Tagarchief: groen

Nat cadeautje – Tiny House Farm

Met zo’n tuin baart het ook zorgen als langere tijd weinig of geen regen valt. Zo maakte ik me afgelopen zomer nog niet zo druk om de langdurige droogte, maar nu met een tuin boordevol waardevolle planten, maak ik me er een stuk drukker over.

Lijsterbes

De grond vertoonde al dikke scheuren van het uitblijven van de regen en de – voor dit jaargetijde – vrij warme temperatuur. Prachtig voor de bloesem, maar hierdoor komt ook het groen wat moeilijker los.

Blad van de mispel

Regenbui

De regenbui dinsdagavond bezorgde mij een nat pak op de terugweg naar huis, maar het gaf ook een cadeautje. De tuin heeft weer wat vocht gekregen en je ziet het meteen. Schitterende groene bladeren schieten uit de takken die we in januari en februari geplant hebben.

Ook in de amandelboom komt blad

Wat een prachtig gezicht. Neem de Gelderse roos en de lijsterbes. Ze krijgen echt hele mooie bladeren. Sommige boompjes en struiken hebben in een dag tijd een heus bladerendek gekregen. Ik ben er diep van onder de indruk. De vreugde als de planten die je geplant hebt opkomen en beginnen te groeien.

Gelderse roos

Groen cadeau

Tussen alle regenbuien door is dat echt een cadeautje. Een groen cadeau. Hoe de natuur weer opklaart van het water dat uit de hemel valt. Het geeft onze tuin weer een zetje om wat groener te worden. En zelfs onder de boompjes in de doorwaadbare zone lijkt het eerste zaaigoed op te komen. Het voorjaar komt nu echt in onze tuin!

De Elstar appelboom begint ook bloemetjes te krijgen

Herfst en winter op de Vuursteenhof – Tiny House Farm

In de herfst of winter de balans opmaken is natuurlijk nooit goed. Ik merk namelijk dat het najaar en de winter voor een pionier een geduchte vijand is. Koud, nat en donker. Dat merken we zeker hier. Het karige groen, dat niet veel meer voorstelt dan het opgeschoten koolzaad, mosterd en de andere groenbemester.p

Dat ontmoedigt. Zeker voor een lichtgevoelig mens als ik. Ik merk dat de hoeveelheid zonlicht van grote invloed is op mijn gemoedstoestand. Als de dagen korten, wordt het in november en vooral december best zwaar. Zeker als de (mot)regen toeslaat en je elke dag tuurt naar een grijze hemel.

Ik wist het al voordat we hieraan begonnen. De late herfst en de winter zijn de moeilijkste maanden. Ik merk het eigenlijk al de hele periode dat ik in Almere woon. Het voorjaar en de zomer zijn prachtig. Omringd door het groen en de vallende bladeren. De late herfst en de winter met het donker, maar vooral de dorre, kale vlakte. Dat is ontmoedigend. Het heeft impact op je.

Zeker als je dan in het donker naar huis fietst. Omhelst door het duister. In de rij met magere lichtjes achter de anderen die doorbhet donker trappen. Als je dan ook nog eens uitglijdt op de spekgladde modderhelling en je ribben kneust. Dan merk ik dat we overal best wel een eind van alles zitten. Zeker, ik wist het en had het kunnen weten. Toch weet je het pas echt, als je het ervaart. 15 kilometer naar en van het werk, is een eind.

Maar ik mag niet klagen. We wonen op een prachtig plekje. Al zouden de huisjes van mij wel wat meer kleur mogen hebben. Het zou de winter wat minder zwart maken. We zullen ons landje verder gaan inrichten waardoor het wat groener zal worden in de winter. Niet alleen een paar groenblijvers, maar ook besjes aan de takken of gewoon kale takken.

Al kun je er niet veel van zien als je naar buiten kijkt en het is donker. Ondanks al die somberheid, geniet ik al heel erg van de kleine dingen. Zoals de vers geplante Ginkgo in de tuin. Of de vinken die met de hele groep over ons vliegen, wat een geweldige ervaring is.

