Tagarchief: godfried bomans

2013 in blogs (3) – Boeken

image

Ik heb heel veel gelezen in 2013. Misschien wel het grootste aantal boeken in een jaar. Op mijn studiejaren na. Daarin las ik nog meer. Ik ontdekte nieuwe schrijvers, las een groot deel van het reisoeuvre van Paul Theroux en van Redmond O’Hanlon. Wat een genot om te lezen is deze man zeg. En ik las Hemingway, DickensBomans, vooral in combinatie met Jan Wolkers levert dat leuke blogs op. Of mijn studievriendin Barbara die een boek schreef. Of een boek met een film vergelijken zoals bij Koolhaas.

#50books

Het mooie initiatief #50books van Peter dat ik vanaf dag 1 omarmde. Nog niet alle vragen zijn beantwoord, die komen nog. Soms leverde een vraag meerdere antwoorden op. En soms begreep ik de vraag niet en gaf een heel ander antwoord. Dat antwoord was wel weer het lezen waard. Volgend jaar zet Martha het project voort en ze schakelt mij in als ze er niet uitkomt.

Een perfecte dag voor literatuur

Ook haakte ik in bij het initiatief Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Boeken die ik anders niet zo snel zou lezen, maar die soms leuke blogs opleverden.

Lees verder

Dit is de derde van tien blogs over 2013

Oliver Twist (1) – Inleiding

image

Het moest ervan komen. Als je Charles Dickens leest, moet je Oliver Twist lezen. Het verhaal van de weesjongen die in de Londense onderwereld verzeild raakt en gedwongen wordt een crimineel leven te leiden. Het behoort met de A Christmas Carol in Prose tot het beroemdste werk van Charles Dickens.

Net als het kerstverhaal is deze roman van Charles Dickens een aaneenschakeling van ellende en narigheid. Pas aan het einde van het boek volgt de ontmaskering van de Londense bende en is er ruimte voor Olivier Twist om zich eindelijk te ontwikkelen tot de jongen die er al in het begin van het boek zit.

Oliver Twist is een boek uit de vroege periode van Dickens. In het rijtje van het verzameld werk is dit het derde boek, na de Skitches of Boz en de Pickwick Papers. Dickens publiceerde deze roman in een wekelijks feuilleton in Bentley’s Miscellany. Van dit blad was de Engelse schrijver hoofdredacteur.

Het boek wordt – opnieuw – gepresenteerd als ‘eerste echte roman’ op de achterflap van de Spectrum-uitgave in de Prismareeks, nummer 5. De roman werd vertaald door C.J. Kelk. Ook één van de aanwezigen bij de beroemde bijeenkomst met Godfried Bomans in de oorlog. Het is een heel aardige vertaling, die goed te doen is voor de hedendaagse lezer.

Ik las het boek betrekkelijk snel uit. Gegrepen door het verhaal en enigszins gewend aan de stijl van Charles Dickens. De lange uitweidingen bezorgden mij steeds meer plezier. Het zijn heerlijke stukken om te lezen. Ze houden je even van de spanning van het verhaal weg en helpen het verhaal krachtiger te maken. Geen verkeerd idee om mij eens gedurende een wat langere tijd in het werk van Dickens te verdiepen.

Meer lezen over Oliver Twist

Deze blog is onderdeel van een serie van vijf blogs over Oliver Twist van Charles Dickens. Lees ook de vier andere blogs:

Erik of het klein insectenboek

image

De leesactie Nederland leest stond deze maand in het teken van Godfried Bomans boek Erik of het klein insectenboek. Ik las het boek langgeleden in mijn middelbare schooltijd voor het boekententamen van mijn Mavo-diploma. De strekking van het sprookje komt dan anders op je over dan wanneer je het later leest. Het kwam er niet van.

Ik zag de film die een paar jaar geleden gemaakt is en werd weer snel meegenomen in het verhaal. Pas bij deze leesmaand kreeg ik weer de gelegenheid het boek weer eens te lezen. Het was een feest der herkenning en tegelijkertijd genoot ik van nieuwe dingen in dit prachtige sprookje. Wat een verhaal bevat dit boekje.

