Tagarchief: gooimeer

Onmogelijke opdracht – #50books

image

Op een onbewoond eiland met een schrijver. Een bijna onmogelijke opdracht omdat ik het met weinig mensen langer dan een dag kan uithouden. Voor mij zou het een nachtmerrie zijn. Ik ben liever een paar dagen met een boek dan met de schrijver van dat boek.

Gisteren fietste ik een rondje Gooimeer. Het lekkere weer lokte me naar buiten. Ik fietste via Naarden naar Huizen, dan over de Stichtsebrug over de dijk en dan door de bossen van Almere naar huis.

Het laatste stukje brengt je van de grootste euforie naar de diepste somberheid. Het Cirkelbos behoort misschien wel tot de mooiste bossen van Almere. Het IJsvogelpad voert vanaf de dijk midden in een prachtig bos.

image

Het pad kronkelt langs de loofbomen. Zandpaadjes doorkruisen het fietspad en voeren naar de dikste populier van Almere en een bunker waarin vleermuizen overwinteren.

Al fietsend dacht ik aan mijn geliefde reisschrijver Redmond O’Hanlon. Hij is gastschrijver in Almere en volgt daarmee Renate Dorrestein op. Als ik hem zou mogen meenemen naar mijn geliefde plekje in Almere, dan zou ik hem misschien wel meenemen naar het Cirkelbos.

Ik zou hem meenemen naar de dikste populier en lekker op de fiets de natuur verkennen. Heerlijk de zon op onze hoofden laten schijnen, een zacht briesje door het haar. De wind die op de dijk zo’n tegenstand biedt, is hier je beste vriend. Onderwijl hoor je alleen de vogels fluiten en ziet groen in alle tinten die je maar kunt bedenken.

image

Ik werd snel uit mijn dagdroom gehaald, want ik kruiste een fietsknooppunt. Zoals altijd op dit punt, koos ik de verkeerde route. Ik fietste rechtdoor en cirkelde om de hete brei heen, want na een grote kronkel kwam ik uit op de weg die naar de Almeerse villawijk Overgooi.

Het is de lelijkste weg van Almere. Altijd briest de wind hier als een wilde tegen je in. Aan de andere kant van het water zie je iets dat een park moet voorstellen. Een kaal landschap, waar een schelpenpad doorheen kronkelt. Af en toe staat er een klein, kaal boompje. De wind giert en lacht je uit. Hier is de stedenbouwkundige planning uit de bocht gevlogen.

image

Ik keerde meteen om, fietste dezelfde weg terug en nam de andere afslag. Daar was weer een domper op de feestvreugde. Het fietspad dat naar Stadslandgoed De Kemphaan moet leiden, was afgesloten. Ik fietste er jaren geleden samen met Doris op de terugweg van een korte fietsvakantie.

Het pad is een jaar later afgesloten vanwege de bouwvalligheid van de elegante houten bruggetjes. Het pad is nog steeds dicht. Ik mocht helemaal omrijden. Van de andere kant van de vaart, zag ik dat twee van de vier bruggetjes stonden.

Ik kan niet wachten tot de andere twee bruggetjes er zijn. Pas dan zou ik Redmond O’Hanlon meenemen en van tevoren goed de route in mijn hoofd hebben. Je wilt toch niet dat de beste natuurliefhebber op de onvolkomenheden in Overgooi stuit.

image

#50books

Dit is het antwoord op vraag  23 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Alle omzwervingen van 2014

wpid-20140719_154002.jpg

Ik zwerf graag rond in de omgeving. Dat doe ik op de fiets. Vooral in het voorjaar en in de zomer heb veel rondgefietst. Ik reed naar de Lepelaarsplassen, de Oostvaardersplassen, het Naardermeer, een rondje Gooimeer en natuurlijk ook een paar keer naar Amsterdam.

Van de fietstochten maakte ik verslagen, geïnspireerd op de plogs die ik aan het begin van het jaar maakte. Ik noem het omzwervingen, zoals Nescio ook rondzwierf in deze buurt in zijn schitterende Natuurdagboek. Alles aangevuld met foto’s wat ik onderweg tegenkom.

