Tagarchief: herinnering

Een teckel die niet blaft? – Sientje (10)

‘Heb jij Sientje al eens horen blaffen?’ vroeg ik aan Inge. We hadden onze teckel Sientje nog maar een paar dagen. Ze sjokte al een aardig pootje door het huis. Het werd steeds meer haar domein, maar ze had nog nooit een blaf laten horen. Zou ze wel kunnen blaffen?

Nee, Inge had ook niks gehoord. Het dier was muisstil. Ze at keurig de brokken op. Van de ene op de andere dag waren we op ander voer overgegaan. Volgens de dierenwinkel was het prima voer voor die prijs. De stank van Fokker Plus konden we niet verdragen. Dit nieuwe – uiteraard duurdere – voer weerde meteen de ergste hondengeurtjes uit ons huis.

Kan ze wel blaffen

‘Zou ze wel blaffen?’ vroeg Inge. Ik had geen idee. We leefden alweer een tijdje met het dier en we vertelden langzaam iedereen over onze aankoop. We werden met grote ogen aangekeken. Het was een grote stap, vond iedereen. In het huwelijksbootje stappen was een kleinere. Een collega had mij met medelijden aangekeken. ‘Man’, had hij verbaasd uitgeroepen. ‘De volgende stap is een kind.’

Ik zag het niet zo. En als het wel zo was, vond ik het eigenlijk helemaal niet zo erg. Ik had alweer gewerkt en was naar Leiden vertrokken voor een paar dagen. Het ontbreken van de hond, vond ik meteen al een gemis. Sientje was ook van mij. Voor de helft. Ik had 100 euro van de 200 betaald. Het bezoek aan de dierenarts was ook keurig door de helft gegaan. We waren zelfs een kasboek gaan bijhouden.

Op woensdagmiddag was Inge met het dier naar het Nijreesbos gegaan. Ze was er een stukje het bos ingelopen. Sientje achter haar aan. Het dier was dit soort zware tochten helemaal niet gewend. Keurig volgde ze. Zwijgend en hijgend. Het dier liep netjes om de modderplas midden op het pad heen. Op de terugweg, kwamen een paar tegenliggers tegemoet. Sientje was bekaf en stapte zonder nadenken in de diepe modderpoel. De pootjes zogen zich vast en er klonk een zoenend geluid van een hond die zich losmaakte uit de modder.

Vieze teckel

Inge nam een heel vieze teckel mee naar huis. De hele kofferbak van de auto was een modderbende geworden. Thuisgekomen had ze de hond – tegen het advies van de dierenarts in – onder de douche gedaan. De douche zou veel te veel stress geven en die had Sientje nu even genoeg. Sientje had geschud en probeerde de warme straal te voorkomen. Geen grotere verandering dan van een hok in de schuur naar een mand in de warme huiskamer. De modderactie had ons wel vooruit geholpen: Van de muffe strolucht en vieze walm waren we vanaf dat moment verlost. Geholpen door het veel betere voer.

Ik begroette een paar dagen later weer helemaal blij mijn 2 dames. Sientje had ook gekwispeld, maar bleef verder muisstil. Een paar dagen later kwam de eerste visite langs. Een vriendin van Inge bracht even een bezoekje om het nieuwe hondje te zien. Ze had haar eigen hond maar even niet meegenomen.

Ze kwam binnen, hing haar jas op en kwam de kamer in. De hond rook onwennig aan haar. Sientje wist er zogezegd weinig raad mee. Totdat Ingeborg wilde vertrekken. Ze liep naar de gang om haar jas aan te trekken. Sientje stormde op haar af en begon te blaffen. Ze wilde het duidelijk niet. Wij riepen verbaasd en blij: ‘Ze blaft, ze blaft.’