Motto

Bij de film werd ik erg getroffen door het motto van Leonardo da Vinci:

Wij zijn alle ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten.

Een prachtig levensmotto. Het kader waarin we leven past helemaal in dit idee. De wereld is veel meer, maar juist de beperking geeft de betekenis aan alles.

Negentiende eeuws

Het verhaal van Godfried Bomans verraadt onmiddellijk zijn voorliefde voor sprookjes en negentiende-eeuwse schrijvers als Charles Dickens. De gecursiveerde samenvatting waarmee elk hoofdstuk begint, lijkt zo uit een boek van Dickens te komen. De schrijfstijl verraadt deze invloed net zo sterk. De verteller plaatst zich nadrukkelijk buiten het verhaal:

Het eerste wat de kleine Erik deed in het land Wollewei was – huilen. Ja, dat is nu wel een beetje vervelend om te vertellen; maar deden wij soms anders toen wij voor het eerst gezet werden in het schilderij waarin wij nu al zo lang leven? Het schijnt erbij te horen, en men moet erin berusten. Doch de kleine Erik vond één troost die wij destijds niet bezaten: hij het zelf gewild. En dat is een groot verschil. (27)

Door in het schilderij terecht te komen ontspint zich een prachtig verhaal over de insecten. Erik is klein geworden en kan met de dieren praten. Het eerste schept aanvankelijk zijn verbazing, het tweede helemaal niet. Hij is gedurende zijn verblijf in het schilderij in gesprek met alle insecten en dieren die hij tegenkomt. Het verbaast hem niet en lijkt voor hem een vanzelfsprekendheid.

Denken en instinct

De kracht van het verhaal is dat de insecten gepresenteerd worden met menselijke eigenschappen. Op zich is er niet zoveel te beleven aan een insect. Je kunt natuurlijk lange tijd naar de activiteiten in een mierennest kijken, het toekennen van menselijke eigenschappen blijft steken bij vlijt en arbeid.

Bomans gaat verder en ziet de insecten graag als mensen. Daarbij kent hij het dierlijke instinct grote eigenschappen toe. De wetenschap uit het insectenboek van Solms en het verstand staan goed handelen juist in de weg. Zoals in het advies dat Erik geeft aan de meikever wat zij moet doen met haar eieren. Ze voelt de drang dat ze die middag een ei of tachtig gaat leggen:

‘Stoort u toch niet aan die Solms,’ sprak Erik beslist, ‘en denk maar liever helemaal niet. Als de eieren er eenmaal zijn, zult u eens zien hoe gemakkelijk alles gaat. Zelfs de dingen die in de kleine lettertjes staan, zult u doen alsof het niets is. U weet het zelfs beter dan juffrouw Schönberg; daar zit hem nu juist het wonder der natuur in! Nu, goede moed, mevrouw en grote u de kleinen van mij.’ (108)

Dat hij het zelf met zijn gevoel niet redt, laat het einde van het boek zien. Terug in de wereld van de mensen, buiten het schilderij, De reactie van juffrouw Schönberg op het gemaakte proefwerk liegt er niet om. Hij zou er rare opvattingen over de meikevers op na houden. Een einde dat de lezer wakkerschudt. Erik of het klein insectenboek leert je niet veel over insecten, maar veel meer over mensen. Dezelfde eigenaardigheid die bij Erik na dit avontuur is overgebleven:

‘soms als hij onder mensen vertoeft, kan hij niet nalaten aan bepaalde kleine insecten te denken;’ (129)

Kader – #WOT

image
Ook een foto is een kader, want niet alles is vol in beeld, sommige dingen vallen zelfs buiten het kader.

Een kader is er nodig om in te werken. Zonder kaders is de wereld een chaos. Bij de studie literatuurwetenschap leerden we werken in kaders. Begin je wetenschappelijke verhandeling altijd met de inkadering, leerde de docent mij. Zo duidt je de verhandeling en geef je de lezer het kader waarin je werkt.

