Tagarchief: interview

Iedereen verlicht – Tiny House Farm

Vind ik mijzelf verlicht? Is het komen wonen in Oosterwold iets dat ons heeft verlicht? Ik vind het allemaal wel meevallen, nuchter als ik ben. Maar het televisieprogramma Iedereen verlicht van de NTR denkt er anders over.

In dit televisieprogramma trekt Narsingh Balwantsingh door Nederland in een tuktuk. Hij is op zoek naar geluk. Waar mensen iets anders doen dan de rest. Tegen de maalstroom ingaan en die op een andere manier hun levensdraai zoeken en vooral die draai ook vinden.

Ons verhaal vertellen

Een tijdje terug benaderde een redacteur van dit programma ons. We maakten een afspraak. Ze vroeg of we ook wilden informeren of andere mensen van de Vuursteenhof interesse hadden. Een medebewoner van ons hofje wilde ook wel zijn verhaal komen vertellen. Voor we er erg in hadden, zaten we bij ons aan de tafel te praten over ons geluk en onze idealen.

Op de mooiste én warmste dag van februari komt hij er inderdaad aangereden in zijn tuktuk. ’s Morgens zijn de opnames geweest bij onze medebewoner van het hofje. Nu rijdt de kleurrijke taxi ons erf op. We begroeten hem terwijl wij op de oprit staan. Daarna mag ik alleen met hem het huis in en laat ik zien hoe wij wonen.

Filmploeg in huis

Een bijzondere ervaring om een hele filmploeg in huis te hebben. Naast de redacteur is er een cameravrouw en een geluidsman bij ons. Aan mijn shirt zit een microfoon in de vorm van een pluisje geplakt. Het neemt alles op. En zo sta ik even later alleen met Narsingh in de woonkamer. Om ons heen de hele ploeg. Ik vertel over de boeken, het verzamelen en alle spullen die we hebben weggedaan.

Inge zit buiten met de teckels. De camaravrouw is bang dat ze over ze zal vallen. De honden dringen zich ook best wel een beetje aan haar op. Narsingh moet er ook niet zoveel van hebben. Ze zijn wel heel enthousiast en springen steeds tegen zijn knieën op.

Overnieuw en we duiken daarna de slaapkamer in, waar ik mijn harmonium laat zien en er iets op ga spelen. Zeker, Narsingh kent ook harmoniums. Hij heeft er zelfs een paar thuis staan. Hij maakt er ook muziek op; het instrument maakt deel uit van de Indiase Bollywood muziek. Elke groep heeft het in het instrumentarium staan. Heel anders dan mijn pedaalharmonium. Verlegen als ik ben, weet ik niet meer dan een paar noten uit het grote instrument te krijgen.

Over elkaar heen buitelen

De cameravrouw is niet zo enthousiast over de scene. De slaapkamer is veel te klein. We buitelen over elkaar heen in het beeld. Bovendien is het er veel te donker. Zo blijft het bij de korte scene. Weer terug in de kamer moeten we weer allemaal dingen uitzoeken. We pakken weer even oude vragen terug, vanuit een ander standpunt gezien. Dat moet als er slechts 1 camera is.

Dan mag Doris. Ik heb de overgang gemaakt, door aan te bieden dat Narsingh wel even mag kijken in de kamer van Doris. Ik ga naar buiten en het is de beurt aan onze dochter. Om de honden rustig te krijgen, loop ik een rondje over de Vuursteenhof. Ook bekijk ik nog even de tuk tuk. Hij ziet er best leuk uit. De vrolijke kleuren sluiten mooi aan bij ons roze huisje.

Interview tussen fruitbomen

Als Doris klaar is, mag Inge aan de slag in de tuin. Zij krijgt het interview tussen de fruitbomen. Ze slaat voor de camera wat groenbemesters plat. De dorre stronken steken wel heel schril boven ons landje uit. Ze kan er meteen het verhaal bij vertellen hoe wij het aanpakken, met permacultuur en zo. Ik ben heel benieuwd wat ze zegt. Ik zie het vanuit de woonkamer aan. Meteen even gelegenheid om wat dingetjes voor mijn werk tussendoor te doen.

