Tagarchief: huis

Stekken – #WOT

Zijn buurvrouw brengt op een vrijdagavond een stekkie. Het ziet er klein en armetierig uit. Niet veel meer dan een paar blaadjes stek steken uit het potje dat hij krijgt. Ze hangen treurig naar beneden. De grond in het potje is kurkdroog. Hij laat in het afwasteiltje een laagje water vallen uit de kraan en dompelt het donkere plastic kweekpotje in.

Geen idee wat eruit komt. Ze weet het ook niet. Ze mompelt iets en vertrekt. Zijn buurvrouw heeft hij altijd een rare gevonden. Hij zet de plantenpot voor het raam in de zon. De eerste dagen gebeurt er niet zoveel. De blaadjes trekken wel iets meer omhoog. Misschien lijkt het maar zo.

Hij durft niet zo te turen naar de plant. De volle middagzon schijnt op zijn raam. Hij weet niet of het goed is voor deze plant. Ze is ook vaag geweest wat het nu precies is. Het kan hem ook niet zoveel schelen. Een plant is een plant. Het staat wel mooi dat groen.

Een kleine week en vele waterscheuten later schiet de plant omhoog. Misschien moet er wel een andere pot omheen, denkt hij. De plant wil de ruimte hebben. Hij zoekt in de berging naar iets en komt terug met een halfgebroken aarden pot. De aarde haalt hij uit het plantsoen, met zijn blote handen. Een schepje heeft hij niet.

Dan gaat het hard. De bladeren krijgen mooie stekeligheden om zich heen die niet prikken. De kleine plant wordt groot. Het zonlicht zuigen de steeds breder wordende bladeren op. Het lijkt wel of hij het ding iedere dag ziet groeien, soms wel tot een centimeter of 20. Hij laat het zich goed welgevallen daar achter het raam.

De plant groeit en groeit. De bladeren drukken tegen het raam aan. Er komen bloemetjes. Ze ruiken sterk, een heel eigen luchtje dat hij verder niet kent. Soms meent hij dat hij het weleens rook op de wallen toen hij nog naar de hoeren ging. Maar het is te lang geleden om nog terug te ruiken in zijn herinnering.

Dan wordt er op de deur gebonsd. Heel hard. Het lijkt wel of iemand op de deur trap. Geschreeuw. ‘Doe open, doe open.’ Hij wil de deur openmaken, maar hij haalt hem van de grendel of de deur valt hem meteen in het gezicht. Een stel handen drukt hem naar beneden, trekken zijn arm op de rug, aan de haren. Hij gilt het uit. Wat is hier aan de hand.

Een paar mannen stormen de kamer in, recht naar de plant. ‘Hoe kom jij hier aan?’ ‘Gekregen van de buurvrouw,’ zegt hij. ‘Een stekkie’, roept hij er snel na. ‘Hoezo een stekkie?’ gilt de agent. Een pistool is op hem gericht. ‘Neem hem en en die plant mee’, roept de agent terwijl hij hem onder schot houdt.

Daar gaat hij als een lam naar het slachthuis. Hij tuurt naar het huis van zijn buurvrouw. Het oogt leeg. De agenten drukken hem de arrestantenbus in. Tegenover hem zit een man. Hij herkent hem. Hij woont aan de overkant. En nu je het zegt, inderdaad groeien er ook bij hem van die planten voor het keukenraam. ‘Jij ook’, vraagt hij. De man knikt.

De heisa na de nacht cel. Hij mag weer naar huis, daar wacht de woningbouwvereniging op hem. ‘Je mag geen wiet telen’, zeggen ze. ‘Geen idee dat het wiet was’, antwoordt hij. ‘Ik heb die plant gekregen van een buurvrouw.’ Wie het was, willen ze weten. Hij wil haar niet erbij lappen. ‘Van een paar huizen verder. Ze is verhuisd.’

Daar staat hij dan. Een weekendtas met zijn kleren. Zijn spullen zijn al meegenomen in een dure container. Of hij hier even wil tekenen. Onder een ingewikkeld formulier, wijst de man van de woningbouw waar hij zijn handtekening mag zetten. Hij schudt zijn hoofd.

