Tagarchief: hond

Het laatste zetje – Sientje (66)

Wel moeilijk om uitgerekend als je je hond wilt laten inslapen een andere dierenarts te zoeken. Ze was na de hernia niet meer bij een dierenarts geweest. We hadden na de ruggenprik en de aansluitende pijnstillers gemerkt dat het wel weer ging. Daarom probeerden we het contact met een dierenarts zo lang mogelijk uit te stellen.

Bij het maken van de afspraak legde Inge het al uit aan de telefoon. Dat we het heel vervelend vonden om uitgerekend op dit moment een afspraak met hen te moeten maken. Je komt liever met een blije puppy binnen dan met een oud bessie die alleen nog een zetje hoeft te hebben om dood te kunnen gaan. Maar ze maakten geen enkel bezwaar. We konden komen en ze zouden ons helpen. Natuurlijk zou de dierenarts ook nog even kritisch naar Sientje kijken.

Het uiteindelijke moment

Er lagen nog wat dagen tussen dat de afspraak gemaakt werd en het uiteindelijke moment. Ik dacht terug aan hoe mijn vader elk jaar met ons konijntje Snuffie naar de dierenarts ging om hem te laten inslapen. Zo rond de zomervakantie dook de vraag op: het gaat niet meer met snuffie. Mijn vader pakte het konijn, deed het beestje in een boodschappentas en reed naar de dierenarts. Voor vertrek hadden we uitvoerig afscheid genomen. Tranen gehuild. Snuffie was ontzettend lang bij ons. Mijn hele leven al.

Na een uurtje kwam mijn vader weer terug. Snuffie zat nog gewoon in de tas. ‘Hij is nog te goed’, zei hij droogjes. Het diertje verdween weer in de kooi, waar hij weer terughipte naar zijn hoekje. Daar zat hij weer in zijn vertrouwde stand. Een kennis zei eens: ‘Het lijkt wel of hij de hele dag aan het bidden is.’ Misschien bad het dier tot de heer dat het eindelijk eens afgelopen was. We vroegen de buurvrouw of ze om de dag het beestje eten en schoon water wilde geven.

Afscheid nemen

2 jaar later ging mijn vader weer naar de dierenarts. We hadden een aai als afscheid genomen. Mijn handen zaten vol met haren. Het diertje hield geen enkele haar meer vast. Zat de hele dag in zijn hoekje in de kooi. ‘Het lijkt wel of hij om zijn einde bidt’, had een kennis gezegd.

De amechtige houding waarin het beestje de hele dag zat, leek dit vermoeden inderdaad te bevestigen. Snuffie ging weer in dezelfde donkere boodschappentas. Bij het wegfietsen maakten we nog grapjes. ‘Tot zo, snuffie.’ Een halfuur later was mijn vader weer terug. De tas was leeg. Ik had het gevoel dat ik niet goed afscheid genomen had.

Dodenrit

‘Misschien vinden ze Sientje nog te goed’, zei ik tegen Inge. Daarbij hield ik de dodenritten van mijn vader met ons konijn in gedachten. Ik hoopte het stiekem, dan kon ze nog eventjes wat langer bij ons blijven. ‘Ik kan het mij niet voorstellen’, zei Inge. Ik vertelde het verhaal van mijn vader en Snuffie. De laatste keer had de dierenarts het beestje uit de tas gehaald.

Het dier was zo licht en zag er meer dood dan levend uit. ‘Hou hem maar hier’, had hij gezegd. Mijn vader had niet eens gezien dat het diertje de injectie kreeg toegediend. ‘Hij wilde er 5 gulden voor hebben.’ Ik had het diertje graag nog in de tuin naast het huis begraven. Op de plek waar we later de duif Koertje zouden begraven en waar een paar jaar later grote graafmachines de grond afgroeven voor de uitbouw die er nu staat.

Hele gezin bij afscheid

Nu reden we met het hele gezin naar de dierenarts. Het afscheid moesten we met zijn allen nemen. Ik was een paar uur eerder van mijn nieuwe werk naar huis gegaan. Ik denk dat we de hond straks een spuitje moeten geven, had ik gezegd. ‘Maar je weet het nooit wat zo’n dierenarts ervan vindt.’

