Tagarchief: groen

Groen en groei – Tiny House Farm

De regen van de afgelopen tijd helpt het groen in de tuin enorm vooruit. De koudere temperaturen hebben wel wat groei tegengehouden, maar de vele neerslag zorgt uiteindelijk voor een enorme groeispurt.

Wuivende grashalmen naast het huis

Wat is dat weer genieten. Niet alleen het vele groen aan de bomen en de planten, ook het gras neemt het ervan. Vooral het Engelse raaigras krijgt een sterke groei-impuls door het vele water. Je ziet het gewoon groeien.

Aardbeiplanten in bloei

Grashalmen

De harde wind maakt van de grashalmen mooie golven als een groene zee. Als de zon zo van opzij erop schijnt, kleurt het zelfs een beetje grijzig. De schuimkoppen op de zee van gras. Mooi om te zien. De dunne vruchtenbomen hebben wat meer moeite met de wind.

De Chesterbraam groeit flink

Gelukkig zie je de hoeveelheid vruchten ook toenemen. Wat een peren hangen aan de perenbomen. De bloesem van de appelbomen is er uitgewaaid door de wind afgelopen weekend, maar ook hier zie je de beginnende vruchten ontstaan.

Taybes in bloei

Nieuwe bloei

Verder geniet ik van de nieuwe bloei. Wat dacht je van de heerlijk ruikende lijsterbes die nu bloeit. Of de Taybes die massaal bloemetjes draagt. De vruchten zijn zo waanzinnig lekker, ontdekte ik vorig jaar. Daar wil ik er wel meer van. Net als van de waanzinnig lekkere Chesterbraam die naast de Taybes groeit en ook flink uitbreidt.

De framboos staat bijna in bloei

Er groeien ook flink wat frambozen. De ene doet het beter dan de andere, maar ik vind het waanzinnig om al die kleine knoppen te zien komen aan de struiken. Dat duurt niet lang meer of ook hier zullen deze struiken vruchten dragen. Zo heerlijk. Ik proef de smaak van deze frambozen en bramen al op mijn tong.

De walnoot staat op springen

Supergras

De laatste dagen heb ik vooral bij de frambozen veel grashalmen weggehaald, want het supergras is een bedreiging voor deze planten. Net als heel veel andere planten die verstikt worden door deze groene overvloed.

De kersen groeien.

Paardenbloemen – Tiny House Farm

De paardenbloem staat op dit moment door ons hele landje verspreid. Hij groeit werkelijk overal. Stond het vorig jaar vooral vol met distels en klaprozen, dit jaar is het de paardenbloem die overheerst.

Eigenlijk is het prachtig om al die afwisseling op je land te zien. Het lijkt in eerste instantie wel een ware overmacht die zich over je grond verspreidt. Werkelijk overal duiken de gele koppies boven het maaiveld.

Paardenbloemen lekker laten zitten

En wat nu? Gewoon lekker laten zitten en vooral er heerlijk van genieten. Het is een nieuwe fase waarin ons land begint. De planten die erop groeien vertellen precies hoe het nu met je land gaat.

Bijen zijn gek op paardenbloemen

We begonnen in het eerste jaar vooral met veel distels; de soorten distels die nu op ons landje groeien, neemt elk jaar toe. Ik zie er weer veel meer dan alleen de akkerdistel en de latere melkdistel.

Een mix van paardenbloemen en andere waardevol onkruid. Zo komt de grond langzaam maar zeker in balans. Het motto: niet teveel aan doen.

Raak niet in paniek bij een paardenbloem

Raak vooral niet in paniek en trek vooral niet actief ten strijde tegen al deze welkome planten. De paardenbloem is een vriend die je komt helpen, kreeg ik afgelopen doorgestuurd via Facebook. Het is een blogje van Paula de Kok op Tuindingen. En ze heeft meer dan gelijk.

Paardenbloemen op het veldje naast ons huis

De paardenbloem helpt de bodem luchtiger te maken, maakt de bodem minder zuur en helpt op alle mogelijke manieren. Bovendien: ze zijn ook lekker om te eten. Zowel de bladeren als de bloemen.

De teckels vinden het ook heerlijk om een paardenbloem te eten. Vooral Teuntje snoept de bloemen. Ze doet dit vooral in de avond als de bloemen gesloten zijn. Wel gek: ze eten ze niet uit onze tuin maar vooral langs de kanten van de straat.

Lekker om te eten een paardenbloem. Hij smaakt een beetje bitter, net als de bladeren, maar is een heus feest in de salade.

Nieuwe paardenbloemen

En daarna: lekker tegen de bollen blazen om al die kleine parachutes weg te vliegen. Voor allemaal nieuwe paardenbloemen. En dat is niet erg, want ze zullen de grond om ons huis alleen maar beter maken. En het is een prachtig gezicht.

Ook achter het huis groeien paardenbloemen. ’s Morgens zie je ze minder goed.

Nat cadeautje – Tiny House Farm

Met zo’n tuin baart het ook zorgen als langere tijd weinig of geen regen valt. Zo maakte ik me afgelopen zomer nog niet zo druk om de langdurige droogte, maar nu met een tuin boordevol waardevolle planten, maak ik me er een stuk drukker over.

Lijsterbes

De grond vertoonde al dikke scheuren van het uitblijven van de regen en de – voor dit jaargetijde – vrij warme temperatuur. Prachtig voor de bloesem, maar hierdoor komt ook het groen wat moeilijker los.

Blad van de mispel

Regenbui

De regenbui dinsdagavond bezorgde mij een nat pak op de terugweg naar huis, maar het gaf ook een cadeautje. De tuin heeft weer wat vocht gekregen en je ziet het meteen. Schitterende groene bladeren schieten uit de takken die we in januari en februari geplant hebben.

Ook in de amandelboom komt blad

Wat een prachtig gezicht. Neem de Gelderse roos en de lijsterbes. Ze krijgen echt hele mooie bladeren. Sommige boompjes en struiken hebben in een dag tijd een heus bladerendek gekregen. Ik ben er diep van onder de indruk. De vreugde als de planten die je geplant hebt opkomen en beginnen te groeien.

Gelderse roos

Groen cadeau

Tussen alle regenbuien door is dat echt een cadeautje. Een groen cadeau. Hoe de natuur weer opklaart van het water dat uit de hemel valt. Het geeft onze tuin weer een zetje om wat groener te worden. En zelfs onder de boompjes in de doorwaadbare zone lijkt het eerste zaaigoed op te komen. Het voorjaar komt nu echt in onze tuin!

De Elstar appelboom begint ook bloemetjes te krijgen

Herfst en winter op de Vuursteenhof – Tiny House Farm

In de herfst of winter de balans opmaken is natuurlijk nooit goed. Ik merk namelijk dat het najaar en de winter voor een pionier een geduchte vijand is. Koud, nat en donker. Dat merken we zeker hier. Het karige groen, dat niet veel meer voorstelt dan het opgeschoten koolzaad, mosterd en de andere groenbemester.p

Dat ontmoedigt. Zeker voor een lichtgevoelig mens als ik. Ik merk dat de hoeveelheid zonlicht van grote invloed is op mijn gemoedstoestand. Als de dagen korten, wordt het in november en vooral december best zwaar. Zeker als de (mot)regen toeslaat en je elke dag tuurt naar een grijze hemel.

Ik wist het al voordat we hieraan begonnen. De late herfst en de winter zijn de moeilijkste maanden. Ik merk het eigenlijk al de hele periode dat ik in Almere woon. Het voorjaar en de zomer zijn prachtig. Omringd door het groen en de vallende bladeren. De late herfst en de winter met het donker, maar vooral de dorre, kale vlakte. Dat is ontmoedigend. Het heeft impact op je.

