Tagarchief: houten huisje

In de put, uit de put – Tiny House Farm

Hét kenmerk van Oosterwold: je moet voor je eigen riolering zorgen. Daarvoor hebben wij bij ons huisje onze eigen put. Het heet een septic tank. Hierin stroomt het vieze water om daarna via de rioolbuizen naar het gezamenlijk helofytenfilter te gaan.

Bij ons groeien daar wilgen. Afgelopen winter hebben we met z’n allen deze wilgen gesnoeid. Als het water door het helofytenfilter gegaan is en daarmee gezuiverd, belandt het uiteindelijk in de gezamenlijke wateropvang.

De septic tank zit vol. Het vuil drijft en wordt opgezogen door de blauwe slang

Ieder huis eigen put

Voor de putten bij de huizen, zijn we zelf verantwoordelijk. Het is een septic tank van 4 m3 en een paar weken geleden heeft Wetlantec in onze put gekeken. Ze waarschuwden dat we hem snel moesten legen. Een gezin van 3 min of meer volwassenen, samen met een jaar thuiswerken door corona. Dat is waarschijnlijk de oorzaak dat de put nu al vol zit.

Daarom zijn we snel op zoek gegaan naar iemand die de put wil legen. We kregen via Wetlantec de naam Olthuis Recycling uit Dronten door. De septic tank mag namelijk absoluut niet helemaal leeggehaald worden. Het is bij ons ook geen bezinksel dat erin zit; het ‘bezinksel’ drijft bovenop.

Het legen van de put

Werking septic tank

De werking van de septic tank is dat de eerste zuivering van het water hier al gebeurt. Er zitten allerlei bacteriën in het water dat het afvalwater in de septic tank al zuivert en ervoor zorgt dat de ‘grote delen’ niet in het helofytenfilter belanden.

Alle huishoudens van de Tiny House Farm hebben de kleinste maat put, 4 m3. Het is verschillend hoe lang je ermee doet. Heb je een 1-persoonshuishouden dan zal het langer duren. Een bewoner op ons hofje heeft bijvoorbeeld een composttoilet. Die gebruikt het riool alleen voor het vuile water uit de douche en van de afwas. Zij zal er misschien wel 10 jaar over doen voordat de put verschoond moet worden.

De vieze septic tank. In tegenstelling tot een beerput, drijft het vuil bovenop.

1 m3 afgevoerde smerigheid

Gelukkig weet Olthuis Recycling er genoeg vanaf. De chauffeur vond het ook heel leuk om langs te komen. Wij en onze nieuwe buren hebben de put geleegd. Goed voor ieder 1 m3 afgevoerde smerigheid.

Wij hebben daar dus ruim 2,5 jaar over gedaan. We waren overigens net op tijd en hadden er niet veel langer mee moeten wachten. Daarom zullen we vanaf nu ook zelf wat vaker kijken of de stront niet te hoog komt.

Vuile water belandt in de tankwagen

Put helft gevuld laten

Het is bij het legen wel heel belangrijk dat de put tot meer dan de helft met water gevuld blijft. De wanden schijnen speciaal gemaakt te zijn om de bacteriën goed te huisvesten. Ook is de stabiliteit afhankelijk van het water. Helemaal leeghalen is niet de bedoeling; de septic tank moet minimaal voor de helft gevuld blijven met water.

Overigens verschilt het verkooppraatje van de werkelijkheid. Bij ons is destijds gezegd dat ongeveer na 5 jaar de put geleegd zou moeten worden. Ze hebben daarbij niet gezegd voor hoeveel mensen dat zou gelden. Ik had om eerlijk te zijn, niet verwacht dat we zo tekeer zouden gaan.

Kijk maar niet naar de vieze smurrie in de put

Schone put

De put is weer schoon. Benieuwd of het over 2,5 jaar weer moet of dat het nu wat langer kan. Voor een jaarbedrag rioolheffing is de put nu geleegd. Natuurlijk komt daar ook nog onderhoud bij voor het hele systeem. Het zag er allemaal prima uit, beweerde de man van Olthuis Recycling. Ik weet niet of hij dat uit beleefdheid zei of echt meende.

Zwarte huizen – Tiny House Farm

Zwart en grijs. Dat zijn de huizen van Oosterwold voornamelijk. De komst van al die zwarte bouwsel verbaast mij steeds weer. Waarom al de donkere bouwsels?

Dan zuigen de zwarte huizen het licht op

Dan lijkt het huis op zo’n houten schuur, zeggen de eigenaars over hun gitzwart geschilderde ‘schuren’. De grijszwarte dakpannen laten ze vaak gelukkig achterwege.