De hond uit mijn jeugd, Blekkie hadden mijn ouders ook laten inslapen. Ik kon er niet bij zijn. Het moest hals over kop. Ik woonde niet meer thuis. Ik studeerde in Leiden. Ze probeerden me nog te bellen, maar ik was de hele dag aan de studie geweeest in de bibliotheek en ‘s avonds bij vrienden.

Toen ik ‘s avonds laat thuiskwam en het bericht hoorde, moest ik huilen. Al wist ik heus wel dat het einde eraan zat te komen. Die zomer was ik speciaal op de hond wezen oppassen met mijn vriendinnetje. Blekkie kon amper lopen. Na een paar stappen zakte hij in elkaar. De poging om zijn pootje te lichten als hij ging plassen, was het meest schrijnend. Soms viel hij al plassend om omdat hij zijn evenwicht niet meer kon houden.

Ik had er best lang mee rondgelopen dat ik geen afscheid had kunnen nemen. Daarom vond ik dat we nu samen afscheid moesten nemen. Geen uitzonderingen. Ook Doris mocht mee bij de afspraak met de dierenarts. Hoe klein ze ook was, ze wilde er met haar neus bovenop. Het was ook haar hondje.

Lees het vervolg: Afscheid nemen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Nodeloos rekken – Sientje (65)

Mijn schoonmoeder vond dat dieren het beter hadden dan mensen. Een hond mag inslapen als het genoeg is. Bij een mens wordt het leven eindeloos gerekt, vond zij. Zelfs als het zinloos is, dan nog wordt het gerekt. Ze wilde zo niet doodgaan, maar op een moment dat ze het zelf genoeg vond. Lang voor haar dood regelde ze dat via de vereniging voor euthanasie. Het mocht helaas niet zo zijn.

Haar huisarts wilde het niet doen vanuit geloofsovertuiging. Hij vertelde dat ze bij hem kon blijven, maar dat als het zover was ze dan bij een andere arts terecht kon. Toen het zover was, verscholen alle andere artsen zich achter het excuus dat zij niet hun patiënt was. Eigenlijk had ze voor het vastleggen van de euthanasie-verklaring meteen naar een andere huisarts gemoeten.

Aangrijpend

Euthanasie is ook voor een arts aangrijpend en doe je niet zomaar. Zodoende viel ze op het moment dat ze het nodig had, tussen wal en schip. Zelfs de in het ziekenhuis toegezegde morfine-injecties bleven achterwege. Dunne pleisters drukten we op haar huid, zonder veel resultaat. Na veel bellen en zeuren kreeg ze uiteindelijk een injectie morfine van een weekendarts van de huisartsenpost. Later die dag is ze overleden.

Het was meer dan een jaar later voor we zo met Sientje worstelden. Zeker, ze was een oude hond. Maar ons teckeltje was aan het lijden. Het was uitzichtloos. Voor wie houden we haar nog in leven? Ik vroeg het Inge, maar misschien nog meer aan mijzelf. ‘Volgens mij hoeft het van haar niet meer’, antwoordde Inge. Sientje staarde met een lege blik de kamer in. Het leek of haar ogen al voorbij de voorwerpen keken.

Niet meer duiden

Haar ogen keken naar iets dat er niet was. Ze kon het niet meer duiden. Voor het eten in haar voerbak, kwam ze nog wel. Ze hapte. De drang te (over)leven was daar sterk genoeg voor. Maar in de wilde natuur was ze allang overleden. Een dementerend lid van de roedel zou een veel te groot gevaar zijn voor de groep. Ze zouden haar in de steek laten.

Wij hielden haar nu in leven omdat wij haar niet konden missen. Daar lag een verkeerde gedachte. Het was namelijk niet in het belang van Sientje om haar in leven te houden. En we dachten terug aan wat Inges moeder zei: een hond heeft het menselijker dan een mens.

Zij werd weerhouden om te sterven als het voor haar genoeg was. De geloofsovertuiging van haar huisarts stond in de weg. Hij legde haar zijn geloof op door haar niet te helpen. Soms help je iemand ook door hem of haar dood te laten gaan.

