Tagarchief: hotels

Tommy Wieringa en Peter Terrin

image

In Hotel Rozenstok schrijft Christophe Vekeman niet alleen over het schrijven, hij haalt ook veel schrijvers aan. Zo vertelt hij bij aankomst in L. dat hij vaker in deze provincieplaats is geweest. Samen met zijn ‘goeie gabber Tommy W.’ verzorgde hij in de plaatselijke schouwburg een optreden.

Er lag zelfs een carrière als ‘podiumpoëet’ in het verschiet:

[T]ót datzelfde volk om de een of andere reden plots helemaal genoeg van mij bleek te hebben, weigerde om nog in min of meer grote getale op te komen dagen als ik optrad, niet meer wilde bulderlachen en wild in de handen klappen als voorheen, (67)

Droefheid terwijl Tommy W. meende dat hij een avond eerder in het plaatsje W. 450 man had zitten in de zaal, terwijl de schouwburg nu gevuld is met 26 toeschouwers.

Tommy W, je denkt gelijk aan Tommy Wieringa en de pocherige houding komt wel goed overeen met het beeld dat ik van deze schrijver heb.

Naast Tommy Wieringa komt er nog een trits aan schrijvers voorbij: Wolkers, Hermans, Gogol, Elsschot, Erwin Mortier, L.H. Wiener en Peter Terrin. Soms vormen alleen hun boeken de hoofdrol, vaker komt ook hun persoon om de hoek kijken. Zoals bij Tommy W.

Of die boeken hem ook verder helpen? Christophe Vekeman haalt vooral uit zijn cowboyhoed de troost: die hoed zal hij niet afzetten. Zelfs op de achterflapfoto heeft deze hoed een plekje gekregen.

Christophe Vekeman: Hotel Rozenstok. Roman. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers. ISBN 978 90 295 3898 5. Prijs: € 18,99. 206 pagina’s. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Hotel Rozenstok van Christophe Vekeman. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Treinen en bussen in Het drijvende koninkrijk

image

In Het drijvende koninkrijk reist Paul Theroux niet exclusief met de trein. Hij wisselt de treinritten af met stukken die hij te voet aflegt. Ook maakt hij gebruik van de bus als er geen trein voor handen is. Zo staakt tegen het einde van zijn tocht het personeel van de spoorwegen. Dan is hij alleen op de bus aangewezen omdat geen trein rijdt.

Al beweren de krantenberichten dat tien procent van de treinen wel zou rijden. Paul Theroux ziet er niet één. Alleen rijdt de trein op een geprivatiseerde spoorweg. Het traject is tot zijn spijt slechts 15 kilometer. Zo is hij vrijwel de gehele oostkust aangewezen op de bus. Een verschrikking vindt Paul Theroux. Hij merkt ook geen verschil met bussen in Venezuela of India. Een bus is een bus.

Stand van (Enge)land

Theroux maakt de reis langs de kust van het Verenigd Koninkrijk omdat hij de stand van het land wil peilen. De keus voor de lokale spoorweglijntjes is omdat hij merkt dat veel lijnen met opheffen worden bedreigd of al zijn opgeheven. Het ‘Beeching Report‘ uit 1963 wordt overal uitgevoerd en een nieuw rapport, het ‘Serpell Report‘ stelt ondermeer een variant A voor. Hierin wordt het spoorwegnet van Groot Britannië teruggesnoeid van 17.000 kilometer naar 2.500.

De dorpen zonder spoorwegverbindingen zijn lastig te bereiken. De bus doet er dikwijls vele malen langer over dan de trein. Zonder auto lijken deze oorden onbereikbaar. De arme en oudere mensen kunnen zo niet eenvoudig uit hun dorp of stadje komen. En zo keren de dorpjes weer in hun oude isolement van de tijd voordat de spoorwegen kwamen en gebieden ontsloten.

‘Dorpen werden weer chagrijnig en klein, en winkels gingen dicht, en de mensen die op het platteland bleven wonen, raakten steeds meer aan huis gebonden. De steden kregen steeds meer inwoners en werden armer.’ (313/314)

Paul Theroux ziet hierin een terugkerend patroon: eerst worden er stations langs de lijn gesloten, dan verdwijnen er allerlei voorzieningen op de stations en tenslotte wordt de lijn opgeheven omdat deze niet meer rendabel zou zijn. Is het verwonderlijk, stelt hij. De hele lijn is al uitgekleed! Als de treinengekken langskomen, betekent het niet veel goeds voor de lijn: hij zal binnenkort worden opgeheven. Ze fungeren als een soort aasgieren, alleen geïnteresseerd in het verleden van de trein.

Taal van het land

Het drijvende koninkrijk is ook een ander reisverhaal omdat Paul Theroux de taal van het land goed spreekt. Een bezoek aan een land waar je je moedertaal kunt spreken, voelt anders. Het accent ligt minder op het vreemde, maar op het vertrouwde.

‘Schrijven over een land in de taal van dat land was een groot voordeel, want elders was je altijd aan het interpreteren en het vereenvoudigen. Door vertalingen ontstond een onduidelijke dubbelzinnigheid – je zag het land altijd zijdelings. Maar taal groeide vanuit een landschap – het Engels was uit Engeland gegroeid, en het leek logisch dat het land alleen zijn eigen taal op de juiste wijze geportretteerd kon worden.’ (14)

Zo ontdekt de Amerikaanse schrijver de vervallen staat van het land. Niet alleen de spoorlijnen zijn vervallen, ook de hotels en pensions zien er smoezelig uit. De treinlijntjes zijn ten dode opgeschreven. Sommige onheilsspellers zeggen dat over tien jaar niet één van die lijnen meer zal bestaan.

Serie over Het drijvende koninkrijk

Dit is het tweede deel van een serie blogs over Het drijvende koninkrijk van Paul Theroux.
Lees ook het eerste deel: Langs de Engelse kust met Paul Theroux