Zeker als je dan in het donker naar huis fietst. Omhelst door het duister. In de rij met magere lichtjes achter de anderen die doorbhet donker trappen. Als je dan ook nog eens uitglijdt op de spekgladde modderhelling en je ribben kneust. Dan merk ik dat we overal best wel een eind van alles zitten. Zeker, ik wist het en had het kunnen weten. Toch weet je het pas echt, als je het ervaart. 15 kilometer naar en van het werk, is een eind.

Maar ik mag niet klagen. We wonen op een prachtig plekje. Al zouden de huisjes van mij wel wat meer kleur mogen hebben. Het zou de winter wat minder zwart maken. We zullen ons landje verder gaan inrichten waardoor het wat groener zal worden in de winter. Niet alleen een paar groenblijvers, maar ook besjes aan de takken of gewoon kale takken.

Al kun je er niet veel van zien als je naar buiten kijkt en het is donker. Ondanks al die somberheid, geniet ik al heel erg van de kleine dingen. Zoals de vers geplante Ginkgo in de tuin. Of de vinken die met de hele groep over ons vliegen, wat een geweldige ervaring is.

Redmond O’Hanlon, Almere en de groene stad

De 3e stadsschrijver in Almere, Redmond O’Hanlon, heeft 3 jaar in Almere doorgebracht. Na Stephan Sanders en Renate Dorrestein, is ook het resultaat van zijn verblijf een boek: De groene stad. Na zijn beroemde tochten door Borneo, Zuid-Amerika en Congo, was Almere aan de beurt. Dat schept hoge verwachtingen.

De stad en het groen

Het boek is vorige maand gepresenteerd; ik was bij de presentatie. Hier veel aandacht voor de bijzondere kant van de stad, het groen en de archeologie. Blijft bij mij wel de vraag steken wat hij echt van Almere vindt. Het schippert een beetje tussen walging en respect. Het is natuurlijk ook een beetje wiens brood ik eet, wiens woord ik spreek.

Buiten dit valt mij het resultaat De groene stad tegen. Het boek blijft heel getrouw aan de gesprekken die de Britse natuurschrijver heeft gehad met Almeerders. Het blijft bij deze droge opsomming en weergave van de gebeurtenissen. Zeker O’Hanlon doet enkele pogingen om geleerd over te komen. Zo citeert hij meermaals zijn landgenoot Ebenezer Howard (1850 – 1928) die aan de basis staat van Almere met zijn visie op stedenbouw.

Satellietstadjes

Howard is een voorstander van een stad met eromheen kleinere, grotendeels onafhankelijke satellietstadjes. Precies hoe Almere is opgebouwd in zijn verschillende stadsdelen, Almere Stad, Almere Poort, Almere Buiten, Almere Haven en Almere Hout. Het aantal keer dat O’Hanlon hem aanhaalt, is tot vervelens toe. Zo belangrijk is Howard ook weer niet voor Almere. Het lijkt meer te wijzen op Britse trots van de schrijver.

Boven alles mis ik het verhaal. Zijn de reisverhalen van Redmond O’Hanlon echte verhalen, in dit boek blijft het tot een droge opsomming van informatie. Ze krijgt niet de transitie die je wel vindt in de oude verhalen. Het brengt mij bij het schokkende feit dat O’Hanlon bij zijn reis op de Beagle al verklapte: hij kan niet meer schrijven.

Dat vind je ook terug in De groene stad. Een mooi promotieverhaal voor Almere, maar je mist het verhaal dat O’Hanlon ervan maakt. Hij maakt er geen verhaal van en laat het over je overkomen als een stortvloed van VVV-weetjes. Geen origineel idee en helemaal geen verhaal.

Beginnen bij het begin

Want waar zou je de speurtocht naar de Almeerder beter kunnen beginnen dan bij het begin? De oorsprong waarvan de laatste jaren – en ook in de periode dat Redmond in Almere woonde – veel nieuwe informatie is bijgekomen. Het is vrijwel zeker bijvoorbeeld dat hier neanderthalers geleefd hebben.

