Tagarchief: ilja leonard pfeijffer

Dichter in Genua

Als het schip Titanic in de haven van Genua aanmeert, legt de verteller van de roman Het valse seizoen een leuke link met de werkelijkheid. 1 van de 3 personages, de componist Pablo Sleedoorn gaat van het schip af en bezoekt meteen een beroemde Nederlandse dichter.

Het is natuurlijk Ilja Leonard Pfeiffer die vorig jaar zijn imposante brievenboek over Genua uitbracht. En in 2014 met de roman La Superba over zijn geliefde Italiaanse stad nog de Libris literatuurprijs won.

Ik heb met Pablo een ommetje gemaakt en een bordje pasta gegeten op het Piazza delle Erbe waar we gezelschap kregen van een dikke langharige dichter uit Nederland die Pablo vroeger gekend had en die hier bleek te wonen.
‘Ah, kijk eens aan!’ klonk de bronzen basstem vanonder een luifel. ‘Pablo Sleedoorn… Wat een genoegen om jou hier te zien.’ (368)

Voor Camiel roept Genua herinneringen op aan de film over Paganini. Hij speelt hierin de vingerzettingen die de actueur Paolo Masterelli niet machtig is.

In de smalle stegen bij de haven rook het afwisselend naar voedsel, urine en schoonmaakmiddelen. (367)

De sfeer van de roman en het brievenboek van Ilja Leonard Pfeiffer ademt dit fragment slechts gedeeltelijk. Je proeft hier wel de fascinatie van de Nederlandse dichter voor deze rauwe stad. Dit is niet het Italië dat de meeste mensen kennen, merkt de verteller op. De steegjes in deze stad hebben dezelfde atmosfeer als de stegen rond de Amsterdamse Zeedijk.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

Het raadsel van De Meneer

image

Op de achterkant van het universitaire krantje De Mare zetelde in mijn studententijd de column van een raadselachtige afzender: De Meneer. Ik had geen idee wie deze man kon zijn. Meestal las ik de zielenroerselen van dit verschijnsel niet van een student die alles onderging voor de eerste keer. Dat de schrijver geen student maar een oudere meneer moest zijn, liet geen twijfel. De toon was te volwassen om een beginnende student te kunnen zijn.

Aikido-les

De door Ilja Leonard Pfeijffer geciteerde Aikido-les in zijn bundel Brieven uit Genua staat mij nog helder bij. Ik las hem nadat ik zelf een lesje Jui Jitsu volgde bij meneer Aad van Polanen. Hij had een school aan het Rapenburg en gaf in de universitaire gymzaal Jui Jitsu. Ik gaf het meteen op na het eerste proeflesje. Ilja Leonard Pfeijffer ging verder en bracht het tot de zwarte band.

Hoeveel leerde ik niet tijdens deze eerste les. Mijn eerstejaarscolleges beginnen pas volgende week, maar ik kan bijna niet wachten om de collegezaal te betreden, te gaan zitten tegenover de studenten en tien minuten lang mijn ogen gesloten te houden. (475)

Ik weet nu dat ik bij de verkeerde les zat. Ik had bij Tom Verhoeven moeten zitten om de echte begeestering te krijgen. Bij Aad van Polanen ben ik weggebleven na die eerste les. Ik herkende te weinig van de inspirerende lessen die ik jaren eerder in Veenendaal had gehad.

Niet geluisterd naar De Meneer

Ik heb mij overigens niet laten inspireren door de column van De Meneer en heb de Japanse vechtkunst na het lesje van Aad van Polanen opgegeven. Misschien belangrijkere dingen te doen. Ik weet het niet. Een gemiste kans, lees ik nu bij Ilja Leonard Pfeijffer.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Spel met de lezer

image

Hoe moet het aflopen? Het is een worsteling waarmee de schrijver Ilja Leonard Pfeijffer kampt in zijn Brieven uit Genua. Hij verzucht dat het verhaal toch ergens heen moet. Een boek kent toch een afloop. Of het nu een brievenbundel is of een roman. Dat zou niet hoeven uit te maken.

Brievenbundel

In zijn 4e brief aan zijn uitgever vraagt Ilja Leonard Pfeijffer het zich af. Hoe moet het aflopen? Hij kan moeilijk een afloop verzinnen, want een brievenbundel vraagt om de werkelijkheid in het verhaal. Het moet gebeurd zijn wat er staat.

Maar het probleem is dat ik niks mag verzinnen. Dat is de spelregel. Daar moet ik mij aan houden. Dus die grote dramatische wending zou ik in het echt, in het ware leven, moeten bewerkstelligen. Ik zou om compositorische redenen in mijn eigen leven een spectaculair omslagpunt moeten beleven. (596)

Wat verderop in zijn 44e brief aan Geyla, komt het onderwerp eveneens ter sprake. Bijna letterlijk schrijft Ilja Leonard Pfeijffer hetzelfde aan haar:

Omwille van de literaire compositie zou het het beste zijn om mijn leven in het echt spectaculair te veranderen. (620)

De compositie van de wereld op papier vraagt om een verandering in de werkelijkheid. En als geroepen komen de strubbelingen binnen. Het begint met de liefde en een ‘zere reet’ om uiteindelijk uit te monden in een radicale verandering van leven.

Leven overdenken

Of zoals hij in zijn laatste, toeval of niet, de 50e brief aan
Geyla schrijft. Door de brieven heeft hij de eerste 47 jaar van zijn leven overdacht. Hij heeft weliswaar 4 jaar over deze therapie gedaan, maar dan heb je ook wat:

Het was een psychoanalyse geweest van vier jaar lang in dagelijkse sessies, waarbij ik mijn eigen therapeut was. Iets van mijzelf had ik wel begrepen. (696)

Zo eindigen 700 pagina´s van zelfanalyse. Het is een heel avontuur dat je leest, waarbij niet elke brief en elk verhaal even interessant is. De beloofde liefde voor de stad Genua drijft soms teveel weg in het levensverhaal van Ilja Leonard Pfeijffer. En daar zijn sommige delen te langdradig en zelfvererend, waarmee hij juist de charme verdwijnt zoals dat in een boek als La Superba voorkomt.

Stadsverhalen

Juist in zijn roman La Superba draait het om de vele stadsverhalen, de verhalen van het pleintje waaraan zijn stamkroeg zit. Die maken het boek zo treffend. Hier valt het teniet door de vele zelfpromotie waardoor het echte verhaal teveel naar de achtergrond verdringt.

Misschien is de werkelijkheid echt minder mooi dan fictie.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Moleskine

image

Regelmatig vertelt Ilja Leonard Pfeijffer in zijn nieuwste boek Brieven uit Genua over de Moleskines die hij als schrijver verslijt. Al zittend in het café zit hij met de lijntjesboeken van dit merk voor neus.

In de enige Moleskine die ik bezit, zit een los blaadje. Op dat blaadje staat de volgende tekst:

Moleskine is the legendary notebook used by European artists and thinkers for the past two centuries, from Van Gogh to Picasso, from Ernest Hemmingway to Bruce Chatwin. This trustly, pocket-size travel companion held sketches, notes, stories and ideas before they were turned into famous images or pages of beloved books.

Zou het echt waar zijn dat dit notitieboekje je meehelpt bij het bedenken van die prachtige ideeën. Ilja Leonard Pfeijffer lijkt het in zijn Brieven uit Genua alleen maar te doen. Overal waar hij zit, legt hij het Moleskine-boekje voor zich en borrelen de briljante ideeën rechtstreeks uit het brein op papier.

Terwijl computers en internet ver weg zijn, haal ik mijn Moleskineopschrijfboekje uit mijn binnenzak en terwijl de piazza langzaam begint te zoemen, kleuren dieper worden, mensen menselijker en de avondvullende operette een aanvang neemt, zak ik onder de tijd en haal mijn pen tevoorschijn om glimlachend met trage streken te etsen en te schrijven wat mij echt interesseert, zoals deze brieven aan jou. (212)

Of verderop wanneer hij aan zijn oude ik een brief schrijft over het ontstaan van zijn roman Het ware leven, een roman:

Elk hoofdstuk van dat boek heb je in eerste instantie in een minuscuul handschrift met een zwarte fijnlijner met de hand in een Moleskineopschrijfboekje geschreven. (462)