Redmond O’Hanlon, Almere en de groene stad

De 3e stadsschrijver in Almere, Redmond O’Hanlon, heeft 3 jaar in Almere doorgebracht. Na Stephan Sanders en Renate Dorrestein, is ook het resultaat van zijn verblijf een boek: De groene stad. Na zijn beroemde tochten door Borneo, Zuid-Amerika en Congo, was Almere aan de beurt. Dat schept hoge verwachtingen.

De stad en het groen

Het boek is vorige maand gepresenteerd; ik was bij de presentatie. Hier veel aandacht voor de bijzondere kant van de stad, het groen en de archeologie. Blijft bij mij wel de vraag steken wat hij echt van Almere vindt. Het schippert een beetje tussen walging en respect. Het is natuurlijk ook een beetje wiens brood ik eet, wiens woord ik spreek.

Buiten dit valt mij het resultaat De groene stad tegen. Het boek blijft heel getrouw aan de gesprekken die de Britse natuurschrijver heeft gehad met Almeerders. Het blijft bij deze droge opsomming en weergave van de gebeurtenissen. Zeker O’Hanlon doet enkele pogingen om geleerd over te komen. Zo citeert hij meermaals zijn landgenoot Ebenezer Howard (1850 – 1928) die aan de basis staat van Almere met zijn visie op stedenbouw.

Satellietstadjes

Howard is een voorstander van een stad met eromheen kleinere, grotendeels onafhankelijke satellietstadjes. Precies hoe Almere is opgebouwd in zijn verschillende stadsdelen, Almere Stad, Almere Poort, Almere Buiten, Almere Haven en Almere Hout. Het aantal keer dat O’Hanlon hem aanhaalt, is tot vervelens toe. Zo belangrijk is Howard ook weer niet voor Almere. Het lijkt meer te wijzen op Britse trots van de schrijver.

Boven alles mis ik het verhaal. Zijn de reisverhalen van Redmond O’Hanlon echte verhalen, in dit boek blijft het tot een droge opsomming van informatie. Ze krijgt niet de transitie die je wel vindt in de oude verhalen. Het brengt mij bij het schokkende feit dat O’Hanlon bij zijn reis op de Beagle al verklapte: hij kan niet meer schrijven.

Dat vind je ook terug in De groene stad. Een mooi promotieverhaal voor Almere, maar je mist het verhaal dat O’Hanlon ervan maakt. Hij maakt er geen verhaal van en laat het over je overkomen als een stortvloed van VVV-weetjes. Geen origineel idee en helemaal geen verhaal.

Beginnen bij het begin

Want waar zou je de speurtocht naar de Almeerder beter kunnen beginnen dan bij het begin? De oorsprong waarvan de laatste jaren – en ook in de periode dat Redmond in Almere woonde – veel nieuwe informatie is bijgekomen. Het is vrijwel zeker bijvoorbeeld dat hier neanderthalers geleefd hebben.

De vondst van vuursteentjes en verbrande hazelnootjes wijst op mogelijk verblijf van neanderthalers. Of de vondst van het visfuik in Almere Poort wat duidt op menselijke activiteit ver voordat in Engeland Stonehenge werd opgericht. Ingrediënten voor een verhaal waarbij je fantasie op hol slaat, maar bij Redmond O’Hanlon blijft het heel stil.

Grote verwachtingen

Zeker, het zijn de verwachtingen die je misschien hebt van een schrijver, zeker bij een begenadigd schrijver als O’Hanlon. Maar De groene stad laat zich op geen enkele manier vergelijken met deze werken. Heel jammer, maar buiten het feit dat je kunt twijfelen of O’Hanlon hier nog toe in staat is, heeft hij mogelijk minder affiniteit met Almere dan hij zou willen.