Die avond kruipt hij in bed bij het Leger des Heils. Misschien weet de morgen een oplossing. Hij mag 2 nachten blijven en ligt boven in het stapelbed. Het is de enige plek van de daklozenopvang die nog niet bezet is. Onder hem steekt iemand een sigaret op. In kleine wolkjes ruikt hij de bloemetjes van de plant voor zijn raam.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vorige week was is het woord: stekken. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

Kachel – Tiny House Farm

Ons huis is heel goed geïsoleerd. Als je dan ook niet zulke hoge eisen stelt aan de minimale temperatuur in huis, dan lukt het lang om de kachel uit te laten.

Zeker, we hebben een pelletkachel en er is veel te doen om de hoeveelheid uitstoot van deze kachels voor geperste houtkorrels. Fijnstof en CO2 schiet deze kachel in de lucht en zeker op mistige dagen zoals gisteren is dat opletten.

Vorstperiode

We stoken zo min mogelijk. Alleen afgelopen februari in de vorstperiode met harde oostenwind, hebben we 1 dag de kachel overdag bijna de hele dag aangehad. Anders gaat hij ’s morgens een uurtje aan en aan het eind van de middag/begin van de avond. En als we het niet prettig vinden voelen.

We draaien de kachel niet op een thermostaat maar vertrouwen op ons eigen gevoel. We zetten de kachel aan als het koud hebben of onbehaaglijk vinden. Hierbij hanteren we de ondergrens dat het onder de 16 graden moet zijn. Dan stoken we op tot een eindje in de 16 graden en doen de kachel daarna uit. Ook levert het heel veel winst op dat we de ventilator aan het plafond op winterstand hebben draaien.

15 zakken pellets

Al met al hebben we vorig jaar 15 zakken pellets van 16 kilo per zak verstookt. De verbrandingswaarde ligt op 5,4 kWh/kg dat is dus in totaal 1.296 kWh aan energie. Een gemiddeld huishouden gebruikt 1.239 m3 aan gas, dat is 12.390 kWh! 1 kuub gas is 10 kWh. Dat ligt bij ons dus ver onder het gemiddelde gebruik. Samen met het elektriciteitsverbruik is dat 0 op de meter voor ons.

In sommige huishoudens gaan er soms net zoveel zakken pellets per week doorheen heb ik mij laten vertellen. In de vorstweek bleef het bij ons beperkt tot 2 zakken, dat is 32 kilo.

En dit jaar is de kachel heel lang uit gebleven. Gisteren ging hij voor het eerst dit winterseizoen aan. Dat is 19 dagen later dan vorig jaar. Ik ben benieuwd tot hoeveel zakken pellets we het dit jaar weten te houden.

Zwarte huizen – Tiny House Farm

Zwart en grijs. Dat zijn de huizen van Oosterwold voornamelijk. De komst van al die zwarte bouwsel verbaast mij steeds weer. Waarom al de donkere bouwsels?

Dan zuigen de zwarte huizen het licht op

Dan lijkt het huis op zo’n houten schuur, zeggen de eigenaars over hun gitzwart geschilderde ‘schuren’. De grijszwarte dakpannen laten ze vaak gelukkig achterwege.

Gitzwarte schuren

Het is vooral een marketingpraatje. Er zijn niet veel gitzwarte schuren te vinden. Ze verwijzen vaak naar de tabakschuren die bijvoorbeeld in en rond Amerongen te vinden zijn.

Sombere, zwarte huizen overheersen

Ik ken ze uit de omgeving uit mijn jeugd. Opgetrokken uit hout weliswaar, maar dan wel midden tussen de hoge groene bomen of in het weiland. De ruimte om zo’n schuur heen is dan een goede compensatie. Er staat vooral veel groen omheen en weinig anders.

Tabaksschuur

Bovendien is het aandeel hout gering bij de Amerongse tabakschuur. De grootste vlakken waartegen je kijkt zijn de rode dakpannen. Ook is het hout niet zo intens zwart. De zon maakt het al snel een stuk lichter en dragelijker. Hier lijkt de zon geen vat te krijgen op de grote zwarte vlakken waartegen je kijkt.