Gitzwarte schuren

Het is vooral een marketingpraatje. Er zijn niet veel gitzwarte schuren te vinden. Ze verwijzen vaak naar de tabakschuren die bijvoorbeeld in en rond Amerongen te vinden zijn.

Sombere, zwarte huizen overheersen

Ik ken ze uit de omgeving uit mijn jeugd. Opgetrokken uit hout weliswaar, maar dan wel midden tussen de hoge groene bomen of in het weiland. De ruimte om zo’n schuur heen is dan een goede compensatie. Er staat vooral veel groen omheen en weinig anders.

Tabaksschuur

Bovendien is het aandeel hout gering bij de Amerongse tabakschuur. De grootste vlakken waartegen je kijkt zijn de rode dakpannen. Ook is het hout niet zo intens zwart. De zon maakt het al snel een stuk lichter en dragelijker. Hier lijkt de zon geen vat te krijgen op de grote zwarte vlakken waartegen je kijkt.

Nog niet overal definitief, maar veel huizen krijgen later een zwarte laklaag

Nu verrijzen deze donkere bouwsel toch wel erg dicht op elkaar. Ze zuigen al het licht in de omgeving op. De aanwezigheid is wel heel sterk. Het zijn er zoveel. Overal zwarte gaten in het uitzicht. Alsof er geen andere kleuren zijn te vinden dan zwart.

Andere reden

Er schuilt volgens mij een heel andere reden voor de voorkeur voor deze donkere kleur. De eigenaars zijn vooral bang om hun paleis in een opvallende kleur te schilderen. Niemand mag weten dat het een paleis is, daarom camoufleren ze dit tot een zwarte schuur.

Ik zie veel zwart, want bijvoorbeeld het blauw wordt ook nog zwart

Een van de eerste dingen die de nieuwe buurman zei bij ons kennismakingspraatje was dat hij de kleur van ons huis zo gaaf vindt. Hij verklapte dat hij zeker zijn huis op een later moment in een mooie opvallende kleur gaat schilderen. We waren meteen heel blij. Al die kleurtjes word ik zo ontzettend blij van.

De Vuursteenhof heeft gelukkig niet alleen zwarte huizen, maar het is wel een kleur die vaak gebruikt is

Er kleeft 1 nadeel aan onze vrolijke kleuren. We hebben er zelf namelijk weinig voordeel van. Al die mensen om ons heen hebben dan vanuit hun donkere ‘schuren’ zicht op 2 vrolijk gekleurde huisjes.

Zij wel…

In de ochtend ziet ons huisje er nog rozer uit!

Inmeten Kadaster – Tiny House Farm

Om ons huis lopen mensen van het Kadaster. Ze meten nu alles definitief in. Kort na de oplevering, bijna 3 jaar geleden, heeft het kadaster ons stuk grond opgemeten en op de hoeken paaltjes gezet. Nu voeren ze alles in zoals het definitief op de kaarten terechtkomt. Het lijkt een ambtelijke formaliteit, maar gebeurt met een buitengewone zorgvuldigheid.

piketpaaltje
Een rondje om de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 1

Eerst bepalen we samen met de buren waar de hoeken liggen. Ze doen dat bij de gezamenlijke weg en bij de hoeken van de kavels met de buren. De piketjes staan er nog van het inmeten bijna 3 jaar geleden. Op de hoekpunten zitten kleine buisjes in de grond die het precieze hoekpunt vormen. Daarnaast staan de houten piketpaaltje, me bovenop een rood merkteken en het nummer van dit hoekpunt.

ingemeten piketpaaltje
Een rondje rond de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 2

Best nog een karwei om de precieze buisjes terug te vinden. Ze zijn vaak overwoekerd door planten. Ook slipt de klei regelmatig de opening van het buisje dicht. Geholpen door overvloedig regenwater die de klei losweekt en meeneemt naar lager gelegen plekken. Precies, het buisje van het Kadaster.

ingemeten piketpaaltje 3
Een rondje rond de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 3

Maten inmeten

Eind vorig jaar waren deze voorbereidingen. Nu lopen ze rond om de maten goed in te meten. De lijnen moeten kloppen en zo komt het gebied straks op de kaart te staan. Op de millimeter nauwkeurig ingemeten met moderne apparatuur. Niet te vergelijken met de landmeters waar ik in mijn MTS-periode een driehoek probeerde uit te meten op het sportveld achter onze school.

ingemeten piketpaaltje 4
Een rondje rond de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 4

Ook het huis meet hij in. De man van het Kadaster is druk in de weer met een meetlint waarmee hij de lengte en breedte meet. Ik voel meteen de onrust bij mijzelf. De piketpaaltjes voor ons huis zijn destijds vlak na de metingen heel bruut uit de grond gegraven. We hebben erover gemopperd. Maar dat mocht niet baten; ze waren nog niet klaar, dus dat we hadden ingemeten, was niet verstandig. Tja, grondverzetters en WIO

ingemeten piketpaaltje; de laatste van ons perceel in Oosterwold
En het laatste ingemeten piketpaaltje op ons perceel; nummer 5. Zoals je ziet zijn ze er nog allemaal. We zijn zuinig geweest de afgelopen 3 jaar.