In een brief aan zijn accountant stelt de schrijver uit Genua dat al die opschrijfboekjes bij elkaar best wat waard zouden zijn. Mits hij natuurlijk een beroemd schrijver zou zijn:

Ik heb sinds jaar en dag de gewoonte om zo goed als alles wat ik schrijf in eerste instantie in handschrift te schrijven, met pen en papier, in kleine, ongelinieerde, zwarte Moleskineopschrijfboekjes. Inmiddels is dat een aardige verzameling geworden van vele tientallen gelijkvormige notitieboekjes met daarin de complete manuscripten in een eerste versie van al mijn romans, gedichten, verhalen en toneelstukken, in ieder geval vanaf 2001, inclusief schematische opzetten, verworpen passages, ongepubliceerde fragmenten, tekeningetjes en dagboeknotities. (601)

Bij mij rijst onmiddellijk de vraag op of de notitieboekjes van het betreffende merk eraan hebben bijgedragen. Zou het uitmaken of iemand iets opschrijft in een aftands schriftje, doormidden geknipt, de helft van de blaadjes eruit gescheurd, een hoekje van een oude krant of gewoon op een los velletje dat nergens en overal rondzwerft?

En zouden echt alle boekjes van het merk Moleskine zijn, of heeft de dichter weleens overspel gepleegd en is op een goedkoper merk overgestapt, een dummy uit de Xenos of nog erger een Moleskine met streepjes.

Op die vraag krijg ik geen antwoord in het boek en ik snap het idee: Ilja Leonard Pfeijffer wil zich graag scharen in de lijst met Moleskine-gelovigen. Of dat terecht is, weet ik niet altijd. Wat ik bij het lezen van zijn brievenboek Brieven uit Genua wel opmaak is dat er wel erg veel informatie uit de boekjes met briefschetsen in de bundel is gekomen. Misschien wel alles.

Geen idee of deze grote schrijvers en kunstenaars inderdaad hun briljante werk in de notitieboekjes van Moleskine hebben geschreven, getekend en geschetst.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Brieven uit Genua

image

In zijn jonge jaren droomde de dichter Ilja Leonard Pfeijffer ervan een boek te schrijven met de titel Brieven uit Genua. Dat schrijft de classicus, dichter en romancier die sinds 2010 in de havenstad Genua woont. Hij schrijft het in het boek met dezelfde titel als waarvan hij vroeger droomde.

Hij eert deze stad in zijn roman La Superba. Dat is een project waaraan hij 4 jaar werkte, zo schrijft hij in 1 van zijn 50 brieven aan Gelya.

700 pagina’s egodocument

Nu verwent hij zijn lezers op een 700 pagina’s egodocument boordevol met brieven uit de Italiaanse stad. Een gigantisch project, niet alleen voor de lezer, maar ook voor de schrijver, kan de lezer lezen. Vanaf de eerste brief op 27 april 2012 tot de laatste, 2 november 2015, ligt bijna een even lange periode als hij over de roman La Superba heeft gedaan.

Er gebeurt ontzettend veel in deze periode. Niet alleen sterft zijn oma en wint hij diverse literaire prijzen als de Libris Literatuurprijs. Hij brengt ook een nieuwe dichtbundel Idyllen uit, waarmee hij eveneens in de prijzen zal vallen. Net als dat hij een ontsteking aan zijn achterste krijgt.

Brieven aan Gelya

Niets blijft de lezer bespaard. De rode draad in de bundel vormen de 50 brieven aan Gelya. Ze worden afgewisseld met andere brieven, aan officiële instanties, aan Europa, aan zijn moeder, familie van moederskant en aan de Ilja Leonard Pfeijffer uit het verleden.

Om met het laatste te beginnen. Deze brieven zijn een mooie vondst binnen het genre van het egodocument. Ze staan in het hart van de bundel en beslaan bijna 170 pagina’s. Deze brieven zijn verreweg het meest interessant. In elk van de 12 brieven, haalt de brievenschrijver een ander tijdperk en een ander facet uit zijn leven aan.

Hele leven

Ilja Leonard Pfeijffer deelt zijn hele leven overzichtelijk in. Het leuke is ook dat de brieven in omgekeerde volgorde zijn geschreven. De datum loopt steeds verder terug met elke nieuwe brief. Je leest ze in de omgekeerde volgorde waarin ze geschreven zijn.

