Tagarchief: homo ludens

Spelen en winnen

image

In Huizinga’s studie naar de spelende mens, Homo ludensschrijft de Leidse historicus weinig over de relatie tussen spelen en gokken. Bij gokken raakt de menselijke geest zo in vervoering dat hij verder gaat dan het spel. Bij het winnen krijgt hij meer dan de eer. Hij haalt ook nog eens een lieve duit binnen.

In het spel zelf zitten natuurlijk ook allerlei elementen in relatie met geluk en winnen. Dat de winst nog eens buiten het spel effect heeft, maakt het de spanning vele malen groter. Je kunt je dan nog afvragen of het dan draait om het spelen of juist om het winnen.

Kaartspelen als bridge en poker kunnen met én zonder geld worden gespeeld. De inzet van geld vergroot de spanning en versterkt het spel. De kans om het spel te winnen, is even groot, maar de prijs wordt meer begeerd. Het is verleidelijk te denken dat het dan alleen om het geld draait, maar dat geloof ik niet helemaal. Het is de combinatie die hier heerst.

Is de inzet bij gezelschapsspelen het samen rond de tafel zitten. De vele spelletjes die mensen op hun mobiel spelen, lijken een heel ander doel te hebben. Daar is het spel een tijdverdrijf en lijkt misschien het meeste op het tijdverdrijf aller tijdverdrijven van de spelletjes: patience.

Veel spelletjes op internet worden gespeeld in combinatie met veel social media. Denk hierbij aan het grote assortiment van spelen beschikbaar op Facebook. Een uitzondering hierop zijn websites waarbij je kans maakt op grote prijzen. Steeds vaker duiken dergelijke websites op. Geluk en behendigheid wisselen elkaar af, ook bij deze websites. Zo zie je dat er door de eeuwen heen met het spel niet zoveel veranderd is. Het is enerzijds een tijdverdrijf en anderzijds geeft de kans en mogelijkheid iets te winnen een extra spanning en beleving aan het spel.

Uiteraard moet de speler ervoor waken zich niet te laten beheersen door het spel. Laat het spel vooral een spel blijven en de winst een meevallertje.​

Haiku

image

In het gedeelte over de poëzie als taalspel, haalt Johan Huizinga in Homo ludens de Japanse haiku aan. Hij noemt het hai-kai, maar de vorm van drie dichtregels met achtereenvolgens vijf, zeven en vijf lettergrepen komt helemaal overeen met wat nu de haiku heet.

Volgens Huizinga is de haiku ontstaan uit een spel met de taal. Dichters borduurden voort op het gedicht dat de voorganger had voorgedragen:

Oorspronkelijk moet ook hai-kai een spel zijn geweest van kettingrijmen, waarmee de een begon en de ander moest voortzetten. (162)

De haiku sluit goed aan bij andere Aziatische dichtvormen als de djawab in Java en de pantoen uit Maleisië. Beide vormen zouden terugvallen op de inga foeka uit Midden-Boeroe. Deze beurtzang is

een wisseling van strofe en tegenstrofe, zet en tegenzet, vraag en antwoord, uitdaging en betaaldzetting. (160)

Zoiets zie je ook terugkomen bij sommige psalmen in de bijbel, die duidelijk in beurtzang worden gezongen. Het geeft poëzie iets speels. De hedendaagse rappers spelen dit spel en de strijd van poëzie op een moderne wijze met hun voordracht.

Huizinga zou het spel ook in de hedendaagse cultuur nog overal terugvinden. Hij gebruikt een heel hoofdstuk om op de relatie tussen poëzie en spel te wijzen. Hij doet dit met veel overgave. Zo haalt hij Paul Valéry aan:

Wie met Paul Valéry de poëzie een spel, het spel met woord en taal noemt, bezigt niet een overdracht van betekenis, maar treft de diepste zin van het woord poëzie zelf. (172)

Om te besluiten met een vergelijking tussen het gedicht en de raadselwedstrijd, die hij eerder aanhaalt als illustratie bij de haiku.

Zoals de raadselwedstrijd wijsheid voortbrengt, zo baart het poëtisch spel het schone woord. (173)

Poëzie is een spel met beelden en geeft een taal die niet iedereen verstaat, maar die van een ongekende pracht is. Dat geldt eigenlijk voor alle dichtvormen, ook als de poëzie opzettelijk tegen andere poëzie is geschreven. Hiermee raakt Huizinga de kern van het dichterschap: de speler van het woord.

Johan Huizinga: Homo ludens, Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Pandora Pocket, 1997 [1938], naar de uitgave zoals die bij H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V. in 1951 is verschenen. 288 pagina’s.