Hele verantwoordelijkheid

Ik vond het wel een hele verantwoordelijkheid. Dat wij gewoon over het leven van Sientje konden beslissen. Het paste niet. Moest ze niet gewoon op een ochtend dood in de bench liggen? Dan was het gebeurd. Gewoon ergens in de nacht op een moment waar niemand bij was. Maar wie zegt dat dit ‘s nachts gebeurt? Gebeurt het niet op een heel ander moment, als je met haar aan het lopen bent en zij ineens instort.

Een lange lijdensweg zou dan volgen. Misschien eindigt het sowieso met euthanasie, maar dan ben je wel een hele dag of misschien wel een paar dagen aan het tobben. En waarom? Van Sientje hoefde het allemaal niet meer. Die was al weg. Ze ademde nog, maar ze leefde niet meer. Het was niet meer de hond die we 9 jaar bij ons hadden gehad. Ze was op. Versleten en ze dementeerde. Het was tijd voor het moment. Daarom maakten we een afspraak.

Lees het vervolg: Het laatste zetje »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Het onvermijdelijke – Sientje (64)

We konden nog niet zonder haar. De kerst naderde. Ach, laten we er nog even mee wachten, zeiden we tegen elkaar. Stiekem hoopten we dat het wel weer zou meevallen. Dat ze na nieuwjaar weer helemaal bij haar besef zou zijn. Na een paar slechte dagen volgden altijd wel een paar goeie.

‘We kunnen ook niet zonder je’, riep ik dan en gaf haar een enorme knuffel. We konden ook niet zonder haar. Ze was zo’n schatje en we wilden haar niet in de steek laten. Het was alsof we destijds in de auto met haar op de terugweg van Goor naar huis elkaar alle 3 eeuwig trouw hadden gezworen. We hadden elkaar gekozen en dan ga je ver. Dan ga je lang door. Misschien wel langer dan goed is.

Wanneer komt het moment?

Wanneer kwam het moment eigenlijk? Ik weet het niet meer of er een druppel was die de emmer deed overlopen. De emmer liep misschien al over. Het water gutste er elke keer weer een beetje meer uit. Even leefde je in de veronderstelling dat het wel weer ging. Dat het water er niet meer overheen liep. Dat ze wel weer goed functioneerde.

Ze at altijd ontzettend goed. Al viel wel op dat het water er sneller doorheen ging. Ze stonk, maar dat doen alle oude hondjes. Net als dat ze er best wel mottig uitzag. Dat hebben ook alle oudere hondjes. De vacht was nu helemaal een klittenbaal. De haren wezen alle kanten op.

Maar ze kon zo ontzettend genieten van de kleine dingen. Zoals van de zon. Het voorjaar brak weer aan. De zon schijnt rond die tijd altijd zo lekker ver de kamer in. De ergste vorst was geweest en ze leek helemaal geen last meer te hebben van haar rug. Zelfs bij de laatste sneeuwval leefde ze even helemaal op. Ze danste door de sneeuw. Het leek alsof onze oude hond in een puppy veranderde, zo danste ze en sprong ze in de tuin door de verse sneeuw.

Verward rondlopen

Zo vergaten we weer even dat het moment er toch wel aan zat te komen. Maar over het geheel genomen, kregen we het besef dat het niet zo lang meer kon duren. We merkten dat we er tegenop zagen om haar straks mee te nemen naar de camping. Het zou niet meer gaan. De andere, onbekende omgeving zou haar in verwarring brengen, met dezelfde gevolgen als afgelopen jaar waarbij ze zich onder de caravan verstopte. Net als dat ze nu in huis soms ook zo verward rondliep. Ze trippelde dan eindeloos rondjes, leek totaal rusteloos. Uiteindelijk liet ze zich gewoon maar ergens neerploffen. In al de mist om haar heen kon ze zomaar zitten poepen of plassen. Geen idee dat het eigenlijk helemaal niet kon daar.

Alles vergat ze. Behalve eten. Dat ze nog altijd wel de bekers van Doris wist om te gooien, verbaasde ons. Net als dat de etensbak na het vullen altijd tot de bodem werd schoongelikt. Gek op eten. Een koekje ging er altijd wel in. Net als een stukje kaas of een stukje appel. Het klokhuis was een geliefd etentje voor Sientje. Het verdween helemaal in die bek waar steeds minder tanden in zaten. Ze vermaalde het klokhuis en tufte behendig het stokje eruit. Alsof het een pil was die in de kaas zat.