De vondst van vuursteentjes en verbrande hazelnootjes wijst op mogelijk verblijf van neanderthalers. Of de vondst van het visfuik in Almere Poort wat duidt op menselijke activiteit ver voordat in Engeland Stonehenge werd opgericht. Ingrediënten voor een verhaal waarbij je fantasie op hol slaat, maar bij Redmond O’Hanlon blijft het heel stil.

Grote verwachtingen

Zeker, het zijn de verwachtingen die je misschien hebt van een schrijver, zeker bij een begenadigd schrijver als O’Hanlon. Maar De groene stad laat zich op geen enkele manier vergelijken met deze werken. Heel jammer, maar buiten het feit dat je kunt twijfelen of O’Hanlon hier nog toe in staat is, heeft hij mogelijk minder affiniteit met Almere dan hij zou willen.

Iemand die de ene keer Almere de verschrikkelijkste plaats op aarde noemt en de andere keer dat afdoet met een journalist die hem verkeerd geciteerd heeft. Buiten het feit dat dit verhaal mogelijk nog veel interessanter zou zijn, is het jammer dat O’Hanlon zich er zo makkelijk van afgemaakt heeft.

Redmond O’Hanlon: De groene stad. Vertaald en bewerkt door Rudi Rotthier. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2018. ISBN: 978 90 450 3080 7. 160 pagina’s. Prijs: € 18,99. Bestel

Het geheim van Almere

Dat er in Almere bomen sneuvelen, vindt Redmond niet zo heel erg. ‘Het kan geen kwaad als er af en toe een paar tegen de vlakte gaan. Dat levert ook weer heel veel nieuw leven op.’ Wel wijst hij op de waarde van zoet water. ‘We vergeten weleens dat veel vluchtelingen hier helemaal niet komen vanwege de rijkdom. Ze komen omdat ze geen water meer hebben.’

Daarnaast wijst Redmond op de kracht van vrouwen in de samenleving. ‘Ze worden ontzettend onderschat, maar ik zie bijvoorbeeld in Afrika bij stammen: vrouwen zijn de baas. Ze gunnen de alfa-mannetjes hun overwinningen, maar eigenlijk zorgen zij voor 90 procent voor het eten. De alfa-mannetjes danken hun status aan de vrouwen. Dat zie je ook bij apen.’

De grasdaken zoals hij deze in Nobelhorst ziet, zijn ontzettend mooi. Redmond pleit ervoor dat we overal grasdaken gaan bouwen in Almere. Het is zo mooi en meteen ook goed voor de natuur. Zo krijg je veel meer groen om je heen en het moet om groen draaien.

Het boek waaraan Redmond werkt, vordert erg langzaam. Dat verklapt hij. Het begint 12.000 jaar geleden met de eerste bewoners van deze streek. ‘Ze zeggen weleens dat Almere helemaal geen historie heeft, maar daar klopt niks van. Het zit hier boordevol historie.’ De opening is bij de groene weiden waar het landschap hier in Flevoland uit bestond.
Van de eerste bewoners zal het uiteindelijk gaan naar de Oostvaardersplassen, het mooiste natuurgebied van Europa. ‘Dat er zo’n groot natuurgebied kan zijn in zo’n klein land. Het is geweldig.’

Net als dat Redmond heel enthousiast is over Almere. ‘Toen ik hier voor het eerst kwam, was ik verbaasd over de communistische bouw. Hoe kunnen mensen in zulke lelijke gebouwen wonen, terwijl Nederland zo’n rijke architectuur heeft. Ik kan me er nog steeds over verbazen. Neem bijvoorbeeld de Gouden piramide.’

Later vindt hij het geheim van Almere: het groen. ‘In Almere is het groen in de stad gebracht en niet andersom. Dat is echt geweldig en dat moet ook worden gekoesterd.’