Schrijfstijl

image

Het is even wennen de schrijfstijl van Johan Huizinga, maar tegelijkertijd wekt het boek veel verbazing op. Het boek is voor een wetenschappelijk werk uit de jaren dertig helemaal niet slecht geschreven, het komt zelf vlot over in vergelijking met veel werken uit die periode. Al komt de pluralis majestatis een beetje archaïsch over, het hoort eenmaal bij het wetenschappelijk discours van voor de oorlog.

Toch komt Homo ludens van Johan Huizinga erg modern over. Hij schrijft in een heldere stijl en ook is de opbouw van zijn boek heel doorzichtig. Huizinga verstopt zich niet in wollig taalgebruik en weet op een mooie, overzichtelijke manier zijn verhandeling neer te zetten.

Hij speelt hier soms zelfs met de taal alsof zijn boek over de spelende mens zelf een spelletje is. Al behoedt hij zich aan het einde van zijn wetenschappelijke boek alles als een spelletje te beschouwen, hij weekt met zijn enthousiasme dergelijke gedachten soms los bij de lezer.

De basisgedachte van zijn boek verwoordt Huizinga heel treffend:

De voorstelling die in het hier volgende wordt ontvouwd is deze: cultuur komt op in spelvorm, cultuur wordt aanvankelijk gespeeld. Ook die activiteiten, welke rechtstreeks op de bevrediging van levensbehoeften gericht zijn, zoals bijvoorbeeld de jacht, zoeken in de archaïsche samenleving gaarne spelvorm. Het gemeenschapsleven ontvangt zijn bekleding met supra-biologische vormen, die het hogere waarde verlenen, in de gedaante van spelen. In die spelen druk de gemeenschap haar interpretatie van het leven en van de wereld uit. Dit is dus niet zo te verstaan, dat het spel omslaat of zich omzet in cultuur, maar veeleer zo, dat cultuur in haar oorsponkelijke fasen het karakter van een spel draagt, in de vormen en in de stemming van het spel worden opgevoerd. (68)

Daarmee begeeft Johan Huizinga zich niet alleen op historisch vlak, maar veelmeer ook op antropologisch terrein. In zijn studie kijkt hij ook over de grenzen van de moderne, westerse beschaving. Hij haalt regelmatig de functie van het spel bij andere volkeren aan. Hij doet dit zonder een oordeel te vellen. Hiermee is hij zijn tijd ver vooruit, lijkt het.

Johan Huizinga: Homo ludens, Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Pandora Pocket, 1997 [1938], naar de uitgave zoals die bij H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V. in 1951 is verschenen. 288 pagina’s.

Spelen

image

De nieuwste roman van Etienne van Heerden maakte mij nieuwsgierig naar het werk over de spelende mens in relatie met cultuur: het boek Homo ludens van Johan Huizinga. De Zuid-Afrikaanse romancier heeft zelfs zijn hoofdpersoon in Klimtol vernoemd naar dit boek. Hij heet Ludo Loeloeraai, als verwijzing naar de spelende mens van Huizinga.

Ik heb het boek Homo ludens al jaren in mijn bibliotheek liggen, net als die andere klassieker van Huizinga: Herfsttij der Middeleeuwen uit 1919. Dit boek is ook een cultuurgeschiedenis, maar de spelende mens trok meer mijn aandacht.

Het boek uit 1938 is zoals de ondertitel het zegt: ‘Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur’. In zijn voorrede vertelt de Leidse hoogleraar hoe hij tot het onderwerp gekomen is. De gedachte speelt al ruim 35 jaar door zijn hoofd, zoals hij het zelf zegt:

Het is al een oude gedachte die getuigt, dat bij doordenken tot de bodem van ons kennen alle menselijke handelen slechts een spelen schijnt. Wie aan deze metafysische conclusie genoeg heeft, moet dit boek niet lezen. Mij schijnt zij geen reden, om de onderscheiding van het spel als een eigen factor in al wat in de wereld is, te laten varen. Sinds lange tijd ben ik steeds stelliger tot de overtuiging gekomen, dat alle menselijke beschaving opkomt en zich ontplooit in spel, als spel. (5)

Het spel als bron van de cultuur. In de studie die Huizinga verder presenteert, behandelt hij steeds een cultureel aspect om vervolgens te wijzen op het spelelement in dat specifieke aspect. Het levert een groot aantal interessante inzichten op.

Johan Huizinga: Homo ludens, Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Pandora Pocket, 1997 [1938]. Naar de uitgave zoals die bij H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V. in 1951 is verschenen. 288 pagina’s.