Eindeloos blaffen

Het was 1 van die dagen dat ze eindeloos tegen alles en iedereen blafte. ‘Oef, oef, oef.’ Dat ze in huis poepte en plaste. Het kleed ging er steeds havelozer uitzien. En wij werden steeds radelozer. Het was ergens op zo’n dag dat er helemaal niks met haar te beginnen was. Het hoge woord moest eruit:’Misschien moeten we haar een spuitje geven.’ Tegelijkertijd die twijfel. ‘Maar ze eet goed’, zei ik dan. ‘Moet je nou zien’, antwoordde Inge. Ze wees naar de hond die daar uitgeput op het kleed lag. ‘Het lijkt ook wel of ze magerder wordt.’

Misschien moesten we inderdaad een afspraak maken. We hikten nog even een paar weken tegen de gedachte. Het nieuwjaar lag al een aardig eind achter ons. En nu stelden we het weer uit, maar ik besefte dat het een keer moest gebeuren. Elke ochtend als ik beneden kwam en het deurtje van de bench opende, kwam ze er weer uit.

Moeten we nog wachten?

Het ging traag, maar ze kwam. Ik bedacht hoe het zou zijn als ik het opende en ze er niet meer uitkwam. Moesten we daar wel op wachten? Of als ze plotseling wel accuut hulp nodig heeft. Dan zou ze onnodig veel moeten lijden. Deze dingen gebeuren namelijk altijd precies op vrijdagavond laat of op een feestdag. Dat bewees wel de gebeurtenis dat ze door haar rug ging op de avond voor Pinksteren. Konden we het onvermijdelijke niet gewoon een handje helpen?

Lees het vervolg: Nodeloos rekken »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Oef – Sientje (63)

Na die vakantie met het verstoppertje spelen, ging het met Sientje langzaam maar zeker slechter en slechter. Sinds de vakantie kreeg ze meer en meer last van verstandsverbijstering. Bij vlagen. Dan keek ze heel verdwaasd om zich heen. Niets en niemand meer herkennend. Op de bank had ze een vaste plek gemaakt waar zij heer en meester was. Als de baas afwezig was, lag ze daar.

Eigenlijk liet ze zich niet graag wegsturen. Wanneer hij haar van haar plek verjoeg – om op zijn plek te gaan zitten zoals hij het noemde – ging ze voor hem zitten in de hoop dat hij het zich zou aantrekken. Dat deed hij vaak genoeg. Dan schoof hij inschikkelijk een plekje ruimte voor haar vrij.

Eindig

Het viel moeilijk, het idee dat het leven van Sientje misschien wel eindig was. Altijd was ze bij ons geweest. We hadden haar altijd bij ons in de buurt gehad. Zo lang onze relatie duurde, liep Sientje om en bij ons. Misschien was de relatie ook wel deels op haar gebaseerd.

Ik wist het niet, maar ik voelde ergens de angst dat het zo was. Onze relatie was op de eerste 3 maanden na, begonnen bij Sientje. Dat lieve teckeltje was altijd in onze nabijheid geweest. Waar Inge was, was Sientje. Ze waren voor mij onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Droefgeestig en somber staren

Nu staarde Sientje droefgeestig, somber en vooral leeg voor zich uit. Lag ze te slapen, dan schrok ze opeens op, kwam overeind en blafte zachtjes voor zich uit. Elke beweging buiten of binnen was genoeg reden om te gaan blaffen. Of blaffen, het was te kort om blaffen te noemen.

Mosteren noemden wij het. Het klonk meer als ‘oef’ dan ‘woef’. Ze kon het eindeloos volhouden. Ze staarde naar buiten, wist niet of het voorbijganger was of een voorbijvliegende vogel. En dan ‘oef, oef, oef”. Zachtjes, maar hard genoeg om te irriteren.

Gelukkig lag ze het meeste van de tijd te slapen. Alleen voor de behoefte liep ze nog even mee naar achteren. Ik riep haar nadat ik de poep had opgeraapt weer terug. Het gebeurde ‘s morgens dat ze weg liep en verdwaasd in de open poort van de buurvrouw rende. Ik haalde haar eruit en sleepte haar mee naar huis. Ze wist het niet meer waar ze woonde en keek mij met grote ogen aan. Ik twijfelde zelfs even of ze wel wist wie ik was.