Blaffen met de jas aan

Inderdaad blafte ze. Vanaf dat moment werd de jas voor Sien het signaal om te gaan blaffen. Iemand die binnenkwam met de jas aan, moest deze zo snel mogelijk uittrekken. Niet aanhouden. Mijn schoonmoeder moest er al snel aan geloven. Ze hield haar jas aan bij binnenkomst. Moeder wipte even langs en wilde dan ook weer zo gaan. Maar dat mocht niet. Jas uit, anders kalmeerde ze niet. Daarom kreeg ze een hap – per ongeluk – tussen het blaffen door. Sientje schrok er zelf ook van.

De blaf ontwikkelde zich tot een apparaat dat gelijk afging met de deurbel of het vertrek van bezoek. Blaffen was vooral uit angst. Angst voor het onbekende. Wat zou er ging gebeuren? Ze wist niet wat mens en dier gingen doen.

En op bezoek bij mijn ouders kon ze de bel van van de hangklok niet verdragen. Bij elke tingel om het halve uur en het aantal uren getingeld om het hele uur, blafte ze woest om zich heen. Die klok, dat mocht niet. Een bezoek aan mijn ouders werd zo elk halfuur opgeluisterd met een fraai staaltje blaffen.

Rothond

Zo kende mijn oma Sientje. Een keffertje noemde ze de hond. Ze kon het dier niet uitstaan. Totdat Sientje een keer bij wijze van hoge uitzondering bij mijn ouders op de bank mocht. Ze lag daar heerlijk te kroelen naast oma. Vanaf die dag veranderde de ‘rothond’ in een ‘lief beest’.

Lees het vervolg: Oorlog om de bank »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Strand Nulde en het geheugen – #fietsvakantie

img_20160812_122852.jpgDe borden langs de weg geven het aan: Strand Nulde. Een strand dat in mijn geheugen vermengd is het met het meisje. De lugubere vondst van haar lichaam en de maandenlange speurtocht.

Als wij er langsfietsen, is het nog niet echt strandweer. Het verkeer van de snelweg A28 raast op een steenworp afstand van het water. Het strand is verder nagenoeg leeg, op een enkele surfer na.

Doris volgt de bordjes en rijdt al onder de snelweg door in de richting van Putten. Als we even stoppen om wat te drinken, vertel ik het verhaal van het meisje. Het meisje van Nulde.

Reconstructie

Het grote raadsel wie zij was. Hoe vooraanstaande Britse fysiologe Caroline Wilkinson van de Manchester University een reconstructie maakte hoe het meisje eruit zou hebben gezien.

Hoe ze uiteindelijk door een juf werd herkent en het meisje een naam kreeg. Vooral hoe goed Wilkinson het onherkenbare meisje een gezicht hadden weten te geven dat wel heel erg dicht bij de werkelijkheid kwam.

Terwijl ik dit verhaal vertel, besef ik hoe snel dit aangrijpende verhaal uit het geheugen verdwijnt. Is deze gebeurtenis voor mij onlosmakelijk met dit strand verbonden, voor anderen is Strand Nulde een plek om je heerlijk te ontspannen.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Een jaar geleden – #mijnmoment

image

Het is een jaar geleden dat ik op de ochtend na het lange kerstweekend alleen in de kamer zat en mijn mail opende. In de mail een bericht van LinkedIn met vacatures bij mij in de buurt. De vacature die er meteen uit oplichtte was een senior webredacteur die gezocht werd in Almere.

Dat is lekker dicht bij huis, dacht ik. Mijn baan stond op de tocht door een grote overname. Het zou ongetwijfeld effect hebben op mijn baan als webredacteur daar. Wachten op de onduidelijkheid die daar heerste, betekende net zoveel als jezelf aan de grillen van de goden overleveren.

Stiekem was dit mijn moment. Ik trok de brutale schoenen uit en begon meteen die ochtend al aan het schrijven van een brief. De grote uitdaging lag voor mij in de tekst dat de werkgever dé online speler wilde worden in zijn werkterrein. Daar wilde ik wel aan meewerken. Zeker ook omdat het een heel uitdagende branche is.

In het nieuwe jaar, ruim een maand later was ik op gesprek. Ik had geen idee welke richting het zou opgaan. De baan die ik had, had ik. Een andere uitdaging zo snel beginnen nu ik pas een halfjaar werkte bij dit bedrijf, vond ik wel lastig, maar ik koos eieren voor mijn geld. Het tweede gesprek verliep positief: ze wilden verder met mij.

Nu bijna 9 maanden later en de verhalen bij mijn oude werkgever horend, geniet ik van de keuze die ik heb gemaakt. Het is een heel andere baan dan ik eerst had, meer hectiek en dynamiek. Maar ik krijg er veel voor terug. Zo geniet ik van de mogelijkheden en kansen die ik krijg. Elke dag dat ik naar mijn werk ga.

Ik kom terug

wpid-20150307_112431.jpgVandaag leest het online leesclubje Een perfecte dag voor literatuur de roman Ik kom terug van Adriaan van Dis. Ik las het boek vorig jaar rond deze tijd en omdat ik het verhaal niet meer helemaal scherp had toen ik het wilde bloggen en recenseren, las ik het nog een keer in het voorjaar.

Nu lees ik het niet, ik laat het bewust weg en probeer het verhaal te vertellen uit mijn geheugen. Een bijzonder experiment. De roman past in een tijd waarin veel schrijvers schrijven over hun overleden moeder. Naast Adriaan van Dis, hebben ook Maarten ‘t Hart en Jan Siebelink onlangs over hun moeder geschreven.

De overeenkomst. De schrijvers zijn ongeveer allemaal van dezelfde generatie (geboren tussen 1944 en 1950) en ze hebben allemaal over hun overleden vader geschreven. Adriaan van Dis is al sinds Indische duinen bezig met zijn dominante vader. Het vormt een terugkerend motief in zijn werk. Maarten ‘t Hart schreef ontroerend over zijn vader in De Jacobsladder en Jan Siebelink scoorde hoge ogen met Knielen voor een bed violen.

Wat mij van het boek van Adriaan van Dis bijstaat, is vooral de weergave van de verschillende kanten van zijn moeder. Ze is manipulatief, ze wil dat hij haar doodmaakt en komt tot de bizarre ruil: haar leven voor haar verhaal. Het geeft de roman een bijzondere lading. Daarnaast lijkt het alsof de verteller pas nu aandacht heeft voor het verhaal van zijn moeder, terwijl hij over zijn vader eindeloos geschreven heeft.

De milde kant van het verhaal, het verhaal van zijn moeder waarin ook de dramatiek van zijn grootvader en het grote verlies van grote sommen geld aan de orde komt. De verteller benadrukt dat de zucht naar geld, speculatie, tot verlies van geld leidt. Al het geld dat opa heeft belegd in de Russische spoorwegen is verdampt.

Net als de indrukwekkende verhalen over Nederlands-Indië en het geloof in geheimzinnige krachten. Madame Blavatsky met haar theosofische verhandeling die heilig is voor de moeder van de verteller. Hoe de geest het lichaam verlaat, maar ondertussen ook met liefde behandeld moet worden.

Tot slot herinner ik mij hoe zijn moeder haar eer probeert hoog te houden en in dezelfde val trapt als haar vader: de schijn is sterker dan het wezen. Het vermeende kapitaal is de kale bodem van een kist.

Daarmee is Ik kom terug een leuk boek om aan terug te denken, maar om het nu weer te gaan herlezen. Nee, ik lees het uit mijn herinnering en dat is even genoeg voor vandaag.