Voor het laatste stukje film, nemen we eerst in huis nog wat op. Ik mag een kopje thee zetten. Een beetje minder vanzelfsprekend, minder volgens rolpatronen. Al zet ik hier in huis flink wat koppen thee. Voor de televisiecamera maak ik geen uitzondering. Toch nog een paar keer overnieuw. De snelheid waarmee ik werk, gaat echt te snel voor de camera. Dan doe ik het nog een keer. Ongewoon traag. Zo traag werk ik nooit.

In zonnetje zitten

Als afsluiting mogen we voor het huis lekker in het zonnetje gaan zitten. Op het bankje dat ik van achter heb gehaald. Het voorjaarszonnetje schijnt heerlijk op ons huisje. De tuk tuk ervoor en dan gaan we nog heerlijk napraten. Evalueren hoe het leven is in ons roze huisje. We genieten van de zon en van elkaar. Ik hoop zo dat je dit geluk door de zenuwen van de opname heen kunt zien.

Zo zijn we vol in beeld in het item van Iedereen verlicht. En wat hebben ze ervan gemaakt: op een prachtige manier krijgt onze manier van leven aandacht. Missie geslaagd.

Neergestoken schrijver

image

Net als in andere reisboeken, bezoekt Paul Theroux in De Zuilen van Hercules ook schrijvers. Hij doet dit bij ze thuis of in het ziekenhuis. De Egyptische schrijver Naguib Mahfoez ontmoet hij in het ziekenhuis. Vlak voor de ontmoeting is de Egyptische schrijver op straat neergestoken.

Paul Theroux gaat met de trein van Alexandrië naar Caïro, waarbij het nog even een citaat geeft uit Justine van Lawrence Durrell over ‘het snuiven van de reusachtige locomotief’.

Het is een intrigerend gesprek dat Paul Theroux heeft met Mahfoez, de schrijver die Alexandrië als inspiratiebron in zijn werk heeft. De Egyptenaar spreekt vrij luchtig over de aanslag die op hem gepleegd heeft. Hij is verontwaardigd dat de dader hem neergestoken heeft om zijn boek. Maar de dader heeft het boek waarschijnlijk niet eens gelezen omdat zijn religie het hem verbiedt.

‘Als je het boek gelezen hebt en het niet goed vindt,’ wist hij uit te brengen, haperend, ‘goed, dan heb je misschien een reden om een schrijver neer te steken. Nietwaar? Nietwaar?’ (367)

Wat verderop gevolgd door de mooiste zin uit het interview met de oude schrijver die op straat is neergestoken omdat er over hem een fatwa is uitgesproken.

‘Denkbeelden moet je met denkbeelden bestrijden – niet met geweld.’ (367)

Paul Theroux spreekt ook een andere schrijver. Weer op aanraden van zijn broer Peter Theroux die werk van veel Arabische schrijvers vertaald heeft. Het gaat om de Palestijnse schrijver Emile Habiby.

Het bezoek aan de schrijver geeft een mooie inkijk in het verschil tussen Palestijnen en Joden. ‘De deur van Arabieren staat altijd open’, laat hij de taxichauffeur zeggen. Terwijl bij Joden de deur op slot is.

Ook brengt hij een bezoek aan de Syrische schrijver Abd al-Rahman Munif in Damascus. Samen met hem bezoekt hij Ma’aloula, een plaats waar nog mensen zijn die Aramees spreken, de taal die Jezus sprak.

Het levert een mooi verhaal op over mensen die alleen gebeden in het Aramees kunnen uitspreken. Ze wijzen hem voortdurend op het oude altaar in de kerk, dat er meer uitziet als een gootsteen, dan op een altaar lijkt.

Het zijn bijzondere ontmoetingen met schrijvers. Is het niet de taxichauffeur die hem er naartoe brengt, dan treft Paul Theroux samen met de schrijver wel bijzondere mensen. Dat is het element in het werk van Paul Theroux: de ontmoeting met de ander. Gaat het niet via een boek, dan wel via een schrijver.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Zoek de 10 verschillen

wpid-2013-07-26-12.17.41.jpgBij kringloopwinkel Wawollie in Goor vond ik vorige week het boek De interviewer en de schrijvers van Ischa Meijer. Het boek biedt een interessante inkijk in de interviews van de schrijver Ischa Meijer met literatoren. Bij thuiskomst las ik gelijk het interview met Godfried Bomans.

