Tagarchief: jack kerouac

Vakantieboeken – Wat moet je meenemen?

image

Buiten het feit dat ik nog helemaal niet (mijn) vakantie bezig ben en ik mij afvraag of ik in de vakantie meer lees dan daarbuiten. De vraag wat ik ga lezen in mijn vakantie is daarmee veel meer een vraag waar ik op dat moment zin in heb.

De dikke boeken waar veel mensen mee op de proppen komen, passen vaak helemaal niet in een vakantie. Je moet tot rust komen. Een dik boek suggereert dat je de rust al hebt, maar je gaat juist op vakantie om de rust te vinden. Teruggaan met een halfgelezen dik boek werkt daarom alleen maar op de zenuwen.

Ik zou adviseren ook wat dunnere exemplaren mee te nemen. Al zal het digitale leesboek de mogelijkheid geven op pad te gaan met een halve bibliotheek. Zo verdwijnt de selectie vooraf, maar bestaat ook het gevaar dat je tijdens je vakantie geen keuze kunt maken. Het e-book geeft een heel andere leeshouding. Eentje waaraan ik mij nog niet durf over te geven.

Daarom kan het geen kwaad een boek uit te kiezen dat je in een dagje of 2 à 3 uit kunt hebben. Ook kan het helpen een boek mee te nemen dat je al een keer gelezen hebt en dat je nog op je verlanglijstje hebt staan.

Neem ook wat mee dat aansluit bij de vakantiebestemming en vergeet niet een dichtbundeltje mee te nemen. Een dichtbundeltje is als een doosje bonbons. Je neemt er af en toe eentje en geniet daarvan.

Op mijn verlanglijstje voor deze zomer staat nog een boek van Paul Theroux. Ik lees van hem een paar boeken per jaar. Zo verover ik langzaam zijn hele oeuvre. Ik zou het misschien allemaal in één keer willen lezen, maar ik wil er juist van genieten.

Ook heb ik het voornemen eens een boek van Jacob van Lennep te gaan lezen. De historische roman Ferdinand Huyck vertelt over het Gooi. Een gevaarlijk stukje om te reizen in de 18e eeuw, de tijd waarin deze historische roman speelt. In die tijd zaten in het Gooi gevaarlijke bendes die reizigers beroofden.

Als ik dan nog wat tijd over heb, ga ik heerlijk een reisboek (her)lezen, een boek van Jack Kerouac voor de energie, een paar mooie essays van Gerrit Komrij en een dikke pil van André Brink. Ik ben erg nieuwsgierig naar zijn memoires Tweesprong. Er ligt dus genoeg in het bakje voornemens.

Benieuwd naar wat ik daadwerkelijk lees. Het zal wel weer wat anders zijn. Want nogmaals, het zijn plannen om boeken te lezen en die wisselen voortdurend.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  24 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Boeken die bijblijven – #50books

image

Het meest laat ik mij verrassen door de boeken die ik te lezen krijg via de leesgroepjes van bloggers. Zo vond ik het boek Alleen met de goden van Alex Boogers heel erg de moeite waard. Net als dat de roman Wanneer wordt het eindelijk zoals het was van Joachim Meyerhoff mij raakte. Ik heb het zelfs iemand aangeraden om te lezen. Iets wat ik niet zo snel doe. Voor mij het signaal dat ik het een mooi boek vond.

Het zijn vaak boeken waar ik zelf zo snel niet aan zou denken om te lezen. De roman waar Peter over spreekt in zijn vraag 22 voor #50books, is van de blogtour geïntitieerd door WPG Uitgevers in België. Dit boek De man die de taal van de slangen sprak valt zeker ook onder de categorie boeken die je bijblijven. De schrijver Andrus Kivirähk maakt van de geschiedenis een sprookje en geeft het verleden toverkracht.

Tegelijkertijd doet hij dat ook weer niet. De verteller vindt de verhalen over meerfee en boomgeesten van de druïde Ülgas misleidingen. Net als dat hij het christelijk geloof van de dorpelingen, ridders en monniken verwerpt.

Ik zou zelf niet zo snel gekomen zijn op het lezen van zijn boek. Net als dat de boeken van bijvoorbeeld de schrijver Jan van Aken op die manier op mijn pad zijn gekomen. Samen met enkele medestudenten richtte ik het tijdschriftje Putdeksel op. In al onze onschuld schreven wij uitgeverijen aan om boeken te bespreken in ons tijdschrift.

Zo kregen we de uitnodiging om bij de presentatie van debutant Jan van Aken te komen. Ik was de enige pers die op de borrel met vrienden en familie was bij de uitgeverij. Na het lezen en bespreken van zijn debuut ben ik hem blijven volgen. Een schrijver die ik uit mijzelf niet zomaar zou zijn gaan lezen. Het is een bijzondere band geworden die ik met de schrijver en zijn boeken heb.

Het helpt om je horizon te verbreden en met andere ideeën en invloeden in aanraking te komen. Daarom hoef je een boek dat nu veel indruk op je maakt niet te herlezen. Het helpt namelijk ook om boek waar je nu niet doorkomt, later nog eens op te pakken. Het heeft mij een enorme herwaardering gegeven voor Jack Kerouac.

Toen ik het tijdens mijn studietijd las vond ik het een verschrikkelijk aanstellerig boek van een stelletje zuiplappen die al snuivend in gejatte auto’s een beetje door Amerika scheurde. Het opnieuw lezen van zijn roadnovel On the Road vormde voor mij een herijking van deze bijzondere schrijver. Ik ben er zelfs meer boeken van hem door gaan lezen.

Of ik de boeken van Andrus Kivirähk, Joachim Meyerhoff en Alex Boogerds snel weer ga lezen, weet ik niet. Daarvoor zijn er veel andere boeken die op mij wachten. Zoals een interessant boek over de fusillade bij Veenendaal: Het kruis op de berg. De schrijver Constant van den Heuvel attendeerde mij op zijn boek naar aanleiding van een blog over Pauline Broekema’s familiegeschiedenis Het Boschhuis. Ook zo’n boek waar ik zelf niet zo snel opgekomen zou zijn, maar dat mij echt is bijgebleven.

Het zijn in allemaal boeken waar ik veel over schreef op mijn blog, vaak ook in meerdere blogposts. Dat is het beste signaal dat een boek indruk op mij maakt.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  22 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Nederlandse Jack Kerouac?

image

Nieuwsgierig geworden door de verhalen van Jack Kerouac vond ik het tijd worden mij eens te verdiepen in de Nederlandse variant op dit boek: Ik Jan Cremer. Zodoende sloeg ik het boek open en begon te lezen over de avonturen van deze schelm uit Enschede. Het boek verscheen overigens 50 jaar geleden en sloeg in als een bom.

In niks doet Ik Jan Cremer mij denken aan Jack Kerouac. Het is veel meer een schelmenroman die pas verderop lichte associaties oproept met de roman On the Road van Jack Kerouac. Het is aanvankelijk een echt jongensverhaal dat opent met de oorlogsjaren en de jeugd van de ik-verteller die zich Jan Cremer noemt.

Hij is een held, zoals in strips en jongensboeken. Een held die al rovend en versierend door het leven gaat. Die houding houdt hij het hele boek vol. Hij versiert het ene knappe meisje na het andere en weet zich staande te houden met levenswijsheden. Zoals deze over leren en de onzin van naar school gaan. Op straat leer je jezelf pas echt iets:

Schoolgaan vond ik ergerlijk tijdverdrijf, ik heb er met opzet niks geleerd. Alles wat ik geleerd heb, heb mezelf geleerd. En heeft de ervaring me bijgebracht. En waarom zou ik niet. Waarom zou ik ook luisteren naar ouwe lullen, die zwetsen over de grootste gemene deler en het persoonlijk aanwijzend voornaamwoord in de onvoltooid verleden tijd. Of de tekenleraren met schaduwpartijen en de echtheid van het levende perspectief. Aan m’n laars ermee. (56)

Jan Cremer zou zijn kinderen nooit naar school sturen. Het kost alleen maar poen. Of ‘bisnes’ zoals Jan Cremer het noemt. Poen voor een sigaartje op de verjaardag van de meester. Ondertussen schavuit Jan Cremer in het boek lekker verder en belandt spoedig in de jeugdinrichting waar hij zich ook het leven onmogelijk maakt.

Het zijn patserige verhalen, die eigenlijk best ergeren en weinig vormen van reflectie bevatten. Pas verderop wordt het verhaal interessant en verliest de schelm het van de avonturier. Ik heb met meer plezier de verhalen gelezen als hij in het vreemdelingenlegioen in Algerije zit en vecht voor de goede zaak. Het zijn de verhalen die zich losmaken van schelm en het boek even verheffen uit de baldadigheid.

Jan Cremer: Ik, Jan Cremer Amsterdam: De Bezige Bij, 1964. ISBN 90 234 2444 1. 365 pagina’s.

Swann’s Way

image

De film On the Road besteedt veel aandacht aan een boek van Marcel Proust. Het ligt op het handschoenenkastje in de auto en Sal Paradise praat erover als hij onderweg langs zijn vriend Old Bull in Algiers rijdt en er een paar dagen verblijft.

In de film staan ze uitgebreid stil bij een niet te vertalen fragment uit Prousts boek Du côté de chez Swann, vertaald in het Nederlands in De kant van Swann. Er staat in ieder geval heel groot Swann’s Way op de cover van het blauwe, beduimelde boek dat op het handschoenenkastje in de auto ligt.

Ik vroeg mij af waar dit gegeven vandaan kwam. In de film speelt het namelijk een tamelijk prominente rol, maar in het boek komt het nauwelijks voor. Bij het herlezen van On the Road kwam ik Proust alleen helemaal aan het einde tegen. Sal Paradise ziet dat Dean Moriarty bij hem thuis is. Dat ziet hij aan het beduimelde boek van Proust dat in de kamer ligt:

[I]k keek om me heen en zag een gehavend boek op de radio liggen. Ik wist dat het Deans Proust vol verheven eeuwigheid in de namiddag was. (301)

De film maakt hier een hele verhaallijn van en probeert het zo een invulling te geven aan het praten over literatuur en het schrijverschap. Daarmee suggereert de film dat Jack Kerouac vervult is van Prousts boeken, terwijl ik dat niet direct uit On the Road haal. Het laat een interessant contrast zien tussen film en boek.

Jack Kerouac: Onderweg. Oorspronkelijke titel: On the Road. Vertaald door Guido Golüke. Vierde druk. Amsterdam: Bezige Bij, 1996 [1988]. 304 pagina’s. ISBN 90 234 2476 X.

On the Road, film en boek

image

Wat is het verschil tussen de film en het boek On the Road?. Zondag keek ik naar de opgenomen On the Road. Hij werd afgelopen zaterdag uitgezonden door de VPRO. De film komt uit in 2012 en is de langverwachte verfilming van de bestseller van Jack Kerouac uit 1957.

Is dit boek te verfilmen? Eigenlijk niet. Het boek is vooral een ode aan het leven. Het bruist, sprankelt en bloost. Het is een flirt naar de liefde en een hang naar vrijheid. Op de manier zoals Jack Kerouac dat verwoordt, is het niet in een film over te zetten.

Als je dat in je hoofd hebt voordat je naar de film gaat kijken, kun je zeker plezier beleven aan de bijzondere verfilming uit 2012. De film volgt het boek namelijk heel aardig. Vooral de eerste 50 bladzijden komen overvloedig terug in de film. Voor de rest zijn het vooral fragmenten die aangehaald worden.

Het is ook onmogelijk om de drie grote reizen in twee uur film te vatten. En toch is dat heel aardig gelukt in de film. Al duurt de opening van de film naar mijn oordeel veel te lang. In het boek begint de reis onderweg en is de aanlooptijd veel korter.

De hoofdpersoon Sal Paradise komt tot leven als hij onderweg is. Zijn muze Dean Moriarty achterna. Of zoals de verteller Sal het in het boek noemt:

Ik beloofde hem [Dean] dat ik dezelfde kant op zou gaan als de lente echt in volle bloei was en het hele land uitliep.
Dat was eigenlijk het begin van alles dat ik onderweg zou beleven, en de dingen die er stonden te gebeuren zijn te fantastisch om niet te vertellen. (11)

Overigens verschilt de film essentieel van het boek in de beginopmerking. In de film keert Sal regelmatig terug naar het graf van zijn vader. In het boek wordt niet over zijn overleden vader gesproken.

Hier opent de film hetzelfde als het originele boek van Jack Kerouac. Het boek van de meterslange aan elkaar geplakte rol papier, zonder interpunctie, hoofdstukindeling en zelfs alinea’s. Deze oerversie van het boek opent wel met de dood van zijn vader aan een ziekte, waaraan de verteller ook leidt.

Overigens komen in deze oerversie ook de ‘echte’ namen van Jack Kerouacs vrienden voor. Gelukkig gaat de film hier niet in mee. Voor is namelijk de bekende druk uit 1957 de echte versie van On the Road en niet de oerversie uit 1955.

Wel is de film erg expliciet op seksueel gebied, waarbij het boek in verhullende bewoordingen spreekt. De film krijgt in mijn ogen teveel seks in zich, terwijl het verhaal zelf al sensitief en erotisch genoeg is. Dean Moriarty is gewoon een vrouwenverslinder, dat hoeft niet in expliciete seks te worden uitgedrukt, vind ik.

De film slaagt wel heel goed in de verbeelding van Dean Moriarty. Je valt in zwijm bij deze bijzondere man. Zeker, hij is een lul die alleen aan zichzelf denkt, maar hij laat ook een kant zien om van het leven te genieten en het te nemen zoals het is. Of zoals de verteller het zelf zeg, nadat Dean hem in de steek laat als hij doodziek ver van huis ligt met dysenterie:

Toen ik beter was realiseerde ik me wat een smeerlap hij was, maar ik moest ook begrijpen dat zijn bestaan onmogelijk gecompliceerd was, dat hij me wel ziek moest achterlaten om door te gaan met zijn leven van vrouwen en rampspoed. (299)

De film laat een klein glimpje zien van de verbeelding die het boek rijk is. De ‘Joy of Life’ en het leven door onderweg te zijn. Dat het boek meer lagen bevat waar de film niet aan toekomt, neem ik voor lief.

De film besteedt ook veel meer aandacht aan filmische elementen als seks, drugs en het wilde leven onderweg. Het boek nodigt daar ook wel toe uit, maar biedt veel meer dan alleen deze oppervlakkige elementen. Maar daarvoor verschilt het medium film teveel van het boek en vooral het plezier in lezen van taal en verhaal.

Jack Kerouac: Onderweg. Oorspronkelijke titel: On the Road. Vertaald door Guido Golüke. Vierde druk. Amsterdam: Bezige Bij, 1996 [1988]. 304 pagina’s. ISBN 90 234 2476 X.

Cultboeken – #50books

image

Aan het lezen van James Joyce’ Ulysses, waarmee Oek de Jong in zijn essay Wat alleen de roman kan zeggen iets teveel koketteert, ben ik nog niet toegekomen. Het boek trekt mij onvoldoende. Ik vermoed dat het tot de boeken behoort die veel mensen in de boekenkast hebben staan, maar die niemand echt gelezen heeft.

Mijn Ulysses behoort ongetwijfeld tot de boeken waarvan Frank Albers in Beatland zegt dat het de boeken zijn die in je boekenkast blijven staan en elke verhuizing meegaan. Maar die nooit gelezen zullen worden:

Boeken waar je heel af en toe in bladert om te kijken of de woorden nog niet zijn weggestreken, maar waarvan je weet dat je ze hoogstwaarschijnlijk ongelezen op deze aarde zult verlaten. (17)

Frank Albers reist in Beatland het boek On the Road na. Al spreekt zijn schrijfstijl mij niet erg aan. Ik ben getroffen door het idee dit bijzondere cultboek na te reizen dwars door Amerika. Dat is de reden waarom ik mij door het boek probeer te worstelen.

Volgens Frank Albers behoort een boek als On the Road tot een cultboek en is niet een klassieker. Vervolgens geeft hij een definitie van een cultboek: ‘Cultboeken moet je op of vóór een bepaalde leeftijd gelezen hebben, klassiekers niet.’ Een definitie die – voor mij – zeker niet geldt voor On the Road.

Ik vond het boek pas mooi toen ik de twintig al ver gepasseerd was. Dat neemt niet weg dat ik getroffen werd door de dingen die het boek tot een ‘cultboek’ hebben gemaakt: de vrijheidsdrang, de behoefte aan zelfbevestiging en de nukken en driften van het escapisme.

Het boek dat Peter Pellenaars graag leest, Zen, and the art of motorcycle maintenance van Robert M. Pirsig schaart Frank Albers overigens ook onder cultboeken. Waarschijnlijk onder dezelfde reden als On the Road.

Dit is het tweede antwoord op vraag 45 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.