Lees mijn eerdere besprekingen

Adriaan van Dis: Ik kom terug. Roman. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2014. ISBN: 978 90 254 4346 7. Prijs: € 19,99. 288 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Ik kom terug van Adriaan van Dis. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

De herinnering en Proust

image

Het spel met Proust komt tot volle wasdom in Ik kom terug van Adriaan van Dis. De verteller speelt met de herinnering, de geuren en kleuren die opdoemen in het geheugen. De associaties die schijnbaar volkomen willekeurig opdoemen. De verteller zet het tussen haakjes:

(Herinneren doe je zonder na te denken, het is een instinct, schreef Marcel Proust in Contre Saint-Beuve.) (124)

De herinnering laat zich niet dwingen door het verstand, stelt de verteller. Ook is het nodig dat je alleen bent.

Het beeld verschoof. Ik zag handen een waslap in een kom uitwringen. Ik rook mijn zieke vader, een herinnering gevangen in lauw zeepwater. Een geur die ik in een zomer van mijn herinnering had opgeslagen. Mijn verstand had daar niets over te zeggen. (125)

Dan maakt de verteller mee dat de herinneringen bezit nemen van zijn moeder. Ze heeft er niet meer de hand in en de herinneringen gaan met haar aan de haal. De associaties volgen elkaar woest op. Er is geen houden meer aan.

Ze sprong door de tijd, niet als een verteller die herinneringen opriep, nee, de herinneringen namen bezit van háár. Ze verloor de zeggenschap, was niet meer de baas van haar verstand en voelde zich overgeleverd aan de chemie onder haar schedel. (266)

Het komt door de stroomstoten in haar hersenen die ze voelt, verklaart een bevriend neuroloog. Ze veroorzaken fantoomeffecten, die zijn moeder helemaal niet verbazen. Volgens haar wisten de Tibetanen dat allang. Wat Proust ervan wist, laat de verteller helaas buiten beschouwing.

Adriaan van Dis: Ik kom terug. Roman. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2014. ISBN: 978 90 254 4346 7. Prijs: € 19,99. 288 pagina’s.

Lees ook mijn bespreking van Ik kom terug op Litnet

Gevonden!

imageOp een maand na bijna een jaar geleden zag ik het eerste filmpje van mijn neefje. Ik genoot van de eerste beelden van dit kleine ventje. Opgenomen op het mobieltje van mijn zwager, het beeld een beetje trillerig. Ik moest gelijk denken aan het eerste filmpje dat ik van Doris maakte.

Ik doorzocht alle computers en (harde) schijven in huis, maar vond het niet. Het was waarschijnlijk opgenomen op Inges mobieltje, ‘s nachts na de geboorte. We hadden geen fototoestel mee, kochten een wegwerpcamera en maakten nog wat foto’s moet Inges mobiel.

Van de foto’s zijn er nog wat overgebleven. Het filmpje was echter spoorloos verdwenen. Mogelijk stond het nog op het mobieltje, maar hij was leeg en de oplader was nergens meer te vinden. Kwijt. Het beeld zou mogelijk voorgoed verloren zijn.

Ik zocht nog op andere plekken, startte zelfs een oude computer op, maar vond het filmpje niet meer. Ik had er vrede mee. Het was niet anders. De herinnering aan het eerste beeld, met friemelende vingers, was sterker dan het beeld zelf.

Tot Inge bij het opruimen ineens de oplader vond. Nu was de telefoon verdwenen. Ze had gezocht, maar hij was nergens te vinden. ‘Misschien heb ik hem wel weggegooid,’ zei Inge. Ik kon het niet geloven. ‘Heb je al bij de televisie gekeken,’ zei ik. ‘Daar heb ik hem de laatste keer gezien.’ Ik sprak de zin uit en zag hem liggen voor de televisie.

De oplader bleek inderdaad te passen. We laadden de oude mobiel en hij kwam weer tot leven op de Sim-kaart van Doris. En daar was het filmpje: het filmpje van vlak na de geboorte, met friemelende vingertjes.

En er staan nog veel meer filmpjes en foto’s op het mobieltje. We hebben gisteren heerlijk herinneringen opgehaald aan de hand van de filmpjes van de kleine Doris, Inges moeder en onze lieve teckel Sientje.