Tagarchief: ijs

IJs en brood – #fietsvakantie

Hellendoorn en Nijverdal zijn gigantisch toeristisch. Je mist snel de wegwijzers in al die drukte van bejaarden op elektrische fietsen en mensenmassa’s die midden op de paden lopen. Bijna niet voorbij te komen. Zo ontgaat je snel een belangrijk bordje.

Dan duiken we eindelijk het bos in. Een levensgevaarlijke situatie met een kerende vrachtwagen. Een smal fietspad. We klimmen de heuvel op. Het is doodstil, slechts een enkele vogel fluit. Alleen een hardloper die ons tegemoet loopt.

Wat een verademing na al die drukte en stress. Ik geniet hier. En als we de afdaling beginnen, zie ik opeens iets langsflitsen. De bordjes met het nummer van het knooppunt waar we naartoe willen. Wat is dit ontzettend gaaf!

Zo rijden we door. We zetten er weer het tempo in. We willen graag de IJssel over en besluiten om via Raalte en Wijhe te rijden. Als we Raalte binnen rijden, zie ik dat het al laat in de middag is. Misschien toch nog wat brood kopen, dan eten we dat vanavond.

Zo stoppen we bij de bakker vlak voor sluitingstijd en koop ik 2 zakken met witte bolletjes. Daarna lopen we naar de buren voor een ijsje. Daar ontdek ik pas dat de ijssalon gewoon bij de bakkerij hoort.

Wat smaakt dit ontzettend lekker als je al zoveel kilometers in de benen hebt zitten. Een heerlijke pauze met zicht op de imposante neogotische kerk van Raalte. Zo bezien lijkt hij wel op een grote middeleeuwse basiliek. Ver verheven boven de huizen uit.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Levensgrote vriezer

image

De boer Tiny Polski geeft een rake beschrijving van Allie Fox. Het is een buitengewoon betweterig mannetje dat meer gelijk heeft dan de boer beweert. Hij ziet Amerika ten onder gaan aan verspilling.

Als de boer hem vraagt om een goedkope levensgrote koelkast op vuur te maken, weigert hij. Niet omdat hij het niet kan, maar vanwege de reden die de boer geeft voor deze wens. De landbouwer wil de oogst opslaan zodat hij het voor een hogere prijs kan verkopen door de schaarste die hiermee ontstaat.

Het gezin vlucht uit de Verenigde Staten en vindt een stukje grond in Honduras, Jeronimo. Niet veel meer dan het modderige einde van een modderpad, vindt de verteller. In die wildernis wil Allie Fox een zelfvoorzienende plek maken met een immense ijsmachine aangedreven door een klein vuurtje.

Het is zijn uitvinding om uit warmte ijs te maken. Niet dat het enige nut heeft, maar hij wil aan iedereen laten zien dat je uit vuur ijs kunt maken. Het enorme gevaarte krijgt de naam Dik Trom en staat midden op het terrein van de familie Fox. Bij de bouw, klimt de zoon Charlie in het binnenste van het metalen bouwwerk:

Ik herkende wat ik zag. Dit was geen buik – dit was vaders hoofd, het mechanische gedeelte van zijn brein en de wirwar van zijn geest, even krachtig en veelomvattend en geheimzinnig. […] Alles paste zo perfect en zat zo hecht geklonken en was zo sluitend aangebracht dat het ego├»stisch geworden was. Ik kon zien dat er orde in zat, maar de orde – de omvang ervan – boezemde me angst in. (190)

Het is de typering van zijn vader. De voorspellende zin volgt even later:

Ik bedacht dat je hier kon doodgaan of – als je eenmaal gevangen zat – gek kon worden. (191)

Dat het bouwwerk ook levensgevaarlijk is door de verrijkte ammoniak en waterstof die Allie Fox in de leidingen giet, vertelt hij pas als het gif in de leidingen zit. De machine draait zonder enig nut om ijs te maken. IJs dat Allie Fox graag laat zien aan de bewoners van de wildernis.

Hij maakt er zelfs een tocht voor over de bergen om het ijs aan de indianen te laten zien. Dat hij daar na het nodeloos sjouwen van een enorme brok ijs aankomt met slechts een splinter ijs, verzwijgt hij later. Sterker nog, hij vertelt dat ze werkelijk ijs hebben gezien. Hier scheurt het geloof in zijn vader. Charlie noemt hem hier voor het eerst een zak.