Al heeft het ook iets pathetisch en laten sommige delen een iets te overtrokken beeld bij de lezer achter. Ze lijken de schrijver groter te willen maken dan hij al is, waarmee hij zich soms een tikkeltje bespottelijk maakt.

   Intussen begint die zo effectief opgebouwde reputatie je een beetje dwars te zitten, ik weet het. Waar je allergisch voor bent geworden, is het woord ‘virtuoos’. Ik gebruikte het net ook. Om je te pesten. Het lijkt een compliment, maar wie jouw werk virtuoos noemt, bedoelt daarmee dat het allemaal effectbejag is, toeters en bellen, briljant gejongleer, heel knap, maar dat het uiteindelijk nergens over gaat. Omdat je het fatsoen hebt om, anders dan je meeste collega’s, aandacht te besteden aan de vorm, denken ze dat het je alleen te doen is om de vorm. Het is niet makkelijk om jou kwaad te krijgen, maar daar kun je woedend over worden. (455)

Zeker, een leven kan haast ongemerkt aan je voorbij gaan, maar dat doet de brievenschrijver Ilja Leonard Pfeijffer vooral niet. Elk detail wordt als een groots wapenfeit beschreven. Olifanten en muggen zwermen om elkaar heen en maken zichzelf groter dan ze zijn.

Zuchten

Dat zijn de delen waarbij je het even moet zuchten. Het is de herinnering die het dan van je wint. De studie in Leiden, de fietstocht naar Genua, de romans en dichtbundels trekken aan je voorbij. En de vele liefdes die de held van het verhaal steeds tot diep in het hart raken.

Net als de flamboyante levensstijl van Ilja Leonard Pfeijffer. Het aantal drankglazen en peuken tel je niet meer, maar het zijn er meer dan het aantal pagina’s die het boek telt. Dat kan niet anders dan misgaan, al valt de ontknoping een beetje in het niet bij al het woordengeweld dat uit de rest van de brieven spreekt.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Het been in La Superba

20140920_134903De roman La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer opent met de vondst van een been in een steeg. Het ligt in een vuilniszak en hij valt erover als hij ‘s nachts naar huis wankelt vanuit de kroeg.

De verteller neemt het been mee naar huis. Daar bemint hij het en gaat ermee onder de douche staan. Het is onmiskenbaar een vrouwenbeen, verraadt de lange, ouderwetse kous om het been. Hij verzint bij het been de vrouw van wie het been is.

Verwart gooit hij het been weg, om het later toch weer te pakken uit de container waarin hij het gegooid had. Hij is bang voor de sporen die zijn ‘beschamende gehannes met het been’ hebben achtergelaten op de vuilniszak en het been zelf.

Hij wil nog afscheid nemen, maar het been begint te stinken. Hij reist af tot buiten de stad en gooit het been in zee. Er zijn verderop bosbranden.

Een geel blusvliegtuig manoeuvreerde boven de baai. Het zou opnieuw een warme dag worden morgen. Op hetzelfde kaartje nam ik de trein terug. (54)

Later leest hij in de lokale krant Il Secolo XIX over een half verkoold been dat in de verbrandde bossen boven Arenzano is gevonden. Hij denkt terug aan het blusvliegtuig dat manoeuvres maakte boven de baai van Nervi. Hij leest erbij dat het been zou hebben toebehoord aan een Ornella.

Hij is blij dat hij die Ornella verder niet kent.

Hoe minder werkelijkheid er voorhanden is om de fantasie te verstoren, des te effectiever, mooier en opwindender de fantasie. […] Ik moest dat hele been inclusief mijn erbij gefantaseerde Ornella zo snel mogelijk vergeten. (65/66)

Natuurlijk strookt het met een roman dat Ornella terug komt in het verhaal. Het hoort erbij en de werkelijkheid is heel bizar. Veel extremer dan een schrijver zou kunnen verzinnen in een roman.

Ilja Leonard Pfeijffer La Superba. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2013. Prijs: € 19,95. 352 pagina’s. ISBN: 978 90 295 8727 3.