Nog niet overal definitief, maar veel huizen krijgen later een zwarte laklaag

Nu verrijzen deze donkere bouwsel toch wel erg dicht op elkaar. Ze zuigen al het licht in de omgeving op. De aanwezigheid is wel heel sterk. Het zijn er zoveel. Overal zwarte gaten in het uitzicht. Alsof er geen andere kleuren zijn te vinden dan zwart.

Andere reden

Er schuilt volgens mij een heel andere reden voor de voorkeur voor deze donkere kleur. De eigenaars zijn vooral bang om hun paleis in een opvallende kleur te schilderen. Niemand mag weten dat het een paleis is, daarom camoufleren ze dit tot een zwarte schuur.

Ik zie veel zwart, want bijvoorbeeld het blauw wordt ook nog zwart

Een van de eerste dingen die de nieuwe buurman zei bij ons kennismakingspraatje was dat hij de kleur van ons huis zo gaaf vindt. Hij verklapte dat hij zeker zijn huis op een later moment in een mooie opvallende kleur gaat schilderen. We waren meteen heel blij. Al die kleurtjes word ik zo ontzettend blij van.

De Vuursteenhof heeft gelukkig niet alleen zwarte huizen, maar het is wel een kleur die vaak gebruikt is

Er kleeft 1 nadeel aan onze vrolijke kleuren. We hebben er zelf namelijk weinig voordeel van. Al die mensen om ons heen hebben dan vanuit hun donkere ‘schuren’ zicht op 2 vrolijk gekleurde huisjes.

Zij wel…

In de ochtend ziet ons huisje er nog rozer uit!

Tegenvallende verwachtingen – Tiny House Farm

Veel mensen zijn nog bezig om hier te komen wonen. Dan is het gek dat er al mensen vertrekken. Je schrikt best als je hoort dat je buren weggaan. Zeker als je weet dat er nog buren moeten komen naast en achter ons; er is nog niet eens een stip gezet achter en opzij van ons aan de Vogelakker.

Toch kregen we laatst een mailtje waarin de buren vertellen dat ze weggaan. Ze geven allemaal goede redenen. Het is vooral het missen van de drukte en het gemak van de stad. De stad is de grote afwezige in Oosterwold. Er is hier nog niet zoveel te vinden. Geen winkelcentrum op loopafstand en voor vertier moet je de auto pakken als je snel ergens wil zijn.

De Vuursteenhof in het winterlicht

Verwachtingen op afstand

De wijk is ook nog lang niet klaar. Het centrum van Almere Stad ligt op 12 kilometer afstand. Het winkelcentra van Almere Buiten en Almere Haven op 8 kilometer. De kleine, dure supermarkt bij de boer kunnen we zien vanuit ons huis, maar ligt op ruim 2 kilometer van ons.

Het duurt zeker nog 5 jaar voordat het hier wat vollediger is. Ik verwacht dat naast en achter ons het komende jaar nog niet gebouwd gaat worden. De mensen van het huis dat iets verderop verrijst, hebben zich een klein jaar na ons ingeschreven en wonen er nog steeds niet.

Oosterwold in wording

Er ligt dus veel verschil in de tijd dat je inschrijft en hier werkelijk woont. Mensen die erg drukken en heel goed plannen, weten het soms binnen 1 jaar voor elkaar te krijgen. De meesten doen er zeker een jaar of 2 over. Voor ons lag tussen inschrijving en dat we er woonden ook 2,5 jaar.

Nog even geduld

En ook de periode erna vraagt ook om geduld. We ontwikkelen de wijk zelf. Er zijn geen projectontwikkelaars. Het gaat niet allemaal van een leien dakje. Je moet zelf ook tijd en energie stoppen. Wij hebben de beschikking over een gezamenlijk gebouw: De Vuurplaats. Ook de ontwikkeling hiervan ligt bij ons. De coronacrisis helpt niet mee om het goed van de grond te krijgen. Daar is ook tijd voor nodig.

