Tagarchief: ijsvogel

IJsvogel

De oude man Jacob is in de roman Onder een hemel van sproeten op zoek naar het ijsvogeltje. Hij bezoekt hiervoor het natuurgebied in de polder. Hier treffen hij en zijn hondje Muis ook het meisje Amy. Hij maakt haar enthousiast voor het spotten van vogels.

Jacob ziet het vogeltje voorbijvliegen in de periode dat zijn vrouw sterft. Het diertje biedt hem veel troost. Hij wil de vogel nog een keer zien en dan op de foto vastleggen. Na het overlijden van zijn vrouw hoopt hij snel de vogel weer te zien. Jacob neemt Amy mee bij deze zoektocht.

De hoop om de ijsvogel te zien, helpt hem als er verschrikkelijke dingen gebeuren. Het troost hem. De ijsvogel wordt voor hem een mantra, die hij verwoordt in een haiku:

Een ijsvogel vliegt
En niemand ziet het wonder
Hij is vrij in strijd
(318)

Jacob vraagt zich af of Amy de ijsvogel nu weleens gezien heeft. Hij komt tot de ontdekking dat dit niet het geval is. Daarbij denkt Jacob dat het best eens zo zou kunnen zijn de ijsvogel alleen voor hem vliegt.

Alex Boogers: Onder een hemel van sproeten. Roman. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2017. ISBN: 987 90 5759 836 4. 373 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

IJsvogeltje – Lepelaarplassen (4)

Ik roep Inge en Doris er ook bij. Inge heeft haar fototoestel paraat en schiet een paar prachtige foto’s. Het is de eerste keer dat ze het ijsvogeltje ziet. Een extra bijzonder moment en ik denk terug aan de keer dat ik het vogeltje hier voor het eerst zag. Blijft een fantastisch moment om dit beestje te spotten. Het onverwachte moment dat je ineens zo’n vogeltje in het vizier krijgt. Dat blijft heerlijk om mee te maken. Die kick lijkt nooit te veranderen.

Verder is het natuurlijk gewoon lekker om te genieten van de rust. Te zien hoe de zon steeds verder wegzakt en je uiteindelijk in die bol kan kijken. Te worden opgevreten door de massa’s muggen die om je hoofd zoemen, maar ook op je arm, in je nek of op je oor zitten, prikken en aan je bloed sabbelen. Het ruisende riet dat deze plek tot een ware idylle maakt. Je bent blij dat er muggen en hardpratende gasten zijn. Anders zou het hier teveel op het paradijs gaan lijken.

Tot het moment er echt is: je moet weer terug naar huis. Je hobbelt over de gaten weer terug naar huis. Soms klapt je onderkaak tegen je bovenkaak omdat het gat iets groter is dan je dacht. Dan weer op het fietspad naar huis, ingehaald door stinkende brommertjes en je ziet de vuurtjes hun rook op laten dwarrelen bij de dagcamping. Auto’s met de deuren open en de muziek bonkend.

We redden het net voor de lantaarns aangaan in ons eigen park. Zo stoer als we heen fietsten over het fietspad, zo kiezen we nu het glibberige modderpad langs de kikkerpoel. Lekker snel thuis, rakelings langs de brandnetels. Het park is al leeg en verlaten. Net als ons hoofd. Heerlijk terug van een avondje in de natuur. Een heus avontuur.

IJsvogeltje

De ijsvogel heeft een mooie rol in Christaan Weijts roman Het valse seizoen. De vogel staat afgebeeld op de vioolkoffer van Nadège. De ijsvogel staat symbool voor zuiverheid en schoonheid. De violiste Nadège is ook de zuiverste muzikant in de roman. Zij vliegt haar eigen weg en kiest ook voor zichzelf.

Ik had je mee moeten noemen. Iets. Iets had ik moeten doen. Ik heb een inzet gemist. Misschiein hoefde ik alleen maar jouw naam te noemen. Misschien was dat voldoende geweest. Nadège! De ijsvogel die alweer weg is als je roept: een ijsvogel. (70)

Ze is daarmee ongrijpbaar en de verteller weet haar mooi te vatten. Ze laat zich niet zomaar pakken. Ze kiest haar eigen weg en weet daarmee haar oorspronkelijkheid te behouden. Juist het willen vastleggen en niet durven loslaten van de muziek, is de handicap van de violist Camiel.

Ze blijven daarmee om elkaar heencirkelen. Al hebben ze meer verwantschap dan ze denken. Hun verleden ligt dichter bij elkaar dan het zo lijkt. De muziek verbindt ook hier. Muziek is de grote verbinder in deze roman van Christiaan Weijts.

Juist muziek spreekt een verbindende taal. Daar verwijst Nadège ook naar als Camiel haar vraagt naar de ijsvogel op haar vioolkoffer. Ze heeft de afbeelding uit het Prado. Het herinnert haar aan de demonstraties op Puerto de Sol. Ze liep mee met de Indignados.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

Herfstrondje plassen (1) – omzwervingen

img_20161016_152516.jpgDeze mooie herfstdag lokt mij naar buiten. Ik stap op de fiets en rijd met een heerlijk windje in de rug naar de Lepelaarplassen. De zon schijnt welig. Er hangen slechts een paar losse plukjes wolk in de lucht. Zo flits ik door de wijk Noorderplassen en belandt snel op het smalle schelpenpaadje in de richting van de natte graslanden.

Natte graslanden

Ik stap af bij het overkapte uitzichtpunt en tuur over de graslanden. Er is niet zoveel leven te bespeuren. Een zilverreiger staat in de sloot en tuurt in de sloot om toe te slaan als hij er iets eetbaars bespeurt. De eenden drijven met de kop in de veren op het voorliggende water. De wind waait flink over het gebied.

img_20161016_150416.jpgVerderop kijk ik weer en zie weinig meer leven. Er grazen wel een hele groep runderen, maar de vogels houden zich op die paar zilverreigers en eenden rustig. Ik rij verder, kom hardlopers en een enkele fietser tegen. Het is hier rustig. Verderop, waar de witte koeien lopen, is het een stuk drukker. Daar moet ik de wandelaars, fietsers en koeien ontwijken.

Kijkhut

Ik sla af in de richting van de kijkhut. Het is er druk. De meute heeft zich allemaal aan de rechterkant verzameld. Aan de andere kant zitten een paar verdwaalde toeristen. Ik vermoed dat er weer een ijsvogel af en toe voorbij vliegt. Ik meende er al eentje te horen op het smalle pad bij de koeien. Dan hoor ik de hoge toon. Er is er eentje in aantocht, hij schiet voorbij en gaat links op een takje zitten. Ik vertel de man die naast mij staat, dat er een ijsvogeltje zit.

img_20161016_151624.jpgHij praat met een sterk Vlaams accent: ‘IJsvogel? Die heb ik nog nooit gezien.’ Ik moet bijna zijn hoofd in de goede richting duwen, maar zijn vrouw die naast hem staat, ziet het diertje zitten. Hij is jong, nog niet dat heldere blauw op de rug. Een sterk rode borst. Ik geniet van dit korte moment. Tot hij wegschiet over het water in de richting van de wilgen. Dit is zo mooi.

Kwekkende vogelaars

Aan de andere kant van de hut kwekken de vogelaars luid met elkaar. ‘Het lijkt hier wel een receptie’, zeg ik tegen een vogelaar die naast een hele grote toeter van een camera staat. Hij knikt. ‘Alsof er helemaal niks te zien is.’ Ik zie achter hem de vogelpoep uitgesmeerd op de muur. Hier zaten afgelopen zomer de zwaluwen. Niet bang voor de vogelliefhebbers.

img_20161016_151437.jpgHet is genoeg. Het gesprek bij de vogelaars gaat over diefstal. Dieven die spullen uit huis halen, op klaarlichte dag, mensen die auto’s leegroven. Airbags die uit de auto worden gehaald, zonder een braakspoor achter te laten. Of camera’s, foto’s en andere waardevolle spullen die ze meenemen.

img_20161016_145326.jpg

Lees maandag het 2e deel van de fietstocht langs de Lepelaarplassen en de Oostvaardersplassen.

Zilverreiger en ijsvogel

image

Ook in de observatiehut is het druk. Het lijkt wel of alle vogelaars zich hier hebben verzameld. Ze kijken allemaal aan dezelfde kant. De regen maakt uit uitzicht intenser, lijkt het. Zelfs als even plotseling als onverwacht een ijsvogeltje aan komt vliegen en op de tak aan de kant van de kijkers plaatsneemt.

Er klinkt gefluister. Wij hebben ons nog niet helemaal geïnstalleerd waardoor ik Doris niet goed kan instrueren. Dan is slechthorendheid heel vervelend. Als ik wijs en mijn hand uit de opening steek, vliegt het beestje dat kleiner dan een mus is, weg. Kwaad kijken de ruggen van de vogelaars in mijn richting.

image

Het duurt heel lang voor er weer iets gebeurt. Het gaat harder regenen. In de verte zie ik een groepje zilverreigers door het water waden. Onderwijl geeft een echtpaar vogelaars het op en verlaat de hut. Een zilverreiger vliegt onze richting op en gaat op een kleine 30 meter van ons voor de rietkraag in het water staan.

