Theroux zo mooi. Hij houdt die spiegel voor van fotograferende en schrijvende reizigers. Als hij naar Machu Picchu gaat, komt er geen woord over de oude stad. Hij vergaapt zich aan al die toeristen die in de trein op weg naar de trekpleister opmerkingen maken over hun bijzondere reizen. Ze kijken niet eens om zich heen, maar zijn alleen bezig waar ze allemaal geweest zijn. Of dat nu de ultieme manier van reizen is of een reisverhaal te schrijven, dat betwijfel ik.