De Vuursteenhof met het gezamenlijke gebouw De Vuurplaats

Voor iedereen met haast is Oosterwold een krachttraining. Alleen met geduld en lange adem is het hier goed te doen. Je accepteert dat het wel 2 jaar kan duren voor een weg er ligt. De laatste bewoner van ons project moet nog steeds beginnen met bouwen. Bij een ander liggen de heipalen erin en is het wachten op het vervolg.

Meer huizen te koop

Onze buren gaan dus en ik heb al meer huizen te koop zien staan in Oosterwold. Niet iedereen kiest ervoor om hier heel lang te blijven. Iedereen heeft zijn eigen reden om te vertrekken, maar je merkt dat de verwachtingen waarmee mensen in Oosterwold komen wonen verschillen. Het kan ook tegenvallen. De tegenvallende verwachtingen laten zien dat het wonen in Oosterwold meer van je vraagt dan wonen in welke wijk en waar dan ook.

En vergeet de prachtige luchten boven Oosterwold niet

Inmeten Kadaster – Tiny House Farm

Om ons huis lopen mensen van het Kadaster. Ze meten nu alles definitief in. Kort na de oplevering, bijna 3 jaar geleden, heeft het kadaster ons stuk grond opgemeten en op de hoeken paaltjes gezet. Nu voeren ze alles in zoals het definitief op de kaarten terechtkomt. Het lijkt een ambtelijke formaliteit, maar gebeurt met een buitengewone zorgvuldigheid.

piketpaaltje
Een rondje om de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 1

Eerst bepalen we samen met de buren waar de hoeken liggen. Ze doen dat bij de gezamenlijke weg en bij de hoeken van de kavels met de buren. De piketjes staan er nog van het inmeten bijna 3 jaar geleden. Op de hoekpunten zitten kleine buisjes in de grond die het precieze hoekpunt vormen. Daarnaast staan de houten piketpaaltje, me bovenop een rood merkteken en het nummer van dit hoekpunt.

ingemeten piketpaaltje
Een rondje rond de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 2

Best nog een karwei om de precieze buisjes terug te vinden. Ze zijn vaak overwoekerd door planten. Ook slipt de klei regelmatig de opening van het buisje dicht. Geholpen door overvloedig regenwater die de klei losweekt en meeneemt naar lager gelegen plekken. Precies, het buisje van het Kadaster.

ingemeten piketpaaltje 3
Een rondje rond de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 3

Maten inmeten

Eind vorig jaar waren deze voorbereidingen. Nu lopen ze rond om de maten goed in te meten. De lijnen moeten kloppen en zo komt het gebied straks op de kaart te staan. Op de millimeter nauwkeurig ingemeten met moderne apparatuur. Niet te vergelijken met de landmeters waar ik in mijn MTS-periode een driehoek probeerde uit te meten op het sportveld achter onze school.

ingemeten piketpaaltje 4
Een rondje rond de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 4

Ook het huis meet hij in. De man van het Kadaster is druk in de weer met een meetlint waarmee hij de lengte en breedte meet. Ik voel meteen de onrust bij mijzelf. De piketpaaltjes voor ons huis zijn destijds vlak na de metingen heel bruut uit de grond gegraven. We hebben erover gemopperd. Maar dat mocht niet baten; ze waren nog niet klaar, dus dat we hadden ingemeten, was niet verstandig. Tja, grondverzetters en WIO

ingemeten piketpaaltje; de laatste van ons perceel in Oosterwold
En het laatste ingemeten piketpaaltje op ons perceel; nummer 5. Zoals je ziet zijn ze er nog allemaal. We zijn zuinig geweest de afgelopen 3 jaar.

Later heeft onze bouwer het meten opgelost. Heel fijn, maar niet ideaal; je weet niet of het dan helemaal goed is gegaan. Al lijkt het op alle kaarten heel aardig te kloppen. Het bewijs, de uitkomst van alle metingen, zal binnenkort wel onze kant op komen. Ik ben heel benieuwd.

Op weg naar hypotheekvrij – Tiny House Farm

De basis voor de keuze om hier in Almere Oosterwold te gaan wonen, ligt bij het boek Hypotheekvrij van Gerhard Hormann. Ik noem het altijd bij de interviews die we hebben gehad van geïnteresseerden voor ons huisje. Het boek staat aan het begin van de leefwijze die we nu hebben aangemeten.

Het is meer dan 6 jaar geleden. Ik werkte weer na een halfjaar werkeloos te zijn geweest. Het was heel spannend geweest de tijd thuis zo zonder werk, maar wel met een hoge hypotheek. Een collega vertelde dat hij hypotheekvrij wilde gaan leven. Hiervoor leefde hij bewust heel zuinig. Leven met net zoveel geld alsof je zonder werk komt te zitten.

Een leven zonder hypotheek

Hij had het gelezen in het boek van Gerhard Hormann. Ik leende het meteen bij de bibliotheek en las het in een ruk uit. Ja, dit was het. Een leven zonder hypotheek zou je zoveel meer ruimte en vooral geld opleveren. Waarom die enorme schuld zo lang bij je dragen. En ik liet het boek ook aan Inge lezen.

We keken eens goed naar onze levenswijze. Waarom al die spullen in huis. Misschien moesten we niet meer zoveel kopen. We gingen ons koopgedrag eens goed bekijken. Je koopt eigenlijk heel veel onzin-dingen. Zelfs bij een kringloopwinkel koop je dingen die je helemaal niet nodig hebt. Waarom niet alleen het meest noodzakelijke kopen? Als iets kapot gaat of wanneer het echt vervangen moet worden.

Kleiner wonen, minder hypotheek

Zo gezegd, zo gedaan. Het heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat we kleiner gingen wonen. En zeker, het is niet altijd makkelijk. Deze coronatijd van thuiswerken in ons zuurstokroze kleine huisje zitten we erg dicht op elkaars lip, maar desondanks genieten we elke dag van het sobere leven dat we nu hebben aangemeten. Je hoeft niet veel te reizen of op vakantie om te genieten. Het zijn dan de kleine dingen waar je veel vrolijker van wordt.

Nog niet hypotheekvrij ons huis
Ons huis is nog niet hypotheekvrij.

En zo hebben we aan het eind van het jaar, weer een flink bedrag kunnen afbetalen op onze hypotheek. Elke keer weer stukje dichter bij een leven zonder hypotheek. Elke keer een stukje dichter bij een leven met meer vrijheid. Niet meer opgejaagd door koopdrift en reisdrift. Maar blijer met wat je hebt en kunt.

Niet warmer dan 16 graden

Een leven dat ik iedereen zou willen aanraden. Want het klinkt koud om het niet warmer te stoken dan 16 graden, maar het is heerlijk. Opletten bij het doen van boodschappen en als je een winkel in gaat altijd nadenken of je wat je wilt kopen wel echt nodig hebt. En geloof me, het is geen marteling, maar een gewenning om minder te gebruiken.

Ons zuurstokroze kleine huisje in Almere Oosterwold

Ik hoop zo dat meer mensen dit (gaan) doen. Het verrijkt je leven zo enorm. De afhankelijkheid van het kopen, de marketing waarmee we echt doodgegooid worden. We zouden zoveel gelukkiger worden als we niet altijd het oog richten op wat we niet hebben, maar gewoon kijken naar wat we hebben. Met het prachtige einddoel: een hypotheekvrij leven.

Heb je Mijnmoment van 2020 over de weg al gelezen?

Buitengewoon – Tiny House Farm

En dan is er het langverwachte boek: BUITENgewoon. Een heel bijzonder boek over allerlei projecten. Het is een heel Flevolands boek geworden waarin een andere manier van leven centraal staat. En wij staan erin!

Het boek BUITENgewoon met onze Zenkabouter

Vorig jaar interviewde een oude schoolvriendin van Inge ons. Het was een warme dag in juli. Ze bracht een lunch mee en maakte heel veel foto’s van ons huisje. En natuurlijk de Ginkgo in de tuin.

Zenkabouter

Ik attendeerde haar op de prachtige vertaling die mijn docent Peter van Zonneveld van Goethes gedicht ‘Ginkgo biloba’ maakte. Het kreeg een mooie plek in het boekje dat op 21 maart verscheen. Net als de foto’s van ons huisje en de Ginkgo. En niet te vergeten: de roze Zenkabouter.

