Tagarchief: het samenspel

Schrijfstijl

image

Het is even wennen de schrijfstijl van Johan Huizinga, maar tegelijkertijd wekt het boek veel verbazing op. Het boek is voor een wetenschappelijk werk uit de jaren dertig helemaal niet slecht geschreven, het komt zelf vlot over in vergelijking met veel werken uit die periode. Al komt de pluralis majestatis een beetje archaïsch over, het hoort eenmaal bij het wetenschappelijk discours van voor de oorlog.

Toch komt Homo ludens van Johan Huizinga erg modern over. Hij schrijft in een heldere stijl en ook is de opbouw van zijn boek heel doorzichtig. Huizinga verstopt zich niet in wollig taalgebruik en weet op een mooie, overzichtelijke manier zijn verhandeling neer te zetten.

Hij speelt hier soms zelfs met de taal alsof zijn boek over de spelende mens zelf een spelletje is. Al behoedt hij zich aan het einde van zijn wetenschappelijke boek alles als een spelletje te beschouwen, hij weekt met zijn enthousiasme dergelijke gedachten soms los bij de lezer.

De basisgedachte van zijn boek verwoordt Huizinga heel treffend:

De voorstelling die in het hier volgende wordt ontvouwd is deze: cultuur komt op in spelvorm, cultuur wordt aanvankelijk gespeeld. Ook die activiteiten, welke rechtstreeks op de bevrediging van levensbehoeften gericht zijn, zoals bijvoorbeeld de jacht, zoeken in de archaïsche samenleving gaarne spelvorm. Het gemeenschapsleven ontvangt zijn bekleding met supra-biologische vormen, die het hogere waarde verlenen, in de gedaante van spelen. In die spelen druk de gemeenschap haar interpretatie van het leven en van de wereld uit. Dit is dus niet zo te verstaan, dat het spel omslaat of zich omzet in cultuur, maar veeleer zo, dat cultuur in haar oorsponkelijke fasen het karakter van een spel draagt, in de vormen en in de stemming van het spel worden opgevoerd. (68)

Daarmee begeeft Johan Huizinga zich niet alleen op historisch vlak, maar veelmeer ook op antropologisch terrein. In zijn studie kijkt hij ook over de grenzen van de moderne, westerse beschaving. Hij haalt regelmatig de functie van het spel bij andere volkeren aan. Hij doet dit zonder een oordeel te vellen. Hiermee is hij zijn tijd ver vooruit, lijkt het.

Johan Huizinga: Homo ludens, Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Pandora Pocket, 1997 [1938], naar de uitgave zoals die bij H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V. in 1951 is verschenen. 288 pagina’s.

Waar komt de Avondvierdaagse vandaan?

image

Waar komt die avondvierdaagse nou eigenlijk vandaan? Een collega-vader vroeg het aan mij bij het wandelen. Geen idee. Het schoolhoofd wist het ook niet. Hij herinnerde zich niet of hij hem ooit gelopen had, maar sinds hij in het onderwijs zit, liep hij de avondvierdaagse. Volgens mij is het een traditie die wel tot de oorlog teruggaat, zei ik. Dat zoeken we op, beloofde ik.

Ik dacht aan de vele optochten die er zijn. Met als hoogtepunt de feestelijke laatste avond. In Veenendaal werden we de laatste kilometer vergezeld door de fanfare. In Almere gebeurde dat vorig jaar omdat het een jubileumjaar was. De intocht is toen ook verplaatst naar de Esplanade. Het regende pijpenstelen, waardoor het uiteindelijke hoogtepunt voor de schouwburg een beetje in het water viel.

Ik dacht aan de eeuwwisseling. We zijn het maar gaan opzoeken. Wikipedia biedt uitkomst. De wandelmars bestaat als sinds 1909. In 1940 werd het voor het eerst vier opeenvolgende avonden gehouden. Het groeide snel uit tot een fenomeen. Niet eens zozeer bedoeld als protest, maar de Duitse bezetter zag het wel zo en verbood de optochten. Na de oorlog zijn de wandelmarsen weer in ere hersteld. En zoals dat snel gaat bij het gewoontedier mens, het werd een jaarlijks evenement.

Vooral voor kinderen is het een fenomeen. Ze beginnen er steeds jonger aan. De kleuters lopen al enthousiast mee. Daar is de afstand wel voor aangepast en veranderd in 5 kilometer per avond, in plaats van de gebruikelijke 10 kilometer. Zodoende is de 5 kilometer in Almere uitgegroeid tot de populairste afstand. En daar hebben veel ouders al moeite genoeg meer.

Naast de avondvierdaagse heeft Nederland ook een aantal andere vierdaagsen. De wandelvierdaagse in Nijmegen is de bekendste en populairste. Het evenement trekt veel bezoekers. Daar zijn de afstanden iets ruiger en daarmee de ontberingen wat groter. Het lopen in een lange stoet achter elkaar associeer ik wat minder met wandelen, maar meer met een mars. De reactie van de Duitsers is wel begrijpelijk.

Ik ben er niet bekend mee in hoeverre de vierdaagse ook in het buitenland wordt gelopen. Misschien hebben we wel een oer-Hollands fenomeen te pakken. Maar dat is een vraag voor een andere avond of misschien wel een volgend jaar.