Veel slapen

Een hond die veel slaapt, hoeft niet een gelukkige hond te zijn. Het vele slapen betekende niet per definitie dat ze gelukkig was. Inge las het voor van een artikel dat ze ergens vond. Sientje sliep wel erg veel. Ze lag grote delen van de dag totaal voor pampus op de bank. De ogen open keken ze totaal leeg om zich heen. Alle vreugde was eruit. Mijn plekje op de bank voelde soms ook een beetje nat aan van de plas die ontsnapt was.

Een vriendin vertelde dat haar kat ook zo had gezeten aan het einde van haar leven. Starend naar de rugleuning, alsof daar grootse dingen gebeurden. Niet op het idee komend dat je ook kunt omdraaien. Sientje zat ook zo te kijken naar de rugleuning van de bank. Haar mottige vacht glom niet meer, raakte meer en meer verstrikt in de klitten waar ze altijd zo’n last van had. De kop keek noest naar de rugleuning en als er iemand voorbijliep, blafte ze weer. ‘Oef, oef, oef.’

Lees het vervolg: Het onvermijdelijke »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Buitengesloten – Sientje (53)

Het was moeilijk om het samen lopen met de hond ‘s avonds voor het slapen gaan weer nieuwe leven in te blazen. Het was een avond waarop ik mij niet zo lekker voelde en eigenlijk lekker naar bed wilde. Ik vroeg of Inge misschien mee wilde met de avondwandeling. Voor het eerst sinds jaren.

We deden de achterdeur op slot en gingen er bij de voordeur uit. We liepen een gezellig en klein rondje om de gracht die voor ons huis is. Een wandeling die in afstand het midden houdt tussen de Bermudadriehoek en ons oude avondrondje in Almelo.

Sleutel in slot

We kwamen terug. Ik stak de sleutel in het slot, maar de deur ging niet open. ‘Ik heb de sleutel erin laten zitten’, zei Inge geschrokken. De achterdeur zou ook niet gaan lukken. Die zat namelijk niet alleen op slot, maar ook op het handslot dat alleen van binnenuit te openen en sluiten was. Daar stonden we.

Ik voelde me grieperig en wilde eigenlijk naar bed. We probeerden wat bij de voordeur te rommelen, maar het lukte niet om de deur open te krijgen. Hij zat weliswaar niet op slot, maar we kregen de sleutel er niet uit. Ook wilde de deurklink die aan de binnenkant van de deur zit, niet naar beneden.

Buitengesloten

Daar stonden we dan. Onze dochter lag boven lekker te slapen en wij hadden ons buitengesloten. We liepen weer naar de achterzijde. Het slaapkamerraam stond open. Misschien kon je er via de keukentrap in, die stond in de schuur en die stond open. Dat lukte niet. De trap kwam niet hoog genoeg om van het bovenhengsel af het raam in te komen. En ik was daar ook niet lenig genoeg voor.

Inge zou bij de buren vragen of we hun trap konden lenen. Zij had immers de sleutel in het slot van de voordeur laten zitten. Een hinderlijke gewoonte die ze ondanks dit incident niet verleerde. Ze haalde de trap. Het was nog een aardig eind omhoog. Ik voelde me dizzy genoeg om naar beneden te vallen, maar wonder boven wonder bleef ik op de treden staan en wist zelfs bibberend naar binnen te klauteren.

Pyjama

Zo kon ik de achterdeur openen en vrouw en hond weer toegang tot het huis geven. Ik bracht de trap weer terug, bedankte de buurman uitgebreid. Ik had mijn pyjama al aangetrokken bij het wandelen op deze warme septemberavond. Snel dook ik mijn bed in, nog bibberend van de kou. Het was in de 3 kwartier dat we bezig waren geweest het huis binnen te dringen best koud geworden. Ook was het al donker geworden.

Sientje had alles lijdzaam afgewacht. Geen haast of ongeduld trof haar. Dat lag meer in de aard van haar baas. Er volgden nog een paar harde woorden over het laten zitten van de sleutel in het slot en de consequenties, waarna ik in diepe slaap viel. Dromend van deuren die in het slot vielen en sleutels die nog in huis lagen. De volgende ochtend werd ik tot mijn eigen verbazing weer fris en fruitig wakker.