Het artikel over onze andere levenswijze met Zenkabouter

Het interview gaat over ons huisje en de keuze met minder spullen om ons heen. Het blijft zeker de kern waar we steeds naar terugkeren. Geen grootse vakanties met verre reizen, geen dikke auto voor de deur of andere spullen. De verleiding is altijd aanwezig; het is de kunst van de beheersing. En tot nog toe lukt het nog steeds.

Haiku voordragen

Er zou anderhalve week terug een geweldige lancering zijn in Joure. Ik zou er ook een paar haiku voordragen. Het ging helaas niet door vanwege de corona. Daarom zaten we zonder boek. Nu is het met de post gekomen. Niet zo leuk als een boekpresentatie, maar wel genieten. Want het is een fantastisch boek geworden. Over het nastreven van dromen, gewoon buitengewoon.

Nu bekijk ik de foto’s en besef dat het allemaal weer mooier is geworden. Nog niet zo groen als in juli. Daar moeten we nog even op wachten. Hopelijk valt er tussen nu en juli genoeg regen voor, want het is weer aardig droog met al die koude wind over het land.

Geschilderde koven en deurpost

Maar er is ook veel bijgekomen. Meer bomen, de struiken groeien, een afdakje voor de fietsen, vogelhuisjes, meer gelegd pad rond het huis. En niet te vergeten: we hebben de laatste weken de koven bij de ramen en achterdeuren geschilderd. En ook de eerste deurpost van de deur naar de kamer heeft een kleurtje gekregen.

Geverfde deurpost en nieuwe kleur voor de koven

Een project dat al heel lang moest gebeuren en we nu hebben opgepakt. Lekker opvallende kleuren, want dat is iets wat ik geleerd heb. Kies een opvallende kleur zodat je ook met donkere dagen genoeg vrolijkheid hebt. En er zijn nog heel veel plannen.

En zoals alles gaat, gaat dat langzaam. Maar snel genoeg om het op te merken.

Bestel het buitengewoon boek

Wil je ook dit bijzondere boek bestellen. Er zijn in totaal 99 exemplaren en ik heb mij laten vertellen dat er nog een paar (echt een paar!!) zijn: op = op!

Bestel het voor € 25 bij hetbijzondereboek.nl

Ons exemplaar van BUITENgewoon

Heeft een kleiner huis nadelen? – Tiny House Farm

Wonen in een kleiner huis, heeft dat nadelen? We wonen bijna een jaar in ons kleinere roze huisje in Almere Oosterwold. Hoe bevalt het leven nu alles wat kleiner is? We wonen kleiner en hebben meer tuin om ons heen. Het is niet echt een tiny house, daarvoor is 62 m2 net een beetje te groot. Al leven we hier met ons drietjes en komt het op ruim 20 m2 per persoon.

Jinek besteedt in aandacht aan tiny houses. Het is allemaal niet zo positief als vaak geschetst wordt, beweert zij in 3 dingen die je moet weten voor je naar een tiny house verhuist. Ze citeert onderzoek van de BBC over het leven in een klein huis. Er kleven heel wat nadelen aan, staat daar. Jinek wijst er op 3. Je hebt in een klein huis geen voet aan de grond, stopt het vol met spullen en tiny houses zouden minder duurzaam zijn dan gedacht.

Voet aan de grond

Veel Tiny Houses staan op wielen. Ons huis is stevig gefundeerd op 11 heipalen. Ik kan mij voorstellen dat je in een echt tiny house het gevoel kan hebben, dat je niet met beide benen op de grond staat. Dat je letterlijk niet verankerd bent. De Nederlandse wetgeving staat permanente bewoning van kleine huisjes alleen toe als ze gefundeerd zijn. De meeste tiny houses staan op wielen, moeten daardoor vaak verplaatsen. Dat helpt niet mee om je wat beter verankerd te voelen.

Boekenkasten in de slaapkamer
In onze slaapkamer slapen we tussen de boeken. Heel romantisch!

Minder ruimte, minder spullen?