Steeds weer poogde ik me ijs te herinneren in vaders handen en verbazing op de gezichten van de indianen. Maar er was niets – geen ijs, geen verbazing. Het was allemaal erger en vreemder geweest dan deze leugen. (267)

Deze barst in het vertrouwen in zijn vader, zet zich later door. Ook al redt hij zijn vader, waarmee alles wordt verwoest bij de genadeloze val van deze eigenwijze en koppige man. Op de trektocht door de wildernis belandt het gezin in de moerasdelta waarover Paul Theroux schreef in de Oude Patagoni├ź Expres.

Daar volhardt Allie Fox in zijn verhaal dat de Verenigde Staten er niet meer zouden zijn. Het geloof brokkelt meer en meer af. Dat kan niet meer goed aflopen, weet je als lezer. En je blijft lezen omdat je wilt weten hoe het afloopt. Het kan alleen maar dat de boer Tiny Polski gelijk heeft.

Paul Theroux: Muskietenkust. Oorspronkelijke titel: The Mosquito Coast. Vertaald door Joop van Helmond. 4e druk. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1989 [1984]. ISBN: 90 295 4867 3. 436 pagina’s.

IJsbreker

image

Een dun vliesje ijs ligt op het water van de gracht. De nachtvorst is blijkbaar in dit hoekje doorgedrongen. Het is amper te zien, zo dun is het laagje bevroren water. Mogelijk heeft wind over het water gegierd en dit verharde water achtergelaten.

Een eend dobbert langs de rand waar het vliesje water is geworden. Vanuit de lucht valt een soortgenoot het domein binnen. Hij landt midden in de gracht. Het vlies breekt, het water blijft verder rustig. Het laagje vertoont meer en meer scheuren. Om de eend ligt er nog steeds wat ijs.

De mannetjeseend hijst zijn borst tot slagschiphoogte en breekt zo door het dunne laagje ijs heen. De ijsbreker vaart in een traag tempo naar zijn soortgenoot. Het ijs stuwt zich voor hem uit tot een dikker laagje. De eend heeft zichtbaar moeite vooruit te komen. Zijn zwemslag ziet er wat onhandiger en onbeholpener uit dan ik gewend ben.

De soortgenoot aan de waterkant snatert en duikt alweer het water in op zoek naar iets eetbaars. De ijsbreker stuwt zich traag voort in de richting van de waterkant. Het gaat niet hard. Tot hij in een stukje vaarwater komt.

Hier is het ijs verdwenen. Het gaat de andere kant uit, maar de ijsbreker vindt het welletjes en zwemt luid snaterend van zijn soortgenoot weg.

De grote oversteek

image

Een waterig winterzonnetje schijnt in het park. In de verte loopt een echtpaar over de boulevard. Ze flaneren niet. Ze drentelen. Het lijkt wel of ze rondjes om elkaar lopen en zo geleidelijk vooruit cirkelen.

Ver achter hen loopt een hond. Hij laveert zich vooruit over het pad. Nog slomer dan het cirkelende echtpaar. Ze bereiken het bruggetje, dat haaks op de brede boulevard staat. Ze nemen die brug om het pad op het eilandje te bereiken. Ze trekken over het bevroren water.

De stappen van eenden en waterhoentjes liggen donker op de sneeuw. Daaronder ligt ongetwijfeld ijs. Maar de scheuren in het ijs verderop doen vermoeden dat een stap op het natuurijs vragen om problemen is. Daarvoor is het ijs te dun en het water eronder te diep.

Traag loopt het echtpaar over de brug. De klim naar boven vraagt veel van ze. Ze cirkelen niet meer, maar gaan kreunend en steunend omhoog. De hond laveert zijn tocht verder over de boulevard en mist zo de brug. Het dier heeft er geen last van. Er ligt genoeg sneeuw en ander vermaak om zich over te bekomeren.

Dan tikt de man tegen jas van de vrouw. Hij wijst het dier na. Zij roept hem. ‘Jimmie hier’, gilt ze over het bevroren water. Hij staat al aan de overkant en roept ook. ‘Jimmie’. Het dier rent in de richting van het water en springt op het donkere ijs. ‘Trui’, gilt de man nu. ‘Jimmie hier’, roept ze nu.

Er klinkt paniek in haar stem. Het dier heeft de overtocht ingezet en gaat gewoon door. Dwars over de bevroren sporen van de waterhoentjes. Zonder angst en vrees. Trui begint nu te gillen. Er is geen naam meer in te horen. Dan staat het dier in de rietkraag aan de overkant. Bij de man. ‘Hij is hier’, schreeuwt hij.

De vrouw stopt met gillen en rent de brug over naar de hond. Ze omhelst het dier opgelucht. Dan slaat ze een arm om de man en samen cirkelen ze verder en slaan het pad in. Jimmie laveert erachter. Net als voor de oversteek.