In dat interview in 1966 vertelt Godfried Bomans over zijn doorbraak als schrijver. Het boek Erik dat hij als student in Nijmegen schreef, werd een bestseller. Bomans moet terugdenken aan zijn vader:

‘Wat er nou precies gebeurd is weet ik niet. Misschien heeft hij de etalage van een boekwinkel vol zien liggen met Erik… Maar op een dag stopt de Mercedes van mijn vader voor mijn huis in Nijmegen. Ik stond verlamd achter het raam. Ik kon er niet uit. Maar de tiran, de Zeus stapt uit zijn wagen en belt aan. Ik moest open doen. En daar stond hij oog in oog met die debiel. Geen van beiden konden we iets zeggen. Toen zette hij een fles wijn op tafel en vertrok. Er is geen woord gevallen.
De volgende dag belt m’n moeder op om mij te vertellen dat hij gestorven was…’ (14/15)

Een paar dagen later vond ik in de kringloopwinkel van Hilversum een boekje van Godfried Bomans. Het is enkele maanden voor zijn dood verschenen en heet De man met de witte das. Naast een serie bijdragen die Bomans schreef over de Tweede Kamerverkiezingen van 28 april 1971 bevat het boekje ook een portret van zijn vader – de man met de witte das. Bomans vader was Tweede Kamerlid van 1917 tot 1929 voor de Katholieke Staatspartij.

Het boekje opent met deze herinneringen, gevolgd door de bezoeken aan de verkiezingsbijeenkomsten met de lijsttrekkers van 1971. Alle spelers van de zandbak van de Nederlandse politiek komen voorbij. Het boekje eindigt met een korte bijdrage dat ‘De man met de zwarte das’ heet. Het opent bijna verontschuldigend:

‘Ik voel mij als een schilder die meent een portret voltooid te hebben en op het laatste ogenblik beseft, dat er iets ontbreekt. Hij loopt achteruit en bekijkt het werkstuk. Technisch gezien is het af, en toch, als hij nu zijn atelier verliet zou hij iets wezenlijks hebben verzuimd. Op een bepaalde dag moet mijn vader besloten hebben zijn witte das prijs te geven en zich, als ieder ander christenmens, een zwarte om te doen.’ (121)

Bomans eindigt deze epiloog met het verhaal waarmee het interview van Ischa Meijer eindigt:

‘Er verscheen een tweede boekje, Erik geheten, en ik kon opeens wat eten. Ik woonde op de Pater Brugmanstraat en stond toevallig voor het raam, toen de zwarte Mercedes van mijn vader geluidloos de straat ingleed. Hierin zaten mijn ouders. Mijn moeder bleef zitten, maar mijn vader stapte uit en liep langzaam naar de voordeur, met iets onder zijn arm. Ik had beiden in geen jaren gezien en ging in een hoek van de kamer staan, met mijn rug tegen de muur. Nog hoor ik zijn trage voetstap op de trap en daar verscheen hij op de drempel. We keken elkaar een ogenblik aan. Toen begaf hij zich naar het raam en keek naar buiten. ‘Mooi uitzicht,’ zei hij en draaide zich langzaam om. Ik antwoordde niet. Hij bleef een ogenblik bewegingloos staan en zette toen een fles wijn op tafel. Ik zei nog steeds geen woord. Mijn vader kruiste de handen op de rug en keek strak naar het behang. Zo verliepen enkele seconden. Toen knoopte hij zijn jas dicht en verliet de kamer. Ik hoorde het portier dichtslaan en de auto wegrijden. Enkele dagen later kreeg ik een telegram. Hij was gestorven.’ (127)

Wetenschapsfraude

image

In 1966 interviewt de jonge Ischa Meijer de populaire schrijver Godfried Bomans. Bomans vertelt over zijn imago als gesjeesde student. Tot twee keer toe heeft hij een studie afgebroken voor het einde. Eerst rechten in Amsterdam en daarna psychologie in Nijmegen. Daar schrijft Bomans het boekje Erik dat onverwacht een succes wordt. Bomans vertelt aan Ischa Meijer:

