Tagarchief: huisje

Winter – Tiny House Farm

De eerste sneeuw is gevallen. Het is – op een dag na – winter. De dagen zijn korter dan ooit. Ik weet nog met licht te vertrekken maar kom elke avond in het aardedonker thuis. Weinig licht is er te vinden. De automobilisten vinden het zo eng dat ze alleen nog maar met groot licht kunnen rijden. De snelheid blijft overigens wel hetzelfde.

De weg is een grote modderpoel vol met kuilen, gaten en plassen. Op de weg ligt een flinterdun laagje modder dat zo lekker opspat. Je krijgt het niet voor elkaar om met schone schoenen op je werk te komen. Ik krijg dan vragen over de moddervlek op mijn broek of de klonten klei die ik meeneem onder en op mijn schoenen. Het hoort bij pionieren.

Met de sneeuw gelijk maar even over de Vuursteenhof gelopen. Wat krijgt het meteen een ander aanzien. Het is niet veel meer dan een laagje poeder dat er ligt, maar het geeft alles net een zoetere aanblik. Het is heel bijzonder om het eerste jaar hier mee te maken en de seizoenen op een heel andere manier te ervaren.

Heerlijk genieten, meteen even gekeken hoe het met het gemeenschappelijk gebouw in het midden van de hof is. De fundering ligt er. Begin volgend jaar wordt de rest opgebouwd, inclusief sedumdak. Het wordt echt wel een bijzonder gebouw.

Vorige week was de eerste vergadering van de vereniging waarmee we de Vuursteenhof beheren. Een deel zit nog bij WIO. Zij moeten het gezamenlijk huis opleveren en zijn verantwoordelijk dat de laatste kavels ook gekocht en bebouwd gaan worden. Maar we zijn al een vereniging. Samen gaan we verder aan de slag om de Vuursteenhof tot een plezierigere woonomgeving te maken. Nog meer een paradijsje dan het al is.

We gaan bijvoorbeeld afspreken wanneer en hoe gaan we straks de weg verharden. Zolang er nog zwaar bouwverkeer rijdt, is het handiger nog niks te hebben liggen. Of gaan we de straat verlichten en hoe gaan we dat dan doen. Hoe zit het met groen. Gaan we samen de sloot schoonmaken of huren we speciaal een bedrijf hiervoor in. Allemaal dingen die we samen moeten regelen.

De eerste vergadering ging nog niet zo de diepte in. Wel zijn begonnen om bepaalde dingen samen op te pakken. Bijvoorbeeld een buurt-AED en nadenken over energie. Het zijn een waardevolle aanvullingen op onze woonomgeving. De vergadering kon nog niet in het gemeenschappelijk gebouw. We weken uit naar de Stadsboerderij, maar mogelijk kunnen we over een klein halfjaar al gebruik maken van ons gezamenlijke gebouw.

Dan kunnen we gewoon naar de vergadering lopen vanuit ons huis. Nog leuker en sneller. Ik ben heel benieuwd hoe dat wordt en hoe het gebouw met de gezamenlijke voorzieningen bevalt. En ik weet al het eerste agendapunt van de vergadering: hoe gaat het gebouw heten…

Schone was – Sientje (48)

In ons huisje in Almelo stond de wasmachine beneden. Ik droeg de was naar boven om het in de droger te doen. Eenmaal droog nam ik het weer naar beneden om het rustig op te kunnen vouwen. Boven was daarvoor namelijk te weinig ruimte. Bovendien wilden we het toen nog graag strijken. We dachten dat het netter stond vandaar.

De schone was belandde in een stoel midden in de woonkamer. Dan konden we op een later moment de was vouwen. Of mijn schoonmoeder kwam eventjes langs voor de strijk. Ze vond het onfatsoenlijk om niet te strijken. Met moeite wisten we haar te overreden niet het dekbedovertrek, de sokken en het ondergoed te strijken. Ze zou het namelijk zo doen, terwijl een gestreken sok of dekbedovertrek werkelijk heel nutteloos is.

Hond in de was

Als de was daar in de stoel lag, ging Sientje er vaak op liggen. Ze was namelijk dol op schone was. Ze sprong op de stoel en maakte met haar pootjes een nestje in het schone textiel. Heerlijk vond ze het om daarop te liggen. Ze viel dan in een diepe slaap midden op de berg met droge was. Het was best wel vies dat ze daar zo op die schone was lag, maar we kregen haar daar niet van af. Ze dreinde net zo lang door tot ze er wel op lag.

Soms waren we haar kwijt, dan had ze zich half achter of onder de berg met schone was ingegraven. Als we haar riepen hoorden we het staartje tikken tegen de rand van de stoel. Ze bleef heerlijk over de volle breedte van de stoel liggen en sloeg haar staart dan tegen of op de zijleuning. Een heimelijk genoegen waar ze niet van af te brengen was. En stiekem gunde ik het haar ook om lekker op de schone was te liggen. Zeker als ze niet vies en bemodderd thuis terugkwam van een wandeling.

Rondjes rennen

Al kwam zij zelden vies en nat terug van een rondje lopen. Bij regen deed ze namelijk zodra ze buiten kwam, meteen de plas en liep direct terug naar de deur. Vaak had ik de deur nog niet eens achter mij dichtgetrokken of ze rende ze bij binnenkomst in de huiskamer een flink aantal rondjes van de woonkamer naar de keuken en terug. Ze probeerde zich zo droog te rennen. Daarbij rende ze al grommend rond om na een paar rondjes hijgend in de mand te vallen.

Lees het vervolg: Bloemendief »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

De Krim

In Goudzand spreekt Konstantin Paustovski een onbegrensde liefde uit voor de Krim. Hij verblijft er regelmatig en geniet van het prettige klimaat. Het is er heerlijk, de combinatie van de Zwarte Zee en het aangename weer.

De beschrijvingen van steden als Sebastopol en Jalta, ademen een prachtige sfeer uit. Je voelt de warmte en het aangename klimaat van deze streek. Niet voor niets zo’n geliefde streek waar de Russen al langere tijd hun zinnen op hebben gezet. Hij schrijft aan zijn ‘lieve, kleine konijntje’, zijn vrouw Jekaterina Zagorskaja in 1922:

Wat is Sebastopol toch een gezellige en zonnige stad. Wat een warmte, kleurigheid en zuidelijkheid! Wij moeten absoluut hiernaartoe verhuizen. Je knapt hier zo geweldig op. (140)

Mogelijk doet de Krim hem ook herinneren aan zijn jeugd in Kiev, de hoofdstad van de Oekraïne. De stad waar veel grote, Russische dichters vandaan komen. Het komt echter niet van een vast verblijf in de Krim. Hij vindt later zijn buitenhuisje in Taroesa, op 100 kilometer afstand van Moskou.

De datsja, het buitenhuisje van Konstantin Paustovski ligt aan de rivier de Oka. Hij woont de laatste 13 jaar van zijn leven in het huisje. De stad heeft op een afstand van 100 kilometer een stuk aangenamer klimaat voor de door astma geteisterde Konstantin Paustovski.

Hij vindt Jalta zo heerlijk dat hij in 1966 nog in een brief voorstelt het huisje in Taroesa van de hand te doen en in de Krim een buitenhuis te bouwen. Hij moet hiervoor een stukje grond zien te bemachtigen. Het hoeft niet veel te zijn. Maar juist dat lukt hem niet. Terwijl de doktoren duidelijk hebben aangegeven dat Jalta erg goed voor hem zou zijn. Zo eindigt zijn leven uiteindelijk in het Kremlinziekenhuis in Moskou.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel