Tagarchief: Hardlopen

Lopen en fietsen in boeken – #50books

image

Ik ben niet zo’n sporter. De combinatie van sport met een bewegingsloze activiteit als lezen is voor mij bijna onmogelijk. Een boek als de Renner van Tim Krabbé laat mij koud. Net als de Mont Ventoux van Bert Wagendorp waarmee lezers op dit moment wegrennen.

Geef mij maar de combinatie van het wandelen met de natuur. Zoals in het Natuurdagboek van Nescio. In dit boek maakt hij prachtige wandelingen tussen Amsterdam, Naarden, Hilversum, Breukelen en Vinkeveen. Ook pakt hij hier regelmatig de fiets. De activiteit van het wandelen of fietsen staat hier niet voorop. Meer de natuur die hij onderweg ziet.

Het staat gelijk met het peddelen dat Paul Theroux in zijn Gelukkige eilanden doet tussen de eilanden in de Stille Oceaan, het wandelen van Jan Blokker jr. op zijn voettocht naar Rome of het fietsen van Ilja Leonard Pfeiffer op zijn fietsrit naar Rome.

De laatste is niet-sportief en rijdt op een in de haast gekochte tweedehands racefiets. Sporten in de meest ultieme vorm: onvoorbereid en op een stukkende fiets. Het reisdoel is belangrijker dan de manier waarop hij er komt. Tegelijkertijd geniet ik van de ontberingen en de overwinningen.

Vooruitzicht – #WOT

image
Advertentie van een sportschool.

Het nieuwe jaar is de tijd om voornemens te hebben. Het overgrote deel sneuvelt al in de eerste week. Daarom happen fitnesscentra gretig in op de voornemens. Er vielen vandaag al 2 folders op mijn deurmat. Het speelt in op het voornemen: ik ga nu echt meer bewegen. Een voornemen dat voornamelijk een goed vooruitzicht is voor de sportschool.

Bij mijn hardlooprondje vanmiddag zag ik ze alweer lopen. Ze droegen de nieuwste outfit en strompelden zich voort. Onder de voeten zaten de mooiste schoenen. Toch komen ze niet vooruit. De oude conditie helpt ze niet vooruit.

Kuddedier
Met die feestdagen valt me extra op wat voor een kuddedier de mens is. Begin december staan ze in de rij voor een kerstboom. Een maand later smijt iedereen ze overal neer. Ik kon afgelopen zomer zelfs 2 bomen uit onze zijtuin verwijderen.

Daags voor kerst staat de mens in de rij voor de kalkoen. Een dag na kerst liggen de restanten voor dumpprijzen in de schappen. Niemand hoeft ze meer te hebben. Iedereen staat dan alweer in een andere rij: de rij van de oliebollen en de rij van het vuurwerk.

Sportschool
Nu adverteert de sportschool met mooie aanbiedingen. De zalen zitten vol. Massa’s mensen beginnen om na een week of wat nooit meer de sportschool te betreden. Ze betalen hun abonnement een paar maanden door tot ze de rekening beseffen en ook daarmee stoppen.

Dat kuddegedrag gaat ook door. Sportscholen adverteren niet voor niks elk jaar weer. Er vallen meer mensen af dan blijven plakken. In december is het zo goed als leeg om de eerste maand van het jaar bommetjevol te zitten.

Er zijn mensen die het kuddegedrag van mensen snappen. Zij kunnen goed vooruitzien. Die verdienen goed. Elk jaar lachen ze weer in hun vuistje. De vooruitziende blik komt uit. Eigenlijk is het helemaal geen vooruitziende blik. Het gebeurt elk jaar precies hetzelfde. Ze zien de kudde en mennen haar naar hun portemonnee.

Hardlopen met de honden

Hardlopen met de honden. Dat lijkt me geweldig. Ik probeerde het een paar maanden terug, maar het ging nog niet zoals ik wenste. Vrijdag deed ik het nog een keer. En het ging boven al mijn verwachtingen.

Ik rende door het park het rondje dat ik normaal met ze loop. Zelfs een eindje verder. Met ons liep wel een paar honderd meter een ander hondje mee. Het leidde ons niet af van de missie: samen hardlopen. De achtervolger hebben we gewoon van ons afgeschud met de Cesar-methode.

Vanmiddag wilde ik het weer een keer proberen. Weer de hardloopkleren aan en dan lekker hollen. Ik geef ze tussendoor een rustpauze om te snuffelen en eventuele behoeftes te doen. Teun heeft er superveel plezier in. Saartje loopt het begin heel enthousiast mee, maar krijgt het verderop wat zwaarder.

Daarom passen we ons tempo aan op de langzaamste. Ze vinden het allebei erg leuk. Vrijdag liepen we nog een kilometer of 3. Vandaag toch al wel 4. Zo bouwen we het langzaam maar zeker op.