Iemand die de ene keer Almere de verschrikkelijkste plaats op aarde noemt en de andere keer dat afdoet met een journalist die hem verkeerd geciteerd heeft. Buiten het feit dat dit verhaal mogelijk nog veel interessanter zou zijn, is het jammer dat O’Hanlon zich er zo makkelijk van afgemaakt heeft.

Redmond O’Hanlon: De groene stad. Vertaald en bewerkt door Rudi Rotthier. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2018. ISBN: 978 90 450 3080 7. 160 pagina’s. Prijs: € 18,99. Bestel

Het geheim van Almere

Dat er in Almere bomen sneuvelen, vindt Redmond niet zo heel erg. ‘Het kan geen kwaad als er af en toe een paar tegen de vlakte gaan. Dat levert ook weer heel veel nieuw leven op.’ Wel wijst hij op de waarde van zoet water. ‘We vergeten weleens dat veel vluchtelingen hier helemaal niet komen vanwege de rijkdom. Ze komen omdat ze geen water meer hebben.’

Daarnaast wijst Redmond op de kracht van vrouwen in de samenleving. ‘Ze worden ontzettend onderschat, maar ik zie bijvoorbeeld in Afrika bij stammen: vrouwen zijn de baas. Ze gunnen de alfa-mannetjes hun overwinningen, maar eigenlijk zorgen zij voor 90 procent voor het eten. De alfa-mannetjes danken hun status aan de vrouwen. Dat zie je ook bij apen.’

De grasdaken zoals hij deze in Nobelhorst ziet, zijn ontzettend mooi. Redmond pleit ervoor dat we overal grasdaken gaan bouwen in Almere. Het is zo mooi en meteen ook goed voor de natuur. Zo krijg je veel meer groen om je heen en het moet om groen draaien.

Het boek waaraan Redmond werkt, vordert erg langzaam. Dat verklapt hij. Het begint 12.000 jaar geleden met de eerste bewoners van deze streek. ‘Ze zeggen weleens dat Almere helemaal geen historie heeft, maar daar klopt niks van. Het zit hier boordevol historie.’ De opening is bij de groene weiden waar het landschap hier in Flevoland uit bestond.
Van de eerste bewoners zal het uiteindelijk gaan naar de Oostvaardersplassen, het mooiste natuurgebied van Europa. ‘Dat er zo’n groot natuurgebied kan zijn in zo’n klein land. Het is geweldig.’

Net als dat Redmond heel enthousiast is over Almere. ‘Toen ik hier voor het eerst kwam, was ik verbaasd over de communistische bouw. Hoe kunnen mensen in zulke lelijke gebouwen wonen, terwijl Nederland zo’n rijke architectuur heeft. Ik kan me er nog steeds over verbazen. Neem bijvoorbeeld de Gouden piramide.’

Later vindt hij het geheim van Almere: het groen. ‘In Almere is het groen in de stad gebracht en niet andersom. Dat is echt geweldig en dat moet ook worden gekoesterd.’

Hendrik Groen

image

Na het eerste dagboek van Hendrik Groen Pogingen iets van het leven te maken is er een tweede uitgekomen. In Zolang er leven is vertelt de olijke Amsterdammer Hendrik Groen hoe het hem verder vergaat in het bejaardentehuis.

Samen met zijn vrienden van Omanido, de oud-maar-niet-dood-club, beleeft hij allerlei avonturen in het bejaardentehuis in Amsterdam-Noord. Zoals het bij Hendrik Groen hoort, gebeurt dat vooraf met een waarschuwing: volgens de statistieken haalt iemand van 85 jaar oud, 80 % kans dat hij het jaar niet haalt.

Ik ga mijn best doen, maar dus niet zeuren als het dagboek, waar ik morgen mee begin, het eind van het jaar niet haalt. Een kans van 1 op 5. (5)

Ik doe mijn best, maar ik beloof niks, is wat hij hier zegt. Het kenmerkt zijn stijl. Hij neemt het leven zoals het komt, al stelt hij zelf zijn levensstandaard bij.