De Omzwervingen van 2014

Bekijk het overzicht met alle blogs uit 2014

Omzwervingen: Twee bruggen (5)

imageDe dijk bocht in een nauwelijks merkbare buiging mee met de waterkant van het oude land. De havenkom van Huizen verschijnt opeens. Het lijkt wel of de oude haven achter een hoek wegkomt. Het ziet er zo vanaf de zee heel fraai uit. Zo heb ik het nog niet eerder gezien. Was het nou Tim of Tom Coronel?

Ik zoek de plek in de bossen waar ik zo mooi de havenkom van Almere Haven zag liggen. Het is onvindbaar. Alleen maar bossen. De kerk van Naarden torent veel verder op. Alleen de contouren zie ik in het felle, zilveren licht. Het water glinstert mooi op het zonlicht.

imageVoor ik er erg in heb, nader ik Almere Haven. Ik sla af en rijd over het kleine kerkhof. Het kerkhof is verdeeld in ronde velden, afgescheiden door haagjes. Elk veld is afgesloten met een hek, op de hoeken staan wat metalen bloempotten. ‘Grafkamer’ met een nummer erachter, staat op een bordje midden op het hek.

Ik rijd eerbiedig over het brede pad dat midden over het kerkhof loopt. Ik kom in het centrum. Eerst moet ik over een brug, waar een gezin met meerdere kinderwagens breed over het fietspad loopt. Ze willen niet aan de kant en ik rijd ze bijna voor de voeten.

imageDaar is Almere Haven. In een vloek en een zucht fiets ik door naar Almere Stad. Niet voordat ik nog even de kringloopwinkel ben langsgereden. Het is half zes en ik zie dat de deur gewoon openstaat. Ik dacht dat hij failliet was.

Als ik aan de man achter de toonbank vraag over het faillissement, roept hij verbaasd dat ik niet alles moet geloven wat de krant schrijft. ‘Iemand hoort wat en dan zegt de krant het en vervolgens gelooft iedereen dat.’ Ik mag nog even rondkijken, een minuut of tien. De boekenhoek is helemaal naar de andere kant van het pand verhuisd.

Hij stuurt me even later weg. ‘Het alarm gaat er zo op en dan moet iedereen vertrokken zijn.’ Ik reken snel af en fiets verder naar huis. Het Weerwater langs. De stad roept mij af. Het bevrijdingsfestival dendert een nieuw lied de lucht in. Overal dreunt het. Maar ik voel mij bevrijd. Een heerlijke fietsrit heeft mijn gedachten weer opgefrist.

imageDit is het vijfde en laatste verhaal in een serie van vijf over mijn fietsrit gemaakt op Bevrijdingsdag.

Naar het eerste verhaal: Twee bruggen

Omzwervingen: Twee bruggen (4)

imageDe grote Stichtse brug over. Het is een stevigere klim dan die brug een kilometer of twintig terug. Hier rijden ook tractors in volle vaart voorbij. Het is uitkijken, maar als je boven staat wordt je zo beloond met een mooi uitzicht. Al kun je de brug verderop niet zien. Onder mij trekt een speedboot snel door het water. Een baan en hoge golf laat hij achter zich.

Ik neem de trap naar beneden. Al moet ik de dalende fiets tegenhouden. Het scheelt een flink eind rijden. En al hoef je niet te trappen, ik heb het gevoel zo veel sneller beneden te zijn. Op de dijk maak ik nog een paar foto’s. Het licht is ineens heel fel en de verte verdwijnt in de glinstering. Het lijkt opeens of de overkant gehuld is in een dun heiig laagje mist.

imageDe verrekijker blijft in de tas. Ik ga verder fietsen. De wind in de rug, zie ik aan de windmolens die achter de brug staan. Het voelt heerlijk, de wind in de rug en de zon half van voren. Het water kleurt zilverachtig en al is er achter niet veel te zien, het is prachtig. Een plezierjacht vaart gelijk met mij op. Ik trap lekker door en zoek de plekken waar ik net fietste.

Ik ga de rest van de dijk af beslis ik. Eigenlijk is de wind hier bijna altijd tegen. Daarom maak ik gebruik van de kans om door te rijden. Drie vliegtuigen vliegen over het Gooimeer. Ik hoor de propellers ronken. Het zijn drie historische vliegtuigen. Twee spitsfires en een groter vliegtuig. Ze vieren al vliegend de bevrijding. De vliegtuigen slaan af over Huizen in de richting van Hilversum.

imageDit is het vierde verhaal in een serie van vijf over mijn fietsrit gemaakt op Bevrijdingsdag

Lees deel 5

Lees eerst deel 1

Omzwervingen: Twee bruggen (3)

image

Ik heb mijzelf belooft voorbij de volgende huizen aan het water pauze te houden. Een science fiction beeld is dit stukje. De vijf huizen die het water in drijven als een schip. Langs de boulevard staan zogeheten drive-inn-woningen. Garages beneden, de woonkamers op de eerste verdieping. Een patserige auto staat beneden.

image

Voor het raam van een huis boven zie ik een werkster boenen. Ze houdt de steel van een zwabber vast. Haar grote boezem valt elegant in haar schort. Ze staat een verdieping hoger dan waar ik fiets. Ik zie haar en denk aan een passage over een huishoudelijke hulp en borsten in het boek dat ik momenteel lees. Het boek ligt in mijn fietstas die achterop de fiets zit vastgeklemd, maar ik fiets. Ik heb geen tijd om te gaan lezen.

image

De pauze stel ik uit tot ik voorbij de sluisjes ben. Het is een schattig sluisje, voorbij de science fiction huizen. Een brommertje komt hard aan gescheurd en neemt al slippend de poortjes bij de sluis. Het is verboden hier te fietsen over de smalle sluis. Maar iedereen doet het. Net als ik. Een aanlegsteiger trekt vanaf de sluizen een heel eind het Gooimeer in. Aan het einde van de aanlegsteiger staat iemand te kijken. Ik kan niet zien of het een man of een vrouw is.

image

De pauze blijft bij even stilstaan. Ik houd de fiets tussen mijn benen geklemd en drink van de meegenomen roosvicee. Het boek en de verrekijker blijven in de fietstas. De zon schijnt nog lekker warm. Ik hoef mijn meegenomen trui nog niet aan te trekken. Ik ga verder besluit ik.

image

Dit is het derde verhaal in een serie van vijf over mijn fietsrit gemaakt op Bevrijdingsdag

Lees deel 4

Lees eerst deel 1

Omzwervingen: gemekker

image

Ik fiets langs de oude Zuiderzeedijk in de richting van Naarden. Over de weg dwars door de polder rijden twee vrouwen mij tegemoet. Ik weet niet of ik die weg nu ook moet nemen en rijd al twijfelend rechtdoor over de weg die ik altijd rijd als ik een rondje Gooimeer doe.

Terwijl ik zo half achterom kijk, vraag mij af of ik daarmee een flinke hap van mijn route zou afsnijden. Maar ik rijd gewoon door in de richting van de vesting. Op de dijk staan schapen. Ze grazen. De lammetjes liggen lekker in het gras en kijken om zich heen. Zij hebben duidelijk de schaapjes op het droge. Soms klinkt er gemekker van een lammetje, geantwoord met het blaten van een groter schaap.

Een lammetje kijkt heel wijs voor zich uit. Zijn flaporen wijzen breed naar opzij. De wind blaast over het eigenwijze bolletje. Hij staart met een blik voor zich uit alsof hij alles van de wereld begrijpt. Ik denk aan het fragment dat ik laatst las van een schrijver. Hij vertelde dat elk lammetje zijn eigen mekker had, waarna slechts één ouder schaap antwoordde.

Hij vermoedde dat het de moeder van het lammetje was dat communiceerde met haar jong. Schapen blaten niet onnodig, concludeerde de schrijver aan het eind van het stuk. Veel geblaat en weinig wol gaat niet op voor schapen.

Ik vraag mij al fietsend af welke schrijver dat nu ook alweer opgeschreven heeft. Het was een heel vermakelijk stukje, maar ik heb geen idee wie dat nu beweerde. Ik denk dat het een bevinding is uit het dikke Natuurdagboek van Nescio, maar het kan net zo goed van een ander zijn.

En dan weet ik gelijk dat ik thuis op zoek zal gaan naar het fragment, eindeloos speuren en het niet zal vinden.

Inderdaad, ontdek ik verderop. Ik zou een stuk hebben afgesneden van de route. Maar dan had ik dat eigenwijze lammetje nooit gezien en niet gedacht aan het interessante fragment dat ik niet zal vinden.