Het is inderdaad heel moeilijk om je huis niet vol te stouwen met spullen. We merken het zelf ook hoe onze samenleving is ingericht op het kopen van dingen. We proberen al een aantal jaar zo min mogelijk spullen te kopen. Ook druppelen er nog steeds boeken uit via mijn boekwinkeltje, maar het is heel verleidelijk om toch met iets thuis te komen. Streng blijven is dus de regel. En dat is niet makkelijk in een samenleving die promoot om vooral dingen te kopen en wat je niet zint, weg te gooien.

Kleiner huis minder duurzaam?

De keuze van ons houten huis, gebouwd volgens traditionele Zweedse huizenbouw, is vooral gemaakt vanwege de duurzaamheid. We hebben niet het idee in huis te wonen dat extreem slijt. Wel vraagt het materiaal hout om goed onderhoud. Dat betekent eens per 10 jaar een integrale schilderbeurt buitenom. Ook zal ons bitumen dak over een jaar of 25 vervangen moeten worden. Allemaal dingen waar we rekening mee houden. Van de buren krijg ik ook geen signalen over de vermeende gebrekkige duurzaamheid van dit soort huizen. Ik zal het in de gaten houden.

Spullen in ons kleine huisje
Boekenkasten en een harmonium. Ons kleine huisje bevat zeker spullen.

Heeft het echt geen nadelen? Wat mij op de Tiny House Farm wel opvalt, is dat veel bewoners moeite hebben om een klein huis te maken. De grenzen van het maximaal te bouwen oppervlak zoeken de meeste bewoners toch op. Hierbij duiken zelfs varianten op met het vergunningsvrije deel dat je mag gebruiken voor een serre of schuur en dat nu anders gebruikt wordt.

Zo is er bij ons een heel groot huis te vinden dat ver over het 1/8 deel gaat dat je mag bebouwen. Hoe hoog het BVO is, weet ik niet. Maar het grote rechthoekige blok hout dat er staat, dat is zeker niet tiny te noemen. En als er mensen hier komen om de Tiny House Farm te bekijken, moet ik bij dit huis altijd heel wat uitleggen.

Minder klein dan tiny

Ik noem het de natuurlijke neiging van mensen om de grens op te zoeken. Misschien speelt hebzucht ook een rol. Het is net als de neiging om veel spullen in huis te halen. Als je huis dan te vol wordt, moet je het snel opruimen. Iets waarbij je met een kleiner huis sneller aan wordt herinnerd dan wanneer je een gigantisch kasteel hebt. Voor mij heeft het kleiner wonen eigenlijk alleen maar voordelen.

Vlonder – Tiny House Farm

De entree van ons huis was nog niet helemaal een uitnodiging om te betreden. Er zit een behoorlijk hoogteverschil tussen de terp en de voordeur. Om dit te kunnen overwinnen hadden we een paar pallets gestapeld, maar dat zag er niet zo representatief uit. Bovendien levert het in tijden van regen veel modder in huis op.

Daarom ben ik flink in de weer geweest om de entree een wat voornamer uitstraling te geven. Bij de bouwmarkt waren laatst de vlonderplanken in de aanbieding en ik ben snel aan het rekenen gegaan.

Vlonder van pallets

Het idee: we gebruiken pallets als basis en timmeren daarover de vlonderplanken. Zo herbruiken we de afgedankte pallets waarop onderdelen van ons huis zijn vervoerd. Daarnaast is het eenvoudiger om een vlonder op pallets te bouwen. Dat scheelt weer veel (nadenk)werk.

Ik zette de pallets op stenen, zodat ze stevig op de grond staan. De vlonder staat los van het huis en is niet verankert. Bewust, zo heeft hij genoeg speling en kan hij eventueel wat zakken. Bij voldoende zakken kunnen we er weer een laag bovenop bouwen. Zo groeit de vlonder mee met het huis.

Vlonder in aanbouw van afgedankte pallets

Steun op stenen

Onder alle ‘knooppunten’ van de pallets liggen nu stenen die op het gruis van de oprit rusten. De opzet is om te zien hoe lang deze constructie het uithoudt, zodat we nog na kunnen denken over de toekomst. Maar wie weet blijft dit langer staan dan we denken. Mogelijk moeten we op een later moment nog wat aanpassingen doen. Dat kan, daarvoor is wat ik nu gemaakt heb heerlijk flexibel.