‘Ik […] hing de geniale student uit… Daar is die goeie ouwe Rutten nog in getrapt. Ik werd samen met een vriend erop uitgestuurd om het iq van de Zeeuwse kinderen te meten… Drie kinderen hebben we getest. Toen hebben we drie maanden gebiljart en zomaar de tabellen ingevuld. Te hoog. (Grinnikt.) Daarom staan de kinderen in Zeeland nog steeds aangeschreven als de intelligentste in Nederland. Trouwens, die Zeeuwse kinderen zijn schattig…’ (14)

De hoogleraar Rutten kreeg bij zijn aanstelling in Nijmegen de opdracht om het wetenschapsgebied van de psychologie van de grond te krijgen. Hij ontwikkelde hiervoor een laboratorium. Hij had de wetenschap hoog in het vaandel staan.

Wetenschapsfraudeur Diederik Stapel was eveneens psycholoog en leverde gefantaseerde data aan voor collega-onderzoekers en studenten. Hij moet dit interview met Bomans hebben gelezen, want de overeenkomst in werkwijze lijkt vrijwel identiek. De aanlevering van het wetenschappelijk bewijs hoeft niet moeilijk te zijn. Dat Diederik Stapel van biljarten houdt, is een kwestie van invullen van de tabel.

Een week over bloggen – een vlog

image

Een hele week schrijven over bloggen en mijn blog aan de hand van het #bloginterview van @marysjabbens. Ik ontdekte bij het beantwoorden van de 14 vragen dat elke vraag bijna een heel blogje was. Dat zou een onmogelijk lang verhaal worden. Geen enkele lezer zou het einde halen. En als die enkeling het einde zou halen, zou hij helemaal afgemat en stuk zijn.

Hapklare brokjes

Daarom deelde ik het verhaal op in iets meer hapklare brokjes. Gegroepeerd rond een onderwerp. Soms was de herhaling onvermijdelijk, maar ik probeerde van elk blogje een leuk verhaal te maken. Al schrijvend voorzag ik de vijf blogs een trits voorbeelden uit de 2300 blogs die ik tot nu schreef. Dan is zeven jaar bloggen opeens best wel lang. Zeker ook omdat ik de laatste zes jaar vrijwel iedere dag blogde. De laatste drie jaar zelfs op twee plekken. Een schat aan informatie.

Terwijl ik zo bezig was met het onderwerp en in de pauze op mijn werk genoot van het mooie weer, dacht ik verder over bloggen en kwam op het idee een korte vlog te maken over bloggen en wat het voor mij betekent. En daar kwam de leus echt naar voren: ik leef, ik blog, ik besta! Dank je wel @marysjabbens voor de prachtige week die ik mocht meemaken van nadenken, schrijven en linken naar mijn blog.

Prijsvraag

Tot slot nog een vraag. Als je alle blogs van het bloginterview gelezen hebt, zul je zien dat ik met mijn wijsvinger een zin heb getypt. De spatie is met de duim ingedrukt. Uit welke twee woorden bestaat de zin? Zet het antwoord hieronder en win een gedicht over jou op wolkenhemel.

Ondertiteling

Voor doven en slechthorenden heb ik een ondertiteling gemaakt. Kies niet de ondertiteling die automatisch door Google wordt gegenereerd, maar de andere.

Bloginterview (5) – Hoe tevreden ben ik en wat doe ik met reacties?

image

Deze week elke dag een paar vragen uit het Bloginterview van @marysjabbens. Vandaag: Hoe tevreden ben ik en wat doe ik met reacties?

Ben je tevreden over jouw site?

Een blog is een dynamisch proces. Daar valt altijd iets te veranderen. Zeker ook als je wordt dwarsgezeten door hackers en ander gespuis. Ik heb erg aan WordPress moeten wennen. Iedereen is er lovend over, maar er kleven ook nadelen aan het werken met een populair cms. Zo is er een wirwar aan thema’s gratis en niet gratis. Kun je meer plugins installeren dan goed voor je is. En moet je goed weten wat je wel en niet weghaalt. Bovedien los je je beveiliging niet op met het installeren van een plugin. Dat denken veel mensen, maar dat is echt niet zo.