Later heeft onze bouwer het meten opgelost. Heel fijn, maar niet ideaal; je weet niet of het dan helemaal goed is gegaan. Al lijkt het op alle kaarten heel aardig te kloppen. Het bewijs, de uitkomst van alle metingen, zal binnenkort wel onze kant op komen. Ik ben heel benieuwd.

Piep zei de muis – Tiny House Farm

Er is vorige week veel werk verricht aan ons huisje. Te beginnen bij de muizen. Ze bleven maar actief. De sporen van plukken isolatiemateriaal achterlatend in de hoeken van ons huis.

Ze bleven wel tussen de muren en kwamen niet naar binnen, maar we hoorden ze ‘s nachts trippelen in de muren. Onze bouwer had vorig jaar al wat gaatjes gedicht, maar het was niet afdoende. Ze bleven actief in de smalle richels tussen de muren zitten. Dan lag er ‘s morgens weer een hele lading in de hoeken. Geen echt oogcontact, maar dit mocht toch niet de bedoeling zijn.

Nu moest het echt rigoureus gebeuren. De bouwers kwamen. Alles rond het huis moest hiervoor wijken. Ze maakten de hele onderkant van de muur potdicht. Of beter is het om te zeggen: muisdicht. Geen enkele ruimte voor een muis om binnen te piepen. En dat is dus gewoon helemaal dicht.

Ik werd wel heel verdrietig toen ze dinsdag ineens mijn met veel zorg opgebouwde vlonder afbraken. Wat vond ik dit erg. De pellets door midden afgebroken. Dat was niet de bedoeling. Had ik hiervoor bijna 2 weken gewerkt aan de entree van ons huis!

Gelukkig waren ze met de rest van de vlonder wat voorzichtiger. En maakten ze alles heel netjes in orde. Ook het beluchtingsrooster voor de kachel pakten ze aan. Alles is nu potdicht. We hoorden de muizen de eerste avond en nacht rond rondrazen. Ze zaten ingesloten en konden niet weg. Heel vervelend, maar het is niet anders. Ze mogen van mij overal komen, maar niet in huis.

Na het rigoureus afsluiten van het hele huis, vlamde de kachel plotseling veel hoger en zwarter dan gebruikelijk. Mogelijk lag dit aan het beluchtingsrooster, dacht ik ineens. En inderdaad, alle openingen zaten helemaal dichtgedrukt. Daarom eerst alles voorzichtig met een tangetje opengemaakt. Voorzichtig om het achterzittend gaas heel te laten, zodat de muizen niet alsnog de kans kregen om naar binnen te kruipen.

Nu krijgt de kachel weer genoeg lucht en zijn de vlammen weer een stuk rustiger als vanouds. Het lijkt dat het brandstofverbruik in de zuurstofarme dagen echt veel hoger ligt dan we gewend zijn. Daarom weer helemaal blij met de gevonden oplossing. En helemaal blij met onze bouwer die het muizenprobleem heeft aangepakt. Het is weer heerlijk rustig en warm in de muur.

Storm en pruimen – Tiny House Farm

En heeft je huisje de storm overleefd? Verschillende lieve berichtjes van vrienden gekregen die vroegen of storm Ciara ons huis had toegetakeld. Gelukkig, we hebben het overleefd!

Harde wind of niet; het huisje houdt zich goed bij die harde winden. Je ervaart de wind wel anders dan in een stenen huis. Het huis beweegt meer mee met de wind en je hoort de storm ook beter. Maar alles heeft zich goed gehouden.

Veel rukwinden

Bij het fietsen naar het werk, had ik maandag en dinsdag wel het idee dat het harder woei dan tijdens de storm. Veel rukwinden. Het is onstuimig en dat is het de hele week.

Die onstuimigheid werd onze dakbedekking weer fataal. Vorig jaar waaide het in maart los bij een felle rukwind. Nu kwam een flap van de bitumen maandag los bij een harde windvlaag. Meteen bouwer Martin gebeld. Hoe kan dit nu gebeuren. Vorig jaar verzekerde de loodgieter dat de bitumen nu echt muurvast zaten met grote zware daknagels.