We hebben het bankje op de vlonder gezet. Vooral in de avond is het heerlijk om daar te zitten. Zo voor het huis turen we dan naar de zonsondergang. We horen de zanglijster en de merel uit het bos roepen. Er hangt nog een behaaglijke warmte en de wind heeft nauwelijks vat op je als je daar zit. De honden mogen vanuit de openstaande voordeur toekijken.

Lekker zitten

In het voorjaar kunnen we er straks ook heerlijk zitten, jas aan en een warme kop koffie bij de hand. Het voelt een stuk prettiger op het hout dan met je schoenen in het gruis van het puin. Ik moet de vlonder nog een beetje rondom afwerken en misschien komt er nog een hekje of zo. Dit is een stuk beter dan wat het was.

Ons huisje eindigt niet voor niks onder de regenboog…

Winter – Tiny House Farm

De eerste sneeuw is gevallen. Het is – op een dag na – winter. De dagen zijn korter dan ooit. Ik weet nog met licht te vertrekken maar kom elke avond in het aardedonker thuis. Weinig licht is er te vinden. De automobilisten vinden het zo eng dat ze alleen nog maar met groot licht kunnen rijden. De snelheid blijft overigens wel hetzelfde.

De weg is een grote modderpoel vol met kuilen, gaten en plassen. Op de weg ligt een flinterdun laagje modder dat zo lekker opspat. Je krijgt het niet voor elkaar om met schone schoenen op je werk te komen. Ik krijg dan vragen over de moddervlek op mijn broek of de klonten klei die ik meeneem onder en op mijn schoenen. Het hoort bij pionieren.

Met de sneeuw gelijk maar even over de Vuursteenhof gelopen. Wat krijgt het meteen een ander aanzien. Het is niet veel meer dan een laagje poeder dat er ligt, maar het geeft alles net een zoetere aanblik. Het is heel bijzonder om het eerste jaar hier mee te maken en de seizoenen op een heel andere manier te ervaren.

Heerlijk genieten, meteen even gekeken hoe het met het gemeenschappelijk gebouw in het midden van de hof is. De fundering ligt er. Begin volgend jaar wordt de rest opgebouwd, inclusief sedumdak. Het wordt echt wel een bijzonder gebouw.

Vorige week was de eerste vergadering van de vereniging waarmee we de Vuursteenhof beheren. Een deel zit nog bij WIO. Zij moeten het gezamenlijk huis opleveren en zijn verantwoordelijk dat de laatste kavels ook gekocht en bebouwd gaan worden. Maar we zijn al een vereniging. Samen gaan we verder aan de slag om de Vuursteenhof tot een plezierigere woonomgeving te maken. Nog meer een paradijsje dan het al is.

We gaan bijvoorbeeld afspreken wanneer en hoe gaan we straks de weg verharden. Zolang er nog zwaar bouwverkeer rijdt, is het handiger nog niks te hebben liggen. Of gaan we de straat verlichten en hoe gaan we dat dan doen. Hoe zit het met groen. Gaan we samen de sloot schoonmaken of huren we speciaal een bedrijf hiervoor in. Allemaal dingen die we samen moeten regelen.

De eerste vergadering ging nog niet zo de diepte in. Wel zijn begonnen om bepaalde dingen samen op te pakken. Bijvoorbeeld een buurt-AED en nadenken over energie. Het zijn een waardevolle aanvullingen op onze woonomgeving. De vergadering kon nog niet in het gemeenschappelijk gebouw. We weken uit naar de Stadsboerderij, maar mogelijk kunnen we over een klein halfjaar al gebruik maken van ons gezamenlijke gebouw.

Dan kunnen we gewoon naar de vergadering lopen vanuit ons huis. Nog leuker en sneller. Ik ben heel benieuwd hoe dat wordt en hoe het gebouw met de gezamenlijke voorzieningen bevalt. En ik weet al het eerste agendapunt van de vergadering: hoe gaat het gebouw heten…