Wat ik erg mooi vind van WordPress is de zakelijke uitstraling en de heldere vormen die je kunt maken in WordPress. Als je handig bent, kun je er veel mee. Ik heb het geduld niet om uren met de vormgeving van mijn website bezig te zijn. Ik schrijf dan liever een stukje of denk na over een boek dat ik lees. Dan schiet een gebruiksvriendelijke indeling er snel bij in. Het beste archief van mijn eigen website ben ik zelf. Al vergeet ik vaak heel mooie blogjes.

Mijn aandacht gaat wel meer naar het ontsluiten van al die blogposts die ik geschreven hebt. Het zijn er inmiddels meer dan 2300. Een blog is vluchtig. Je ziet alleen de laatste tien blogs en wordt het daarna lastig om meer te vinden. De blogposts vertellen veel over de dingen die een paar jaar terug speelden.

Ik kan echt genieten van oude posts. Met plezier lees ik terug over mijn dochter, haar taal en de dingen die zij deed toen ze kleiner was. Medeblogger @ruudketelaar vindt dat zijn blog een erfenis voor zijn kinderen is. Ik weet niet goed of mijn dochter op deze blog zit te wachten, maar het is wel een voetafdruk die ik achterlaat op het www.

Wat vind je van de reacties van lezers op jouw blog?

Reacties horen bij een blog. Een blog zonder reacties blijft eenrichtingsverkeer. Door alle nieuwe vormen van social media is het lastig om alle reacties bij elkaar te houden. Gelukkig heeft WordPress een paar leuke plugins om dit voor elkaar te krijgen. Ik schrijf zelf ook reacties onder blogs. Omdat ik het ermee eens ben, omdat ik het er niet mee eens ben of gewoon omdat ik vind dat die blog een reactie verdient. Soms is mijn blog zelf een reactie.

Ik krijg elke dag wel een reactie op mijn blog. Het leukste vind ik uitdagende reacties. Zo schreef ik een keer een blog over een muis op mijn werk. Het diertje kwam ik ’s morgens tegen. Het beestje was vestijfd van schrik en keek me aandachtig aan met zijn kraaloogjes. Uiteraard wordt zo’n voorval een blog bij mij. Iemand reageerde: zou je dit verhaal willen herschrijven vanuit het perspectief van de muis. Een leuke opdracht waar ik snel gehoor aan gaf. Dat vind ik leuk, uitdagende reacties.

Ik weet nooit zo goed wat ik met anonieme reacties moet. Kort nadat ik met wolkenhemel.blogspot.nl ben begonnen, kreeg ik een anonieme reactie. Ik moest onmiddellijk stoppen met gedichten bij de foto’s van de hemel te publiceren. Het waren maar beroerde gevallen. De reactie was anoniem, onder de naam ‘T.S. Eliot’. De beste man schreef niet slecht en hij voerde zichzelf op als een ‘vriend’ van mij. Maar waarom het anoniem moest gebeuren? De discussie hield na 3 blogs over dichten op.

Of dat voorval met die organist. Ik snap gewoon niet waarom zo iemand zelf niet reageert onder mijn blog en zijn toelichting geeft. De discussie is juist het uitgangspunt van een blog. Je eigen mening is belangrijk, maar de reacties van de buitenwereld vormen die mening verder. De organist weigerde te reageren. Zo is het verhaal eenrichtingsverkeer gebleven.

Of dit #bloginterview. Dat @marysjabbens mij benaderde op een vrijdagmiddag met de vraag of ik mee wilde doen. Ik vind dat ook een reactie op mijn blog. Je moet je blog vooral online promoten. Soms haal ik andere media, maar blijft beperkt tot een foto of een gesprek op de radio. De kracht van het bloggen ligt in het delen via internet. Zodoende ben ik heel benieuwd naar de reacties op dit #bloginterview.

Lees morgen Een week over bloggen – een vlog