Zo had hij bijvoorbeeld verwacht dat het leven ondragelijk zou worden op het moment dat hij een luier zou moeten dragen. Nu hij eenmaal een luier draagt, valt het best wel mee en vindt hij het nog goed te doen.

Het levert een mooie insteek op. Hendrik Groen leeft temidden van de klagende ouwetjes, maar hij doet dit met opgeheven hoofd en met heel veel humor. Zo is hij een prachtige insider die met de blik van een outsider naar al zijn medebewoners kijkt.

De club van ouderen die nog iets van het leven probeert te maken, de Omadido, vormt hier een mooie aanvulling op. Zo maken ze regelmatig uitjes waarbij ze geest en lichaam vrijmaken van de waan van alledag. Het levert ze een geheel eigen plaats op in het bejaardentehuis, waar ze met jaloerse én argusogen worden gevolgd.

Hendrik Groen: Zolang er leven is, Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar. Amsterdam: Meulenhoff, 2016. ISBN: 978 90 290 9076 6. 376 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Daktuin

image
Daktuin op het VU-gebouw

Ook ik ben naar de daktuin geweest op het dak van de VU. Twee voormalige VU-studenten kwamen op het idee om hier een mooi dakterras van te maken. Een mooi idee. Het biedt de mogelijkheid om lekker buiten te zitten in het groen. Bovendien wordt er weinig anders met de ruimte gedaan.

image
Zitten in het groen

Kort na de introductie van de daktuin, publiceerde VU-historicus op twitter een foto. Hierop is te zien dat de Vrije Universiteit kort na de opening al dakterassen had. Op de daken zie je mooie terrassen in prachtige perkjes. Wat de reden geweest is om ze af te schaffen weet ik niet. Er kunnen best goede redenen voor geweest zijn.

image
Uitzicht vanaf de ‘moestuin’ in de richting van de rode pieper

De nieuwe daktuin is dus helemaal niet zo nieuw als ze willen doen geloven. Ik kwam op het terras toen de zon scheen. Het zag er lekker warm uit. Op het terras bries een windje, waardoor het colbertje dat ik aanhad geen overbodige luxe was.

image

Verder vond ik het nogal kaal aandoen. Er stonden een paar snelgroeiende bomen, sprieten nog. Wat plantjes in de perken en wat verderop stonden vierkante metertuinen met groenten. Ook waren er een paar kassen waarin paprika en courgette stond.

image

Verder was het een lege bedoening. De houten vlonders op het dak gaven alles wel iets gemoedelijks. Tegen de borders kon je zitten. Ook stonden er knusse tafels waaraan studenten zaten te studeren. Heel aardig allemaal natuurlijk, maar het weegt niet op tegen de hectare die de VU hortus bestrijkt.

image
Vierkantemeter tuinen al dan niet tot een kas omgebouwd.

Het levert geen geld meer op, vindt het college van bestuur. ‘We zijn een universiteit, geen tuinderij’, zou de voorzitter van het college van bestuur hebben gezegd over de bijzondere plantenverzameling. Het is het marktdenken dat heerst. Een gloednieuw ziekenhuis levert meer op dan een 80 jaar oude Tulpenboom.

image
Vierkantemeter tuin onder glas zodat een kas ontstaat.

De Hortus moet helaas wijken voor de nieuwbouw van het ziekenhuis. Het groen dat daar groeit is werk van jaren met liefde tuinieren. De planten van de daktuin staan er enkel als decoratie. De student die het idee van zijn medestudenten heeft uitgevoerd, wil het aantal dakterassen uitbreiden.

image
Hier niet zitten hoor!

Hij vindt het belangrijk om in het groen te kunnen studeren of te praten. En hij hoeft niet zo nodig met het groen in gesprek. Terwijl dat voor mij de hoogste vorm van meditatie is. Zo wordt het steeds moeilijker om in alle drukte een rustig plekje groen te vinden.

image
Niet betreden!