Ineens duikt hij met zijn snavel het water in en haalt een klein visje omhoog. Het visje spartelt in zijn snavel, terwijl hij de kaken stevig gesloten houdt. Dan gaat de bek even snel open als weer dicht en maakt de witte reiger een slikbeweging. Het visje verdwijnt door de lange keel naar beneden. Als een neerzakkende adamsappel daalt het visje naar beneden.

image

De verrekijker is geduldig. Aan de andere kant zit een man heel stil te turen door zijn kijker. Twee jonge dames lopen giechelend de hut binnen. Ze kijken helemaal de verkeerde kant op tot ze in de gaten hebben dat de man vlak naast hen iets in het vizier heeft.

Dan komt de hut in beweging. Het ijsvogeltje zit voor het riet. Ik kijk door het lcd-schermpje van een mevrouw die het dier probeert te filmen. Dan zie ik hem op het magere takje voor de rietkraag.

Een vriendelijke meneer haalt een grote kijker met statief uit zijn tas en laat de jongedames kijken. Ze lachen niet meer en kijken aandachtig naar de rietkraag. Daar zit hij nog altijd op het takje. ‘Aan die knop kun je hem scherpstellen’, vertelt de man tegen de dame die verwonderend naar het moois tuurt door de lens.

image

We kijken allemaal vol concentratie naar het kleine vogeltje. Het tuurt omlaag naar het water onder hem. Hij kan elk moment zich in het water laten storten, weet ik uit natuurfilms. Zou dat moment zich hier ook aandienen of wachten we vergeefs?

Het diertje heeft nog niet helemaal een blauw kopje. Het lijkt een beetje bruinig. Dit kan niet een heel oud exemplaar zijn, bedenk ik mij. Het dier lijkt ook nog niet helemaal volgroeid.

image

Dan schiet het beestje los van zijn tak en snijdt als een speer door het wateroppervlak. Even snel als het verdwijnt is het weer uit het water. Het kleine beestje scheert over het water, lijkt even om te draaien maar verdwijnt dan achter de wilgenbomen langs het water. De blauwe rug steekt duidelijk af.

Dat moment kan niet meer overtroffen worden, besef ik. Doris heeft het allemaal door de verrekijker gezien, ik met het blote oog. Genoeg voor vandaag, we gaan weer. Blij en tevreden fietsen we de motregen in voor het ritje naar huis. Een zeearend en als toetje het ijsvogeltje. Dan vergeet je dat je maar 1 lepelaar hebt gezien.

image

Opgelaten

image

De zon roept mij naar buiten. Ik spring op de fiets en rijd in de richting van de Lepelaarplassen. Ik wil ze weer eens zien die lepelaars. Die bijzondere vogel die weer terug is uit het verre Afrika.

Eerst rij ik naar de hut om te kijken of ik nog een ijsvogeltje kan zien. Het is druk op het wandelpad naar de hut. Ik passeer de drukpratende wandelaars. Ze zijn vooral druk met zichzelf in plaats van de natuur om zich heen.

image

In de hut is het ook druk. De aanwezigen praten en schuifelen heen en weer over de houten bankjes. Het is een lawaai van jewelste. Ze beseffen waarschijnlijk niet dat als je zoveel herrie maakt, de vogels om je heen dan ook liever wegblijven.

De grootste bedreiging voor het ijsvogeltje zijn de vogelaars, las ik eens ergens. Het kan natuurlijk een gekscherende opmerking zijn van een gefrustreerde vogelaar, maar ik geloof het stiekem best wel. Ook hier in de hut met uitzicht op de plas is het druk en lawaaiig. Zo heeft geen vogel zin om zich te laten zien.

image

De grote camera waar iemand luid mee tikt op het kozijn waardoor de dikke lens naar buiten steekt. Het luide lawaai van de camera zelf als hij klikt. Of het geroffel van een vader die tegen zijn zoon dat hij daar moet kijken. Het helpt allemaal weinig om echt een vogel te zien.

Als tot overmaat van ramp een lawaaiig groepje binnenstapt, zijn de rapen gaar. Ik zie de laatste vogels verschrikt wegvliegen. ‘Is dat een ijsvogel?’ hoor ik iemand vragen. Nee, rund, denk ik. Die is hem allang gevlogen.

image

Gelukkig bezitten lawaaischoppers ook niet zoveel geduld. Daardoor loopt de hut sneller leeg dan ik had durven hopen. En als het rumoerige gezin verdwenen is, breekt het gouden moment aan.

Ik hoor het geluid nog wegsterven over het pad en daar is het. Eerst de luide schreeuw over het water en dan schiet het blauwe vogeltje er achteraan. De donderstraal. Net zo opgelaten als ik.

image