Bij thuiskomst vielen de 2 teckels vrijwel meteen in slaap. Overigens verbaas ik mij erover hoe snel een hondenlijf zich herstelt van zo’n inspanning. Een klein uurtje later verstouwden ze heerlijk stuk kalkoenvleugel.

Meer dan verdiend. Dat zeker.

Bellenblazer

image

Ze stapte van haar fiets en ging op het bankje zitten. Iets wat ze altijd deed op zo’n middag als deze. Ze boog heimelijk naar haar fietstas. Achterin lag haar handtasje. Daar zat het verstopt. Het potje zeepsop.

Ze ging zitten blies de lucht voor zich uit en zag de bellen denkbeeldig uit haar getuite lippen vliegen. Eerst rechtte ze haar bril en tuurde het fietspad af in de richting van het tunneltje. In de verte liep een hardloper haar tegemoet. Hij kwam net het tunneltje uit. Ze schroefde het potje open en zag hoe bovenop het bellensop haar al begroette.

Ze gleed met het puntje van haar tong over de lippen, tuitte de lippen goed en schoof haar benen over elkaar. Het rokje sloot strak om haar bovenbenen. Elke vorm van inkijk was uitgesloten. Zoals haar benen tegen elkaar drukten, zo vatten haar duim, wijsvinger en middelvinger het stokje met de cirkel aan het einde. Daar ging hij in het sop vooronder.

Ze trok behendig het stokje uit de zee van bellen. Een straaltje sop droop naar beneden. Ze hield het stokje net iets voor haar benen. Zo voorover gebogen tuitte ze haar lippen nog meer en blies. Ze blies bellen. De bellen van goud kropen traag uit de ring. Ze blies ze groter. De eerste liet los. De tweede volgde.

Ze keek in de bellen, haar eigen gezicht vervormde. De bril leek groter. Net als haar voorhoofd. Het haar was verder  naar achteren. Terwijl ze het vanmorgen zo zorgvuldig gekamd had. Devoot zat ze erbij. Alsof elke bel een dierbare uitdrukte die er niet meer was. De tijd vloog met de bel. De wind nam haar mee.

De hardloper sjokte voorbij. Vermoeide ogen keken haar aan. Hij kon helemaal niet zo’n eind lopen. Ze keek hem niet aan, tuurde in de richting van het andere fietspad op deze kruising. Daar dreven haar bellen. Ze doopte het stokje in het potje.

De hardloper rende verder en nam haar verhaal mee zoals de bellen van haar dreven op de wind.

Regen

De regen stroomt naar beneden. Een douchekop zou jaloers zijn op de sterkte van de vochtstralen. Ik ren een rondje, meen dat de buienradar vertelde dat het even droog zou blijven. De regen is niet koud, maar trekt mijn shirtje naar beneden.

Een brommertje rijdt voorbij en gutst het water van het fietspad omhoog. Een emmer water wordt tegen mijn lijf gegooid. Mocht nog iets droog zijn gebleven, dan is het nu nat. De brommerrijder is ver genoeg uit zicht om te schelden. Terwijl hij waarschijnlijk gniffelt vanachter het glas van zijn helm.

Het stroomt verder en de rit nadert bijna zijn einde. Zelden ben ik zo natgeregend. Ik zie natte hardlopers mij tegemoet lopen. Zelf hobbel ik achter een meisje aan bij wie het water een stroompje vanaf de paardenstaart naar beneden vormt.

En het kan nog harder regenen. De stof om het lichaam kan niet meer water opzuigen. De spons zit vol. Het haar doorweekt. Alsof het niet meer zal ophouden. De fietspaden vormen plassen water waarbij je van eiland naar eiland springt. De regen valt in een douche naar beneden. Ik zie geen verschil meer tussen droog en nat.

Hollen op een bijna zomeravond

image

Het vooruitzicht van regen dwingt mij vanavond naar buiten voor een hardlooprondje. Heerlijk een rondje hollen op een bijna zomeravond. Het blijft lang licht en de lucht verkleurt fantastisch bij de zon die steeds verder zakt.

Als de zon zich al achter de bomen van de bosrand verstopt, krijgen de bladeren hun donkergroene kleur. De kleur die de bladeren straks aan het eind van de zomer hebben. De zon speelt met de boomkruinen van het bos aan de andere kant. De korenaren op de akker voor de bosrand wuiven zachtjes mee op de zonnestralen.

Dan hol ik langs het koolzaadveld. De zonneschijn van zojuist kleurt in dezelfde spikkeltjes tussen het groen. De bloemetjes zijn nog klein en kleuren het veld nog niet in de herkenbaar gele kleur. Ik hol verder en kijk nog even naar die prachtige lucht. Zo’n kleurenpracht dat de meest kunstige schilder dat niet kan evenaren.