Kaders zijn heel erg nodig voor mij. Zonder kader is de wereld niet behapbaar, kan ik het moeilijk een plek geven. De kaders geven mij rust en zo kan ik het gebeurde beter plaatsen. Het is de betekenis die ik eraan wil geven die het voor mij weer waarde geeft.

Het schilderij

Een mooi voorbeeld van de inkadering vind ik in Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans. Daar is de lijst van het schilderij De Wollewei letterlijk de grens tussen de fantasie en de werkelijkheid. Ik vind het een prachtig idee. Erik Pinksterblom die op zoek is naar de lijst van het schilderij. Buiten die lijst bestaat de fantasie niet meer.

Zo zit het ook met andere kaders. De taal is een kader, de ruimte waarin je in gesprek bent met elkaar of het boek dat je leest. Alles vraagt om een inkadering. Die inkadering, het maken van de lijst om het schilderij, dat doe je zelf. Het is een wijze les geweest bij mijn studie en ik pluk er nog elke dag de vruchten van.

Inkadering

Die behoefte aan inkadering is voor mij duidelijkheid. Ik moet goed weten wat er van mij verlangd wordt en waarop ik afgerekend wordt. Zodra dat voor mij helder is, kan ik goed functioneren. Een onduidelijk kader waarbinnen ik kan werken is vooral vervelend voor mijzelf. Ik zie alles als belangrijk en ga dan overal mee aan de slag. Duidelijkheid helpt mij te focussen om de onbelangrijke dingen gerust te laten liggen.

Gelukkig is het ook heerlijk om buiten de kaders te denken. Dat is mijn creativiteit. Zoals bij mijn blog, daar kan en mag alles, maar ook hier zijn de kaders belangrijk. Je mag erbuiten gaan, maar beperk jezelf anders verdwijnt alles ‘ins blaue hinein’.

Kader Abdolah

Dan is er nog een heel bijzonder kader: Kader Abdolah. De Iraanse schrijver vluchtte naar Nederland en heeft zich verscholen achter een pseudoniem waarmee hij twee vrienden eert. Door hun namen te combineren ontstaat een nieuwe naam. Deze schrijver wisselt sterk in kwaliteit.

Het huis van de moskee heb ik meerdere keren met tranen in de ogen gelezen, maar het boekenweekgeschenk De kraai heb ik met afgrijzen aan de kant gelegd. Beide boeken hebben het niet tot een recensie gered. Het eerste omdat het zo mooi is dat ik het niet te pakken krijg in een bespreking. Het tweede omdat ik er geen woord voorover had.

Officieel debuut – The Pickwick Papers

image

Officieel geldt The Pickwick Papers als het debuut van Charles Dickens. Hij vestigde er in elk geval zijn roem ermee. Het is een prachtig verhaal dat balanceert tussen scherts, ernst en luim. Niet elk hoofdstuk is even indrukwekkend om te lezen, maar het geheel bezit een onweerstaanbare aantrekkingskracht die je dwingt het verhaal verder te lezen.

Lange tijd was mijn vooroordeel dat het werk van Charles Dickens uitermate saai, kneuterig en overdadig ernstig was. Dat vooroordeel is helemaal weggenomen na het lezen van De nagelaten papieren van de Pickwick-club. Wat een verhaal! De hele samenleving krioelt door het boek: van bediende tot rijke burgers en adellijke lieden.

Dickens weet hiermee een mooi portret te schetsen van een tijd die al vervlogen is als hij het zelf opschrijft. Dat is misschien ook wel een aspect van het grote succes van zijn werken. Terwijl de stoomtrein al door het land raasde, schreef Dickens nog of diligences en trekschuiten.

Het mooiste en ook ernstigste openbaart Dickens zich in de vertellingen binnen het verhaal. Meestal ontmoet Pickwick iemand in een kroeg of in de postkoets die hem een aangrijpend verhaal vertelt. Het zijn mooie verhalen. Het begint met het verhaal van de reizende clown en wordt door vele vertellingen gevolgd. Hierin is ook veel van de latere Dickens terug te vinden. De Dickens van de Christmas Carol.

Gabriël Grub

Zoals het verhaal waarmee het tweede deel opent. Dat is het verhaal van de doodsgraver met de prachtige naam Gabriël Grub. Als hij op kerstavond een graf probeert te delven, wordt hij bezocht door kobolden. De liefde voor de ander op kerstavond en het delen van geluk, liefde en weelde met anderen. Het komt al voor in dit verhaal dat zomaar opduikt in The Pickwick Papers:

[D]it is de moraal van dit verhaal: dat als iemand op Kerstavond zit te kniezen en zich op zijn eentje bedrinkt, hij er niets beter van wordt, zelfs al is de borrrel niet zo goed en zelfs als hij heel wat minder is dan de vuurdrank die Gabriël Grub zag drinken in het hol van de kobolden. (II, 12)

Dickens en kerst

Dan is het heerlijk om bij Godfried Bomans het volgende te lezen over Dickens en kerst. Hij schrijft erover in het boek Dickens, waar zijn uw spoken? dat vlak na zijn dood verscheen. Dickens staat voor Godfried Bomans symbool voor het Engelse knusheid van de familie die lekker thuis zit, terwijl de wind om het huis giert en de regen tegen het raam slaat:

In Dickens bezit Engeland een schrijver, die dit burgerlijke, […], tot een soort dronkenschap van genoeglijkheid verheven wordt. Dickens was een gewoon en gezond man, die echter in zijn gewone gezondheid mateloos was. En hij voerde dit besef tot geborgenheid op tot een orgie van genoeglijkheid, een bacchanaal van gezelligheid, een wellust van kleine tevredenheid. En het was vooral met kerstmis, dat deze dronkenschap hem naar het hoofd steeg. (24)

Iets van die dronkenschap proef je al in The Pickwick Papers. Waarbij Bomans in zijn vertaling niet in de laatste plaats een poging deed deze knusheid op de Nederlanders over te brengen.

Erik of de Pickwick Papers

image

Leest een groot deel van Nederland Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans, ik lees The Pickwick Papers van Charles Dickens. Het is een vertaling van de schrijver die Erik of het klein insectenboek schreef: Godfried Bomans. Godfried Bomans was een groot liefhebber van het werk van Dickens, in het bijzonder dit werk.

Naast David Copperfield vond hij de The Pickwick Papers tot de mooiste boeken van Charles Dickens behoren. Dat zegt zijn biograaf Michel van der Plas tenminste in Godfried, Het leven van de jonge Bomans 1913-1945. Godfried Bomans vertaalde The Pickwick Papers van Charles Dickens zelfs en gaf het de titel De nagelaten papieren der Pickwick Club mee.

Prisma-reeks

Het zou zijn enige bijdrage blijven aan de vertaling in de beroemde Prisma-reeks van uitgeverij Spectrum waarvan hij in 1941 één van de grondleggers was. Op zijn initiatief kwam een groep schrijvers en vertalers bijeen, waar onder andere Jacques Bloem, Antoon Coolen en Jan Campert tot het illustere gezelschap behoren.

De reeks zou na de oorlog worden gepubliceerd. Het zijn de beroemde pockets geworden, tegenwoordig vrijwel alleen in gehavende en beduimelde staat verkrijgbaar. De grote namen hebben hun bijdragen ernstig verkleind. Bloem en Coolen waagden zich aan een enkel kerstverhaal en Godfried Bomans hield het bij The Pickwick Papers. Hij zou overigens eindeloos aan de vertaling hebben gewerkt tussen 1940 en 1952.

Pickwick Papers als Prisma 3 en 4

Uiteindelijk verscheen het boek in 1952 als Prisma 3 en 4, na de Schetsen van Boz. De andere 32 delen uit de reeks van De werken van Charles Dickens verschenen in de periode tussen 1952 en 1954. Deze vertalingen werden door anderen verzorgd.

Overigens kreeg het boekje Erik of het klein insectenboek van Bomans ook een plekje in die Prisma-reeks. En wel als nummer 35, direct volgend op het werk van Charles Dickens. Na de 32 delen met de verhalen en romans van de Engelse schrijver, volgde een vertaling van de tweedelige biografie van Dickens, verzorgd door John Forster.

Meer over Godfried Bomans en Charles Dickens