Losse bitumen

Martin heeft de bitumen weer vastgezet onder een latje. Dit keer kwam de loodgieter de volgende dag al om de boel weer goed te bevestigen. Dit keer met de brander en nog een keer de zware daknagels. Ik hoop dat de bitumenlaag dit keer wel bestand is tegen de rukwinden. Het is ook op een kant waar de wind hard kan slaan tegen het dak. Maar dan nog, zou het dak niet hoeven los te komen. Een goede test komend weekend als storm Dennis langskomt.

Over storm gesproken. Een goede gewoonte van ons met wind is het planten van bomen. Het begon al bij de harde wind toen we de sering van het vorige huis wilden planten. Bij de voorspellingen – en waarschuwingen – voor Ciara, hebben we nog even een pruimenboom geplant.

Pruimenboom

Vrijdag kregen we een telefoontje van de bomenman Johan over de bestelde pruimenboom. Hij wilde hem wel brengen, maar we waren niet thuis. Daarom haalden we hem zelf de volgende dag op.

Wat een boom is het zeg. We hebben nog niet een 4-jarige fruitboom gehad. Het is halfstam en wat een flinke jongen zeg. Meteen de boom in de grond gezet en stevig aan een paal vastgebonden. Zou de Reine Victoria wel bestand zijn tegen de storm?

Hij steekt met kop en schouders uit boven de rest en er is nog niet zoveel beschutting. Zondag bij de storm heb ik de boom nog wat steviger vastgebonden, op meer plekken. Net als dat ik de Ginkgo nog van een extra paal heb voorzien.

Extra versteviging

Maar wat heeft hij zich goed gehouden. Hij staat nog mooi overeind, met dank aan de extra versteviging aan de paal. Ik ben heel benieuwd hoe hij aanslaat. Het is een Reine Victoria, een lekkere pruim om uit de hand te eten, maar ook heerlijk om in de jam te verwerken.

Warm, warmer, warmst – Tiny House Farm

Iedereen zucht onder de golf van warmte die nu over ons land spoelt. Tegen temperaturen van 40 graden is weinig opgewassen. Vorig jaar rond deze tijd was hetzelfde het geval. Toen woonden we nog aan de Alkmaargracht. De hoge bomen voor het huis zorgden voor veel beschutting. Maar ook daar bereikten we beneden in de beschutte woonkamer temperaturen boven de 30 graden.

Nu wonen we in een houten huis. De eerste ervaringen vorig jaar met de warmte waren ook warm. De goede isolatie van het huis heeft als grote nadeel dat de warmte in de zomer ook moeilijk weg kan.

Weinig beschutting

De hoge ramen aan de achterkant geven weinig beschutting tegen de felle ochtendzon. Vanaf opkomst tot na het middaguur, schijnt hij hier het huis in. We hebben in het voorjaar achter de gordijnen extra zonwerende stof gehangen. Bij de deuren en een raam moet het nog. Dat zou nog wel kunnen schelen.

Dan is er het halfschuine, zwarte dak van bitumen. Hier schijnt de zon na de middag op. Je merkt dat dan in huis de temperatuur snel oploopt. En tot een uur of 21 is het onverstandig aan de voorkant een raam open te doen. Zodoende kunnen we pas na zonsondergang ramen en deuren openen. Gelukkig biedt de ventilator overdag een windje zodat het redelijk goed uit te houden is.

Verkoeling buiten

Buiten zitten is achter heerlijk vanaf een uur of 15. Dan kun je prima op het terras zitten. Als er een windje is – en die is hier echt altijd – dan verkoelt het heerlijk en hou je het goed uit. Met een goed boek is het dan een feest om buiten te zitten.

Het huis staat natuurlijk ook wel heel kaal in het landschap. Er is nog weinig begroeiing. Ik zie vooral voor de tuin een rol weggelegd om de verkoeling in de toekomst te gaan geven. Als er veel bomen staan, dan onttrekken die veel warmte. Bovendien zorgen ze voor schaduwrijke plekken in de achtertuin zodat je al eerder buiten kunt zitten. Groen geeft verkoeling.

Regenwater

Nu geef ik de planten ‘s avonds flinke plonsen regenwater. Vooral de nieuwe aanplant voor de 2e ronde in de moestuin en de planten die het echt nodig hebben, zoals tomaat en aardbei. Verder ben ik best een beetje streng. Niet teveel verwennerij en heel goed kijken wanneer de fruitbomen een plons nodig hebben.

En verder hopen op veel regen dit weekend zodat de planten weer snel kunnen groeien en de regenton weer vol zit.