Lees het vervolg: Familiebanden »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Bloemendief – Sientje (49)

Sientje at alles wat ook maar enigszins op eten leek. Het riep bij haar onmiddellijk de neiging op om het te verorberen. Ze zette bijna overal haar tanden in. Vooral zaken waar ze niet aan mocht komen, plunderde ze. We hadden zelfs het vermoeden dat ze in staat was ritsen open te maken.

Een rits die niet helemaal afgesloten was, drukte ze met het puntje van haar neus open. Ze haalde dan zonder geweten de tas leeg. In alles zette ze haar tanden of probeerde ze te openen.

Snoep verdween tussen haar tanden. Voor zover ze die nog had, op latere leeftijd moest de ene na de andere tand worden getrokken. Naast alle andere artikelen als potloodjes, pennen en gummetjes werden vermorzeld. Het enige waar ze vanaf bleef waren zoetjes.

Soms maakte ze heel doosje met zoetjes open, zodat ze niet meer met het mechaniekje in de koffie konden vallen, maar ze liet de hele hoeveelheid zoetjes onaangeroerd liggen. Ze lagen dan allemaal verspreid over het kleed om ongebruikt in de vuilnisbak te belanden.

Vakantiebloemen

Dat ze de bloemen onaangeroerd liet toen we samen voor de eerste keer op vakantie gingen, heeft mij achteraf verbaasd. We namen de grote bos bloemen mee die ik van mijn collega’s had gekregen bij mijn afstuderen. Ik had het vooraf nog zo duidelijk gezegd: Geen bloemen, we gaan de volgende dag op vakantie.

Maar nee hoor, zij kwamen met een immense bos bloemen aan. Dan neem je ze toch gewoon mee! De grote bloemenbos stond vlak naast Sientje tijdens de lange rit naar Zuid-Limburg. Het liet haar toen nog koud. De bloemen kregen gedurende de vakantie een plekje buiten naast de tent.

Ze bleven door de koelte en het vocht ‘s nachts heel erg mooi. Toen het ook nog eens begon te regenen bleven ze helemaal mooi. Eigenlijk hoefden ze niet eens meer in een vaas te staan. Op weg naar de volgende locatie hebben we de bloemen maar weggegooid. Niet dat ze helemaal verlept waren, maar bloemen mee bij het kamperen is gewoon heel onhandig. Misschien kan het nog wel in een stacaravan, maar zo op doorreis in een tent stonden de bloemen erg in de weg.

Geboortebloemen

Bij de geboorte van Doris kregen we eveneens een enorme bos bloemen. Mijn collega’s kwamen ermee toen ik een paar dagen na de geboorte langskwam om te trakteren op beschuit en muisjes. Ze waren helemaal vergeten om iets te kopen. Ik zag hoe een collega wegsnelde en even later terugkwam met een bos bloemen en een doosje. In dat doosje zat een rompertje met een grappige tekst. De bos bloemen nam ik met een brede glimlach in ontvangst.

De bos kreeg een plekje op het lage tafeltje naast de bank. Op de foto’s in het fotoalbum van Doris zie je hoe ze daar stonden. Steeds naast de gasten die dan met de baby op schoot op de foto werden geschoten. Bij de gasten die een paar dagen later kwamen om de baby te bewonderen, is de bos bloemen ineens verdwenen. Het is slechts enkele dagen later, maar de bos was verschalkt door Sientje.

We waren heel even weg, echt heel even maar. Bij thuiskomst zagen we hoe de bloempot was omgegooid. Een deel van het witte kleed had het vieze bloemwater opgezogen. De rest van het water dreef op het kleed. Het kleed was doorweekt. De bloemen waren vervolgens keurig over het kleed verspreid waarbij met name de rode chrysanten eraan moesten geloven. Ze waren ontdaan van de steel en lagen los overal op het kleed. Er restte niets anders dan de hele boel op te ruimen en in de vuilnisbak te kieperen.

Altijd als ik nu die foto’s zie, moet ik hier even aan terugdenken. Dan zie ik voor mij hoe een bladzijde verder gasten trots onze baby vasthouden, maar dan zonder die indrukwekkende bos bloemen erachter.

Lees het vervolg: Onder het mes »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief